Commentaren

  

Commentaren

toon alle commentaren
Commentaren auteur
Verlengde navorderingstermijn; navorderingsaanslag niet voortvarend opgelegd (1) »
Publicatiedatum: 13-10-2017, NLFiscaalIn deze procedure is een aan X (belanghebbende) met toepassing van artikel 16, lid 4, AWR opgelegde navorderingsaanslag IB/PVV 2001 in geschil die verband houdt met een in het buitenland aangehouden, niet aangegeven bankrekening. Bij Hof Den Haag was onder meer in geschil of de navorderingsaanslag voldoende voortvarend is opgelegd. Volgens het Hof is dat het geval. X komt in cassatie op tegen het oordeel van het Hof dat geen sprake is geweest van stilzitten van meer dan zes maanden.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Tweede serie navorderingsaanslagen niet onvoldoende voortvarend opgelegd »
Publicatiedatum: 13-10-2017, NLFiscaalX (belanghebbende) is in 2007 geïdentificeerd als houder van banktegoeden bij Van Lanschot Bankiers Luxemburg. De inkomsten uit en de saldi van die rekeningen heeft X niet vermeld in zijn aangiften. De Inspecteur heeft met dagtekening 22 en 28 december 2007 een eerste serie navorderingsaanslagen opgelegd. Een tweede serie navorderingsaanslagen is aangekondigd bij brief van 22 oktober 2008 en opgelegd met dagtekening 5 en 31 december 2008. Deze aanslagen zijn opgelegd met toepassing van de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, lid 4, AWR. Bij Hof Den Haag was onder meer in geschil of de tweede serie navorderingsaanslagen voldoende voortvarend is opgelegd. Het Hof heeft die vraag bevestigend beantwoord. Daarbij heeft het Hof in aanmerking genomen dat X nog in april 2008 heeft ontkend rekeninghouder te zijn. Voorts heeft het Hof overwogen dat de vertraging van enkele maanden die met een check en de selectie voor een civielrechtelijk kort geding is gemoeid, redelijk is. X komt in cassatie onder meer op tegen het oordeel van het Hof dat geen sprake is geweest van stilzitten van meer dan zes maanden. Ik verwijs naar mijn noot bij het arrest van dezelfde datum met nummer 17/00228 (NLF 2017/2539).

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Celstraf voor oud-staatssecretaris wegens belastingfraude »
Publicatiedatum: 29-09-2017, NLFiscaalVoormalig staatssecretaris van Sociale Zaken Linschoten is door Rechtbank Amsterdam veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf (waarvan drie maanden voorwaardelijk) voor het doen van onjuiste aangiften voor de omzetbelasting. De Rechtbank acht bewezen dat Linschoten tussen 2010 en 2012 opzettelijk te lage omzetten van zijn twee bv’s heeft opgegeven aan de Belastingdienst. Blindvaren op je adviseur mag, mits je van zijn of haar deskundigheid mocht uitgaan en je met elkaar samenwerkt. Aan die samenwerking onttrok Linschoten zich kennelijk. Meest typerend hiervoor zijn misschien wel de tientallen gesloten enveloppen van de boekhouder die de FIOD aantrof bij een doorzoeking van zijn huis. De rol van de boekhouder is in dit geval natuurlijk ook dubieus. Aangifte doen op basis van geschatte bedragen omdat de cliënt niet over de brug komt met de benodigde informatie, is misschien nog wel ernstiger dan het door Linschoten stelselmatig niet reageren op acties van de boekhouder.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Hennepkwekerij; link strafprocedure met belastingprocedure; vermoeden van onschuld »
Publicatiedatum: 15-08-2017, NLFiscaalDeze uitspraak gaat over de vraag in hoeverre het de Inspecteur vrij staat belasting te heffen over een vermeend feitencomplex waarover reeds door de strafrechter is geoordeeld. Zoals in de samenvatting is te lezen, is de belanghebbende in deze zaak veroordeeld voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennepplanten, waarbij een ontnemingsvordering is toegewezen voor een bedrag van € 1.000. Belanghebbende stelt zich in de fiscale procedure op het standpunt dat hij de kamer waarin de kwekerij is aangetroffen, verhuurd heeft en daar slechts € 1.000 mee heeft verdiend. Deze stelling correspondeert met de conclusie van de strafrechter. De correctie van de aangifte door de Inspecteur met ongeveer € 30.000 voor hennepinkomsten is onterecht en in strijd met de onschuldpresumptie, zo stelt hij.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Strafrechtelijke vrijspraak voor onjuiste aangiften; terechte informatiebeschikking »
Publicatiedatum: 01-08-2017, NLFiscaalAan deze zaak gaat vooraf dat uit informatie op een microfiche van een tipgever bleek dat iemand met dezelfde voorletters en achternaam als belanghebbende ultimo 1994 een bankrekening in Luxemburg zou hebben gehad. De strafrechtelijke vervolging voor het onjuist doen van aangifte resulteerde in een vrijspraak, omdat het microfiche het enige bewijsmiddel was waarop de vervolging was geënt. In het strafrecht zijn minstens twee bewijsmiddelen nodig voor een veroordeling, dus moest het Hof in de strafzaak vrijspreken. Wat volgt is een langdurig fiscaal getouwtrek over de vraag of belanghebbende al dan niet rekeninghouder is geweest en wat er met het tegoed op de rekening is gebeurd.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


A-G bepleit ruimere verjaringstermijn btw-fraude voor Italië en de Unie »
Publicatiedatum: 18-07-2017, NLFiscaalBtw-fraude kan fraude vormen waardoor de financiële belangen van de Europese Unie worden geschaad (artikel 325 VWEU). Het Italiaanse wetboek van strafrecht kent een bepaling waarin staat dat in geval van stuiting van de verjaring de verjaringstermijn in geen enkel geval kan worden verlengd met meer dan een kwart van de aanvankelijke duur ervan. Gelet op de ingewikkeldheid en de lange duur van de strafprocedures tegen ernstige btw-fraude kan dit tot feitelijke straffeloosheid voor die fraude leiden, aangezien deze strafbare feiten gewoonlijk zijn verjaard voordat de in de wet voorziene straf kan worden opgelegd door een definitief geworden rechterlijk besluit. In de strafzaak tegen M.A.S, M.B, heft de Corte costituzionale (grondwettelijk hof van Italië) aan het Hof van Justitie de prejudiciële vraag gesteld of een dergelijke situatie afbreuk doet aan de door artikel 325 VWEU aan de lidstaten opgelegde verplichtingen. A-G Bot concludeert in deze zaak, kort gezegd, dat artikel 325 VWEU aldus moet worden uitgelegd dat het van de nationale rechter, handelend als gewone rechter van de Unie, vereist dat hij de verjaringstermijn die voortvloeit uit het wetboek van strafrecht buiten toepassing laat indien een dergelijke regeling het opleggen van doeltreffende en afschrikkende straffen belet in geval van ernstige fraude waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Stukken uit Curaçao en interne e-mails Belastingdienst mogen geheim blijven »
Publicatiedatum: 06-06-2017, NL FiscaalIn deze procedure bij de geheimhoudingskamer van Rechtbank Gelderland is in geschil of het resultaat van een verzoek om inlichtingen door de Inspecteur aan de autoriteiten van Curaçao geheim mag blijven, vanwege ‘gewichtige redenen’ als bedoeld in artikel 8:29 Awb. Eveneens in geschil is of hiervan sprake is ten aanzien van interne e-mails (tussen de Inspecteur en diens collega’s), alsmede de daaraan oorafgaande vraag of sprake is van op de zaak betrekking hebben de stukken ex artikel 8:42 Awb.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Rechtsbijstand op basis van 'no cure no pay' staat niet in de weg aan vergoeding immateriële schade overschrijding redelijke termijn »
Publicatiedatum: 02-06-2017, NTFR 2017/1433In een WOZ-procedure is de redelijke termijn overschreden. Om die reden heeft Hof Den Haag (20 juli 2016, nr. 15/01084, NTFR 2016/2136) een vergoeding van immateriële schade toegekend. Het college van B en W heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. De Hoge Raad bevestigt de hofuitspraak. Aan toekenning van een dergelijke schadevergoeding staat immers niet in de weg dat aan de belanghebbende bijstand is verleend op basis van ‘no cure no pay’. Evenmin staat daaraan in de weg dat belanghebbende ermee heft ingestemd dat een eventuele schadevergoeding aan de rechtsbijstandverlener wordt uitbetaald.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen proceskostenvergoeding voor intrekking verzoek voorlopige voorziening »
Publicatiedatum: 23-05-2017, NTFR 2017/1734Op grond van art. 8:81 Awb kan hangende de bezwaar- en/of beroepsprocedure een voorlopige voorziening worden gevraagd aan de rechtbank. Een voorlopigevoorzieningenprocedure wordt in de praktijk gebruikt om hangende een procedure bijvoorbeeld schorsende werking te krijgen voor het bestreden besluit of om het verstrekken van afschriften van de op de zaak betrekking hebbende stukken af te dwingen of om de werking van een utb in douanezaken op te schorten. Een belangrijke eis voor het indienen van een verzoek tot een voorlopige voorziening is het connexiteitsvereiste. Deze eis houdt in dat een bezwaarprocedure of beroepsprocedure aanhangig moet zijn. In dit geval had de belastingplichtige in de bezwaarfase het verzoek ingediend. Het andere punt dat in deze zaak speelt is de vraag of de belastingplichtige recht heeft op een proceskostenvergoeding bij de intrekking van het verzoek.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hennepkweker heeft vereiste aangifte niet gedaan; schattingen van inkomsten zijn redelijk »
Publicatiedatum: 20-04-2017, NTFR 2017/1855Belanghebbende is strafrechtelijk veroordeeld voor de handel in en het telen van hennep. Naar aanleiding van het strafrechtelijk onderzoek heeft de inspecteur over de jaren 1999 tot en met 2002 (navorderings)aanslagen opgelegd. Het hof acht aannemelijk dat belanghebbende betrokken was bij de teelt en handel in hennep. Hij heeft de inkomsten daaruit niet aangegeven. Het hof oordeelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit leidt tot omkering van de bewijslast. De omvang van de inkomsten zijn slechts door middel van schattingen vast te stellen, aangezien belanghebbende geen administratie heeft bijgehouden van de activiteiten en de opbrengsten daaruit. De schattingen van de inspecteur dienen wel redelijk te zijn. Belanghebbende heeft naar het oordeel van het hof onvoldoende aangevoerd voor de conclusie dat de schattingen van de inspecteur onredelijk zijn.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Winst Belgische bedrijvendokters in Nederland belast? »
Publicatiedatum: 14-04-2017, NLFiscaalX woont in België en heeft samen met zijn in Nederland woonachtige zakenpartner Y – als bedrijvendokters – een aantal transacties met betrekking tot de aan- en verkoop c.q. herstructurering van Nederlandse bedrijven verricht. Daarbij is gebruik gemaakt van verschillende entiteiten in onder meer Nederland en de Nederlandse Antillen. Naar aanleiding van een boekenonderzoek dat in 2002 is aangevangen, heeft de Inspecteur zich op het standpunt gesteld dat niet die entiteiten, maar X en Y de winst hebben genoten. De winst van X zou middels een vaste inrichting of vaste vertegenwoordiger aan Nederland moeten worden toegerekend. In een strafrechtelijke procedure is X vrijgesproken van onder andere oplichting van de Belastingdienst. De uitspraak van Hof Den Haag valt uiteen in een aantal formele en materiële aspecten. Het Hof heeft (ambtshalve) overwogen dat de vrijspraak in de strafprocedure niet tot gevolg heeft dat de aanslag moet worden vernietigd.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Massaal bezwaar bij OB privégebruik auto »
Publicatiedatum: 29-03-2017, NTFR 2017/1518Bij de Belastingdienst zijn sinds 2011 zo’n twee miljoen bezwaarschriften binnengekomen over de heffing van omzetbelasting bij privégebruik van de auto van de zaak. Vier van deze bezwaarschriften worden uitgeprocedeerd tot aan de Hoge Raad. Om de behandeling van de overige bezwaarschriften behapbaar te houden, heeft de staatssecretaris ervoor gekozen om deze bezwaarschriften als massaal bezwaar aan te merken. Als iemand bezwaar heeft gemaakt tegen de omzetbelasting voor het privégebruik van de auto van de zaak, dan valt dit bezwaarschrift onder het besluit als er wordt voldaan aan de volgende vier voorwaarden: (i) het gaat in het bezwaar om één of meer van de vragen over de omzetbelastingheffing over het privégebruik auto; (ii) er is bezwaar gemaakt uiterlijk op de dag voordat de Belastingdienst de collectieve uitspraak op bezwaar neemt; (iii) er is op tijd bezwaar gemaakt; (iv) de Belastingdienst heeft nog geen uitspraak op het bezwaarschrift gedaan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Regimewijziging kansspelbelasting buitensporige last voor exploitant? »
Publicatiedatum: 17-03-2017, NLFiscaalDe zaak was verwezen naar Hof Den Haag om te beoordelen of de introductie van de kansspelbelasting voor exploitant X bv tot een individuele en buitensporige last heeft geleid. Volgens het Hof is dat niet het geval. X bv komt terecht op tegen het oordeel van het Hof dat de keuze van de wetgever om kansspelautomaten met ingang van 1 juli 2008 naar dezelfde grondslag in de heffing van kansspelbelasting te betrekken als tafelspelen in een casino, in het geval van X bv niet heeft geleid tot een individuele en buitensporige last. De keuze van de wetgever kan voor een belastingplichtige alleen dan leiden tot een individuele en buitensporige last indien en voor zover deze last zich in diens geval sterker laat voelen dan in het algemeen.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Vergrijpboete overdrachtsbelasting voor aannemers-bv vanwege wederinkoop-constructie is terecht »
Publicatiedatum: 14-03-2017, NTFR 2017/1055Deze zaak hangt samen met Hof Arnhem-Leeuwarden 14 maart 2017, nr. 16/00123, NTFR 2017/1054. In die zaak ging het over de vraag of aan de schilder een vergrijpboete kon worden opgelegd. In deze zaak gaat het over de vraag of aan de aannemers-bv een boete kan worden opgelegd. Waar het in de zaak van de schilder goed afloopt, gaat het hier mis in die zin dat de vergrijpboete in stand wordt gelaten. Daarbij zijn vooral twee punten interessant. In de eerste plaats het pleitbare standpunt. Dat brengt mij op het tweede punt. De belastingplichtige probeert zich te verschuilen achter de notaris om aan de vergrijpboete te ontkomen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schilder mocht vertrouwen op notaris: vergrijpboete wegens 'een constructie' met onroerende zaken vernietigd »
Publicatiedatum: 14-03-2017, NTFR 2017/1054Op grond van art. 67f AWR kan een vergrijpboete worden opgelegd in verband met tekortkomingen in de nakoming van de betalingsverplichting. Dit feit moet goed worden onderscheiden van het opzettelijk onjuist doen van een aangifte bij aangiftebelastingen. Hiervoor kan de inspecteur namelijk geen vergrijpboete opleggen, maar die kwestie kan alleen strafrechtelijk worden gesanctioneerd. In deze zaak heeft de belanghebbende gebruikgemaakt van de diensten van een notaris. Tot 1 januari 2006 was het vaste jurisprudentie (HR 15 juli 1988, nr. 24.483, BNB 1988/270) dat een belastingplichtige zich, behoudens uitzonderingen, niet kon verschuilen achter zijn adviseur. Deed de adviseur een onjuiste aangifte, dan werd dit toegerekend aan de belastingplichtige die daarvoor de rekening kreeg gepresenteerd in de vorm van een boete. In HR 1 december 2006, nr. 40.369, NTFR 2006/1710 is hierop teruggekomen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang heeft bij de procedure »
Publicatiedatum: 01-03-2017, NTFR 2017/918Om in beroep ontvankelijk te worden verklaard, moet de belanghebbende een procesbelang hebben. Dat procesbelang houdt in dat het beroep hem een betere positie kan brengen met betrekking tot hetgeen wat in dit beroep centraal staat. Het procesbelang kan dus niet buiten de gevoerde procedure zijn gelegen. De Hoge Raad overwoog eerder uitdrukkelijk dat voor zover dit belang zich manifesteert bij andere belastingaanslagen of voor bezwaar vatbare beschikkingen, de belanghebbende desgewenst tegen die aanslagen of beschikkingen zal moeten opkomen (vgl. HR 23 maart 2012, nr. 11/01321, NTFR 2012/853, en HR 11 april 2014, nr. 13/01903, NTFR 2014/1259).

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Informatiebeschikkingen deels vernietigd »
Publicatiedatum: 07-02-2017, NTFR 2017/681Het eerste geschilpunt ziet op de vraag of een informatiebeschikking gedeeltelijk kan vervallen. De belastingplichtige stelde zich op het standpunt dat de informatiebeschikkingen van rechtswege zijn vervallen omdat de inspecteur een navorderingsaanslag schenkingsrecht heeft vastgesteld en uitspraak heeft gedaan op een bezwaarschrift tegen een eerdere aanslag schenkingsrecht. Het tweede geschilpunt is in dit kader interessanter.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Commentaar NOB op Evaluatie Wet rechtsbescherming controlehandelingen fiscus »
Publicatiedatum: 24-01-2017, NTFR 2017/355Het NOB heeft, in het kader van de evaluatie van de Wet rechtsbescherming controlehandelingen fiscus, de zogenaamde Wet Dezentjé, een commentaar uitgebracht op de werking van deze wet. Destijds is in deze wet een aantal maatregelen getroffen om de burger een rechtsbescherming te bieden tegen ongebreidelde controles door de Belastingdienst. Een van deze maatregelen was het invoeren van art. 52a AWR, de informatiebeschikking. Dit artikel blijkt in de praktijk niet goed genoeg te werken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aangifte VPB te laat ingediend, belanghebbende slaagt deels in bewijslast »
Publicatiedatum: 19-01-2017, NTFR 2017/563Een van de geschilpunten in deze zaak is het tijdstip waarop de belanghebbende (nadere) bewijsstukken in het geding heeft in gebracht. Belanghebbende heeft in hoger beroep balansen, winst- en verliesrekeningen, etc. ingebracht om zijn standpunten te onderbouwen. De inspecteur vindt dit te laat en is van mening dat de stukken buiten beschouwing moeten blijven. Als reden daarvoor voert de inspecteur aan dat de stukken uiterlijk in de bezwaarfase hadden moeten worden ingebracht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank gaat voorbij aan bevoegdheidsgebrek opleggen beschikking »
Publicatiedatum: 16-01-2017, NTFR 2017/856Tot 1 januari 2013 kon de rechtbank alleen in de situatie dat er sprake was van een schending van een vormvoorschrift daaraan voorbijgaan met toepassing van art. 6:22 Awb. Onder vormvoorschriften vielen voorschriften die zien op de procedure van de totstandkoming, de wijze van de beslissing of de wijze van vastlegging van het besluit. Het ging dus niet om de inhoudelijke eisen aan het besluit. Per 1 januari 2013 heeft de wetgever de toepassingsmogelijkheden van art. 6:22 Awb verruimd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Recht om op te komen tegen een inlichtingenverzoek »
Publicatiedatum: 10-01-2017, NLFiscaalZaak bij HvJ betreffende de Luxemburgse Belastingdienst en de vennootschap naar Frans recht Cofima SAS. Om grensoverschrijdende belastingontduiking en ontwijking te bestrijden zijn de lidstaten van de EU op grond van richtlijn 2011/16/EU (hierna: de richtlijn) in beginsel verplicht mee te werken aan het verkrijgen en verstrekken van inlichtingen ‘die naar verwachting van belang zijn voor de belastingheffing’. Daarbij geldt de voorwaarde dat de verzoekende staat eerst de ‘gebruikelijke bronnen’ moet aanwenden om (zelf) achter de informatie te komen en voorts bij het verzoek het ‘fiscale doel’ van de inlichtingen vermeldt. Sinds 2008 zijn verschillende wetswijzigingen doorgevoerd. Zo kende de regeling voorheen het recht om beroep in te stellen tegen het (verzoek tot het) verstrekken van inlichtingen. Evenals in Luxemburg, waar deze casus op ziet, is in Nederland dit recht geschrapt. Volgens de website van het Expertisecentrum Europees Recht van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dit de eerste zaak waarin de afschaffing van het recht op beroep aan de orde wordt gesteld.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Eventuele inbeslagname administratie bij adviseur leidt niet tot ontheffing van aangifteplicht »
Publicatiedatum: 10-01-2017, NTFR 2017/432Belanghebbende heeft het standpunt ingenomen dat hij niet eerder aangifte heeft kunnen doen, vanwege inbeslagname van zijn administratie door de FIOD in 2013. Daarmee is hij echter niet ontheven van zijn aangifteplicht. Het hof wijst op de praktische oplossing om de inspecteur dan tenminste te informeren dat hij niet in staat was aangifte te doen vanwege de inbeslagname. Door dat niet te doen, is belanghebbende nalatig geweest in het doen van de aangifte IB/PVV 2012. Vervolgens is de vraag of de bewijslast moet worden omgekeerd en verzwaard omdat ‘de vereiste aangifte’ niet is gedaan.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Belastingplicht forens kan niet bij overeenkomst worden verlegd naar exploitant recreatieterrein »
Publicatiedatum: 22-12-2016, NTFR 2017/420Dit keer laat A-G IJzerman zijn mening horen over de vraag of een eigenaar van een stacaravan op kan komen tegen de aanslag forensenbelasting die de gemeente Oisterwijk heeft opgelegd aan de eigenaar van het caravanpark. In deze aanslag forensenbelasting is het gedeelte van de belasting dat ziet op belanghebbende opgenomen, maar daarnaast ook de door andere eigenaren verschuldigde forensenbelasting.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verzoek om herziening van als tipgeverszaak bekend arrest afgewezen »
Publicatiedatum: 09-12-2016, NLFiscaalHoewel de Hoge Raad er in zijn arrest in de tipgeverszaak op bedenkelijke wijze op vooruit lijkt te lopen, staat het verwijzingshof Den Bosch, gelet op de aan het Hof voorbehouden waardering van de bewijsmiddelen, vrij om ‘alle omstandigheden meegewogen’ tot hetzelfde aannemelijkheidsoordeel te komen als Hof Arnhem-Leeuwarden (en zodoende de aanslagen te vernietigen). Dat lijkt mij een terechte uitkomst. Zie hierover ook mijn artikel in Het Register.[4]

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Deponering informatiebeschikking in brievenbus gelijk aan toezending of uitreiking »
Publicatiedatum: 02-12-2016, NLFiscaalMet dit arrest wordt ‘uitreiking of toezending’ als bedoeld in artikel 3.41 Awb een klein beetje opgerekt omdat deponering van een besluit door een controlemedewerker van de Belastingdienst in de brievenbus van belanghebbende aan uitreiking wordt gelijkgesteld, nu daardoor op gelijke wijze kennis kan worden genomen van de inhoud van een besluit. Een begrijpelijk en pragmatisch oordeel. Je kunt je wel afvragen of ‘rekenen tot’ (gelet op de motivering van de Hoge Raad) inderdaad juister is dan ‘op één lijn stellen met’ (zoals het Hof had gedaan).

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Geen 'mede-belanghebbende' door restrictieve uitleg van dat begrip, maar op bezwaar moet wel tijdig worden beslist »
Publicatiedatum: 29-11-2016, NTFR 2017/283In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland spelen twee interessante onderwerpen. In de eerste plaats de vraag of de eiser in deze zaak voldoet aan het begrip ‘belanghebbende’ om het rechtsmiddel in te kunnen stellen en in de tweede plaats of de eiser aanspraak kan maken op de dwangsom wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Termijnoverschrijding verschoonbaar; vermogensrendementsheffing toegestaan »
Publicatiedatum: 25-11-2016, NLFiscaalOmdat het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur ontvankelijk wordt verklaard, moet alsnog een inhoudelijke behandeling van het geschil plaatsvinden. Dat geschil betreft de vraag of de forfaitaire rendementsheffing voor het jaar 2011 in strijd is met enige rechtsregel. Daaromtrent heeft de Hoge Raad geoordeeld in zijn arrest van 10 juni 2016, 14/05020, ECLI:NL:HR:2016:1129, BNB 2016/177. Er is geen grond in dit geval anders te oordelen. Het beroep tegen de uitspraak van de Inspecteur moet derhalve ongegrond worden verklaard, zoals de Rechtbank heeft gedaan, aldus de Hoge Raad.

Lees meer »
B.J.G.L. Jaeger
<a href=B.J.G.L. Jaeger"/>


Groot verschil in beboeting tussen zwartspaarder en haar zoon leidt tot matiging boete van 216% naar 72% »
Publicatiedatum: 16-11-2016, NTFR 2017/88Belanghebbende had in 2008 een Luxemburgse bankrekening met een saldo van € 3.439.242 op 1 januari 2008 en € 2.592.058 op 31 december 2008. Belanghebbende heeft deze rekening niet in haar aangifte aangegeven. De inspecteur heeft bij het opleggen van de aanslag over het jaar 2008 het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen verhoogd met een geschat tegoed bij de Luxemburgse bankrekening. Daarbij heeft de inspecteur tevens een boete van 300% aan belanghebbende opgelegd. Belanghebbende heeft tot aan de zitting bij de rechtbank ontkend dat zij een Luxemburgse rekening heeft. De rechtbank heeft de boete overeenkomstig het standpunt van de inspecteur gematigd tot 216% (300% – 10% voor het meewerken in de beroepsfase – 20% voor overschrijding van de redelijke termijn). In geschil is of de boete terecht is opgelegd. Het hof oordeelt dat aan belanghebbende terecht een boete is opgelegd, omdat zij in haar aangifte opzettelijk geen melding heeft gemaakt van het vermogen op haar Luxemburgse bankrekening. Het hof matigt de boete echter tot op 72%. Dit omdat in een zaak van de zoon van belanghebbende, zowel het hof en de rechtbank, overeenkomstig het standpunt van de inspecteur, de boete op 72% hebben vastgesteld en de inspecteur ter zitting geen verklaring voor het grote verschil in boetes heeft kunnen geven.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Verplichting om op korte termijn uitspraak op bezwaar te doen heft hoorplicht niet op »
Publicatiedatum: 20-10-2016, NTFR 2017/502De teleurstellende conclusie is dat het geen uitzondering meer is: de inspecteur die via een dwangsom door de rechtbank gedwongen moet worden om nu toch echt uitspraak te gaan doen op het bezwaar. Ook hier is dat het geval en moet de inspecteur uitspraak op bezwaar doen binnen twee weken na 25 juni 2015 – nadat hij al op 23 februari 2015 een ingebrekestelling van belanghebbende had ontvangen.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Heffingsambtenaar heeft verzoek om telefonische hoorzitting ten onrechte geweigerd »
Publicatiedatum: 29-09-2016, NTFR 2016/3090 Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn vrijstaande woning. In bezwaar is door de gemachtigde van belanghebbende verzocht om telefonisch te worden gehoord. Dat verzoek is door de heffingsambtenaar uiteindelijk afgewezen. Het hof overweegt dat een bestuursorgaan gehoor dient te geven aan de wens van een belanghebbende om hem telefonisch te horen, tenzij zwaarder wegende belangen aan de zijde van het bestuursorgaan zich hiertegen zouden verzetten. Het hof is van oordeel dat de heffingsambtenaar het verzoek van belanghebbende om een telefonische hoorzitting ten onrechte heeft geweigerd. De door de heffingsambtenaar aangedragen argumenten om in dit geval niet telefonisch te horen, overtuigen het hof niet, terwijl het hof het argument van gemachtigde dat hij zodoende in staat is om – evenals de heffingsambtenaar – zijn eigen systemen te raadplegen waardoor hij de belangen van de belanghebbende beter kan behartigen en er wordt gekomen tot een doelmatige hoorzitting, een valide reden acht. Aldus heeft de heffingsambtenaar in strijd met art. 7:2 Awb gehandeld. Inhoudelijk oordeelt het hof dat geen van de partijen de door hen verdedigde waarde van de woning aannemelijk heeft gemaakt. Het hof stelt vervolgens de waarde van de woning in goede justitie vast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Met enkel verwijzing naar eerdere procedure zonder stukken bij te voegen zijn geen gronden ingediend »
Publicatiedatum: 27-09-2016, NTFR 2016/2510Aan belanghebbende zijn twee aanslagen rioolrecht opgelegd. Belanghebbende heeft de gronden van zijn beroepschrift niet vermeld. Er is alleen verwezen naar een procedure uit 2006. Volgens belanghebbende kon een motivering achterwege blijven omdat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure die ten tijde van de indiening van het onderhavige beroep voorlag bij het hof. Rechtbank Gelderland oordeelt dat de enkele verwijzing naar de eerdere procedure zonder het bijvoegen van stukken onvoldoende is voor een gemotiveerd beroepschrift als bedoeld in art. 6:5 Awb. Dat de rechtbank bekend was met de eerdere procedure maakt dat niet anders. Belanghebbende is nadat de Hoge Raad over de procedure over 2006 had beslist opnieuw in de gelegenheid gesteld om zijn beroepschrift te motiveren. Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Kostenvergoeding voor gegrond bezwaar ondanks niet reageren op vooraankondiging »
Publicatiedatum: 16-09-2016, NTFR 2016/2428In dit arrest moet de Hoge Raad oordelen over de vraag of de belastingplichtige in de bezwaarfase recht heeft op een vergoeding van de gemaakte proceskosten. In dit geval heeft de belastingplichtige aangifte gedaan voor de BPM. Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis komt de Hoge Raad tot het oordeel dat de belastingplichtige recht heeft op een proceskostenvergoeding omdat de aangifte die hij heeft gedaan correct was en de inspecteur daarop ten onrechte een correctie had toegepast. Dit betekent dat de naheffingsaanslag is herroepen, wat op grond van art. 7:15 Awb het toekennen van een proceskostenvergoeding mogelijk maakt. Sprake is van onrechtmatig handelen door de RDW omdat die onjuiste gegevens in het register heeft opgenomen, maar deze handeling laat de Hoge Raad terecht voor rekening van de inspecteur komen (vgl. HR 19 december 2014, nrs. 13/05786 t/m 13/05788, NTFR 2015/321). Het kan en mag niet de bedoeling zijn om een belastingplichtige op te laten draaien voor de kosten die hij in bezwaar heeft moeten maken om de onjuiste naheffingsaanslag van tafel te krijgen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Intoetsen verkeerd bedrag door Belastingdienst is een fout op grond waarvan navordering mogelijk is I »
Publicatiedatum: 23-08-2016, NTFR 2016/2678In deze procedure heeft een administratief medewerker van de Belastingdienst bij het overnemen van de gegevens van een papieren aangifte schenkbelasting een ‘fout’ gemaakt. De vraag is of deze ‘fout’ kan worden hersteld door het vaststellen van een navorderingsaanslag. Voorafgaand aan de invoering van art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR had de Hoge Raad (8 augustus 2003, nr. 37.570, NTFR 2003/1399) over de schrijf- en tikfoutenjurisprudentie overwogen dat navordering is toegestaan als een aanslag te laag is vastgesteld niet als gevolg van een verwijtbaar onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of in het recht, maar door een vergissing die heeft geleid tot een discrepantie tussen wat de inspecteur wilde en wat in het aanslagbiljet is vastgelegd, zoals een schrijf-, reken-, overname- of intoetsfout, en het voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar was dat bij de totstandkoming van de aanslag een fout was gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen schending hoorplicht bij volledige tegemoetkoming bezwaar »
Publicatiedatum: 14-06-2016, NTFR 2016/2213Belanghebbende is in bezwaar gegaan tegen een naheffingsaanslag BPM. In deze zaak heeft de gemachtigde van de belanghebbende enige formele grieven opgeworpen. De inhoud van deze grieven wekt verbazing en roept de vraag op of het wenselijk is dat hierover in beroep en hoger beroep wordt geprocedeerd. De grieven zijn immers, zoals uit het navolgende blijkt, te kenmerken als een schot hagel in plaats van een scherp schot.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft bij het opleggen van navorderingsaanslagen voldoende voortvarend gehandeld »
Publicatiedatum: 12-06-2016, NTFR 2016/2569Aan belanghebbende zijn diverse navorderingsaanslagen opgelegd in het kader van het BZN-project. Het hof stelt voorop dat als de inspecteur zonder dat daartoe goede redenen bestaan, zes maanden of langer geen actie heeft ondernomen, aangenomen wordt dat hij onvoldoende voortvarend gehandeld heeft. Volgens het hof is hier geen sprake van. Het hof overweegt dat de door de inspecteur verrichte handelingen gericht waren op het verkrijgen van inlichtingen die nodig waren voor het bepalen van de verschuldigde belasting en het voorbereiden en vaststellen van de navorderingsaanslagen. Dat de betreffende handelingen uiteindelijk geen vruchten hebben afgeworpen, zodat de inspecteur de navorderingsaanslagen heeft vastgesteld aan de hand van gegevens die reeds eind 2007 bekend waren bij de inspecteur, acht het hof verder niet van belang. Het hof vermindert de boeten in verband met strafverminderende omstandigheden.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Geen scholingseisen aan beroepsmatige rechtsbijstand »
Publicatiedatum: 31-05-2016, NTFR 2016/1811Namens belanghebbende heeft B bezwaar en beroep ingesteld tegen een WOZ-beschikking. De rechtbank heeft het beroep gegrond verklaard en een proceskostenvergoeding toegekend. Bij het hof is de proceskostenvergoeding in geschil. Ondanks de bescheiden hoogte van de forfaitaire proceskostenvergoeding in bestuurszaken wordt hier regelmatig over geprocedeerd. Deze hofuitspraak laat niet veel nieuws zien, maar is toch nuttig omdat ze leest als een spoorboekje. De vereisten voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, de mogelijkheid van no cure no pay en de vergoeding van taxatiekosten passeren de revue.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Berekenening rentevergoeding over teruggaaf BPM moet op de voet van de Invorderingswet »
Publicatiedatum: 26-05-2016, NTFR 2016/2166Belanghebbende heeft aangifte gedaan ter zake van de registratie van een personenauto afkomstig uit een andere lidstaat van de EU. De BPM is berekend op € 2.599. De inspecteur heeft vvervolgens een naheffingsaanslag BPM opgelegd van € 225. Belanghebbende heeft het bedrag betaald. Na bezwaar is de naheffingsaanslag vernietigd. In geschil is of rente vergoed dient te worden over de terugbetaalde BPM.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Belanghebbende is tijdens hogerberoepsprocedure overleden en erfgenamen verwerpen nalatenschap: hoger beroep niet-ontvankelijk »
Publicatiedatum: 26-04-2016, NTFR 2016/1481Gedurende het hoger beroep tegen aanslagen inkomstenbelasting komt de belastingplichtige te overlijden. De opgelegde vergrijpboeten en verzuimboete worden naar aanleiding van het overlijden verminderd tot nihil. Aangezien zoon en dochter, de enige twee erfgenamen, de nalatenschap hebben verworpen – en de derde van de erfenis uitgesloten dochter eveneens laat weten ‘geen belanghebbende’ te zijn – zijn er geen belanghebbenden in de procedure aan te wijzen. Voor een succesvol (hoger) beroep is echter vereist is dat een belanghebbende ‘procesbelang’ heeft bij (het voortzetten van) een procedure.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Belastingrechter is bevoegd inzake verzoek gegevensverstrekking op voet van art. 40 Wet WOZ »
Publicatiedatum: 26-04-2016, NTFR 2016/1481Op verzoek van belanghebbende heeft de heffingsambtenaar gegevens verstrekt van twee WOZ-objecten. De heffingsambtenaar heeft het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard. In hoger beroep heeft Hof Arnhem-Leeuwarden (2 februari 2016, nr. 15/00046, NTFR 2016/816) terecht geoordeeld dat de beslissing van de heffingsambtenaar is genomen op de voet van art. 40 Wet WOZ. Deze bepaling strekt ertoe dat degene aan wie een WOZ-beschikking is opgelegd, bepaalde waardegegevens kan verkrijgen om de WOZ-beschikking te kunnen controleren. De beoordeling van de vraag of een heffingsambtenaar heeft voldaan aan de in art. 40 Wet WOZ neergelegde verplichting, dient plaats te vinden in de procedure tegen de WOZ-beschikking. Voor die procedure is de belastingrechter de bevoegde rechter. Gelet op de samenhang tussen een besluit op de voet van art. 40 Wet WOZ en de vaststelling van de WOZ-waarde, moet volgens de Hoge Raad worden aangenomen dat ook het eerstbedoelde besluit is gelijk te stellen met een ingevolge de belastingwet genomen besluit. Dit betekent dat de belastingrechter bevoegd is. In de wet is echter niet voorgeschreven dat het besluit op de voet van art. 40 Wet WOZ wordt genomen bij voor bezwaar vatbare beschikking. De heffingsambtenaar had het bezwaar derhalve niet-ontvankelijk moeten verklaren.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Informatiebeschikking coffeeshophouder terecht, omdat niet aan administratieverplichting is voldaan »
Publicatiedatum: 18-04-2016, NTFR 2016/2120Belanghebbende exploiteert in firmaverband een coffeeshop. In 2012 en 2013 zijn er diverse waarnemingen ter plaatse (wtp’s) bij de coffeeshop verricht en heeft de inspecteur aansluitingsverschillen in de omzet geconstateerd. Op grond van een theoretische omzetberekening heeft de inspecteur geconcludeerd tot een omzetverhoging van € 5.500.000. De inspecteur heeft belanghebbende in de gelegenheid gesteld om in te keren. Belanghebbende heeft hiervan geen gebruik gemaakt, waarna in 2014 een boekenonderzoek is gestart, dat ten tijde van de zitting bij de rechtbank nog niet was afgerond. De inspecteur heeft op 17 februari 2015 aan eiser de onderhavige informatiebeschikking voor de jaren 2011 t/m 2013 gegeven. De rechtbank oordeelt dat de informatiebeschikking terecht is afgegeven.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


forfaitaire vergoeding hoorzitting gematigd omdat die de in redelijkheid te maken kosten ver overtreft Rechtbank Den »
Publicatiedatum: 01-04-2016, NTFR 2016/1913 PKV:Evenals Hof Arnhem-Leeuwarden eerder dit jaar (26 januari 2016, nr. 15/00914, NTFR 2016/818) oordeelt de rechtbank in deze zaak dat onder bijzondere omstandigheden van het forfait voor de proceskostenvergoeding kan worden afgeweken, als toepassing van het forfait zou leiden tot een vergoeding die de in redelijkheid te maken kosten ver overtreft. De wijze van matiging, door het omgerekende gemiddelde uurtarief te matigen tot € 250 c.q. € 200, doet denken aan de wijze waarop de vergoeding voor ‘in redelijkheid gemaakte kosten’ bij vrijspraak of sepot ex art. 591a Sv in strafzaken wordt vastgesteld.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Machtiging wordt geacht doorlopend te zijn verleend »
Publicatiedatum: 29-03-2016, NTFR 2016/1245De rechtbank (Rechtbank Rotterdam 17 juni 2015, nrs. 14/9096 t/m 14/9098) oordeelt dat de heffingsambtenaar naar een recente machtiging heeft mogen vragen, omdat de opgestelde machtiging ruim voor de datum van de bestreden WOZ-beschikkingen is opgesteld en deze niet viel te herleiden naar de in bezwaar bestreden beschikkingen. Het hof overweegt daarentegen dat zich tussen het verlenen van de machtiging in 2013 en het indienen van de onderhavige bezwaarschriften geen omstandigheid als bedoeld in art. 3:72 Awb (einde van volmacht) heeft voorgedaan waardoor de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de gemachtigde zou zijn geëindigd. Het standpunt van de heffingsambtenaar, dat uit de volmacht moet blijken dat die doorlopend is verleend, is onjuist, aangezien de machtiging geacht wordt doorlopend te zijn verleend, zolang deze niet is herroepen of is opgezegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechter hoeft niet te beslissen op verzoek om proceskostenvergoeding te laten uitbetalen op rekening gemachtigde »
Publicatiedatum: 26-02-2016, NTFR 2016/813In een WOZ-procedure is belanghebbende in het gelijk gesteld. Hof Den Haag (22 mei 2015, nr. 15/00141, NTFR 2015/2310) heeft de heffingsambtenaar in de proceskosten veroordeeld. Belanghebbende heeft verzocht het bedrag aan proceskosten over te maken op de rekening van de gemachtigde. Het hof heeft daaraan geen gehoor gegeven. Het is in een procedure als deze niet aan het hof een oordeel te geven over een verzoek het bedrag aan proceskostenvergoeding over te maken naar de rekening van een ander dan de belanghebbende, aldus het hof. De Hoge Raad onderschrijft dit oordeel. Uit art. 8:75 Awb of enige andere wettelijke bepaling volgt immers niet dat de bestuursrechter is gehouden op een dergelijk verzoek te beslissen.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Schending Unierechtelijk verdedigingsbeginsel in bezwaarfase leidt niet tot vernietiging van douaneheffingen omdat niet is voldaan aan 'andere afloop-criterium' »
Publicatiedatum: 19-02-2016, NTFR 2016/753Belanghebbende, douane-expediteur, heeft aangifte gedaan voor het in het vrije verkeer brengen van fietsen met oorsprong Maleisië. Het antifraudebureau van de EU (OLAF) heeft onderzoek ingesteld en geconcludeerd dat de fietsen in werkelijkheid de oorsprong China hebben. De inspecteur heeft belanghebbende voorafgaand aan de navordering van douanerechten en antidumpingrechten wel het OLAF-rapport verstrekt, maar zonder de daarbij behorende annexen. Pas in hoger beroep heeft de inspecteur de annexen alsnog verstrekt, zij het met diverse ‘gewitte’ passages. Hof Amsterdam (20 november 2014, nr. 12/00527, NTFR 2014/2953) heeft geoordeeld dat hiermee aanvankelijk niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken ter inzage zijn verstrekt en dat daarmee het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel is geschonden, maar heeft hieraan geen gevolgen verbonden voor de heffingen.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Tegen gegrond verzet staat geen cassatieberoep open »
Publicatiedatum: 12-02-2016, NTFR 2016/703Belanghebbende heeft verzet aangetekend tegen een uitspraak van de rechtbank ex art. 8:54 Awb (vereenvoudigde behandeling). Het verzet is gegrond verklaard. Daartegen heeft belanghebbende cassatieberoep aangetekend. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk, omdat tegen een ‘gegrond verzet’ geen cassatieberoep openstaat. Ten overvloede geeft de Hoge Raad nog mee dat het de voorkeur verdient dat een ‘verzetrechter’ reeds een proceskostenvergoeding in de ‘verzetuitspraak’ opneemt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank legt overgangsrecht BPB op voor belanghebbende gunstige wijze uit »
Publicatiedatum: 11-02-2016, NTFR 2016/858Vanaf 1 januari 2015 is de regeling in het BPB die ziet op samenhangende zaken verruimd. Voor een samenhangende zaak is niet langer vereist dat de bezwaren of beroepen (i) (nagenoeg) gelijktijdig zijn ingediend, (ii) zijn gericht tegen (nagenoeg) identieke besluiten en (iii) zijn gebaseerd op vergelijkbare gronden. Voldoende is dat het bestuursorgaan of de bestuursrechter de bezwaren of beroepen (nagenoeg) gelijktijdig behandelt, sprake is van dezelfde gemachtigde en de ‘werkzaamheden in elk van de zaken nagenoeg identiek konden zijn’. In de onderhavige zaak is in 2014 uitspraak op bezwaar gedaan, waarin door de inspecteur niet is beslist op het verzoek om een proceskostenvergoeding. Tegen deze (inhoudelijke) uitspraak op bezwaar is belanghebbende niet in beroep gekomen. In 2015 beslist de inspecteur alsnog op het verzoek tot vergoeding van de proceskosten. Tegen die beslissing gaat belanghebbende wel in beroep. In geschil is of bij de beoordeling van het verzoek om proceskostenvergoeding de regeling uit 2014 of uit 2015 moet worden toegepast. Indien de regeling van 2015 moet worden toegepast, is sprake van samenhangende zaken zodat een beperkte(re) proceskostenvergoeding kan worden toegekend. Dit standpunt bepleit de inspecteur. Belanghebbende daarentegen is van mening dat de regeling uit 2014 moet worden gehanteerd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen procesbelang bij hogere aanslag »
Publicatiedatum: 19-01-2016, NTFR 2016/1080Op grond van art. 8:70 Awb kan de belastingrechter het beroep van een belastingplichtige niet-ontvankelijk verklaren. De belastingrechter maakt van deze mogelijkheid onder meer gebruik als de belastingplichtige geen procesbelang (meer) heeft. In deze zaak is de vraag of de belastingplichtige voor het jaar 2011 een procesbelang heeft bij het instellen van het beroep. De belastingplichtige wil in deze zaak een ‘truc’ uithalen om ervoor te zorgen dat zijn verliesverrekening niet verdampt. Deze ‘truc’ leidt onder de streep niet tot een ander te betalen bedrag aan belasting. In beide situaties (met of zonder volledige verliesverrekening) blijft sprake van een nihilaanslag. Niets betalen is niets betalen, wat de weg naar deze uitkomst ook is. Die conclusie trekt de rechtbank ook. De rechtbank oordeelt dat de belastingplichtige niet in een betere situatie terecht kan komen dan hij al zit zodat hij geen belang heeft bij het instellen van het rechtsmiddel. De rechtbank laat het niet bij deze beoordeling, maar betrekt daarbij ook de vraag of op grond van art. 21a Wet VPB 1969 een procesbelang zou kunnen ontstaan voor de belastingplichtige.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Forens is beroepsgerechtigd ook al is de aanslag forensenbelasting aan exploitant recreatieterrein opgelegd »
Publicatiedatum: 07-01-2016, NTFR 2016/981In deze zaak was in geschil of degene die bezwaar/beroep had gemaakt daartoe ook gerechtigd was. Daarbij is van belang dat deze persoon niet degene is geweest die de belastingaanslag heeft ontvangen, maar wel degene is die in feite de betreffende belasting (forensenbelasting) moet betalen. De ‘belanghebbende’ in deze zaak voldoet dus niet aan de eisen van art. 26a AWR om als een ‘echte’ belanghebbende te kwalificeren. Rechtbank Zeeland-West Brabant (4 juli 2014, nr. 13/360, NTFR 2014/2437) en Hof Den Bosch verschillen vervolgens van oordeel over de vraag of deze ‘belanghebbende’ dan wel voldoet aan de eisen van art. 26a, lid 2, AWR.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen voortvarendheidseis binnen ‘reguliere’ navorderingstermijn »
Publicatiedatum: 22-12-2015, NTFR 2016/2278De ‘zwartspaarder’ in deze casus verweerde zich tegen de aanslag en tegen de daarbij opgelegde boete. De beoordeling of de boete voldoende gematigd is vanwege de alsnog gegeven openheid van zaken in de beroepsfase, is casuïstisch van aard. Tegen de aanslag zelf stelde belanghebbende dat deze onvoldoende voortvarend is opgelegd en daarom vernietigd dient te worden. De rechtbank verwerpt deze klacht onder verwijzing naar het – in de tussentijd gewezen – arrest HR 14 augustus 2015, nr. 14/02491, NTFR 2015/2285. Daarin oordeelde de Hoge Raad dat een voortvarendheidseis niet geldt als gebruik wordt gemaakt van de ‘binnenlandse’ navorderingstermijn van vijf jaar.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Art. 27a AWR geeft inspecteur niet zonder meer de mogelijkheid tot het geven van informatiebeschikking in beroepsfase »
Publicatiedatum: 18-12-2015, NTFR 2016/351Weliswaar heeft de Hoge Raad recent bepaald dat de invoering van de informatiebeschikking directe werking kent (HR 2 oktober 2015, NTFR 2015/2710), maar dit geldt uitsluitend voor zover de uitspraak op bezwaar is gedaan ná inwerkingtreding van art. 52a AWR op 1 juli 2011. In deze casus bevond de procedure zich op die datum reeds in de beroepsfase. De inspecteur kan dan alleen een informatiebeschikking afgeven als het een beroep betreft tegen het te laat doen van de uitspraak op bezwaar (art. 4:17, lid 3, Awb) en de rechtbank op grond van art. 27a AWR bepaalt dat de informatieverplichtingen van art. 47 e.v. AWR in die beroepsfase van toepassing blijven. In deze procedure heeft de rechtbank van die bevoegdheid geen gebruik gemaakt, zodat de bewijslast op grond van het oude recht dus had kunnen worden omgekeerd als vaststond dat de ex art. 47 AWR gevraagde informatie niet is verstrekt.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Hoorgesprek heeft overeenkomstig te daaraan te stellen eisen plaatsgevonden »
Publicatiedatum: 24-11-2015, NTFR 2016/359Het hof oordeelt in deze zaak dat de inspecteur in overeenstemming met het vorenstaande de belanghebbende heeft gehoord. Tijdens het hoorgesprek zijn alle geschilpunten aan de orde geweest. Ook volgt uit de uitspraak dat niet alleen de belanghebbende haar ‘zegje’ heeft kunnen doen, maar dat ook de inspecteur zijn argumenten naar voren heeft gebracht. Daarmee is recht gedaan aan het beginsel van hoor en wederhoor. In de praktijk schort het daar nog wel eens aan, omdat een inspecteur het ‘horen’ te letterlijk opvat door de belanghebbende de gelegenheid te geven zijn argumenten (nader) toe te lichten en die slechts aanhoort, zonder daarop te reageren. In deze zaak is, aldus het hof, alles volgens het ‘boekje’ gegaan, zodat de argumenten van de belanghebbende worden verworpen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bij uitspraak op bezwaar na 1 juli 2011 is informatiebeschikking vereist voor omkering; ingebrekestelling kan niet elk gewenst moment plaatsvinden »
Publicatiedatum: 13-11-2015Zie mijn commentaar bij HR 13 november 2015, nr. 14/01701, NTFR 2015/3248.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Schatting van verzwegen vermogen is wel redelijk »
Publicatiedatum: 13-11-2015Zie mijn commentaar bij HR 13 november 2015, nr. 14/01701, NTFR 2015/3248.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


BZN-project: hof legt onjuiste toets aan voor beoordeling voortvarendheid »
Publicatiedatum: 13-11-2015Op 13 november 2015 heeft de Hoge Raad een negental arresten gewezen die verband houden met het zogenoemde project Bank Zonder Naam. Van deze negen arresten kunnen drie clusters van zaken worden gevormd. In dit nummer van NTFR zijn daarom drie items opgenomen (met nrs. 14/01701 (dit item), 14/01744 (NTFR 2015/3249) en 14/01722 (NTFR 2015/3250)). Deze arresten vertonen inhoudelijk de nodige samenhang, reden om een aantal aspecten gezamenlijk te becommentariëren.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Verlengde navorderingstermijn van toepassing voor buitenlandse beleggingen die in Nederland worden beheerd »
Publicatiedatum: 09-11-2015, NTFR 2015/2708De belastingplichtige (inmiddels erflater) in deze zaak had zijn vermogen ondergebracht bij een Nederlandse beheerder en stelde zich daarom op het standpunt dat geen sprake was van ‘in het buitenland aangehouden vermogen’. Gelet daarop zou slechts vijf in plaats van twaalf jaar kunnen worden nagevorderd. Voor het hof was mede in geschil of het beheer inderdaad mede (of zelfs uitsluitend) vanuit Nederland plaatsvond, aangezien het hoofdkantoor van de vennootschap waarvoor de vermogensbeheerder werkte – en waarbij belastingplichtige de beleggingsverzekering had afgesloten – in Luxemburg was gevestigd. De Hoge Raad maakt er weinig woorden aan vuil en verwijst naar een spiegelbeeldig arrest van 13 augustus 2004 (nr. 39.287, NTFR 2004/1235), waarin een buitenlandse beheerder onvoldoende is geoordeeld voor de kwalificatie ‘buitenlandse bron’. De enkele omstandigheid dat het beheer vanuit Nederland plaatsvindt, is onvoldoende om van een Nederlandse bron te kunnen spreken.

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Hof legt onjuiste toetsingsmaatstaf aan bij schending verdedigingsbeginsel »
Publicatiedatum: 09-11-2015, NTFR 2015/2714Op 18 december 2008 (C-349/07) toverde het HvJ het verdedigingsbeginsel uit de hoge hoed (arrest Sopropé). Dit beginsel houdt – kort gezegd – in dat de belastingplichtige voorafgaand aan het vaststellen van een bezwarend besluit moet worden gehoord. Daarbij is wel noodzakelijk dat het bezwarende besluit de belastingplichtige in aanmerkelijke mate raakt. Wordt de belastingplichtige voorafgaand aan het besluit niet gehoord, dan is in principe het verdedigingsbeginsel geschonden. Over de gevolgen die aan een schending van het verdedigingsbeginsel moesten worden verbonden, liet het HvJ zich in het Sopropé-arrest niet uit. Dit zorgde ervoor dat de verschillende belastingrechters in Nederland verschillende toetsingsmaatstaven aan hun beslissingen ten grondslag legden. Dit gebeurde ook in de onderhavige procedure in eerste aanleg en in hoger beroep. Rechtbank Haarlem paste als toetsingskader het benadelingsvereiste toe. Het toetsingskader dat de rechtbank en het hof hebben gebruikt, ligt niet in lijn met het toetsingskader zoals de Hoge Raad dat voor ogen heeft.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


WOZ-zaak terug naar rechtbank omdat geschil ook ging over eerdere beschikkingen »
Publicatiedatum: 14-10-2015De beslistermijn voor het doen van uitspraak op bezwaar bedraagt zes weken nadat de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken (art. 7:10, lid 1, Awb). Tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar kan beroep bij een bestuursrechter worden ingesteld, mits twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is om tijdig uitspraak op bezwaar te doen (6:12, lid 2, Awb). Aan een dergelijke ingebrekestelling zijn geen verdere vormeisen gesteld dan dat deze schriftelijk moet zijn (Kamerstukken II, 2004-2005, 29 934, nr. 6). Op een besluiteloos bestuursorgaan rust dan ook de taak om ingebrekestellingen (tijdig) te herkennen, en in een aantal gevallen, zoals in het onderhavige geval, gaat dat mis.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Belanghebbende heeft wel de vereiste aangifte gedaan »
Publicatiedatum: 08-10-2015, NTFR 2015/3189In de zaak waarover Hof Den Bosch moest oordelen was de inspecteur ‘vergeten’ een informatiebeschikking af te geven. Deze vergissing had hij in de bezwaarfase niet hersteld. Gelet op de criteria voor omkering en verzwaring van de bewijslast (art. 25, lid 3, en art. 27e AWR) betekent dit dat aan deze ‘sanctie’ alleen kan worden toegekomen als de inspecteur aannemelijk maakt dat de vereiste aangifte niet is gedaan. In de onderhavige zaak haalt de inspecteur daartoe aan dat de belastingplichtige niet heeft voldaan aan zijn administratieplicht. De administratie biedt daardoor, aldus de inspecteur, onvoldoende basis voor de berekening van de behaalde omzet en winst. Om die reden stelt de inspecteur eigenhandig een omzetberekening op en destilleert daaruit wat de winst is die volgens hem is behaald.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsbijstand is niet beroepsmatig verleend »
Publicatiedatum: 22-09-2015, NTFR 2015/2883In deze procedure is in geschil of de belastingplichtige aanspraak kan maken op vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. Art. 8:75 Awb biedt daartoe de mogelijkheid. Om aanspraak te kunnen maken op vergoeding van de proceskosten is het van belang dat de belastingplichtige geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld. Dit is slechts anders indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeit uit de handelwijze van het bestuursorgaan. In dat geval kan de belastingrechter ook bij een ongegrond beroep aanleiding zien tot het toekennen van een proceskostenvergoeding

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verlengde navorderingstermijn ook van toepassing op forfaitair rendement buitenlandse beleggingsinstelling »
Publicatiedatum: 04-09-2015, NTFR 2015/3022Art. 16, lid 4, AWR bepaalt dat de navorderingstermijn voor vermogensbestanddelen die in het buitenland worden gehouden of zijn opgekomen, twaalf jaar bedraagt. Uit de wettekst volgt niet wat onder het begrip ‘opkomen in het buitenland’ moet worden verstaan. Heeft dit betrekking op de oorsprong van het vermogensbestanddeel of op de plaats van het genieten van het vermogensbestanddeel? Deze vraag is in het verleden al voorgelegd aan de Hoge Raad. In deze zaak is de inspecteur van mening dat de verlengde navorderingstermijn van toepassing is, omdat gebruik moet worden gemaakt van de regeling van het forfaitaire rendement (art. 29a Wet IB 1964 (tot 1997), art. 20b, lid 1, onderdeel b Wet IB 1964 (tot 2001) en art. 4.14 Wet IB 2001 (vanaf 2001). De regeling is van toepassing indien een belastingplichtige een aanmerkelijk belang aanhoudt in een niet in Nederland gevestigd beleggingslichaam. Voor de beoordeling waar een lichaam is gevestigd, zijn de omstandigheden van het geval doorslaggevend (art. 4, lid 1, AWR).

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Exploitant Chinees-Indisch restaurant schendt administratieplicht: informatiebeschikking is terecht »
Publicatiedatum: 25-08-2015, NTFR 2015/2638Belanghebbende dreef in de vorm van een eenmanszaak een Chinees-Indisch restaurant. Naar aanleiding van de bevindingen van een bij belanghebbende in 2013 ingesteld boekenonderzoek, heeft de inspecteur de conclusie getrokken dat belanghebbende de administratieplicht heeft geschonden. Daarom heeft hij de onderhavige informatiebeschikking vastgesteld. Volgens het hof is dat terecht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Kosten voor ter zitting horen van deskundige moeten ook worden vergoed als deskundige niet is aangekondigd »
Publicatiedatum: 13-08-2015Art. 8:60, lid 4, Awb bepaalt dat partijen deskundigen (en getuigen) kunnen meebrengen of bij aangetekende brief kunnen oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voor de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen. In het wetsvoorstel digitalisering bestuursrecht (NTFR 2014/2869) wordt de termijn van een week vervangen door een termijn van tien dagen (overeenkomstig het civiele procesrecht ex art. 30k, lid 2, jo. 170 Rv). Volgens de totstandkomingsgeschiedenis dient deze voorafgaande mededeling om te voorkomen dat rechtbank en partijen worden overvallen door een partij die ter zitting onaangekondigd een deskundige meeneemt. Door de tijdige mededeling zijn rechtbank en partijen in staat om zich adequaat te prepareren op de verschijning van een deskundige.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Informatiebeschikking ontkenner Bank zonder Naam is geen 'fishing expedition' »
Publicatiedatum: 11-08-2015Gezien de identificatie van belanghebbende als rekeninghouder alsmede de (aanzienlijke) omvang van het in 1996 verzwegen tegoed kan de inspecteur zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat de door hem gevraagde informatie ook van belang kan zijn voor de jaren 2008, 2009 en 2010. De argumenten (o.a. fishing expedition) die belanghebbende heeft aangevoerd overtuigen het hof allerminst en de onderhavige uitspraak is dan ook weinig verassend te noemen. Resteert de vraag waarom de onderhavige procedure tegen de informatiebeschikking heeft geëntameerd, maar wellicht heeft belanghebbende op enigerlei wijze baat bij uitstel van executie (althans: navordering en beboeting).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Belastingrechter volgt oordeel strafrechter dat geen sprake is van inkomsten uit hennepteelt »
Publicatiedatum: 06-08-2015, NTFR 2015/2400De omkering en verzwaring van de bewijslast kan – onder andere – worden toegepast als de belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Van het niet doen van de vereiste aangifte is sprake als de belastingplichtige (i) in het geheel geen aangifte doet hoewel hij daartoe door de inspecteur is uitgenodigd, (ii) de aangifte retour stuurt, maar daarin formeel onjuiste gegevens verwerkt of (iii) zowel absoluut als relatief bezien een aanzienlijk te lage aangifte indient. Deze laatste optie deed zich in deze zaak voor, aldus de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Het hof laat de geschatte inkomsten uit cocaïnehandel in stand, maar vermindert de grondslag voor de vergrijpboete »
Publicatiedatum: 30-07-2015In het Nederlandse belastingrecht geldt het principe van de fiscale neutraliteit. De Hoge Raad concludeerde in 1951 (HR 20 juli 1951, B 9055) dat ‘de vraag of inkomsten rechtmatig dan wel onrechtmatig zijn toegevloeid, voor de heffing van inkomstenbelasting, welke het feitelijk genoten inkomsten wil treffen, irrelevant is’. Dat betekent dat voordelen die worden behaald met criminele activiteiten, zoals bijvoorbeeld drugshandel, op normale wijze in de belastingheffing worden betrokken. Dat daardoor de Belastingdienst voor maximaal 52% meedeelt in de criminele buit wordt in brede kring geaccepteerd omdat het vanuit maatschappelijk perspectief bezien onwenselijk is om criminele activiteiten fiscaal ongemoeid te laten als daarentegen de opbrengst van ‘eerlijke’ arbeid wel wordt belast. Het gevolg van deze fiscale neutraliteit is dat de met deze criminele inkomsten samenhangende kosten aftrekbaar zouden zijn, maar daarvoor bestond in de maatschappij gaandeweg minder begrip. Met ingang van 1 januari 1997 is met de invoering van (thans) art. 3.14, lid 1, onderdeel d, Wet IB 2001 een streep gehaald door de aftrekbaarheid van kosten die verband houden met een misdrijf waardoor de inkomstenbelasting voor criminelen de facto fungeert als een soort omzetbelasting.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Aan ontbonden rechtspersoon kunnen geen betalingsverzuimboetes en aangifteverzuimboetes worden opgelegd »
Publicatiedatum: 17-07-2015, NTFR 2015/2587Aan een ontbonden stichting zijn door de inspecteur aangifteverzuimboetes en betalingsverzuimboetes opgelegd. In de bezwaarfase heeft de inspecteur deze boetes gehandhaafd, waarna de (ontbonden) stichting beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. Art. 26a AWR bepaalt wie beroep kan instellen in fiscale procedures. Dat zijn (i) de belanghebbende aan wie de belastingaanslag is opgelegd, (ii) de belanghebbende die de belasting op aangifte heeft voldaan of afgedragen of van wie de belasting is ingehouden of (iii) degene tot wie de voor bezwaar vatbare beschikking zich richt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Opvragen van wilsafhankelijk materiaal niet in strijd met nemo-teneturbeginsel »
Publicatiedatum: 09-07-2015, NTFR 2015/2927De Van Weerelt-uitspraak is zeer interessant, niet in de laatste plaats omdat het een Nederlandse casus betreft. Met de kanttekening dat het geen inhoudelijke Grote Kamer-uitspraak is maar slechts een beslissing dat de klachten niet-ontvankelijk zijn, biedt ze toch handvatten voor de prangende vraag: welk afgedwongen bewijsmateriaal is voor bestraffingsdoeleinden toegestaan?

Lees meer »
V.S. Huygen van Dyck-Jagersma
<a href=V.S. Huygen van Dyck-Jagersma"/>


Hoewel met niet reageren op uitnodiging hoorgesprek geen afstand is gedaan van hoorrecht, mocht inspecteur afzien van horen »
Publicatiedatum: 03-07-2015Hoewel de hoorplicht een essentieel onderdeel vormt van de bezwaarschriftprocedure is een bestuursorgaan niet in alle gevallen verplicht om een belanghebbende te horen. In art. 7:3 Awb zijn de gevallen genoemd waarin een bestuursorgaan kan afzien van het houden van een hoorgesprek. Per 1 januari 2013 is daar een geval bijgekomen (art. 7:3, onderdeel d, Awb), namelijk als een belanghebbende niet binnen een door het bestuursorgaan gestelde redelijke termijn verklaart dat hij gebruik wil maken van het recht te worden gehoord (de zogenoemde ‘antwoordkaartmethode’).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Schending verdedigingsbeginsel leidt niet tot vernietiging besluit »
Publicatiedatum: 26-06-2015, NTFR 2015/1928In de onderhavige zaak beoordeelt de Hoge Raad of tussen partijen verschil van mening bestaat over de feiten én of de inspecteur beschikt over beleidsvrijheid. Doen beide situaties zich niet voor, dan lijkt van een benadeling van de belastingplichtige geen sprake. Ondanks de schending van het verdedigingsbeginsel kan de utb dan gewoon in stand blijven. In beide zaken strandt het hierop uiteindelijk voor de belastingplichtigen, omdat tussen partijen geen verschil van mening bestond over de feiten en de inspecteur geen beleidsvrijheid had. Waar het verdedigingsbeginsel in 2008 met tromgeroffel werd binnengehaald, lijkt het nu met stille trom te vertrekken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geslaagd beroep op dwaling bij intrekking beroep ontvankelijk »
Publicatiedatum: 17-06-2015, NTFR 2015/1973In deze zaak is de belastingplichtige door de inspecteur op het verkeerde been gezet. De inspecteur heeft de belastingplichtige voorgeschoteld dat hij zijn fout (het niet horen van de belastingplichtige in de bezwaarfase) zal herstellen door de gedane uitspraak op bezwaar in te trekken, de belastingplichtige alsnog te horen en dan opnieuw uitspraak op bezwaar te doen. Daarbij heeft de inspecteur kennelijk over het hoofd gezien dat hij niet twee keer uitspraak op bezwaar kan doen (HR 20 januari 2012, nr. 10/02678, NTFR 2012/215). Vermoedelijk naar aanleiding van vragen van de rechtbank ter zitting heeft de belastingplichtige verklaard dat als hij dat geweten had, hij het eerste beroep niet had ingetrokken. De rechtbank oordeelt dan ook dat gelet op alle feiten en omstandigheden de belastingplichtige een gerechtvaardigd beroep op dwaling toekomt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Omkering bewijslast na onherroepelijk geworden informatiebeschikking ziet op gehele navorderingsaanslag »
Publicatiedatum: 12-06-2015, NTFR 2015/2224In deze zaak is het in feite een theoretische discussie, omdat de enige correctie die in geschil is, de correctie met betrekking tot de hennepteelt is waarvoor de administratieplicht zou zijn geschonden. De belastingplichtige krijgt het gerechtshof vervolgens niet overtuigd van het feit dat de correctie van de inspecteur onjuist is. Daarbij heeft de belastingplichtige kennelijk aangevoerd dat niet hij, maar de huurder door justitie is vervolgd voor de hennepkwekerij en dat ook alleen jegens de huurder een ontnemingsvordering is ingesteld. Van belang is dat geen rechtsregel ertoe verplicht dat de belastingrechter zich moet aansluiten bij het oordeel van de rechter in de strafen/ of ontnemingsprocedure (vgl. HR 27 april 2012, nr. 11/02847, NTFR 2012/1366).

Lees meer »
Verwijzing in hofuitspraak naar andere aangehechte uitspraak is voldoende gemotiveerd »
Publicatiedatum: 05-06-2015, NTFR 2015/1806De belastingplichtige in deze zaak is in cassatie onder meer opgekomen tegen het oordeel van het gerechtshof over de aanwezigheid van een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De belastingplichtige stond daarbij niet alleen. Hij was tezamen met zeven anderen aandeelhouder in een vennootschap. Alle aandeelhouders hebben – kennelijk – een navorderingsaanslag van de inspecteur ontvangen, daartegen bezwaar gemaakt en vervolgens de rechtsmiddelen beroep en hoger beroep aangewend. Bij de behandeling van de hogerberoepsprocedures heeft het gerechtshof de zaken van alle aandeelhouders gelijktijdig, maar niet gevoegd, behandeld. Daarbij is ook afgesproken dat alles dat door de belastingplichtigen en/of hun gemachtigden naar voren is gebracht, geacht wordt te zijn gesteld en overgelegd in alle procedures. Die afspraak heeft het gerechtshof er vermoedelijk toe gebracht om bij de vastlegging van zijn oordeel in deze zaak over de mogelijkheid tot navordering niet de ‘knip-en-plak’-techniek toe te passen, maar simpelweg te verwijzen naar het oordeel hierover in een van de zeven andere procedures. De belastingplichtige is het daarmee niet eens.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Vijftien verschillende woningen zijn geen samenhangende zaken voor de proceskosten »
Publicatiedatum: 04-06-2015Zie mijn commentaar bij Hof Amsterdam 4 juni 2015, nr. 14/00797, NTFR 2015/2289.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Onjuiste staffel van rechtbank voor vergoeding voor verschijnen bij hoorzitting waar meer bezwaren van dezelfde gemachtigde zijn behandeld »
Publicatiedatum: 04-06-2015De hoogte van een proceskostenvergoeding voor het verschijnen van een gemachtigde bij een hoorzitting geeft regelmatig aanleiding tot geschillen, met name in die gevallen dat op één dag door één gemachtigde meerdere bezwaarschriften (van weliswaar verschillende belanghebbenden) worden besproken. Dat komt veelal voor bij bezwaarprocedures gericht tegen (te hoog vastgestelde) WOZ-waarden en waarbij de gemachtigde rechtsbijstand verleent op ‘no-cure-no-pay-basis’ en genoegen neemt met een (forfaitair) vast te stellen proceskostenvergoeding conform het Besluit proceskosten bestuursrecht (BPB). Hoofdregel van (de Bijlage bij) het BPB is dat 1 punt (1 punt = € 243) wordt toegekend aan de proceshandeling ‘verschijning hoorzitting’. Afwijking van deze hoofdregel vindt plaats indien sprake is van samenhangende zaken (die worden ex art. 3, lid 1, BPB beschouwd als één zaak) of wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden (ex art. 2, lid 3, BPB).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Betekeningskosten van dwangbevel inzake aanslag leges terecht in rekening gebracht »
Publicatiedatum: 24-04-2015, NTFR 2015/1657Wegens de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de bouw van twee woningen is aan belanghebbende op 3 januari 2013 een aanslag leges van € 17.082,15 opgelegd. Belanghebbende heeft tijdig bezwaar gemaakt en heeft de aanslag niet betaald. Op 20 maart 2013 heeft de ontvanger van de gemeente Dantumadiel een dwangbevel uitgereikt, waarbij € 1.172 aan betekeningskosten in rekening zijn gebracht. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende weliswaar heeft aangekondigd de aanslag niet terstond te zullen betalen, maar dat hij geen verzoek tot uitstel van betaling heeft gedaan. Belanghebbende wist of heeft redelijkerwijs moeten weten waarop de aanslag zag. Nu belanghebbende geen uitstel van betaling heeft gevraagd, de ontvanger geen uitstel heeft verleend en belanghebbende is aangemaand tot betaling, zijn volgens de rechtbank de betekeningskosten terecht in rekening gebracht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Wrakingsverzoek is geen bijzondere omstandigheid bij overschrijding redelijke termijn »
Publicatiedatum: 17-04-2015, NTFR 2015/1368In deze zaak gaat het om de vraag of de tijd die gemoeid is met een wrakingsverzoek de redelijke termijn verlengt. De rechtbank oordeelde dat dit het geval is. Het gerechtshof sloot zich daarbij aan. Tegen deze oordelen is de belastingplichtige met succes in cassatie gegaan. De Hoge Raad beslist dat zowel de rechtbank als het hof het wrakingsverzoek ten onrechte als een bijzondere omstandigheid heeft meegenomen die ervoor zorgt dat de redelijke termijn wordt verlengd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen vergoeding immateriële schade na vele succesvolle bezwaren »
Publicatiedatum: 17-03-2015, NTFR 2015/1610In deze zaak vordert de belastingplichtige een vergoeding van immateriële schade omdat hij acht jaar op rij de WOZ-waarde van zijn woning heeft moeten ‘aanvechten’. Dit heeft spanning en frustratie bij de belastingplichtige opgeleverd. In lijn met HR 13 januari 1995, nr. 15.558 oordeelt de rechtbank dat deze verschijnselen van psychische aard niet kunnen worden beschouwd als een aantasting in persoon, zodat de belastingplichtige geen aanspraak kan maken op immateriële schadevergoeding.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende moet bewijzen dat hij schade heeft geleden door onrechtmatig besluit van inspecteur »
Publicatiedatum: 13-03-2015, NTFR 2015/1103Belanghebbende heeft de inspecteur verzocht om een VAR-wuo voor het jaar 2009. De inspecteur heeft geweigerd de verklaring te geven. Pas in hoger beroep wordt belanghebbende in het gelijk gesteld. De inspecteur heeft daarom op 1 oktober 2010 alsnog een VAR-wuo verstrekt. Belanghebbende heeft verzocht om vergoeding van de schade als gevolg van het feit dat de VAR-wuo pas op 1 oktober 2010 is afgegeven. Het hof heeft dit verzoek afgewezen omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij schade heeft geleden. In cassatie klaagt belanghebbende erover dat het hof hem niet had mogen belasten met de stelplicht en de bewijslast met betrekking tot de gestelde schade. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbende terecht daarmee is belast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Internationaal strafrechtelijk specialiteitsbeginsel staat rechtmatigheid informatiebeschikking niet in de weg »
Publicatiedatum: 27-02-2015Belanghebbende stelt in de onderhavige cassatieprocedure dat de inspecteur het (strafrechtelijke) specialiteitsbeginsel heeft geschonden omdat diens informatiebeschikking (mede) was gebaseerd op een beslissing van een Liechtensteinse rechter op een rechtshulpverzoek van het (Nederlandse) Openbaar Ministerie. Het specialiteitsbeginsel houdt – kort gezegd – in dat de autoriteiten van de ene staat informatie uit de andere staat alleen mogen gebruiken voor de (straf)zaak en doeleinden waarop het rechtshulpverzoek betrekking heeft. Zo stond het specialiteitsbeginsel eraan in de weg dat het Openbaar Ministerie de vanuit Liechtenstein ontvangen informatie aan de inspecteur heeft verstrekt, ondanks diens verzoek op grond van art. 55 AWR.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Belanghebbende verliest beroep op vertrouwensbeginsel »
Publicatiedatum: 26-02-2015, NTFR 2015/1432De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van belanghebbende geschikt zijn als bewijsmiddel omdat ze voldoende consistent en gedetailleerd zijn. Echter, de verklaringen hebben onvoldoende bewijskracht om aannemelijk te achten dat A heeft verklaard zoals belanghebbende stelt. Tegenover de verklaringen van belanghebbende staan de verklaringen van A die ook voldoende gedetailleerd en consistent zijn. Omdat het gaat om de ene verklaring tegenover de andere, trekt belanghebbende aan het kortste eind omdat hij de bewijslast heeft.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur handelt voortvarend na ontvangst inkeerverzoek Zwitserse bankrekeninghouder »
Publicatiedatum: 25-02-2015, NTFR 2015/1310In deze zaak staat de belastingheffing over de niet eerder aangegeven Zwitserse bankrekening centraal. De belastingplichtige heeft voor de bankrekening een zogenoemde inkeermelding gedaan. In de procedures voor de rechtbank en het hof wordt door partijen getwist over de vraag of (i) de voortvarendheidseis uit de Passenheim-jurisprudentie (HvJ 11 juni 2009, zaak C-155/08 en zaak C- 157/08, NTFR 2009/1742) van toepassing is en (ii) of de inspecteur vervolgens voldoende voortvarend heeft gehandeld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verklaringen dat belanghebbende niet de economische gerechtigde tot de KB-Luxrekening is, zijn ongeloofwaardig »
Publicatiedatum: 03-02-2015, NTFR 2015/973Belanghebbende, inmiddels overleden, krijgt over de jaren 1991 tot en met 1996 navorderingsaanslagen inkomstenbelasting opgelegd wegens verzwegen inkomsten uit een bankrekening bij de KB-Lux. Zijn erven betwisten niet dat belanghebbende de juridische eigenaar van de bankrekening is geweest, maar stellen dat de uiteindelijke economische gerechtigde een zakelijk afnemer van het bedrijf van belanghebbende in het Midden-Oosten is geweest. Noch de rechtbank (4 april 2013, 10/2332 tot en met 10/2342, NTFR 2013/1053), noch het hof acht de verklaring van Q, die de erven daartoe overleggen, geloofwaardig. Deze verklaring vindt geen steun in de overgelegde bewijzen en is zelfs op bepaalde punten daarmee in strijd. Verder is het hof van oordeel dat de inspecteur zowel in de identificatiefase, in de onderzoeksfase als in de fase van aanslagoplegging voldoende voortvarend heeft gehandeld. Na de vragenbrief is zeer regelmatig mondeling en schriftelijk contact geweest tussen de erven en de inspecteur. Er is geen onverklaarbare vertraging van meer dan zes maanden opgetreden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Dat gemachtigde anders dan advocaat een volmacht moet overleggen is niet discriminatoir »
Publicatiedatum: 30-01-2015Ingevolge art. 8:24, lid 2, Awb heeft de rechtbank de bevoegdheid van een gemachtigde te verlangen dat hij een schriftelijke machtiging overlegt ten einde vast te stellen of degene die zich als gemachtigde van een bepaalde persoon presenteert daartoe ook werkelijk bevoegd is. Advocaten hoeven daarentegen geen volmacht te overleggen (art. 8:24, lid 3, Awb). De advocaat die stelt vertegenwoordigingsbevoegd te zijn, wordt door de rechter op zijn woord geloofd. Dat geldt niet alleen in bestuursrechtelijke procedures; ook in civiele en strafrechtelijke procedures hoeft een advocaat geen volmacht te overleggen. Dit privilege hangt onder meer samen met het feit dat het beroep advocaat wettelijk is geregeld en het eveneens wettelijk geregelde tuchtrecht een goede waarborg is voor een juist optreden van de advocaat. Anders dan voor het beroep advocaat is het beroep van de belastingadviseur niet wettelijk geregeld. Een ieder kan zich vrijelijk belastingadviseur noemen en ook als zodanig vestigen. Hoewel er privaatrechtelijke beroepsverenigingen zijn die eigen beroepsregels hebben opgesteld (zoals de RB en NOB), is het lidmaatschap van een dergelijke vereniging niet verplicht om als belastingadviseur werkzaam te zijn.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Horen in bezwaarprocedure kan alleen met toestemming bewoner in diens woning plaatsvinden »
Publicatiedatum: 06-01-2015, NTFR 2015/1107Belanghebbenden, de erven van X, hebben in de bezwaarfase verzocht om te worden gehoord. De heffingsambtenaar heeft aan belanghebbenden aangeboden om samen met de taxateur in de woning van X langs te komen voor een hoorgesprek in combinatie met een inpandige opname. Eén van de erfgenamen van X, tevens bewoonster van de woning, heeft dit geweigerd. In geschil is of de hoorplicht is geschonden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank had zich onbevoegd moeten verklaren ten aanzien van afwijzing verzoek ambtshalve vermindering »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/784Op grond van art. 3:40 en art. 3:41 Awb treedt een besluit pas in werking nadat het aan de belastingplichtige bekend is gemaakt. In dit geval verkeert de belastingplichtige ten tijde van het verzenden van het aanslagbiljet in staat van faillissement. Art. 8.1. Leidraad Invordering 2008 bepaalt dan dat het aanslagbiljet aan de curator wordt gezonden als de belastingschuld in het faillissement valt dan wel een boedelschuld vormt. Uit de uitspraak volgt niet dat de belastingplichtige ter discussie heeft gesteld dat de belastingschuld niet in het faillissement zou vallen dan wel een boedelschuld vormt. De rechtbank en het gerechtshof hebben dit dan ook kennelijk als vaststaand feit aangenomen. Op grond van deze aanname hebben de rechtbank en het gerechtshof vervolgens vastgesteld dat het aanslagbiljet terecht aan de curator is gezonden. Dit betekent dat de bezwaartermijn volgens de normale regels aanvangt. Het bezwaarschrift van de belastingplichtige (een nieuw ingediende aangifte) is geruime tijd buiten de bezwaartermijn ingediend. Dit leidt ertoe dat het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard moet worden, tenzij de belastingplichtige aannemelijk maakt dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding (art. 6:11 Awb)

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn I »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/849Hof Den Bosch heeft op 19 december 2014 in een drietal zaken uitspraak gedaan over het toekennen van een immateriële schadevergoeding. Aangezien de uitspraken van het hof in deze zaken grote overeenkomsten vertonen, ga ik in dit commentaar op alle drie de uitspraken in.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn II »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/849Zie mijn commentaar elders in deze editie bij Hof Den Bosch 19 december 2014, nrs. 14/00067 t/m 14/00082, NTFR 2015/849.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding na overschrijding redelijke termijn III »
Publicatiedatum: 19-12-2014, NTFR 2015/85De rechtbank heeft de inspecteur en de Staat veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn. De inspecteur heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank; de Staat niet. Zie mijn commentaar elders in deze editie bij Hof Den Bosch 19 december 2014, nrs. 14/00067 t/m 14/00082, NTFR 2015/849.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beroep tegen fictieve weigering vijf maanden na ingebrekestelling is niet onredelijk laat »
Publicatiedatum: 19-12-2014Op 1 oktober 2009 is de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ in werking getreden. Sindsdien is het voor een belanghebbende pas mogelijk om tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar in beroep te gaan als twee weken zijn verstreken nadat hij de inspecteur schriftelijk in gebreke heeft gesteld (art. 6:12, lid 2, onder b, Awb). Beroep tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar is – tenzij het onredelijk laat is ingediend – verder niet aan een termijn gebonden (art. 6:12, lid 1 en 3, Awb). In het onderhavige geval heeft belanghebbende zijn bezwaarschriften ingediend in de jaren 2004, 2006 en 2007 en stelt hij de inspecteur pas bij brief van 22 november 2011 in gebreke. Vervolgens dient belanghebbende vijf maanden ná de ingebrekestelling een beroepschrift in bij de rechtbank vanwege het uitblijven van een beslissing op bezwaar.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Ondernemer in woondecoratie-artikelen slaagt niet in verzwaarde bewijslast »
Publicatiedatum: 16-12-2014, NTFR 2015/637Art. 27e AWR bepaalt dat de bewijslast onder andere moet worden omgekeerd en verzwaard als de belastingplichtige niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit artikel is, conform de schakelbepaling van art. 27h, lid 2, AWR, ook van toepassing in de hogerberoepsfase. Op grond van art. 8 AWR is een ieder die is uitgenodigd tot het doen van aangifte, gehouden deze aangifte duidelijk, stellig en zonder voorbehoud in te vullen en in te zenden aan de Belastingdienst. De belastingplichtige in deze procedure heeft geen gehoor gegeven aan het verzoek van de inspecteur. Ook de herinneringsbrief en de aanmaning hebben de belastingplichtige niet tot actie aangezet. Daarmee manoeuvreert de belastingplichtige zichzelf in een onmogelijk bewijsparket.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Navordering zonder nieuw feit niet mogelijk bij onjuiste opvatting van inspecteur omtrent formele recht »
Publicatiedatum: 28-11-2014Zo is navordering onder meer mogelijk indien sprake is van een schrijf- of tikfout. In de onderhavige procedure is dan ook in geschil of de vermindering van de eerste primitieve aanslag tot nihil als schrijf- of tikfout is aan te merken.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Voor belanghebbende was het voldoende duidelijk dat hij uitgenodigd was tot doen van aangifte »
Publicatiedatum: 21-11-2014, NTFR 2015/518Bij uitblijven van een aangifte is aan belanghebbende een ambtshalve aanslag opgelegd. Niet in geschil is dat de uitnodiging tot het doen van aangifte naar het verkeerde adres is gestuurd. De rechtbank acht het echter aannemelijk dat de herinnering en de aanmaning door belanghebbende zijn ontvangen. Nu uit de herinneringsbrief blijkt dat belanghebbende voor 1 juli 2011 aangifte had moeten doen, acht de rechtbank het voor belanghebbende voldoende duidelijk dat de inspecteur hem uitnodigde tot het doen van aangifte. De andere stellingen met betrekking tot de aangifteplicht worden verworpen en de rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Belanghebbende heeft vervolgens niet doen blijken dat zijn woonplaats niet in Nederland was gelegen. De rechtbank vermindert nog wel de redelijke schatting van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Immateriële schadevergoeding voor erfopvolgers »
Publicatiedatum: 17-10-2014, NTFR 2014/2583Belanghebbende is in de loop van de belastingprocedure overleden. In geschil is of de erfopvolgers wegens de lange duur van de procedure vergoeding van immateriële schade kunnen krijgen. De Hoge Raad beantwoordt deze vraag bevestigend. Voor het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding is niet van belang in welke mate de betrokkene daadwerkelijk spanning en frustratie heeft ondervonden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Belanghebbende is opgehouden te bestaan en procesbelang vervalt daardoor »
Publicatiedatum: 02-10-2014In het onderhavige geval heeft een vennootschap voorafgaande aan diens ontbinding een beroepsprocedure aangespannen tegen een – in haar ogen te laag – vastgestelde kostenvergoeding van (factor 0,25 x € 235) € 58,75. Aldus bestaat de mogelijkheid dat de inspecteur door de rechtbank wordt veroordeeld tot een hogere kostenvergoeding. Anders gezegd: er is een (potentiële) bate en bijgevolg blijft de ontbonden rechtspersoon voortbestaan. Het feit dat de bestuurders (ten onrechte) het einde van de betreffende vennootschap hebben ingeschreven in het handelsregister, doet daar niets aan af. Deze inschrijving schept immers geen recht.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Zolang boekenonderzoek loopt, zijn bij derden opgevraagde gegevens geen op de zaak betrekking hebbende stukken »
Publicatiedatum: 23-09-2014, NTFR 2014/2636Aan belanghebbende is ambtshalve een aanslag IB/PVV 2009 opgelegd. De resultaten van het boekenonderzoek over de jaren 2009 tot en met 2013 zijn tijdens de bezwaarprocedure nog niet bekend. Belanghebbende heeft aan de voorzieningenrechter verzocht om de inspecteur te gelasten de bij derden opgevraagde informatie te overleggen. De voorzieningenrechter van Rechtbank Gelderland oordeelt dat die informatie en gegevens, zolang het boekenonderzoek nog niet is afgerond, op zichzelf beschouwd niet als op de zaak betrekking hebbende stukken kunnen worden aangemerkt. Het betreft nog slechts informatie en gegevens die op verzoek van controlerend ambtenaren zijn overgelegd en die eerst moeten worden be- en verwerkt om te bepalen of zij relevant zijn in het kader van het boekenonderzoek. Zonder nadere analyse hebben de gegevens weinig tot geen zelfstandige betekenis. Pas als sprake is van een rapport van een boekenonderzoek is sprake van een op de zaak betrekking hebbend stuk en pas dan, als onderliggend aan het rapport, behoren de gebruikte informatie en gegevens eveneens tot de op de zaak betrekking hebbende stukken. Dat reeds een aanslag is opgelegd, maakt dit niet anders.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Brief aan staatssecretaris vormt tijdig ingediend beroepschrift »
Publicatiedatum: 16-09-2014, NTFR 2014/2493Belanghebbende heeft in 2010 een betaling van € 15.000 ontvangen van een stichting, welke betaling verband houdt met tekortkomingen in de pensioenopbouw van belanghebbende. De inspecteur heeft dit bedrag in de aanslag IB/PVV 2010 begrepen. Het bezwaar van belanghebbende daartegen is bij uitspraak op bezwaar van 19 april 2013 afgewezen. Belanghebbende heeft hierover onder meer op 11 mei 2013 een brief aan de staatssecretaris geschreven. Uiteindelijk heeft belanghebbende op 22 juli 2013 digitaal beroep bij de rechtbank ingesteld. De rechtbank heeft dit beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Het hof is het daar niet mee eens.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Oordeel over boete onbegrijpelijk; tegen hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open »
Publicatiedatum: 16-09-2014In 2001 besliste de Hoge Raad – in navolging van het arrest Saunders van het EHRM – dat: ‘Gelet op het arrest Saunders brengt het een en ander in een geval als het onderhavige, waarin een belastingplichtige aan het EVRM niet het recht kan ontlenen zich te onttrekken aan de verplichting gegevens, inlichtingen en bescheiden te verstrekken, mee dat een verklaring die de betrokkene heeft afgelegd ter voldoening aan die verplichting, niet mag worden gebruikt ten behoeve van de boete-oplegging’. (HR 27 juni 2001, nr. 35.889, NTFR 2001/985).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur niet bevoegd informatiebeschikking te nemen met het oog op de beslissing op het bezwaar »
Publicatiedatum: 01-09-2014Een duidelijk en logisch antwoord van Rechtbank Noord-Holland op de vraag of in de bezwaarfase tegen een belastingaanslag nog een informatiebeschikking kan worden vastgesteld.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Beleidsregel minister van Veiligheid en Justitie met betrekking tot verzoeken immateriële schadevergoeding »
Publicatiedatum: 18-07-2014, NTFR 2014/2012Op 8 juli 2014 heeft de minister van Veiligheid en Justitie een beleidsregel uitgevaardigd over het voeren van verweer in procedures voor het toekennen van een immateriële schadevergoeding. Deze beleidsregel ziet op de situatie waarin de bestuursrechter (waaronder de belastingrechter) niet binnen een redelijke termijn tot de afwikkeling van de procedure komt. Uit de beleidsregel volgt dat de minister in principe afziet van het voeren van verweer. Het argument daarvoor is dat de jurisprudentie op dit front inmiddels uitgekristalliseerd is in die zin dat over het algemeen een vergoeding van € 500 wordt toegekend per half jaar dat de redelijke termijn is overschreden. Van deze hoofdregel wijkt de minister slechts af in twee gevallen. In de eerste plaats wenst de minister wel verweer te voeren indien de te verwachten immateriële schadevergoeding € 5.000 overstijgt. In de tweede plaats wenst de minister verweer te kunnen voeren indien belangrijke nieuwe rechtsvragen aan de orde zijn. Verder volgt uit de beleidsregel dat de minister van zijn verweermogelijkheden gebruik zal maken indien hij zelf hoger beroep heeft ingesteld tegen de hoogte van een toegekende immateriële schadevergoeding. Tot slot blijkt uit de toelichting bij de beleidsregel dat als de bestuursrechter de minister uitnodigt een reactie te geven, aan die uitnodiging gehoor zal worden gegeven.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Relativering verdedigingsbeginsel in belastingrecht »
Publicatiedatum: 09-07-2014In de procedure bij het HvJ had belanghebbende erkend dat ook zonder de schending van het verdedigingsbeginsel de procedure geen andere afloop zou hebben gehad, en daarin is het verschil gelegen met de onderhavige zaak waarover A-G IJzerman heeft geconcludeerd. In de onderhavige procedure staat namelijk vast dat bij de uitspraak op bezwaar het oorspronkelijke besluit, de naheffingsaanslag, aanzienlijk is verlaagd.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Immateriële schadevergoeding voor erfgenaam ook voor periode die betrekking heeft op periode voor overlijden erflater »
Publicatiedatum: 01-07-2014, NTFR 2014/2284In deze zaak staat ter discussie of de erfgenamen recht hebben op een immateriële schadevergoeding en zo ja, wat daarvan de omvang is. Rechtbank Den Haag sloot bij haar oordeel aan bij de overwegingen van Hof Den Bosch. Dit hof oordeelde op 23 augustus 2012, NTFR 2012/2239, dat de erflater op enig moment in de procedure, voorafgaand aan zijn overlijden, kenbaar moet hebben gemaakt dat hij een vergoeding voor immateriële schade wenst te ontvangen. Rechtbank Den Haag oordeelde dat nu de erflaatster in deze procedure een dergelijk verzoek niet had gedaan, de periode voor haar overlijden niet meetelt bij de beoordeling of een immateriële schadevergoeding moet worden toegekend. Hof Den Haag deelt dit oordeel van de rechtbank niet.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Beslissing inzake proceskostenvergoeding ten onrechte niet genomen bij uitspraak op bezwaar maar bij afzonderlijke brief: te late indiening beroep verschoonbaar »
Publicatiedatum: 01-07-2014, NTFR 2014/2117In deze zaak staat de vraag centraal of aan de belastingplichtige terecht een integrale kostenvergoeding is toegekend voor de gemaakte kosten van het taxatierapport.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Navordering is mogelijk nadat in het digitale afhandelingsproces van de aangifte een fout is gemaakt »
Publicatiedatum: 11-06-2014Sinds 1 januari 2010 is navordering steeds, dus ook bij afwezigheid van een nieuw feit, mogelijk indien bij primitieve aanslag te weinigbelasting is geheven ‘ten gevolge van een fout’ en dit de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is (art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR). Onlangs heeft de Hoge Raad in een drietal arresten (HR 27 juni 2014, nr. 13/02194, NTFR 2014/1859, nr. 14/00350, NTFR 2014/1860 en nr. 13/02845, NTFR 2014/1861) geoordeeld dat het begrip ‘fout’ in deze bepaling neutraal en ruim is bedoeld en dat daaronder (mede) moet worden verstaan een fout ten gevolge van de geautomatiseerde verwerking van een belastingaangifte. Onder ‘fout’ wordt evenwel niet verstaan een ‘beoordelingsfout’ van de inspecteur, dat wil zeggen een fout als gevolg van een onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten die bepalend zijn voor de (omvang van de) belastingplicht of een onjuist inzicht van de inspecteur in het recht (HR 8 augustus 2003, nr. 37.570, NTFR 2003/1399). Een dergelijke ‘beoordelingsfout’ kan zodoende niet op basis van art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR worden hersteld, ook niet indien zij voor de belastingplichtige kenbaar was.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Rechtsbijstand door persoon die tot huishouden behoort, is niet op zakelijke basis verleend »
Publicatiedatum: 06-06-2014, NTFR 2014/1666De belastingplichtige procedeert in deze zaak over leges. In deze procedure wordt zij bijgestaan door de partner van haar moeder. Met deze partner en haar moeder vormt de belastingplichtige een huishouding. In het arrest van 19 oktober 2012 (NTFR 2012/2528) heeft de Hoge Raad richtlijnen gegeven hoe in zo’n situatie moet worden omgegaan met het vergoeden van de gemaakte proceskosten. De Hoge Raad oordeelde dat een vergoeding bij een familierelatie achterwege blijft indien de betrokken bijstandverlener tot het huishouden van de belastingplichtige behoort.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Project BZN; ruwheid van schatting op basis van vergelijkingsgroep leidt tot vermindering boeten »
Publicatiedatum: 04-06-2014, NTFR 2015/395In deze zaak heeft het hof uitspraak gedaan in de hogerberoepsprocedure van een (vermeende) zwartspaarder. De hogerberoepsprocedure biedt de belastingplichtige de mogelijkheid tot een volledige heroverweging. Daarbij kan de belastingplichtige ook nieuwe stukken in het geding brengen of nieuwe argumenten aanvoeren. De hogerberoepsrechter sluit zich in deze procedure op een groot aantal punten aan bij het oordeel van de rechtbank. De argumenten die de belastingplichtige naar voren brengt, zijn in de verschillende procedures door (vermeende) zwartspaarders al naar voren gebracht en de Hoge Raad heeft zich hierover al uitgelaten. In zoverre brengt dit oordeel van het hof niets nieuws. In de uitspraak zitten echter wel twee interessante punten die aandacht verdienen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Aanbod getuigenbewijs correct behandeld door het hof »
Publicatiedatum: 23-05-2014Op grond van art. 8:60, lid 4, Awb kunnen partijen getuigen meebrengen of (bij aangetekende brief of deurwaardersexploot) oproepen, mits daarvan uiterlijk een week voorafgaande aan de zitting aan de rechtbank en andere partijen mededeling is gedaan. Verschijnt vervolgens de door een partij meegebrachte of opgeroepen getuige ter zitting, dan kan de rechter desalniettemin afzien van het horen van de betreffende getuige ‘indien zij van oordeel is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak’ (art. 8:63, lid 2, Awb). Uit de parlementaire geschiedenis en jurisprudentie blijkt dat rechters zeer terughoudend moeten zijn met het afzien van het horen van een daadwerkelijk ter zitting verschenen getuige.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Betaalde hypotheekrente van verlaten echtelijke woning niet volledig als alimentatieverplichting aftrekbaar »
Publicatiedatum: 13-05-2014, NTFR 2014/1777In deze zaak staat de vraag centraal of de belastingplichtige de totaal betaalde hypotheekrente als kosten van levensonderhoud (alimentatie) in aftrek kan brengen. Zowel rechtbank als hof oordelen dat de bewijslast voor deze aftrekpost op de belastingplichtige rust. Dit bewijs kan de belastingplichtige met alle middelen rechtens leveren. In deze zaak slaagt de belastingplichtige in het bewijs dat hij duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leeft. De belastingplichtige slaagt echter niet in het bewijs dat de totaal betaalde hypotheekrente als aftrekpost wegens kosten van levensonderhoud kan worden opgevoerd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur handelde voldoende voortvarend ondanks dat bekendmaking van de navorderingsaanslag op zich liet wachten »
Publicatiedatum: 02-05-2014, NTFR 2014/1867Bij de beantwoording van de vraag of de inspecteur voortvarend heeft gehandeld bij de vaststelling van een navorderingsaanslag met gebruikmaking van de verlengde navorderingstermijn, dient te worden uitgegaan van het moment waarop de inspecteur belanghebbende zekerheid verschaft over het van haar na te vorderen bedrag. Dit is niet het moment waarop de navorderingsaanslag aan belanghebbende is bekendgemaakt maar, naar het oordeel van het hof, het moment waarop tussen partijen een vaststellingsovereenkomst is gesloten waarin is opgenomen de hoogte van het door belanghebbende te betalen bedrag alsmede de wijze waarop dit bedrag van belanghebbende zal worden teruggevorderd. Daarnaast is het hof van oordeel dat de gevolgtrekking dat de inspecteur niet voldoende voortvarend heeft gehandeld, mede niet past nu belanghebbende de inspecteur niet opmerkzaam maakte van het feit dat de navorderingsaanslag uitbleef nadat partijen een vaststellingsovereenkomst hadden gesloten.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank gaat ten onrechte voorbij aan gemotiveerd getuigenaanbod »
Publicatiedatum: 17-04-2014, NTFR 2014/1495Een belanghebbende kan in een fiscale procedure op alle mogelijke manieren bewijs leveren. Hieronder valt ook de mogelijkheid om bewijs te leveren door middel van het horen van getuigen (art. 8:60, lid 4, Awb). Deze vorm van bewijs kan ook in de voorwaardelijke vorm worden aangeboden. Aan een getuigenaanbod kan de rechter voorbijgaan. De rechter moet dan oordelen dat het horen van de betrokken getuigen redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van het geschil.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Over schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) is wettelijke rente verschuldigd vanaf datum onrechtmatige besluit »
Publicatiedatum: 11-04-2014, NTFR 2014/1263Op 11 april 2014 heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de vraag of renteschade vergoed moet worden over een toegekende schadevergoeding voor proceskosten (ex art. 8:73 Awb in de situatie vóór 12 maart 2002) en vanaf welke datum de rente vergoed moet worden. De Hoge Raad heeft tot op heden nog geen oordeel geveld over de vraag of bij het toekennen van een proceskostenvergoeding op grond van art. 7:15 Awb ook een schadevergoeding ex artikel 8:73 Awb kan worden toegekend voor de gederfde rente over de proceskostenvergoeding.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schadevergoeding ex art. 8:73 Awb (oud) voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase »
Publicatiedatum: 11-04-2014, NTFR 2014/1262Hof Amsterdam (NTFR 2012/1674) heeft onder het oude recht – dat wil zeggen vóór invoering van art. 7:15 Awb per 12 maart 2002 – in procedures over drie belastingaanslagen (1993, 1996 en 1997) op de voet van art. 8:73 Awb (oud) een schadevergoeding toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. De staatssecretaris heeft daartegen cassatieberoep ingesteld. Voor het commentaar bij dit arrest verwijs ik naar mijn commentaar bij HR 11 april 2014, nr. 12/03373, NTFR 2014/1263.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Zwitserse banktegoeden; geen succesvol beroep op vrijheid van kapitaalverkeer »
Publicatiedatum: 20-03-2014Wederom een uitspraak over de vraag of een inspecteur – in het kader van de Europeesrechtelijke vrijheid van kapitaalverkeer – voortvarend te werk moet gaan in het geval hij op de hoogte geraakt van aanwijzingen dat een belastingplichtige beschikt over een verzwegen banktegoed dat wordt aangehouden in een land buiten de EU.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Alimentatieverplichting niet aannemelijk gemaakt »
Publicatiedatum: 14-03-2014, NTFR 2014/1653In deze zaak is in geschil of een belastingplichtige aanspraak kan maken op een aftrekpost. Deze aftrekpost ziet op betaalde partneralimentatie. Hiervoor geldt ‘wie stelt moet bewijs leveren’. De belastingplichtige moet derhalve het bewijs leveren dat hij de aftrekpost terecht heeft geclaimd. Hiervoor geldt de ‘lichte’ vorm van bewijs, namelijk aannemelijk maken.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Wel recht op vergoeding proceskosten in beroep ondanks onnodig beroep »
Publicatiedatum: 13-03-2014Wanneer een belanghebbende geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, geldt als regel dat de door hem in (hoger) beroep gemaakte kosten op de voet van art. 8:75 Awb voor vergoeding in aanmerking komen (HR 5 januari 2007, nr. 42.548, NTFR 2007/119). Van deze regel mag worden afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van de belanghebbende (HR 12 mei 2006, nr. 42.449, NTFR 2006/717 en HR 5 oktober 2007, nr. 43.329, NTFR 2007/1825).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Navorderingsaanslagen aan bekenner Zwitserse bankrekening zijn voortvarend opgelegd »
Publicatiedatum: 27-02-2014, NTFR 2014/1311In deze zaak staat centraal of (i) de inspecteur de navorderingsaanslagen bij de inkeerregeling voortvarend heeft vastgesteld en (ii) de standstillbepaling van toepassing is op de banktegoeden in Zwitserland.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Gebruik van verkregen bewijsmiddelen toelaatbaar »
Publicatiedatum: 18-02-2014De wet stelt nagenoeg geen grenzen aan de informatiebronnen waarvan de inspecteur gebruik mag maken. Zo mag bewijsmateriaal dat door de overheid is verkregen als gevolg van onrechtmatig handelen in een strafrechtelijk onderzoek in beginsel worden gebruikt in een belastingzaak. Pas wanneer bewijsmateriaal in een strafrechtelijk onderzoek is verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, is het gebruik daarvan als bewijs onder alle omstandigheden ontoelaatbaar (HR 1 juli 1992, nr. 26.331, BNB 1992/306). Hof Den Haag komt aan de hand van deze jurisprudentie tot de conclusie dat in het onderhavige geval het door de FIOD onrechtmatig verkregen bewijs gebruikt mag worden door de inspecteur.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Regeling melding betalingsonmacht in Uitv.besl. IW 1990 is niet strijdig met IW 1990 »
Publicatiedatum: 31-01-2014, NTFR 2014/1000In het derde middel stelt belanghebbende de vraag aan de orde of het hof terecht heeft geoordeeld dat de grove schuld van de accountant is toe te rekenen aan de vennootschap. Allereerst is hierbij de vraag of het hof wel terecht heeft geoordeeld dat het aan grove schuld van de accountant is te wijten dat de verschuldigde belasting meer beloopt dan die welke overeenkomstig de aangifte is voldaan. Het hof heeft geoordeeld dat van grove schuld kan worden gesproken indien sprake is van een in laakbaarheid aan opzet grenzende mate van nalatigheid. Met de advocaat-generaal ben ik van mening dat dit een juiste maatstaf is. Volgens het hof is de grove schuld van de accountant gelegen in het onvoldoende toezicht houden op het werk van onervaren medewerkers. Een, naar de mening van de advocaat-generaal, terechte invulling van de maatstaf. De advocaat-generaal gaat vervolgens in op de toerekeningsvraag en zet hiervoor twee arresten van de Hoge Raad tegen elkaar af.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof geeft te strenge uitleg aan begrip 'redelijkerwijs kenbaar' ex art. 16.2.c AWR: navorderingsaanslag vernietigd »
Publicatiedatum: 10-01-2014Dit is de eerste zaak waarin de Hoge Raad heeft geoordeeld over het zogenoemde ‘kenbaarheidsvereiste’ bij toepassing van het sinds 1 januari 2010 ingevoerde art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR. De invoering van deze bepaling was het rechtstreekse gevolg van HR 7 december 2007, NTFR 2007/2249. Dit arrest werd destijds uitvoerig besproken in alle landelijke dagbladen omdat de Hoge Raad daarin had besloten dat een belastingplichtige die abusievelijk € 3.419.635 in plaats van € 3.419 aan hypotheekrente had afgetrokken, door het ontbreken van een ‘nieuw feit’ werd beschermd. Door invoering van art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR werd vervolgens navordering altijd – dus ook zonder ‘nieuw feit’ – mogelijk in geval een inspecteur in de aanslagregeling een fout heeft gemaakt, welke fout ‘de belastingplichtige redelijkerwijs kenbaar is’. Om deze verstrekkende navorderingsbevoegdheid door de kamer te loodsen, merkte de staatssecretaris – weliswaar als medewetgever – in de memorie van toelichting geruststellend op dat ‘het niet de bedoeling is om op grote schaal in absolute zin geringe bedragen na te vorderen’.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur maakt tijdige bekendmaking van aanslag niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 19-12-2013, NTFR 2014/995Bij een onregelmatig bekendgemaakte aanslag kan als datum van vaststelling van de aanslag de dag voorafgaand aan die van de kennisneming van de aanslag worden aangehouden. Dit kan derhalve meebrengen dat de termijn voor het vaststellen van de aanslag op dat moment is verstreken en de aanslag op die grond moet worden vernietigd. De belastingplichtige moet daar dan wel een beroep op doen (HR 22 april 1998, nr. 33.249). In deze zaak doet de belastingplichtige zo’n beroep. Dat beroep slaagt ook omdat de inspecteur niet het bewijs rond krijgt dat de aanslag voor het einde van het jaar ter post is bezorgd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen schending van het nemoteneturbeginsel »
Publicatiedatum: 19-12-2013Hof Den Bosch oordeelt in de onderhavige uitspraak – onder verwijzing naar arresten van zowel de civiele kamer (HR NTFR 2013/1586) als de fiscale kamer (HR NTFR 2008/614) van de Hoge Raad – dat de door belanghebbende verstrekte informatie en bankstukken zijn aan te merken als ‘wilsonafhankelijk materiaal’ en bijgevolg gebruikt kunnen worden voor punitieve doeleinden. Tegen deze uitspraak is door belanghebbende cassatie ingesteld en belanghebbende zal zich daarbij gesteund voelen door de civiele kamer van Hof Amsterdam die in een aantal recente arresten van 25 februari 2014 juist heeft geoordeeld dat zowel mondelinge als schriftelijke informatie (inclusief kopieën van bankafschriften en andere bescheiden) die onder dreiging van een dwangsom wordt verstrekt juist als ‘wilsafhankelijk materiaal’ moet worden aangemerkt.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen aangifte gedaan: omkering bewijslast »
Publicatiedatum: 19-12-2013Wanneer een bestuursrechter ervoor kiest om onmiddellijk na het sluiten van het onderzoek ter zitting mondelinge uitspraak te doen, moet hij daarbij tevens vermelden binnen welke termijn een rechtsmiddel kan worden aangewend (art. 8:67, lid 5, Awb). Van deze mondelinge uitspraak wordt vervolgens een proces-verbaal opgemaakt, dat binnen twee weken na het doen van de mondelinge uitspraak aan partijen wordt toegezonden (art. 8:79, lid 1, Awb). De vraag die daarbij kan worden gesteld, is op welk moment de hogerberoepstermijn gaat lopen: de dag na de mondelinge uitspraak of de dag na de verzending van het proces-verbaal?

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hof ontwart formeelrechtelijke knopen inzake 'fictieve weigering' en dwangsomregeling »
Publicatiedatum: 10-12-2013Een bezwaar of beroep tegen het uitblijven van een besluit is – tenzij het onredelijk laat is ingediend – niet aan een termijn gebonden (art. 6:12, lid 1 en 3, Awb). Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de gedachte achter dit artikel is dat het niet nodig en ook niet erg redelijk is om de rechtzoekende slechts gedurende een betrekkelijk korte periode (bij voorbeeld zes weken na het verlopen van de beslistermijn) de gelegenheid te geven een rechtsmiddel aan te wenden tegen het uitblijven van een beslissing. Wanneer het bestuursorgaan nalatig blijft tijdig te besluiten, moet de rechtzoekende wel de mogelijkheid hebben een rechtsmiddel aan te wenden, maar er is geen goede reden hem te verplichten zulks binnen een bepaalde termijn te doen. Verkiest de rechtzoekende nog te wachten in de hoop of het vertrouwen dat het bestuur alsnog zal besluiten, dan dient de wet hem deze keuze mogelijk te maken. Waar (nog) geen behoefte gevoeld wordt aan het aanwenden van een rechtsmiddel, dient de wet niet tot het instellen van beroep of het indienen van een bezwaarschrift te prikkelen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hoewel boetebeschikking ruim drie weken eerder is opgelegd dan naheffingsaanslag is voldaan aan strekking van eis van 'gelijktijdigheid' »
Publicatiedatum: 03-12-2013, NTFR 2014/609De inspecteur heeft drie weken voordat de naheffingsaanslag is vastgesteld al een boetebeschikking uitgevaardigd. Hiermee heeft de inspecteur niet naar de letter der wet gehandeld. Hof Arnhem-Leeuwarden laat de inspecteur hiermee weg komen. Daartoe wordt overwogen dat de inspecteur weliswaar niet conform de wet heeft gehandeld, maar dat de belastingplichtige niet in onzekerheid heeft verkeerd. Ter ondersteuning van dit oordeel wordt verwezen naar het feit dat in het controlerapport melding is gemaakt van het voornemen zowel een naheffingsaanslag als een boetebeschikking uit te vaardigen. Dit oordeel van het hof overtuigt niet.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft geen vertrouwen gewekt dat onroerendgoedhandelaar omzetbelasting is verschuldigd over saldo inzetpremies en uitkoopsommen »
Publicatiedatum: 26-11-2013, NTFR 2014/608Belanghebbende houdt zich bezig met de aan- en verkoop van onroerende zaken op veilingen. Hij doet dat in verschillende samenwerkingsverbanden. Belanghebbende heeft inzetpremies en uitkoopsommen ontvangen. Hierover is omzetbelasting verschuldigd. Belanghebbende stelt dat bij hem het vertrouwen is gewekt door de inspecteur (door een e-mailbericht, memo en controlerapport) dat hij uitsluitend omzetbelasting is verschuldigd over het saldo van de ontvangen en betaalde inzetpremies en uitkoopsommen. Het hof honoreert dat beroep op gewekt vertrouwen echter niet. Evenmin kan belanghebbende zich volgens het hof met succes beroepen op de gang van zaken bij een derde.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechter is bij vaststellen proceskostenvergoeding niet gebonden aan beleidsregels van bestuursorgaan »
Publicatiedatum: 18-11-2013, NTFR 2013/2074Op grond van art. 7:15, lid 2, Awb worden de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar heeft moeten maken, door het bestuursorgaan vergoed indien belanghebbende hier om verzoekt en het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid. Ook in de beroepsfase is dit artikellid van toepassing op grond van art. 8:75, lid 1, Awb. De bestuursrechter is bevoegd een partij te veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met behandeling van het beroep bij de bestuursrechter en van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken. In het onderhavige geval heeft belanghebbende met zijn gemachtigde een ‘no cure, no pay’-afspraak gemaakt die inhoudt dat belanghebbende de vergoeding voor de werkzaamheden van de gemachtigde pas verschuldigd is nadat de heffingsambtenaar een vergoeding heeft betaald. De heffingsambtenaar wijst in de bezwaarfase het verzoek om kostenvergoeding af, belanghebbende heeft immers op dat moment nog geen kosten gemaakt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur mag zich op hofzitting nog beroepen op interne compensatie »
Publicatiedatum: 01-11-2013, NTFR 2013/2164De inspecteur doet ter zitting van het hof een beroep op toepassing van interne compensatie. Dit omdat in de ogen van de inspecteur in box 3 te weinig vermogen in aanmerking is genomen. De inspecteur is bij het vaststellen van de aanslag namelijk ‘vergeten’ om de aangegeven inkomsten uit sparen en beleggen ook in de aanslag te verwerken. Het inkomen uit sparen en beleggen van de aanslag zag dus alleen op de KB-Luxrekening. Uit het arrest van de Hoge Raad volgt dat de belastingplichtige zich niet heeft verzet tegen dit beroep van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsgeldige bekendmaking aanslag: te laat bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard »
Publicatiedatum: 15-10-2013, NTFR 2013/2272In dit geval is het aanslagbiljet naar het vestigingsadres van de belastingplichtige gezonden. Dit betwist de belastingplichtige ook niet. Hij had alleen graag gezien dat het aanslagbiljet naar zijn bezoekadres was gestuurd. In geschil is of de inspecteur het aanslagbiljet op de voorgeschreven wijze heeft bekendgemaakt. Hof Arnhem is daar snel mee klaar nu de inspecteur het aanslagbiljet aan het vestigingsadres heeft gezonden en dit adres door de belastingplichtige ook werd gebruikt in de correspondentie met de Belastingdienst. Dat in een uittreksel van de Kamer van Koophandel ook het bezoekadres van de belastingplichtige werd genoemd doet daaraan niet af, omdat een dergelijke vastlegging niet kwalificeert als een uitdrukkelijk verzoek voor een verplicht toezendadres.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Vergoeding renteschade vanaf datum onrechtmatig besluit »
Publicatiedatum: 04-10-2013De bestuursrechter is ingevolge art. 8:73 Awb bevoegd om in geval van gegrondverklaring van het beroep op verzoek van een partij schadevergoeding toe te kennen. De bestuursrechter beslist niet ambtshalve over enig recht op schadevergoeding; een partij dient daar expliciet om te verzoeken (HR 24 oktober 2003, nr. 37.565, NTFR 2003/1821). Dit vloeit (mede) voort uit de omstandigheid dat de regeling van art. 8:73 Awb niet exclusief is; een partij kan ervoor kiezen om zijn verzoek tot schadevergoeding voor te leggen aan de civiele rechter. Alsdan laat de partij een verzoek om schadevergoeding in de bestuursrechtelijke procedure achterwege.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Schadevergoeding ex art. 8:73 Awb voor kosten van rechtsbijstand in bezwaarfase »
Publicatiedatum: 04-10-2013Hof Amsterdam (NTFR 2012/1674) heeft onder het oude recht – dat wil zeggen vóór invoering van art. 7:15 Awb per 12 maart 2002 – in procedures over zes belastingaanslagen (1992-1997) op de voet van art. 8:73 Awb een schadevergoeding toegekend voor de kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase. Thans is in cassatie in geschil in hoeverre er plaats is voor die vergoeding.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Onverklaarbare bankstortingen vormen belaste inkomsten »
Publicatiedatum: 01-10-2013In art. 8:58, lid 1, Awb is bepaald dat partijen de bevoegdheid hebben om tot tien dagen voor de zitting nadere stukken in te dienen. Dat betekent dat op de elfde dag vóór de zitting eventuele nadere stukken door de rechtbank moeten zijn ontvangen. Deze tiendagenregel is bedoeld om een behoorlijk verloop van de procedure te waarborgen. De feitenrechter kan zich zodoende goed voorbereiden op (het onderzoek op) de zitting en de wederpartij is daardoor – in overeenstemming met het beginsel van hoor en wederhoor – in staat om adequaat op de nadere stukken te kunnen reageren. Wanneer een partij in strijd met de tiendagenregel nadere stukken indient, bijvoorbeeld door nog op de zitting stukken over te leggen of het bewijsaanbod te doen om na afloop van de zitting nog stukken in te brengen, dan brengt dat niet automatisch met zich dat de feitenrechter deze stukken buiten beschouwing laat.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Verzet ziet ook op boete: beslissing om belanghebbende niet ambtshalve te horen is niet cassatieproof »
Publicatiedatum: 09-08-2013, NTFR 2013/1635De rechtbank heeft in het kader van een vereenvoudigde behandeling het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. In verzet heeft belanghebbende niet verzocht om te worden gehoord. De rechtbank heeft het verzet ongegrond verklaard zonder belanghebbende te horen. Deze uitspraak houdt in cassatie geen stand. De rechtbank heeft namelijk miskend dat – krachtens wetsfictie – ook een boete in het geding is. Weliswaar is de rechter in een boetezaak niet in alle gevallen gehouden de belanghebbende ambtshalve in de gelegenheid te stellen te worden gehoord naar aanleiding van diens verzet, maar slechts in die gevallen waarin het vereiste van een behoorlijk proces ex art. 6 EVRM daartoe aanleiding geeft. Hier kan niet worden aangenomen dat de rechtbank deze beoordeling heeft gemaakt, aangezien de rechter niet heeft onderkend dat een boete in het geding was.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Navorderingsaanslagen bekenner Amerikaanse effectenrekening zijn niet voortvarend opgelegd »
Publicatiedatum: 17-07-2013het Verdrag van Rome uit 1957 is de vrijheid van kapitaalverkeer opgenomen om (op termijn) alle beperkingen in het kapitaalverkeer op te heffen. Uiteindelijk werd pas 36 jaar later de vrijheid van kapitaalverkeer verankerd in (art. 73B van) het Verdrag van Maastricht uit 1993. Vervolgens is deze bepaling via art. 56 EU-Verdrag (Verdrag van Amsterdam uit 1999) uiteindelijk terechtgekomen in het huidige art. 63 VWEU (Verdrag van Lissabon uit 2009). De vrijheid van kapitaalverkeer is (als enige vrijheid) op grond van art. 63 VWEU ook van toepassing op het kapitaalverkeer met derde landen. Uitzondering op de vrijheid van kapitaalverkeer tussen lidstaten en derde landen vormt art. 64 VWEU (voorheen art. 57 EU-Verdrag en art. 73C Verdrag van Maastricht), de zogenoemde standstillbepaling, waarin is bepaald dat belemmeringen die reeds op 1 januari 1993 bestonden op het gebied van ‘directe investeringen, met inbegrip van investeringen in onroerende goederen, vestiging, het verrichten van financiële diensten of de toelating van waardepapieren tot kapitaalmarkten’ in het kapitaalverkeer met derde landen, gehandhaafd mogen blijven.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Kassasysteem exploitant Chinees-Indisch restaurant voldoet aan administratieplicht »
Publicatiedatum: 16-07-2013In art. 52, lid 1, AWR is de verplichting opgenomen een administratie te voeren, zonder dat wordt omschreven wat precies onder het begrip ‘administratie’ moet worden verstaan. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de eisen die aan een administratie worden gesteld onder meer afhankelijk zijn van de ‘aard, omvang, complexiteit e.d. van een bedrijf’. In beginsel is een administratieplichtige dan ook vrij om naar eigen goeddunken invulling te geven aan de wijze van inrichting van zijn administratie, mits de voor de belastingheffing van belang zijnde gegevens maar juist, volledig en controleerbaar zijn vastgelegd. Die eis kan meebrengen ‘dat van elk gegeven dat eenmaal in verband met dat bedrijf of beroep of die werkzaamheid is ontvangen, verzonden of voor intern gebruik vastgelegd’ tot de administratie gaat behoren en ingevolge art. 52, lid 4, AWR moet worden bewaard (Kamerstukken II, 1988-1989, 21 287, nr. 3, p. 23). Datzelfde criterium brengt zelfs mee dat de fiscale administratie- en bewaarplicht zich eveneens uitstrekt tot valselijk opgemaakte stukken, hoewel het – paradoxaal genoeg – ingevolge art. 225 Sr. verboden is dergelijke valse geschriften voorhanden te hebben (HR 22 februari 2005, nr. 01417/04, NTFR 2005/351, met commentaar van Thomas).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen toekenning proceskostenvergoeding proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 21-06-2013, NTFR 2013/1337Door de gemeente is in eerste instantie een WOZ-beschikking vastgesteld. De eigenaar is vervolgens overleden. De erfgenaam (hierna: nieuwe eigenaar) heeft de gemeente met toepassing van art. 26 Wet WOZ verzocht om een nieuwe beschikking af te geven en in dezelfde brief bezwaar gemaakt tegen de eerder vastgestelde waarde. Ter ondersteuning van zijn argumenten dat de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld, is een taxatierapport bijgevoegd. De heffingsambtenaar heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat het prematuur is ingediend. Dit oordeel wordt door de Hoge Raad in stand gelaten. Hierbij wordt strikt gekeken naar het feit dat ten tijde van het maken van het bezwaar voor de nieuwe eigenaar nog geen WOZ-beschikking was vastgesteld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Omzetcorrecties voor organisator dartgala's met ondeugdelijke administratie zijn terecht »
Publicatiedatum: 18-06-2013De onderhavige uitspraak – die mijns inziens op zichzelf weinig bijzonderheden bevat – geeft aanleiding om een opmerking te plaatsen over het gewicht dat fiscale rechters (in het algemeen) lijken toe te kennen aan een controlerapport door de plaats waar een controlerapport in een uitspraak wordt genoemd en uitgebreid wordt geciteerd.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hof heeft ten onrechte minister van Veiligheid en Justitie niet in het geding betrokken »
Publicatiedatum: 07-06-2013, NTFR 2013/1222Hof Den Haag heeft de Staat (minister van Veiligheid en Justitie) veroordeeld in vergoeding van schade van belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn van de behandeling van de zaak door de rechterlijke macht. Hierbij heeft het hof niet de minister van Veiligheid en Justitie in het geding betrokken. In cassatie wordt hierover terecht geklaagd door de staatssecretaris.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft wel voortvarend gehandeld: navorderingsaanslagen ten onrechte vernietigd door hof »
Publicatiedatum: 07-06-2013Zie mijn commentaar bij HR 7 juni 2013, nr. 12/01598, NTFR 2013/1280.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hof had onderzoek moeten heropenen voor behandeling schadevergoedingsverzoek en inspecteur heeft wel voortvarend gehandeld »
Publicatiedatum: 07-06-2013Zie mijn commentaar bij HR 7 juni 2013, nr. 12/01598, NTFR 2013/1280.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Navorderingsaanslagen terecht vernietigd door hof wegens schending Europeesrechtelijk evenredigheidsbeginsel »
Publicatiedatum: 07-06-2013Op 7 juni 2013 heeft de Hoge Raad in een drietal arresten enige verduidelijking gegeven over de voortvarendheid die de inspecteur op grond van het unierechtelijk evenredigheidsbeginsel in acht moet nemen bij het opleggen van navorderingsaanslagen, indien de termijn van twaalf jaar van art. 16, lid 4, AWR van toepassing is. Een opvallende overeenkomst tussen de drie arresten is dat het drie coöperatieve belanghebbenden betreft die in reactie op vragen van de inspecteur vrijwel direct hebben verklaard over een (verzwegen) rekening bij Kredietbank Luxembourg (hierna: KB-Lux) te beschikken en vervolgens ook informatie hebben verstrekt op basis waarvan de inspecteur overzichten kon maken van correctiebedragen en boeten.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gebruik van gegevens van tipgever toelaatbaar »
Publicatiedatum: 06-06-2013In maart 2009 meldde zich bij de Belastingdienst een tipgever met gedetailleerde informatie over onder meer 69 Nederlandse belastingplichtigen met een buitenlandse bank- en effectenrekening (aangehouden bij Rabobank Luxembourg S.A.). Vervolgens werd deze informatie van de tipgever gekocht voor een bedrag dat afhangt van de extra opbrengst die als gevolg van de verschafte informatie in de Nederlandse schatkist zou vloeien. Op 30 oktober 2009 heeft de toenmalige staatssecretaris van Financiën de Tweede Kamer geïnformeerd over de met de tipgever gesloten overeenkomst (brief van 30 oktober 2009, nr. DGB2009/5737U), hetgeen tot de nodige beroering heeft geleid in de pers. Op basis van de desbetreffende informatie zijn aan de vermeende rekeninghouders (navorderings)aanslagen inkomstenbelasting en vergrijpboeten opgelegd, hetgeen heeft geleid tot de nodige civiele en fiscale procedures. Een aspect dat in een aantal van deze procedures naar voren komt, is de vraag of de inspecteur verplicht is om ongeschoonde versies van stukken met betrekking tot de tipgever te overleggen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Grote vermogenssprong had de inspecteur tot controleren aangifte moeten aanzetten »
Publicatiedatum: 04-06-2013, NTFR 2014/374De rechtbank oordeelt vervolgens dat geen sprake is van een nieuw feit op grond waarvan de inspecteur een navorderingsaanslag kan opleggen. De grote toename van het privévermogen had bij de inspecteur tot vragen moeten leiden. De stelling dat de vermogenssprong zijn oorzaak had kunnen vinden in bijvoorbeeld het winnen van de loterij of het ontvangen van een erfenis, zijn dermate zeldzaam dat de inspecteur daarop niet in redelijkheid had mogen vertrouwen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ontoereikende volmacht om cassatieberoep in te stellen »
Publicatiedatum: 12-04-2013, NTFR 2013/810In art. 2:1, lid 2, Awb is bepaald dat een bestuursorgaan een schriftelijke vastlegging van de verlening tot volmacht mag vragen aan de belastingplichtige en zijn gemachtigde. Daarbij is de vraag of het ontbreken van een volmacht een herstelbaar verzuim is in de zin van art. 6:6 Awb of dat dit verzuim pas intreedt als de belastingplichtige en/of zijn gemachtigde niet reageert op het verzoek om de volmacht alsnog te overleggen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft inkomsten administratiekantoor redelijk geschat »
Publicatiedatum: 28-03-2013, NTFR 2013/1579Het hof is van oordeel dat belanghebbende niet heeft doen blijken dat de aanslag op een lager bedrag moet worden vastgesteld dan het door de inspecteur in hoger beroep nader gestelde bedrag. Weliswaar heeft belanghebbende in hoger beroep een volledig overzicht verstrekt van de afschriften van zijn bankrekeningen, maar daarmee heeft hij niet overtuigend aangetoond dat zijn winst uit onderneming (na zelfstandigenaftrek) op een lager bedrag moet worden vastgesteld. De inspecteur heeft de door belanghebbende genoten winst in redelijkheid geschat.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Nederlandse belastingautoriteiten waartoe FIOD behoort schenden communautaire evenredigheidsbeginsel »
Publicatiedatum: 26-03-2013De door een inspecteur gebruikte tijd bij het opleggen van de navorderingsaanslagen in het kader van de projecten Bank Zonder Naam (Van Lanschot Bankiers Luxembourg) en Rekeningenproject (Krediet Bank Luxembourg) is mijns inziens onder te verdelen in twee periodes. De eerste periode heeft betrekking op de tijd die is verstreken tussen het moment van ontvangst van de gegevens van de Belgische autoriteiten door de FIOD-ECD tot aan het moment waarop voor het eerst vragenbrieven zijn verzonden naar belastingplichtigen. De tweede periode heeft betrekking op de tijd die is verstreken tussen het moment waarop de vragenbrieven zijn verzonden en het moment waarop de desbetreffende navorderingsaanslagen zijn opgelegd.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Bekendmaking uitspraak op bezwaar aan vertegenwoordiger volstaat »
Publicatiedatum: 19-03-2013In art. 6:17 Awb is neergelegd dat, indien een partij zich in een bezwaarprocedure laat vertegenwoordigen, de op de zaak betrekking hebbende stukken ‘in ieder geval’ aan de gemachtigde worden verstuurd. Een uitspraak op bezwaar die – in strijd met art. 6:17 Awb – niet aan de gemachtigde is verzonden, is niet op de voorgeschreven wijze bekendgemaakt waardoor de beroepstermijn niet aanvangt. Uit de bewoordingen ‘in ieder geval’ kan worden afgeleid dat de desbetreffende stukken ook aan de belanghebbende zelf kunnen worden gezonden. Er zijn gevallen denkbaar dat het onzorgvuldig of onbehoorlijk is om een uitspraak op bezwaar niet tevens aan de belanghebbende te verzenden, bijvoorbeeld in het geval er bij de inspecteur twijfel bestaat over de vraag of er (nog) wel sprake is van vertegenwoordiging.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


(Navorderings)aanslagen en boetes buitenlandse bankrekening terecht opgelegd I »
Publicatiedatum: 21-02-2013Op 21 februari 2013 heeft Rechtbank Arnhem een aantal uitspraken gedaan betreffende belastingplichtigen met verzwegen buitenlands vermogen dat werd aangehouden bij Van Lanschot Bankiers. In dit commentaar bespreek ik – hoewel in de uitspraken tal van interessante onderwerpen aan de orde komen – slechts de vraag of de inspecteur bij het voorbereiden en vaststellen van de navorderingsaanslagen voldoende voortvarend te werk is gegaan. Daarbij is van belang te vermelden dat tot halverwege het jaar 2009 menig inspecteur nog in de veronderstelling verkeerde dat de in art. 16, lid 4, AWR genoemde navorderingstermijn van twaalf jaren volledig benut kon worden.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur gelegenheid geven dossier aan te vullen is geen reden voor partijdigheid »
Publicatiedatum: 20-11-2012, NTFR 2013/387In deze zaak wraakt de belastingplichtige de voorzitter van de meervoudige belastingkamer van Rechtbank Breda. De reden hiervoor is dat de voorzitter de griffier heeft gevraagd om telefonisch contact op te nemen met de inspecteur over bij zijn verweerschrift ontbrekende bijlagen. Dit gebrek heeft de voorzitter vermoedelijk bij de voorbereiding van de zaak geconstateerd. In het verweerschrift verwijst de inspecteur namelijk naar andere verweerschriften zonder die bij te voegen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk en zaak wordt teruggewezen »
Publicatiedatum: 09-11-2012, NTFR 2013/759In deze procedure van Rechtbank Breda komen verschillende aspecten van het formele belastingrecht aan de orde. De belastingplichtige heeft beroep ingesteld bij de rechtbank omdat de inspecteur niet tijdig op zijn bezwaarschrift heeft beslist. Hangende die beroepsprocedure doet de inspecteur conform art. 6:20 Awb, alsnog uitspraak op het bezwaarschrift. De inspecteur verklaart het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat het buiten de termijn zou zijn ingediend.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur maakt verzending aanmaning niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 09-11-2012, NTFR 2013/705Op grond van art. 8:42 Awb dient de inspecteur een verweerschrift en alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank te overleggen. Uit HR 25 april 2008, nr. 43.871, NTFR 2008/871 en HR 9 april 2010, nr. 43.448, NTFR 2008/873 volgt dat dit artikel ruim moet worden opgevat. In dit geval is onderwerp van geschil of de inspecteur terecht een verzuimboete heeft opgelegd wegens het niet tijdig doen van aangifte. Om daartoe te kunnen overgaan moet de inspecteur de betrokken belastingplichtige een aanmaning hebben gezonden. De bewijslast dat een aanmaning is verzonden rust op de inspecteur. De stukken die daartoe bewijs kunnen aanleveren, dienen dus als op de zaak betrekking hebbend te worden overgelegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ambtelijk verzuim staat aan navordering in de weg »
Publicatiedatum: 26-10-2012, NTFR 2012/2758Op grond van art. 16 AWR kan een inspecteur tot navordering overgaan indien hij beschikt over (i) een nieuw feit, (ii) de belastingplichtige te kwader trouw is of (iii) sprake is van een kenbare fout. In deze uitspraak staat het eerste onderdeel centraal, te weten de vraag of de inspecteur beschikt over een nieuw feit. Een nieuw feit is een feit dat de inspecteur niet bekend was of redelijkerwijs niet bekend had kunnen zijn. Hieruit kan worden afgeleid dat op de inspecteur een zekere onderzoeksplicht rust. Schiet hij daarin tekort, dan begaat hij een ambtelijk verzuim en kan hij niet navorderen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Familierelatie behoeft proceskostenvergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet in de weg te staan »
Publicatiedatum: 19-10-2012, NTFR 2012/2528In dit arrest wijkt de Hoge Raad zeer nadrukkelijk af van de rechtspraak van de andere twee rechtscolleges. Deze laatste zijn van oordeel dat van door een derde verleende rechtsbijstand in de zin van art. 1, aanhef en onderdeel a, Bpb geen sprake is als de derde in een nauwe familierelatie staat tot de belanghebbende. De Hoge Raad nuanceert dit en biedt een opening om ook in dergelijke situaties een proceskostenvergoeding toegekend te krijgen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur maakt opzet belanghebbende met betrekking tot buitenlandse bankrekening op naam echtgenoot niet aannemelijk »
Publicatiedatum: 13-10-2012, NTFR 2013/129In het onderhavige geval zijn aan de echtgenoot van belanghebbende op grond van art. 47 AWR vragen gesteld over in het buitenland aangehouden bankrekeningen. De echtgenoot heeft ontkend een bankrekening bij Van Lanschot in Luxemburg te hebben aangehouden en daarom geen vragen beantwoord of gegevens verstrekt. De inspecteur is van mening dat de echtgenoot niet aan zijn informatieverplichting heeft voldaan en heeft vervolgens zijn voornemen om navorderingsaanslagen op te leggen met verhogingen en vergrijpboetes kenbaar gemaakt. Ook belanghebbende heeft hij van dit voornemen in kennis gesteld. Aangezien belanghebbende in een aantal jaren een hoger inkomen had dan haar echtgenoot, zijn aan belanghebbende over deze jaren navorderingsaanslagen met verhogingen en vergrijpboetes opgelegd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtbank kent ten onrechte proceskostenvergoeding toe »
Publicatiedatum: 21-09-2012, NTFR 2012/2291De rechtbank heeft met toepassing van art. 8:54 Awb het beroep kennelijk ongegrond verklaard. Het verzoek van belastingplichtige om een proceskostenvergoeding is daarbij afgewezen. Tegen deze art. 8:54-uitspraak van de rechtbank heeft de belastingplichtige verzet aangetekend (art. 8:55 Awb). In die procedure heeft de rechtbank geoordeeld dat de belastingplichtige recht had op vergoeding van de gemaakte proceskosten. Hierbij is de rechtbank ervan uitgegaan dat de belastingplichtige kosten had gemaakt voor door een derde verleende rechtsbijstand. De rechtbank heeft een vergoeding toegekend van € 218. De staatssecretaris kon zich niet vinden in de uitspraak op verzet en wendde daartegen een rechtsmiddel aan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Niet gebleken dat belanghebbende rekeninghouder was »
Publicatiedatum: 20-09-2012, NTFR 2013/235De onderhavige procedure betreft een KB-Luxzaak waarbij belanghebbende is gekwalificeerd als ontkenner. Nadat de inspecteur binnen de door hem gestelde termijn geen informatie van belanghebbende krijgt over de volgens hem aanwezige buitenlandse bankrekeningen, vaardigt hij een informatiebeschikking uit. Belanghebbende stelt echter dat hij aan zijn informatieverplichtingen heeft voldaan nu hij aan de inspecteur heeft gemeld geen buitenlandse tegoeden te hebben.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Loonbelasting nageheven over in voorafgaande jaren zwart uitbetaalde lonen kan ten laste van de winst worden gebracht »
Publicatiedatum: 06-09-2012Aangezien zowel het (zwart) uitbetaalde loon als de nageheven loonbelasting ten laste van de winst kunnen worden gebracht, valt er per saldo geen totaalwinst te belasten. Wellicht is daarin de reden gelegen dat de inspecteur in 2003 heeft nagelaten om (navorderings)aanslagen IB over de jaren 1998 tot en met 2001 op te leggen. Maar totaalwinst is nu eenmaal wat anders dan jaarwinst en na verloop van de navorderingstermijnen bracht belanghebbende in zijn aangifte IB over het jaar 2006 een bedrag van € 50.000 ten laste van zijn winst vanwege de nog door hem te betalen naheffingsaanslag LB over de jaren 1998 tot en met 2001. De inspecteur verzet zich tegen het in 2006 in aftrek nemen van de nageheven loonbelasting en stelt onder meer dat tegenover de nageheven loonbelasting niet verantwoorde inkomsten hebben gestaan.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Terechte vaststelling informatiebeschikkingen wegens niet verstrekken informatie buitenlandse rekeningen »
Publicatiedatum: 22-08-2012Voorafgaand aan het oordeel over de vraag of de informatiebeschikking terecht is vastgesteld overweegt Rechtbank Haarlem – verrassend – dat als gevolg van een vergissing aan de zijde van belanghebbenden het beroep is ingesteld bij een onbevoegde rechtbank. Betekent dit nu dat de rechtsmiddelverwijzing bij de informatiebeschikking onjuist is geweest? En als de fout door belanghebbenden is gemaakt, waarom heeft Rechtbank Haarlem dan geen uitvoering gegeven aan het in art. 6:15 Awb bepaalde en wordt pas bij de mondelinge behandeling hieraan aandacht geschonken? De procespartijen wensen een inhoudelijk oordeel van deze rechtbank en op basis van proceseconomie wordt de behandeling voortgezet. Naar de reden hiervoor kan, bij gebrek aan meer informatie, alleen worden gegist.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Ambtelijk verzuim door geen nader onderzoek te verrichten »
Publicatiedatum: 17-07-2012Een heldere conclusie van A-G IJzerman waaraan ik weinig heb toe te voegen en waarin onder meer het uitgangspunt is geformuleerddat navordering niet mag plaatsvinden om een ambtelijk verzuim van de inspecteur te herstellen. Sinds 1 januari 2010 heeft de wetgever op dit uitgangspunt een uitzondering gemaakt door navordering steeds mogelijk te achten wanneer een aanslag door een – voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbare – fout van de inspecteur te laag is vastgesteld, waarbij een 30% te lage aanslag geacht wordt kenbaar te laag te zijn (art. 16, lid 2, onderdeel c, AWR). Op deze wetswijziging is veel (terechte) kritiek gekomen en wellicht naar aanleiding daarvan heeft de staatssecretaris van Financiën op 6 september 2012 zijn wetsvoorstel ‘Wet vereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst’ ter consultatie voorgelegd aan het publiek (zie: http://www.internetconsultatie.nl/herz). In dit wetsvoorstel wordt navordering in beginsel nog steeds mogelijk geacht in het geval een aanslag door een kenbare fout te laag is vastgesteld (waarbij zelfs een 15% te lage aanslag geacht wordt kenbaar te laag te zijn), maar blijft navordering achterwege om – evenals vóór de wetswijziging van 1 januari 2010 – een ambtelijk verzuim te herstellen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Herzieningsverzoeken worden door het hof afgewezen »
Publicatiedatum: 15-06-2012Sinds 1 september 1999 is in het fiscale procesrecht de mogelijkheid geopend dat op verzoek van een partij een onherroepelijk vaststaande uitspraak van rechtbank, hof of Hoge Raad wordt herzien (art. 8:88 Awb). Uit www.rechtspraak.nl blijkt dat in de afgelopen 12½ jaar enkele tientallen uitspraken in fiscale herzieningszaken zijn gepubliceerd, maar dat in geen van de gepubliceerde gevallen het herzieningsverzoek is gehonoreerd.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Proceskostenvergoeding voor telefonisch horen is mogelijk »
Publicatiedatum: 01-06-2012, NTFR 2012/1437De inspecteur heeft in deze procedure de belastingplichtige de keuze gegeven om telefonisch te worden gehoord op zijn bezwaarschrift tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2004 of om daartoe langs te komen bij de inspecteur. De belastingplichtige heeft in dit geval voor de eerste mogelijkheid (telefonisch horen) gekozen. In de bezwaarfase heeft de belastingplichtige verzocht om vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. Dit verzoek heeft de belastingplichtige herhaald in beroep en hoger beroep.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Toekenning schadevergoeding inzake bezwaarfase, bestaande uit vergoeding voor interne kosten en kosten voor externe adviseurs »
Publicatiedatum: 31-05-2012Voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Wet kosten bestuurlijke voorprocedures konden de door een belanghebbende gemaakte kosten van een bezwaarschriftprocedure ruimhartig worden vergoed onder de noemer ‘schadevergoeding’ ex art. 8:73 Awb. De onderhavige schadestaatprocedure is het vervolg van Hof Amsterdam 6 januari 2011, nr. 09/00259 (NTFR 2011/1663).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Oplegging tweede primitieve legesaanslag is niet mogelijk »
Publicatiedatum: 22-05-2012, NTFR 2012/1639Belanghebbende heeft op 5 februari 2008 een aanvraag ingediend voor het verlenen van een reguliere bouwvergunning voor de aanleg van een paardenbak. De gemeente heeft voor het in behandeling nemen hiervan belanghebbende bij aanslag van 17 april 2008 leges in rekening gebracht. De bouwvergunning is op 1 september 2008 aan belanghebbende verleend na verlening van een vrijstelling ex art. 19, lid 2, WRO. Vervolgens heeft de gemeente belanghebbende een tweede legesaanslag met dagtekening 6 september 2008 opgelegd wegens bedoelde vrijstellingsprocedure. De rechtbank heeft het beroep tegen de tweede aanslag ongegrond verklaard. Volgens het hof is de gemeente echter niet bevoegd een tweede aanslag op te leggen. Beide aanslagen zien namelijk op de dienst ‘het in behandeling nemen van een aanvraag’. Hiervoor kan maar één aanslag worden opgelegd. Conversie van de tweede aanslag in een navorderingsaanslag is niet mogelijk, omdat een ‘nieuw feit’ ontbreekt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Ten onrechte geen vergoeding griffierecht en proceskosten toegekend »
Publicatiedatum: 20-04-2012, NTFR 2012/1087In deze zaak heeft het hof twee proceshandelingen van de gemachtigde van de belanghebbende ‘over het hoofd gezien’. Op verzoek van het hof heeft deze gemachtigde twee keer schriftelijk inlichtingen verstrekt. Op grond van het hiervoor aangehaalde besluit moet voor deze proceshandelingen een half punt worden toegekend. Dit heeft het hof ten onrechte achterwege gelaten. De forfaitaire proceskostenvergoeding is in de meeste gevallen ontoereikend om de volledige kosten van de procedure te kunnen dekken. Een integrale proceskostenvergoeding wordt namelijk alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegekend. Dit betekent dat een belanghebbende die volledig in het gelijk wordt gesteld in de praktijk vaak blijft zitten met een forse kostenpost die voor zijn rekening komt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Proceshandelingen in principaal en incidenteel hoger beroep worden op eenzelfde wijze vergoed »
Publicatiedatum: 02-03-2012In het onderhavige geval heeft de inspecteur in verband met een door de rechtbank aan belanghebbende toegekende proceskostenvergoeding van slechts € 80,50 incidenteel hoger beroep ingesteld bij het hof. Sterker nog: de inspecteur stelt dat sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van het procesrecht en lichtvaardig procederen zodat niet hij, maar juist de belanghebbende dient te worden veroordeeld in de door de inspecteur gemaakte proceskosten.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Sanctie omkering en verzwaring van de bewijslast slechts beperkt tot de winst uit verkoop van hennepstekjes »
Publicatiedatum: 16-02-2012, NTFR 2012/1090Belanghebbende exploiteert een onderneming in binnentuinbenodigdheden en hennepstekjes. Voor de handel in hennepstekjes is belanghebbende strafrechtelijk veroordeeld. Tijdens een boekenonderzoek zijn gebreken in de administratie ontdekt, waaronder nietverantwoorde opbrengsten uit illegale activiteiten en zwart uitbetaalde lonen. In deze zaak speelt de vraag of de omkering en verzwaring van de bewijslast terecht is toegepast. Deze toepassing kan zich in drie situaties voordoen, te weten: (i) het niet doen van de vereiste aangifte, (ii) het niet voldoen aan de informatieverplichtingen en (iii) het niet voldoen aan de administratieplicht.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Naheffing bij boekhouder met gebrekkige administratie is terecht »
Publicatiedatum: 14-02-2012, NTFR 2012/695In deze zaak doet de belanghebbende een beroep op het vertrouwensbeginsel. Wordt aan dit beginsel voldaan, dan is de inspecteur verplicht overeenkomstig het bij de belanghebbende gewekte vertrouwen te handelen. Dit vertrouwen is altijd gebaseerd op een rechtstoepassing die gunstiger is dan de wet voorschrijft. Of een beroep op het vertrouwensbeginsel succesvol is, hangt vooral af van de feiten en omstandigheden van het concrete geval. De belanghebbende zal deze feiten en omstandigheden moeten aandragen. In dit geval brengt de belanghebbende daartoe naar voren dat de controleambtenaar tijdens het boekenonderzoek verklaard zou hebben dat geen fiscale gevolgen verbonden zouden zijn aan de controle.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bewijsaanbod van heimelijk met taxateur opgenomen telefoongesprek gehonoreerd; taxateur verlaat zittingszaal »
Publicatiedatum: 07-02-2012, NTFR 2012/858In deze zaak is de belastingplichtige van mening dat, gelet op bij hem gewekt vertrouwen, de waarde van zijn onroerende zaak lager moet worden vastgesteld. Hij draagt hiervan de bewijslast. Om daaraan te voldoen, wijst de belastingplichtige in hoger beroep op een heimelijk opgenomen telefoongesprek met de taxateur. De belastingplichtige biedt eerst ter zitting aan dit telefoongesprek te laten horen als bewijs. Het hof heeft de belastingplichtige in de gelegenheid gesteld om dit gesprek te laten horen in de zittingszaal. Van die mogelijkheid heeft de belastingplichtige gebruikgemaakt. Hoewel in het belastingrecht de vrije bewijsleer geldt, is het de vraag of de rechter zo ver moet gaan dat een heimelijk opgenomen telefoongesprek als bewijsmateriaal mag worden gebruikt.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geslaagd beroep op gelijkheidsbeginsel bij onttrekking grond bedrijfswoning »
Publicatiedatum: 03-02-2012Uit een reeks arresten van 7 mei 2004 (NTFR 2004/728) over het bereik van de landbouwvrijstelling volgde dat het destijds door de staatssecretaris ten opzichte van een bepaalde groep belastingplichtigen gevoerde beleid berustte op een onjuiste rechtsopvatting. Niettemin duurde het tot 8 maart 2006 voordat de staatssecretaris zijn beleid aanpaste en een overgangsregeling trof (NTFR 2006/444). Belanghebbende behoorde niet tot de groep waarop het beleid betrekking had, maar was voor het overige voor de toepassing van de wet wel gelijk en beroept zich op het gelijkheidbeginsel.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gebrekkige rechtbankuitspraak vernietigd en zaak teruggewezen door hof »
Publicatiedatum: 24-01-2012, NTFR 2012/490In dit geval heeft de rechtbank in de uitspraak niets opgemerkt over wanneer de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden, noch dat de belastingplichtige daarvoor op regelmatige wijze is opgeroepen. Het hof heeft de uitspraak van de rechtbank dan ook terecht vernietigd en de zaak teruggewezen naar de rechtbank voor een hernieuwde behandeling.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Hof neemt betwist feit ten onrechte als vaststaand aan »
Publicatiedatum: 13-01-2012Op een partij rust de stelplicht ten aanzien van de feiten die van belang zijn om het door hem beoogde rechtsgevolg te kunnen dragen. Wordt de juistheid van het gestelde feit door de wederpartij erkend of niet (of onvoldoende gemotiveerd) weersproken, dan kan een belastingrechter het gestelde feit – zonder dat daarvoor bewijs is aangedragen – als vaststaand feit beschouwen. Feiten die tussen partijen niet in geschil zijn, behoeven immers geen bewijs. Feiten die tussen partijen wel in geschil zijn, zullen – aan de hand van de door partijen aangedragen bewijsmiddelen – door een belastingrechter moeten worden vastgesteld. In de onderhavige procedure heeft belanghebbende een bepaalde stelling van de inspecteur weersproken, maar abusievelijk heeft Hof Leeuwarden het door de inspecteur gestelde feit als onweersproken – en dus als vaststaand – aangemerkt. De Hoge Raad vernietigt dan ook deze uitspraak en het verwijzingshof zal moeten beoordelen of het door de inspecteur gestelde feit wel kan worden vastgesteld.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Opzegging afspraak met overgangstermijn van twee weken is in dit geval redelijk »
Publicatiedatum: 25-11-2011, NTFR 2012/803Als een inspecteur een toezegging doet aan een belastingplichtige, dan geeft hij daarmee aan hoe hij de fiscale regels zal toepassen in het concrete geval. Niet alles wat de inspecteur zegt, kan als een toezegging worden gekwalificeerd. Om misverstanden over de reikwijdte en inhoud van de toezegging van de inspecteur te voorkomen, is het verstandig om de toezegging van de inspecteur schriftelijk te laten vastleggen. De inspecteur dient daarnaast de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht te nemen. Dit is onder andere van belang als de inspecteur wenst terug te komen op de gedane toezegging.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Omkering bewijslast voor coffeeshopexploitant die weigert volledige inkoopadministratie te verstrekken »
Publicatiedatum: 22-11-2011Belanghebbende drijft een coffeeshop en weigert desgevraagd zijn primaire inkoopadministratie aan de inspecteur te overleggen waarin zijn opgenomen de inkopen van onbewerkte sofdrugs. In deze primaire inkoopadministratie zou zijn vastgelegd de inkoopdatum, de ingekochte hoeveelheid, de soort inkopen en de voor die inkopen betaalde prijs. Derhalve is niet in geschil dat er geen of een gebrekkige inkoopadministratie zou zijn gevoerd, maar enkel het feit dat belanghebbende deze primaire inkoopadministratie weigert te overleggen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Belanghebbende hoefde niet te twijfelen aan de deskundigheid van zijn gemachtigde; geen grove schuld bij belanghebbende »
Publicatiedatum: 27-10-2011, NTFR 2011/2792Wanneer een belastingplichtige een adviseur heeft ingeschakeld aan wie grove schuld of opzet kan worden toegerekend, kan dit samengaan met de mogelijkheid dat bij de belastingplichtige zelf ook opzet of grove schuld aanwezig is geweest. Van belang is daarbij of de belastingplichtige de zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem kan worden verwacht bij de keuze van zijn adviseur en bij de samenwerking met die adviseur (zie in dit kader ook HR 13 februari 2009, nr. 07/12891, NTFR 2009/421). De strafkamer van de Hoge Raad benadrukt dat deze toerekeningscriteria slechts gelden voor de toerekening van gedragingen en/of nalatigheden en niet voor de toerekening van opzet. In deze uitspraak beoordeelt Hof Amsterdam of de inspecteur geslaagd is in het bewijs dat bij de belastingplichtige sprake was van opzet en/of grove schuld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schending mandaatvoorschrift geen reden voor bovenforfaitaire proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 27-10-2011, NTFR 2011/2629Omdat de forfaitaire kostenvergoeding verre van toereikend is, is regelmatig onderwerp van geschil of in een belastingprocedure een ruimere kostenvergoeding kan worden verkregen. In dit geval heeft de ambtenaar die de aanslag heeft vastgesteld ook beslist op het bezwaarschrift. Door de rechtbank wordt vastgesteld dat hierdoor in de bezwaarfase geen zorgvuldige heroverweging heeft plaatsgevonden. Door de belastingplichtige is in hoger beroep verzocht om, vanwege deze schending, een ruimere proceskostenvergoeding toe te kennen. Het hof heeft dat verzoek afgewezen en een forfaitaire vergoeding toegekend. Reden voor deze afwijzing is dat de belastingplichtige in de bezwaarfase had ingestemd met de betrokkenheid van de ambtenaar bij de afwikkeling van de bezwaarschriften. Het hof is dan ook van oordeel dat er geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn. In zijn conclusie gaat de advocaat-generaal uitgebreid in op de vraag wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden die een ruimere proceskostenvergoeding rechtvaardigen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur heeft ten onrechte de bewijslast omgekeerd »
Publicatiedatum: 25-10-2011Wanneer een inspecteur in een (hoger)beroepsprocedure stelt dat een belastingplichtige bepaalde wettelijke verplichtingen niet heeft nageleefd (de vereiste aangifte is niet gedaan, desgevraagd is geen informatie verstrekt of er is op een gebrekkige wijze een administratie gevoerd), dan zal de inspecteur zijn stelling – als daarover een geschil bestaat – op basis van de normale bewijsregels aannemelijk moeten maken. In de onderhavige procedure slaagt de inspecteur er niet in om te bewijzen dat belanghebbende bepaalde wettelijke verplichtingen niet heeft nageleefd en bijgevolg blijft het door de inspecteur beoogde gevolg – de omkering van de bewijslast – uit.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hoger beroep tegen nihilaanslag is nietontvankelijk wegens ontbreken procesbelang »
Publicatiedatum: 25-10-2011In het onderhavige geval heeft belanghebbende bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld tegen een – conform de door hem ingediende aangifte – nihilaanslag en verliesvaststellingsbeschikking van € 31.144. Belanghebbende heeft gesteld dat het verlies (terecht) op € 31.144 is vastgesteld en wenst kennelijk dat het hof zich expliciet uitlaat over (de hoogte van) dit verlies. De vraag is waarom belanghebbende dat wil.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Verrekening door inspecteur tussen box 1 vordering en box 3 schuld toegestaan »
Publicatiedatum: 19-10-2011, NTFR 2012/1820Om vast te stellen welke rechtsgevolgen partijen – uitdrukkelijk of stilzwijgend – zijn overeengekomen, zullen de door hen gemaakte afspraken moeten worden uitgelegd. Hoe dit moet worden gedaan, is in de wet niet geregeld. Richtinggevend is het wederzijdse gerechtvaardigde vertrouwen van partijen (art. 3:35 BW). Daarbij moeten de redelijkheid en billijkheid als maatstaf worden genomen (art. 6:2 en 6:248 BW). Hierover wordt veel geprocedeerd. Een van de bekendste arresten hierbij is het Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981, nr. 11.647, LJN: AG4158). Dit arrest wordt door de rechtbank ook aangehaald om het onderhavige geschil te beslechten.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Rechtsbijstand op basis van 'no cure no pay' staat niet in de weg aan proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 07-10-2011Nadat de overige hoogste bestuursrechters (zie CRvB 25 april 2000, nr. 97/10734 AAW, LJN ZB8757 en ARRvS 18 februari 2009, nr. 200806839/1, LJN BH3232) reeds hadden geoordeeld dat aan de toekenning van een vergoeding van kosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand niet in de weg staat dat die bijstand is verleend op basis van ‘no cure, no pay’, heeft de Hoge Raad in het onderhavige arrest gelijkluidend geoordeeld. Dat lijkt mij een terecht oordeel. Hoewel in voorkomende gevallen de vraag kan rijzen hoe ‘cure’ exact is gedefinieerd, brengt het bestaan van een ‘no cure, no pay’- overeenkomst in zijn algemeenheid mee dat indien de procedure wordt gewonnen, er door belanghebbende proceskosten worden gemaakt voor het inschakelen van de rechtshulpverlener. Alsdan is er reden om aan belanghebbende een vergoeding toe te kennen voor de door hem gemaakte proceskosten. Dat de rechtshulpverlener de kosten pas na afloop van een procedure in rekening brengt, doet daaraan niets af (vgl. Hof Arnhem 22 maart 2011, nr. 10/00323, NTFR 2011/822).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur heeft te lang gewacht met het opleggen van een navorderingsaanslag, waardoor de twaalfjaarstermijn niet kan worden toegepast »
Publicatiedatum: 06-10-2011Op verzoek van de inspecteur heeft belanghebbende op 1 maart 2002 informatie verstrekt over de door hem aangehouden, maar niet in zijn belastingaangiften verantwoorde, bankrekeningen bij de KB-Luxbank in Luxemburg. Aan de hand van deze informatie was de inspecteur in staat om op 11 april 2002 een controlerapport op te stellen met een berekening van de na te vorderen inkomsten- en vermogensbelasting alsmede van de daarbij op te leggen boeten. Deze op 11 april 2002 aangekondigde navorderingsaanslagen zijn vervolgens pas op 31 mei 2003 opgelegd.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is onredelijk laat ingediend »
Publicatiedatum: 03-10-2011In geschil is onder meer of de brief van 4 januari 2006 als een (overigens na afloop van de in art. 6:7 Awb vermelde bezwaartermijn ingediend) bezwaarschrift is aan te merken tegen de aanslag successierecht van 17 november 2005. Gezien het feit dat de betreffende aanslag ter behoud van rechten is opgelegd zonder rekening te houden met de door belanghebbende geclaimde bedrijfsopvolgingsfaciliteit, lijkt mij de brief van 4 januari 2006 – waarin (nogmaals) verzocht wordt om toepassing van de betreffende faciliteit – onmiskenbaar blijk geven van onvrede met de door de inspecteur opgelegde aanslag successierecht. Deze blijk van onvrede maakt dat een schriftelijk stuk moet worden aangemerkt als een bezwaarschrift, ongeacht de bedoeling of bewustheid van de indiener ervan.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Na verwijzing: onvoldoende gemotiveerde boete terecht vernietigd »
Publicatiedatum: 07-07-2011In het onderhavige geval heeft de inspecteur een naheffingsaanslag BPM opgelegd aan een autohandelaar omdat tijdens een controle is vastgesteld dat een auto (een Hummer H2 met dubbele cabine) niet als bedrijfsauto, maar als personenauto ex art. 3, lid 1, letter c, Wet BPM moet worden aangemerkt en dat deze auto (deels) op de openbare weg stond geparkeerd (belanghebbende: ‘de Hummer stond met de kont op de openbare weg’). Voor de vraag of sprake is van een bedrijfsauto of van een personenauto en voor de vraag of een particulier parkeerterrein als openbare weg kwalificeert, verwijs ik naar de uitspraak van Hof Den Haag 27 maart 2009, nr. 08/00041 (NTFR 2010/912, met commentaar van Rolleman).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Terechte navorderingsaanslagen vanwege kwade trouw »
Publicatiedatum: 04-07-2011, NTFR 2011/1920Ondanks de gedane toezegging, zijn de aangiftes nooit aangevuld. Dit leidt tot de conclusie dat sprake is van opzettelijk onthouden van de juiste inlichtingen aan de inspecteur. De boetes van 25% zijn passend en geboden, maar worden, vanwege overschrijding van de redelijke termijn, verminderd met 20%.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur had uitspraak op bezwaar moeten doen nadat vragenbrief was beantwoord »
Publicatiedatum: 25-05-2011Sinds de inwerkingtreding van de ‘Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen’ op 1 oktober 2009 kan – in het geval een inspecteur niet tijdig op een bezwaarschrift heeft beslist (zie art. 7:10 Awb) – een belastingplichtige niet meer rauwelijks beroep instellen bij de belastingrechter. Eerst dient de belastingplichtige de inspecteur er schriftelijk op te attenderen dat hij in gebreke is gebleven om tijdig uitspraak op bezwaar te doen (zie art. 6:12 Awb). Vervolgens heeft de in dat geval in gebreke gestelde inspecteur nog twee weken de tijd om alsnog uitspraak op bezwaar te doen. Laat de inspecteur (wederom) na op uitspraak op bezwaar te doen, dan kan de belastingplichtige beroep instellen bij de belastingrechter en is de inspecteur ex art. 4:17 Awb (automatisch) een dwangsom verschuldigd (van € 20, € 30 of € 40 per dag) voor elke dag dat hij in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen (maximaal € 1.260).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Op in beroep prijsgegeven stelling kan in stelling hoger beroep niet worden teruggekomen »
Publicatiedatum: 24-05-2011, NTFR 2011/1489Hof Leeuwarden verwijst naar HR 3 december 2010, nr. 09/04397 (NTFR 2010/2833). Nu de inspecteur geheel aan de bezwaren van belanghebbende is tegemoetgekomen, zijn een vergoeding van het griffierecht en een proceskostenvergoeding op hun plaats. De stelling van de inspecteur dat belanghebbende geen belang zou hebben bij zijn beroep heeft de inspecteur ter zitting van de rechtbank uitdrukkelijk en ondubbelzinnig prijsgegeven, zodat hij volgens het hof daarop in hoger beroep niet meer terug kan komen.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Na intrekking beroep geen kostenvergoeding bezwaarfase, wel voor beroepsfase »
Publicatiedatum: 20-04-2011Art. 8:75 Awb voorziet in de (discretionaire) bevoegdheid van de bestuursrechter om een partij in een bestuursrechtelijke procedure te veroordelen in de kosten van de wederpartij. Met de te veroordelen partij wordt primair gedoeld op het bestuursorgaan. Voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling is overigens niet vereist dat het beroep geheel of gedeeltelijk gegrond is. Hoofdregel is echter dat bij een (gedeeltelijk) gegrond beroep het bestuursorgaan in de kosten van belanghebbende wordt veroordeeld. Dat geldt ook wanneer een belanghebbende gelijk krijgt op gronden waarop hij zich niet had beroepen (HR 29 augustus 1997, BNB 1998/108). Van deze hoofdregel mag enkel worden afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende (HR 12 mei 2006, NTFR 2006/717).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hof treedt buiten verwijzingsopdracht »
Publicatiedatum: 24-03-2011, NTFR 2011/1088In deze procedure gaat het over de vraag of Hof Arnhem buiten de verwijzingsopdracht van de Hoge Raad is getreden. Kern van het geschil is het verzoek om vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase. Inhoudelijk gaat de procedure over de vraag of de BPM op de juiste wijze is berekend.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief is niet binnen zeswekentermijn door rechtbank ontvangen »
Publicatiedatum: 18-03-2011, NTFR 2011/790In een verzetsprocedure heeft de rechtbank uitspraak gedaan op 6 februari 2009. Deze uitspraak is op 16 februari 2009 aan partijen gezonden. Naar aanleiding van deze uitspraak heeft belanghebbende een geschrift met dagtekening 10 mei 2009 ingediend bij de rechtbank. Deze brief is, via het hof, doorgezonden naar de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelt dat het tijdstip van indiening bij de rechtbank bepalend is voor de vraag of tijdig cassatieberoep is ingesteld. Gelet daarop is de als beroepschrift in cassatie aangemerkte brief niet binnen de zeswekentermijn door de rechtbank ontvangen. Het cassatieberoep is derhalve niet-ontvankelijk.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Proceskostenvergoeding voor onjuiste automatische voorlopige aanslag »
Publicatiedatum: 10-03-2011, NTFR 2011/950Aan belanghebbende is over het jaar 2008 een voorlopige aanslag IB/PVV opgelegd. Deze aanslag is met behulp van het computersysteem van de inspecteur automatisch vastgesteld en is gebaseerd op de bij de inspecteur bekende gegevens uit het meest recente belastingjaar, waaronder een door belanghebbende opgegeven dividenduitkering van € 35.600 in 2007. Belanghebbende maakt hiertegen bezwaar, omdat de dividenduitkering in 2007 eenmalig was. Voorts verzoekt belanghebbende in zijn bezwaarschrift om een proceskostenvergoeding. Het hof is van oordeel dat de inspecteur bij het opleggen van voorlopige aanslagen niet een onbeperkte beslissingsmarge toekomt. In het onderhavige geval heeft de inspecteur bij het vaststellen van de voorlopige aanslag niet de nodige zorgvuldigheid in acht genomen. Doordat de aanslag geheel geautomatiseerd is verwerkt heeft de inspecteur niet onderkend dat het voordeel eenmalig werd genoten. Het risico dat de voorlopige aanslag tot een te hoog bedrag wordt vastgesteld, komt voor rekening van de inspecteur.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Op onjuist juridisch uitgangspunt gebaseerde naheffingsaanslag vernietigd »
Publicatiedatum: 04-03-2011, NTFR 2011/1268In de onderhavige zaak was tussen partijen in geschil of de drijvende villa, Marina, als onroerend voor de overdrachtsbelasting moet worden aangemerkt. Over een identieke casus had het Hof Den Bosch al eerder geoordeeld.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Vergaande onzorgvuldigheid bij inspecteur leidt tot integrale proceskostenvergoeding »
Publicatiedatum: 22-02-2011In fiscale procedures wordt een (proces)kostenvergoeding voor het inschakelen van professionele rechtsbijstand veelal gebaseerd op het forfaitaire puntenstelsel zoals vermeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Van belang is dat de regeling van het Bpb niet bedoeld is als een volledige (kosten)vergoeding, maar als een tegemoetkoming in de kosten van de (beroeps)procedure (nota van toelichting, Stb. 1993, 762, p.4). De aan de hand van het Bpb vast te stellen vergoeding is in de meeste gevallen zodanig veel lager dan de werkelijk door een belanghebbende te maken proceskosten. In de fiscale praktijk wordt het Bpb dan ook wel schertsend het ‘fooienbesluit’ genoemd, maar dat doet niets af aan de geldigheid van het Bpb en het gevolg dat zelfs een belanghebbende met een zeer kansrijke zaak uit kostenoverwegingen kan besluiten om af te zien van het instellen van bezwaar of beroep.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gepubliceerde hardheidsclausulebeslissingen vormen geen beleid waaraan vertrouwen kan worden ontleend »
Publicatiedatum: 11-02-2011De hardheidsclausule geeft de minister (of staatssecretaris) de mogelijkheid om `in individuele gevallen of voor groepen van gevallen’ van belastingheffing af te zien indien zich bij de toepassing van een belastingwet `onbillijkheden van overwegende aard’ voordoen (art. 63 AWR). Tegen een weigering van de minister om de hardheidsclausule toe te passen kan geen beroep op de belastingrechter worden ingesteld (art. 26 AWR), maar in een concrete procedure gericht tegen een belastingaanslag kan wel worden geklaagd over het niet toepassen van de hardheidsclausule (of beter gezegd: het niet toepassen van het hardheidsclausulebeleid). In het onderhavige geval betreft het een (cassatie)procedure gericht tegen een concrete belastingaanslag en het niet toepassen van vermeend hardheidsclausulebeleid, maar niet duidelijk is of belanghebbende ook zelf een verzoek bij de minister heeft gedaan om toepassing van de hardheidsclausule.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur moet onder verbeurte van een dwangsom alsnog op aanvraag teruggaaf BPM beslissen »
Publicatiedatum: 01-02-2011, NTFR 2011/687In art. 7:1 Awb is bepaald dat voorafgaand aan het instellen van beroep eerst de bezwaarfase bij de inspecteur moet worden doorlopen. Op deze hoofdregel geldt een aantal uitzonderingen. De verplichte bezwaarfase geldt niet voor 1. besluiten die op bezwaar of administratief beroep zijn genomen, 2. besluiten die aan goedkeuring zijn onderworpen, 3. besluiten die de goedkeuring of weigering van een ander besluit inhouden, 4. besluiten die zijn voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afd. 3:4 Awb en 5. het beroep dat is gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Deze laatste situatie doet zich hier voor.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bevoegdheidsgebrek is met toezending van de factuur hersteld »
Publicatiedatum: 25-01-2011Op 24 december 2010 heeft de Hoge Raad – kort gezegd – bepaald dat een bevoegdheidsgebrek bij aanslagoplegging (eruit bestaande dat belasting wordt geheven door een niet tot belastingheffing bevoegd bestuursorgaan) kan worden hersteld wanneer het wel tot belastingheffing bevoegd bestuursorgaan deze aanslag in de bezwaarfase inhoudelijk beoordeelt en uitspraak op bezwaar doet (NTFR 2011/181).De Hoge Raad verwijst naar de in de conclusie van A-G IJzerman van 30 september 2010 (NTFR 2010/2434) aangehaalde rechtspraak van de andere hoogste bestuursrechters. Aldus een praktische oplossing die ook nog eens de rechtseenheid ten goede komt.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Exploitant schoonmaakbedrijf voldoet niet aan administratieplicht: omkering bewijslast »
Publicatiedatum: 29-12-2010, NTFR 2011/328Aan belanghebbende, die een schoonmaakbedrijf exploiteert, is naar aanleiding van een boekenonderzoek een naheffingsaanslag loonbelasting met een vergrijpboete van 50% opgelegd. Volgens de inspecteur is er zwart loon uitbetaald. In geschil is of de naheffingsaanslag en vergrijpboete terecht zijn opgelegd. De rechtbank oordeelt dat zowel de urenstaten als de kasadministratie essentiële onderdelen vormen van de administratie van belanghebbende. Nu de kasadministratie niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen en er voorts urenstaten ontbreken, vertoont de administratie van belanghebbende dusdanig ernstige gebreken dat deze niet als basis kan dienen voor de berekening van de door hem over die jaren verschuldigde loonheffing. De rechtbank concludeert dan ook tot omkering van de bewijslast.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Verlengde navorderingstermijn ter zake van Zwitserse bankrekening geoorloofd »
Publicatiedatum: 22-12-2010, NTFR 2011/688In deze uitspraak staan in feite twee vragen centraal, namelijk 1. is de verlengde navorderingstermijn van toepassing en 2. is deze termijn verder overschreden dan noodzakelijk?

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Inspecteur moet alsnog beslissen op teruggaafverzoeken omzetbelasting op straffe van dwangsom »
Publicatiedatum: 16-12-2010, NTFR 2011/171Belanghebbende heeft voor de jaren 2008 en 2009 achttien teruggaafverzoeken omzetbelasting, in de zin van art. 33 Wet OB 1968, ingediend. Door de inspecteur is op deze verzoeken (nog) niet beschikt. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende niet voldaan aan zijn verzoek om de volledige administratie in te zien. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen. Rechtbank Arnhem oordeelt dat de inspecteur op grond van art. 4:13 Awb binnen acht weken dient te beslissen op een teruggaafverzoek. Nu de inspecteur hier niet aan heeft voldaan en hij de beslistermijn niet overeenkomstig art. 4:15 Awb heeft verlengd, is de rechtbank van oordeel dat het beroep gericht tegen het niet-tijdig beslissen gegrond is.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Schending hoorplicht in KB-Luxzaak resulteert in terugwijzing »
Publicatiedatum: 10-12-2010Nadat het hof de relevante overwegingen uit een tweetal arresten (HR 15 mei 2009, NTFR 2009/1114 en HR 18 april 2003, NTFR 2003/761) heeft aangehaald betreffende het horen van een belanghebbende in de bezwaarfase, komt het Hof tot de conclusie dat de inspecteur niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichting om belanghebbende te horen en wordt de zaak teruggewezen naar de inspecteur om – nadat een hoorgesprek heeft plaatsgevonden – alsnog uitspraak op bezwaar te doen. Weinig nieuws onder de zon. Of dat hoorgesprek – afgezien van een nog verdere overschrijding van de redelijke termijn – nog ergens toe leidt, waag ik echter te betwijfelen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen grond voor naheffing nu omzetbelasting was betaald »
Publicatiedatum: 26-11-2010Na de recente arresten van 26 november 2010 (NTFR 2010/2011, NTFR 2010/2012, NTFR 2010/ 2013) is het onderhavige arrest weinig verrassend te noemen. Wanneer een belastingplichtige de door hem verschuldigde omzetbelasting op aangifte heeft betaald en dit bedrag abusievelijk door de ontvanger weer wordt teruggestort op de rekening van belanghebbende, dan kan dat bedrag niet meer op grond van art. 20 AWR worden nageheven omdat de verschuldigde belasting niet zou zijn betaald. Men kan immers niet zeggen dat iemand niet heeft betaald, als hij wèl heeft betaald. De enige weg voor de ontvanger om het teruggestorte bedrag bij belanghebbende terug te halen is door het instellen van een vordering wegens onverschuldigde betaling bij de civiele rechter.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gedragingen werknemers zijn toe te rekenen aan de rechtspersoon »
Publicatiedatum: 18-11-2010In het onderhavige geval is – gelijktijdig met een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting – een vergrijpboete aan een rechtspersoon opgelegd. De rechtspersoon accepteert de navorderingsaanslag, maar ageert tegen de vergrijpboete. De rechtspersoon stelt in de onderhavige procedure dat ze onbekend was met de (beboetbare) gedragingen van haar werknemers als gevolg waarvan deze gedragingen niet aan haar kunnen worden toegerekend. De inspecteur – en vervolgens ook het hof – verwijst voor behandeling van deze stelling naar het door de strafkamer van de Hoge Raad in 2003 gewezen ‘Zijpe- of Drijfmestarrest’ (HR 21 oktober 2003, NJ 2006, 328). Dit arrest gaat onder meer over de vraag in welke gevallen een gedraging van een natuurlijk persoon kan worden toegerekend aan een rechtspersoon. Beslissend is daarbij of de betreffende gedraging de rechtspersoon ‘redelijkerwijs’ kan worden toegerekend, hetgeen – volgens de Hoge Raad – afhankelijk is van ‘de concrete omstandigheden van het geval’.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Langzame postbezorging vanuit Zimbabwe vormt geen verschoonbare termijnoverschrijding »
Publicatiedatum: 11-11-2010, NTFR 2010/2835De bewijslast van een verschoonbare termijnoverschrijding rust op de belastingplichtige. In deze procedure voert de belastingplichtige daartoe aan dat de late ontvangst van het bezwaarschrift is te wijten aan een vertraagde verwerking en bezorging van de verschillende postondernemingen. Dit standpunt wordt door de belastingplichtige niet met concrete feiten of nadere stukken onderbouwd. Het hof oordeelt dan ook dat de belastingplichtige niet in de op hem rustende bewijslast is geslaagd.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Na verwijzing: hoger beroep is tijdig ingediend »
Publicatiedatum: 09-11-2010Bij (ontvankelijkheids)geschillen over de vraag of een belanghebbende tijdig bezwaar, beroep of hoger beroep heeft ingesteld, wordt regelmatig door belanghebbenden aangevoerd dat zij onbekend waren met de litigieuze belastingaanslag of uitspraak. Een dergelijke stelling dient op twee manieren te worden opgevat.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


De noodzaak tot het instellen van hoger beroep is niet uitsluitend aan belanghebbende te wijten »
Publicatiedatum: 19-10-2010, NTFR 2010/2671Als de belastingplichtige in (hoger) beroep geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, dan worden als hoofdregel de door de belastingplichtige gemaakte proceskosten vergoed door het bestuursorgaan. Van deze hoofdregel wordt afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van (hoger) beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van de belastingplichtige. De inspecteur stelde zich in de onderhavige procedure op het standpunt dat het instellen van het hoger beroep aan de belastingplichtige was te wijten omdat hij nu pas met het benodigde bewijsmateriaal op de proppen kwam.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Cassatieberoep niet-ontvankelijk omdat het niet tot een gunstiger beslissing kan leiden »
Publicatiedatum: 15-10-2010, NTFR 2010/2435Rechtbank Den Haag heeft bij uitspraak van 21 februari 2008 het beroep van belanghebbende kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betaald zijn van het griffierecht. In verzet heeft de rechtbank dit oordeel bevestigd. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de intrekking van het beroep pas na de uitspraak van 21 februari 2008 was binnengekomen. In cassatie betoogt belanghebbende dat de intrekking van het beroep heeft plaatsgevonden voordat de rechtbank op 21 februari 2008 uitspraak deed. De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk. Nu zowel de niet-ontvankelijkverklaring als de intrekking van het beroep ertoe leidt dat het beroep inhoudelijk niet verder wordt behandeld, en belanghebbende de grond waarop zijn beroep nietontvankelijk is verklaard (niet betalen griffierecht) niet betwist, kan het cassatieberoep voor belanghebbende niet tot een gunstiger beslissing leiden.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


De door de gemachtigde verleende rechtsbijstand is niet beroepsmatig verleend »
Publicatiedatum: 05-10-2010, NTFR 2010/2617In deze procedure moet het gerechtshof de vraag beantwoorden of sprake was van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door de verschenen gemachtigde. Door de rechtbank was een vergoeding toegekend voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De ambtenaar betwist in hoger beroep dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Het is vervolgens aan de belastingplichtige om aannemelijk te maken dat de gemachtigde die ter zitting van de rechtbank is verschenen beroepsmatig rechtsbijstand heeft verleend. Het gerechtshof oordeelt, onder verwijzing naar de gedingstukken uit de beroepsfase, dat er geen enkel aanknopingspunt is dat de gemachtigde beroepsmatig optrad.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Dwangsom bij niet tijdige uitspraak op bezwaar »
Publicatiedatum: 03-10-2010, NTFR 2010/2370Belanghebbende heeft op 23 januari 2008 bezwaar gemaakt tegen een navorderingsaanslag IB/PVV 2002. De inspecteur heeft nog niet op dit bezwaar beslist. Volgens de inspecteur heeft belanghebbende ingestemd met het opschorten van de beslistermijn. Belanghebbende betwist dit en heeft in november 2008 beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op bezwaar. In de beroepsfase heeft belanghebbende ingestemd met het opschorten van de beslistermijn voor de duur van zes maanden. Deze termijn is verstreken zonder dat de inspecteur uitspraak op bezwaar heeft gedaan.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Bevoegdheidsgebrek kan in uitspraak op bezwaar worden hersteld »
Publicatiedatum: 30-09-2010Hof Amsterdam oordeelde op 10 december 2009 (NTFR 2010/216) dat er geen reden is om het door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veenendaal (hierna: het college van B en W) onbevoegd genomen (primaire) besluit om aan belanghebbende leges in rekening te brengen te vernietigen. Dit bevoegdheidsgebrek wordt geacht te zijn hersteld omdat de uitspraak op bezwaar door de (bevoegde) heffingsambtenaar zou zijn gedaan. Tegen deze uitspraak heeft belanghebbende cassatie aangetekend omdat de uitspraak op bezwaar – evenals het primaire besluit – zou zijn gedaan door het onbevoegde college van B en W. A-G IJzerman concludeert dat de thans voorliggende vraag nog niet, althans niet expliciet, door de Hoge Raad is beantwoord.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Uitnodiging voor de zitting bij de rechtbank heeft niet op juiste wijze plaatsgevonden »
Publicatiedatum: 28-09-2010De zitting staat volgens de Hoge Raad in de fiscale procedure centraal en is daarin van essentieel belang (HR 11 oktober 2000, NTFR 2000/1776). De uitnodiging om op een zitting van de rechtbank te verschijnen wordt dan ook door de griffier op grond van art. 8:37 Awb aangetekend verzonden. Wanneer een dergelijke uitnodiging aangetekend wordt verzonden, dan dient de daarmee geschapen mogelijkheid van navraag te worden benut (HR 9 april 2009, NTFR 2009/767). In de regel zal – als een aangetekend verstuurde uitnodiging de geadresseerde niet heeft bereikt omdat het niet is afgehaald op het postkantoor – de uitnodiging worden geretourneerd aan de griffier van de rechtbank. De constatering dat de uitnodiging juist is geadresseerd en niet retour is ontvangen, is evenwel onvoldoende om vast te stellen dat de uitnodiging ook op regelmatige wijze is aangeboden. Indien een partij niet ter zitting is verschenen, zal de rechtbank door navraag bij TNT Post moeten controleren of de aangetekend verzonden uitnodigingsbrief op regelmatige wijze aan de niet-verschenen partij is aangeboden.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen rentevergoeding over betaald griffierecht dat door bestuursorgaan moet worden vergoed »
Publicatiedatum: 24-09-2010, NTFR 2010/2250Het hof heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. Het hof heeft naar aanleiding daarvan bepaald dat de heffingsambtenaar aan belanghebbende het door hem gestorte griffierecht van € 38 (rechtbank) en € 107 (hof) moet vergoeden. Belanghebbende wenst daarnaast nog een rentevergoeding over deze bedragen te ontvangen. Naar het oordeel van de Hoge Raad is voor een dergelijke rentevergoeding geen plaats, nu art. 8:74 Awb alleen voorziet in vergoeding van het nominale bedrag van het betaalde griffierecht. Ook voor een rentevergoeding bij wege van schadevergoeding op de voet van art. 8:73 Awb is geen plaats.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Afspraak over verlenging enkelvoudige navorderingstermijn impliceert niet afspraak over vervaltermijn voor boete »
Publicatiedatum: 14-09-2010De wettelijke aanslag-, navorderings- en naheffingstermijnen zijn volgens de Hoge Raad – anders dan de wettelijke bezwaar- en beroepstermijnen – niet van openbare orde (HR 2 juli 1986, BNB 1986/291). Als een niet-alerte belastingplichtige zich niet op overschrijding van deze termijnen beroept, kan de belastingrechter de overschrijding niet ambtshalve aan de rechtsstrijd toevoegen. Zo bezien is evenmin in strijd met de openbare orde dat de wél alerte belastingplichtige expliciet afstand doet van de bescherming die deze wettelijke termijnen hem biedt (HR 22 april 1998, BNB 1998/214). In het onderhavige geval is met belanghebbende afgesproken dat hij zou afzien van een beroep op het overschrijden van de navorderingstermijn en de vraag is of deze afspraak enkel ziet op de vervolgens buiten de navorderingstermijn opgelegde navorderingsaanslag of dat deze afspraak tevens ziet op de gelijktijdig met die navorderingsaanslag opgelegde vergrijpboete. Hof Amsterdam (19 november 2009, NTFR 2010/200) oordeelde in het onderhavige geval onder meer dat uit de met belanghebbende gemaakte afspraak niet kan worden afgeleid dat deze afspraak (impliciet) ook betrekking zou hebben op de op te leggen vergrijpboete en dat het op de weg van de inspecteur had gelegen om zulks uitdrukkelijk met belanghebbende overeen te komen. Nu dat niet is gebeurd, heeft Hof Amsterdam de vergrijpboete vernietigd vanwege termijnoverschrijding.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen sprake van afwezigheid van alle schuld »
Publicatiedatum: 03-09-2010Volgens art. 14 FW moet de griffier van het gerecht dat het faillissement uitspreekt direct TNT Post berichten dat een bepaalde persoon failliet is verklaard. Vanaf het moment van ontvangst van dit bericht zendt TNT Post de voor de gefailleerde bestemde post door naar de curator. Gedurende deze `postblokkade’ komt de voor een gefailleerde bestemde post dus altijd bij diens curator terecht. Wanneer gedurende een faillissement een belastingaanslag wordt opgelegd, wordt deze (door)gestuurd naar de curator, die op grond van art. 99 FW verplicht is de blauwe envelop te openen. Hoewel de gefailleerde belastingplichtige op dat moment niet bekend is met het bestaan van deze belastingaanslag, wordt de belastingaanslag wel geacht rechtsgeldig te zijn bekendgemaakt (HR 26 februari 2010, nr. 08/01917, NTFR 2010/1072).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Proceshandelingen in incidentele hoger beroep worden op eenzelfde wijze vergoed als proceshandelingen in principale hoger beroep »
Publicatiedatum: 13-08-2010Zie het commentaar bij HR 13 augustus 2010, nr. 09/00018, NTFR 2010/2011.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Bestaat voor naheffing geen grond, dan is de daarmee samenhangende boetebeschikking onrechtmatig »
Publicatiedatum: 13-08-2010Zie het commentaar bij HR 13 augustus 2010, nr. 09/00018, NTFR 2010/2011.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen grond voor naheffing nu loonbelasting was afgedragen »
Publicatiedatum: 13-08-2010Diverse belastingen worden geheven door middel van betaling op aangifte. De normale wijze van heffing houdt hierbij in dat de betrokkene (de belastingplichtige of inhoudingsplichtige) zelf moet vaststellen hoeveel belasting is verschuldigd. Dit bedrag dient hij binnen een bepaalde wettelijk geregelde termijn aan de belastingdienst te betalen. Daarnaast moet de betaling worden gespecificeerd in een aangifte. Pas wanneer de betrokkene niet heeft voldaan aan zijn aangifte- of betalingsverplichting, kan de inspecteur in actie komen. Art. 20, lid 1, AWR geeft aan in welke gevallen de inspecteur een naheffingsaanslag kan opleggen. De meest voorkomende situatie is die waarin de op de aangifte vermelde belastingschuld niet is betaald.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Ondanks boekenonderzoek geen gerechtvaardigd vertrouwen gewekt bij belastingadviseur »
Publicatiedatum: 10-08-2010, NTFR 2010/2254Belanghebbende drijft een administratie-, belastingadvies-, assurantie- en financieringskantoor. In mei 2007 heeft belanghebbende een kantoorpand geleverd aan B bv, waarvan belanghebbende middellijk alle aandelen bezit. Ter zake van deze levering is € 242.250 aan omzetbelasting in rekening gebracht. Het pand wordt door B bv belast verhuurd aan belanghebbende. Belanghebbende heeft de in verband met de levering verschuldigde omzetbelasting niet aangegeven. In juni 2008 wordt dit tijdens een boekenonderzoek niet ontdekt door de inspecteur. Pas in juli 2008, wanneer B bv in haar aangifte het bedrag van € 242.250 als voorbelasting in aftrek brengt, wordt de inspecteur hiermee bekend en legt hij een naheffingsaanslag omzetbelasting op. In geschil is of belanghebbende een geslaagd beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen nadere voorlopige aanslag binnen drie maanden: heffingsrente verminderd »
Publicatiedatum: 29-07-2010De Hoge Raad heeft op 25 september 2009 (NTFR 2009/2155) geoordeeld dat uit de wetsgeschiedenis van art. 30f AWR blijkt dat sprake is van een beleid van de Belastingdienst dat erop is gericht om bij belastingen die bij wege van aanslag geheven worden, binnen drie maanden na indiening van de aangifte een definitieve aanslag op te leggen. Als het niet mogelijk is binnen drie maanden een definitieve aanslag op te leggen, bijvoorbeeld omdat nader onderzoek naar de aangifte nodig is, houdt het beleid volgens de beschrijving ervan in diezelfde wetsgeschiedenis in dat in elk geval binnen drie maanden een voorlopige aanslag wordt opgelegd waarbij de aangifte als uitgangspunt wordt genomen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gebruik van verlengde navorderingstermijn ter zake van Zwitserse bankrekening is toegestaan »
Publicatiedatum: 20-07-2010, NTFR 2010/2135In deze uitspraak staat de vraag centraal of de verlengde navorderingstermijn verder is overschreden dan noodzakelijk. Rechtbank Arnhem baseert haar oordeel op HR 26 februari 2010, nr. 43.050bis, NTFR 2010/1006.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Uitspraak rechtbank bevestigd nu hoger beroep niet is gemotiveerd »
Publicatiedatum: 25-06-2010Belanghebbende stelt hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank op de enkele grond dat de rechtbank niet op al zijn verweren en stellingen is ingegaan. Door belanghebbende wordt echter in het geheel niet gemotiveerd op welke verweren en stellingen de rechtbank niet zou zijn ingegaan en het hof komt tot de conclusie dat de rechtbank op goede gronden een juiste beslissing heeft genomen. Een weinig verrassende uitspraak, behalve op een ondergeschikt aspect na, dat het hof het hoger beroep van belanghebbende slechts ongegrond heeft verklaard, terwijl art. 27o AWR voorschrijft dat in dergelijke gevallen het hof de uitspraak van de rechtbank dient te bevestigen met overneming van de gronden.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur verzaakt onderzoeksplicht: geen nieuw feit »
Publicatiedatum: 18-06-2010Voorafgaande aan de indiening van de aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2000 stuurt belanghebbende een brief waarin hij aangeeft dat hij – als startende ondernemer – willekeurig wenst af te schrijven op zijn onroerend goed. Hij verzoekt de inspecteur vervolgens om hem mede te delen of hij met de door hem voorgestelde willekeurige afschrijving akkoord gaat. De inspecteur beantwoordt de brief van belanghebbende echter niet en belanghebbende doet vervolgens aangifte inkomstenbelasting 2000 en trekt daarin een bedrag af van f 280.000 als willekeurige afschrijving. De primitieve aanslag inkomstenbelasting 2000 wordt conform de ingediende aangifte (geautomatiseerd) opgelegd. De inspecteur meent naar aanleiding van de ingediende aangifte over het jaar 2001 dat belanghebbende in het jaar 2000 geen recht had op de willekeurige afschrijvingsfaciliteit en legt alsnog een navorderingsaanslag over het jaar 2000 aan hem op.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Indiener beroepschrift blijft zelf verantwoordelijk voor tijdige indiening gronden »
Publicatiedatum: 21-05-2010Art. 8:37 Awb regelt op welke wijze de griffier van de rechtbank stukken moet versturen. Hoofdregel is verzending per gewone post, maar voor verzending van een aantal belangrijke processtukken (oproepingen, uitnodiging om een zitting te verschijnen, alsmede de verzending van een afschrift van de uitspraak en van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling) is in het eerste lid verzending per aangetekende post voorgeschreven. In art. 8:37, lid 2, Awb is in een afwijkingsbevoegdheid van de rechtbank voorzien om niet in het eerste lid genoemde stukken toch aangetekend te verzenden. Van deze afwijkingsbevoegdheid wordt onder meer in de volgende (twee) gevallen gebruik gemaakt.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur moet onderzoek doen naar buitenlandse rechtsfiguur »
Publicatiedatum: 20-05-2010Een Duitse commanditaire vennootschap heeft grote verliezen geleden (f 649.901 in 1996, f 631.068 in 1997 en f 181.482 in 1998) die de inbreng (van DM 25.000) van de in Nederland woonachtige commandiet verre hebben overtroffen. De commandiet heeft die verliezen volledig als verlies uit onderneming in zijn aangiften inkomstenbelasting opgenomen. De inspecteur heeft de aangiften bij het opleggen van de primitieve aanslagen gevolgd, maar heeft vervolgens navorderingsaanslagen opgelegd omdat hem later is gebleken dat belanghebbende als commandiet (Kommanditist) naar Duits recht niet kan worden aangesproken voor meer dan zijn inbreng. Het is de vraag of de inspecteur had behoren te twijfelen aan de juistheid van de ingediende aangiften.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Ongelijke behandeling 65-jarigen al naar gelang voorlopige teruggaaf is aangevraagd is gerechtvaardigd »
Publicatiedatum: 06-05-2010In de onderhavige procedure verzocht een minstverdienende partner die niet om een voorlopige teruggave had verzocht eveneens om uitbetaling van een hoger bedrag aan heffingskorting. Het niet terugvragen van een voorlopige teruggave vooraf van de heffingskorting mag immers niet leiden tot een ongunstigere behandeling ten opzichte van belastingplichtigen die wel vooraf een dergelijke aanvraag hebben ingediend. Rechtbank Haarlem (NTFR 2008/1198) toont zich gevoelig voor dit argument en oordeelt dat de wettelijke regeling in strijd is met het in art. 26 IVBPR neergelegde gelijkheidsbeginsel. Daar denkt Hof Amsterdam in de hogerberoepsprocedure anders over en houdt de wetgever alsnog een hand boven het hoofd. Zowel Rechtbank Haarlem als Hof Amsterdam stellen voorop dat aan de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid toekomt en dat het oordeel van de wetgever dient te worden geëerbiedigd tenzij dat van een redelijke grond is ontbloot (vergelijk EHRM 10 juni 2003, NTFR 2003/2025). In tegenstelling tot Rechtbank Haarlem is Hof Amsterdam van oordeel dat de wetgever in redelijkheid wel belang heeft kunnen hechten aan de tijdelijke negatieve inkomenseffecten die een lagere voorlopige teruggaaf tot gevolg zou kunnen hebben. Het alsnog opleggen van een aanslag zou volgens het hof deze doelstelling tekort doen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Latere verliesherzieningsbeschikking kan niet ten grondslag liggen aan eerdere navorderingsaanslagen »
Publicatiedatum: 29-04-2010Indien in een bepaald jaar een verlies uit werk en woning is geleden, wordt de grootte van dit verlies op grond van art. 3.151, lid 1, Wet IB 2001, door de inspecteur vastgesteld bij een voor bezwaar vatbare beschikking (verliesvaststellingsbeschikking). Met deze beschikking ligt vast welk bedrag vervolgens achterwaarts en/of voorwaarts kan worden verrekend. Meent de inspecteur dat hij het verlies te hoog heeft vastgesteld, dan kan hij – onder voorwaarden – het eerder vastgestelde verlies herzien op grond van art. 3.151, lid 4, Wet IB 2001 (verliesherzieningsbeschikking). Herziening van een verliesbeschikking is pas mogelijk indien – kort gezegd – voldaan wordt aan dezelfde eisen die gelden voor het opleggen van een navorderingsaanslag.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Hofuitspraak niet strijdig met hofuitspraak over eerder belastingjaar »
Publicatiedatum: 10-04-2010De inspecteur heeft in strijd met een vaststellingsovereenkomst over het jaar 1997 een aanslag opgelegd aan belanghebbende waarin zijn gehele rekening-courantschuld jegens zijn bv als winstuitkering was begrepen. Daarnaast legde hij over de nakomende jaren eveneens aanslagen op waarin jaarlijks 10% van dezelfde rekening-courantschuld als winstuitdeling was begrepen. Aldus was sprake van dubbele belastingheffing. Indien een inspecteur er niet zeker van is in welk jaar een bepaalde winstuitdeling in aanmerking moet worden genomen, dan staat het hem in principe vrij om voor alle zekerheid over elk van de in aanmerking komende jaren daarvoor een aanslag op te leggen. Maar uiteindelijk dient de inspecteur er in die gevallen wel voor te zorgen dat er geen dubbele heffing blijft bestaan nadat een van de aanslagen onherroepelijk is komen vast te staan. De inspecteur is dan verplicht de aanslag over het andere jaar (ambtshalve) te verminderen (vergelijk HR 7 oktober 1960, nr. 16.397, BNB 1970/242).

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Navordering ter zake van fees houdt stand tegen vele formeelrechtelijke verweren »
Publicatiedatum: 07-04-2010`Niet geschoten, altijd mis’ moet belanghebbende in de onderhavige procedure hebben gedacht. Belanghebbende vuurt een schot hagel af bestaande uit een veelheid aan argumenten en standpunten, maar treft desalniettemin geen enkel doel. De argumenten en standpunten van belanghebbende kan het hof moeiteloos en met een vanzelfsprekende motivering, die commentaar van mijn kant overbodig maakt, verwerpen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Geen proceskostenvergoeding na intrekking beroepschift »
Publicatiedatum: 02-04-2010Op grond van art. 8:75 Awb kan een rechter een partij veroordelen tot vergoeding van de kosten die de andere partij in redelijkheid heeft moeten maken in verband met een beroepsprocedure. Betreft het de kosten van een fiscale beroepsprocedure, dan wordt volgens vaste jurisprudentie de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van de door een belastingplichtige gemaakte proceskosten wanneer deze geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld. Dit is slechts anders indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeit uit de handelswijze van de belanghebbende. In fiscale beroepsprocedures bestaat ook recht op een proceskostenvergoeding wanneer de belastingplichtige gelijk krijgt op gronden waarop hij zich niet heeft beroepen, maar gelijk krijgt op gronden die door de rechtbank of het hof ambtshalve zijn bijgebracht (HR 29 augustus 1997, BNB 1998/108). Om voor een proceskostenvergoeding ex art. 8:75 Awb in aanmerking te komen hoeft er dus geen relatie te bestaan tussen de gronden van het beroep van een belastingplichtige en de reden waarom de belastingrechter een belastingplichtige uiteindelijk in het gelijk stelt.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Administratie van exploitant Chinees restaurant ten onrechte verworpen »
Publicatiedatum: 30-03-2010In art. 25, lid 3, AWR en art. 27e AWR zijn limitatief opgesomd de gevallen waarin op grond van een gebrek aan medewerking van de belastingplichtige `omkering van de bewijslast’ optreedt (zie uitgebreid: `Omkering van de bewijslast’, P.G.H. Albert, NTFR 2005/63). In dat geval hoeft de inspecteur niet meer te bewijzen dat de door hem opgelegde belastingaanslag juist is, maar dient de belastingplichtige te bewijzen dat de belastingaanslag onjuist is. De artikelen bevatten echter niet alleen een verplichte toedeling van de bewijslast aan de belastingplichtige, maar bevatten tevens een verzwaring van die last.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


KB Lux-zaak: uitspraak Rechtbank Brussel inzake microfiches leidt niet tot een ander oordeel »
Publicatiedatum: 25-03-2010Met betrekking tot het gebruik van (fotokopieën van) microfiches als bewijsmiddel voor de vaststelling van belastingaanslagen en boetebeschikkingen werd door Hof Amsterdam in een tussenuitspraak geoordeeld dat: `Indien al kan worden aangenomen dat de microfiches op strafrechtelijk onrechtmatige wijze door de Belgische autoriteiten zijn verkregen, dan zijn naar het oordeel van het Hof de gegevens door de Nederlandse fiscus niet verkregen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht dat het gebruik van die gegevens ontoelaatbaar moet worden geacht’ (Hof Amsterdam 2 juli 2009, NTFR 2009/1549). Aan dit oordeel werd door het hof nog de navolgende overweging toegevoegd: `Van belang acht het hof dat er geen enkele aanwijzing is dat de Belgische overheid zelf de hand heeft gehad in de – gestelde – ontvreemding van de microfiches.’ Een en ander is in overeenstemming met het oordeel van de Hoge Raad (HR 21 maart 2008, nr. 43.050, NTFR 2008/614) en heeft tot gevolg dat het standpunt van belanghebbende met betrekking tot het onrechtmatige gebruik van de fotokopieën werd verworpen.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Lagere vergrijpboete door ernst van gedraging in het licht van persoonlijke situatie »
Publicatiedatum: 19-03-2010Niet alleen de ernst van het beboetbare feit en de omstandigheden waaronder het feit zijn begaan, maar ook de persoonlijke en financiële omstandigheden van de boeteling worden door een belastingrechter in beschouwing genomen. In het onderhavige geval toont Hof Den Haag zich gevoelig voor het door belanghebbende getoonde berouw en het feit dat de vrouw van belanghebbende na een lang ziektebed is overleden.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Inspecteur voert begunstigend beleid voor belastingplichtigen die kiezen voor opting-in »
Publicatiedatum: 11-03-2010Om geschillen omtrent de fiscale duiding van de arbeidsverhouding tussen een prostituee en een exploitant van een seksinrichting te voorkomen heeft de staatssecretaris op 15 september 2008 een besluit (nr. CCP2008/834M, NTFR 2008/1861) gepubliceerd. Dit besluit werkt terug tot 1 juli 2008. Daarin is bepaald dat – indien een exploitant en een prostituee zich aan een bepaald arbeidsvoorwaardenpakket houden – er enerzijds van wordt uitgegaan dat sprake is van zelfstandigheid van de prostituee (geen dienstbetrekking) en anderzijds ervan wordt uitgegaan dat sprake is van een fictieve dienstbetrekking (opting-in). Een belangrijk gevolg hiervan is dat de exploitant loonbelasting inhoudt op de verdiensten van de prostituee. Aldus heeft er een uitruil plaatsgevonden die erop neerkomt dat enerzijds de prostituee als zelfstandige wordt aangemerkt (en dus niet premieplichtig is voor werknemersverzekeringen) en anderzijds dat de heffingsbelangen van de fiscus worden gewaarborgd doordat inhouding van (loon)belasting plaatsvindt aan de bron.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Gronden van bezwaar per fax: inspecteur moet gelegenheid tot herstel bieden »
Publicatiedatum: 24-02-2010, NTFR 2011/70Belanghebbende is niet-ontvankelijk verklaard in het bezwaar. Belanghebbende had per fax om uitstel verzocht voor het indienen van de gronden van het pro-formabezwaarschrift. De inspecteur heeft dit uitstel verleend en daarbij aangegeven dat faxen niet meer worden geaccepteerd. Vervolgens doet belanghebbende, wederom per fax, de gronden van het bezwaar aan de inspecteur toekomen. De inspecteur verklaart belanghebbende niet-ontvankelijk in het bezwaar. Gelet op de werkinstructie van de inspecteur is de rechtbank van oordeel dat de inspecteur belanghebbende in de gelegenheid had behoren te stellen zijn omissie te herstellen. De waarschuwing in de eerdere brief doet hieraan niet af.

Lees meer »
M.H.W.N. Lammers
<a href=M.H.W.N. Lammers"/>


Geen incidenteel hoger beroep tegen ander onderdeel van beslissing dan waartegen hoger beroep is gericht »
Publicatiedatum: 02-02-2010Een uitspraak van een rechtbank kan betrekking hebben op meerdere beschikkingen. In het onderhavige geval had de uitspraak van de rechtbank betrekking op een naheffingsaanslag (die werd gehandhaafd) en een boetebeschikking (die werd vernietigd). Belanghebbende heeft vervolgens hoger beroep ingesteld, enkel om het rechtbankoordeel inzake de naheffingsaanslag te bestrijden. Naar aanleiding van dit (principale) hoger beroep van belanghebbende stelt de inspecteur incidenteel hoger beroep in tegen het rechtbankoordeel inzake de boetebeschikking. De vraag is of de inspecteur dat nog bij incidenteel hoger beroep kon doen of dat had moeten doen door zelf tijdig tegen dit onderdeel van de rechtbankuitspraak in hoger beroep te komen. Anders geformuleerd: is hoger beroep gericht op de rechtbankuitspraak in zijn geheel (en dus op alle afzonderlijke primaire beschikkingen waarop de rechtbankuitspraak betrekking heeft) of wordt de omvang van het hoger beroep beperkt tot enkel die primaire beschikking(en) die in (principaal) hoger beroep worden bestreden?

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Belanghebbende kent conclusie van dupliek niet: terugwijzing naar rechtbank »
Publicatiedatum: 01-02-2010Artikel 8:57 Awb geeft aan een bestuursrechter de mogelijkheid om – na afsluiting van het vooronderzoek – een onderzoek ter zitting achterwege te laten, mits beide partijen daar toestemming voor geven. Zonder uitdrukkelijke toestemming van partijen is afdoening zonder onderzoek ter zitting niet mogelijk en is de rechterlijke uitspraak vernietigbaar wegens strijd met een goede procesorde (HR 10 november 1999, nr. 34.705, BNB 2000/3)

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Ontbreken machtiging leidt ten onrechte tot niet-ontvankelijkverklaring van bezwaar »
Publicatiedatum: 02-01-2010In het onderhavige geval speelt volgens de rechtbank een rol dat – in weerwil van art. 6:6 Awb – de gemachtigde geen reële mogelijkheid is geboden om zijn verzuim te herstellen. De heffingsambtenaar had op grond van art. 6:14, lid 1, Awb een (automatisch vervaardigde) ontvangstbevestiging aan de gemachtigde verstuurd. In deze ontvangstbevestiging werd, tussen meer algemeen geformuleerde bepalingen, tevens verzocht om een schriftelijke volmacht. De – kennelijk professionele – gemachtigde had dit onduidelijke verzoek om een volmacht niet opgemerkt en had de 'ontvangstbevestiging' slechts ter kennisgeving aangenomen, met nietontvankelijkheid tot gevolg. Indien – zoals de rechtbank heeft geoordeeld – deze 'ontvangstbevestiging' niet kan worden aangemerkt als een (reële) mogelijkheid om het desbetreffende verzuim ex art. 6:6 Awb te herstellen, dan zou mijns inziens reeds daarom al de nietontvankelijkheid van de baan zijn. In dat geval is er geen reden meer om ook nog de discretionaire bevoegdheid van de heffingsambtenaar te toetsen. Wat daar ook van zij, de uitkomst blijft hetzelfde.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Nieuw standpunt belanghebbende wordt aangemerkt als nieuw feit »
Publicatiedatum: 17-09-2009Tijdens een boekenonderzoek bij een makelaar wordt door de inspecteur geconstateerd dat bepaalde vastgoedtransactiewinsten niet zijn verantwoord in zijn aangifte(n) inkomstenbelasting. Een van deze vastgoedtransacties betrof de verkoop van een pand in 1999 welk pand pas in 2000 werd geleverd en betaald. Vervolgens heeft de inspecteur op 15 mei 2004 (primitieve) aanslagen inkomstenbelasting over de jaren 1999 en 2000 opgelegd waarbij hij de desbetreffende transactiewinst heeft belast in het jaar 1999, het jaar waarin de koopovereenkomst werd gesloten. Uiteindelijk is in de tegen deze aanslagen gerichte (hoger)beroepprocedure komen vast te staan dat op grond van goed koopmansgebruik de desbetreffende transactiewinst pas belast kan worden op het moment waarop het vastgoed werd geleverd, te weten in het jaar 2000 (NTFR 2009/1578 en NTFR 2009/756). Naar aanleiding van deze rechterlijke uitspraak heeft de inspecteur een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2000 opgelegd om alsnog de desbetreffende transactiewinst in de heffing te begrijpen. De onderhavige procedure is gericht tegen deze alsnog opgelegde navorderingsaanslag inkomstenbelasting over het jaar 2000 en de vraag is of de inspecteur wel beschikt over een nieuw feit.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Schatting KB-Lux saldo bij weigeraar »
Publicatiedatum: 14-07-2009Hof Amsterdam heeft op 2 juli 2009 (NTFR 2009/1549) wat de inkomstenbelasting betreft en op 26 november 2009 (NTFR 2009/2702) wat de vermogensbelasting betreft in zeer uitgebreide bewoordingen een oordeel gegeven over de juistheid van de door de inspecteur toegepaste KB-Lux-correcties bij een zogenoemde ‘ontkenner' (of: ‘weigeraar’). Bij ontkenners beschikt de Belastingdienst enkel over de uit België verkregen renseignementen (fotokopieën van microfiches). Het daarin vermelde saldo per 31 januari 1994 van een zichtrekening is veelal niet representatief voor het werkelijk verzwegen vermogen. Dit wordt veelal veroorzaakt doordat in een groot deel van de gevallen een tweede rekening is geopend (spaar- en/of beleggingsrekening), waarvan geen gegevens zijn gerenseigneerd. Het hof oordeelt dan ook dat de inspecteur in redelijkheid kon besluiten het gerenseigneerde saldo buiten beschouwing te laten bij zijn schatting van de inkomsten- en vermogenscorrecties van een ontkenner.

Lees meer »
I.R.J. Thijssen
I.R.J. Thijssen


Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op