Q & A: De fiscus heeft mijn belastingaanslag geschat, mag dat?
Alle pagina's gelinkt aan
U heeft aangifte inkomstenbelasting/vennootschapsbelasting gedaan, maar de fiscus is van uw aangifte afgeweken. Of u heeft geen aangifte gedaan en de fiscus legt alsnog een aanslag op, waarin de fiscus uw inkomen heeft geschat. In de brief met de toelichting leest u dat de fiscus vindt dat u meer inkomsten/winst heeft gehad dan u heeft opgegeven. Bijvoorbeeld vanwege transacties met crypto, of na een boekencontrole van uw onderneming, of omdat de fiscus denkt dat u meer uitgeeft dan u heeft verdiend. In de praktijk zien wij dat de fiscus de schatting hoog inzet, daar is meestal het nodige op af te dingen. Onze ervaring is dat een goede onderbouwing helpt om aanslagen en eventuele boetes flink te verminderen.
Dit blog behandelt de volgende vragen:
1. Mag de fiscus de hoogte van een belastingaanslag schatten?
2. Bij welke soort belasting mag de fiscus schatten?
3. Hoe berekent de fiscus de geschatte aanslag?
4. Wat is het nadeel van een geschatte aanslag?
5. Kan de fiscus een vergrijpboete opleggen bij een geschatte aanslag?
6. Wat kunt u tegen die geschatte belastingaanslag doen?
7. Waar moet u in een bezwaarprocedure op letten

Q1: Mag de fiscus de hoogte van een belastingaanslag schatten?
A: Ja dat mag, als de fiscus daar een goede reden voor heeft. De fiscus moet namelijk aanwijzingen hebben dat de aangifte die u heeft gedaan niet klopt. Of dat u geen aangifte hebt gedaan terwijl u wel inkomen had. In die gevallen kan de fiscus het (extra) inkomen schatten. Dat moet de fiscus wel uitleggen:
- De fiscus kan met een vermogensvergelijking laten zien dat de belastingplichtige veel meer uitgeeft dan op basis van zijn eigen inkomen kan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch).
- De fiscus heeft een boekencontrole uitgevoerd en kan de juistheid van de aangiften niet beoordelen vanwege de gebrekkige administratie. De cijfers van de branchegegevens wijken echter (zonder reden) af van de cijfers van de onderneming (zie bv. de uitspraak van Rb Gelderland).
- De fiscus heeft een buitenlandse bankrekening ontdekt en rekent alle inkomende transacties tot uw inkomen.
- De fiscus heeft informatie van het Openbaar Ministerie (“OM”) ontvangen (een ontnemingsrapportage of (een deel uit) het strafdossier), waaruit lijkt te volgen dat u geld heeft verdiend dat u niet heeft opgegeven (zie bv. de uitspraak van het hof ’s-Hertogenbosch).
Dit zijn enkele voorbeelden van aanknopingspunten die rechtvaardigen dat de fiscus de hoogte van uw inkomen schat.
Q2: Bij welke soort belasting mag de fiscus schatten?
A: Dit mag bij elke soort belasting. In onze praktijk zien wij vaak geschatte aanslagen in de volgende situaties:
Bij ondernemers zien wij vaak dat de fiscus de omzet corrigeert na een boekenonderzoek. Meestal gaat het dan om – volgens de fiscus – gebreken aan de administratie waardoor de juistheid van de aangifte niet kan worden gecontroleerd. De fiscus pakt dan de gemiddelde cijfers uit uw branche erbij. Wijken de cijfers van uw onderneming af en is daar geen verklaring voor, dan corrigeert de fiscus uw omzet naar het branchegemiddelde. Dat leidt dan tot een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en een naheffingsaanslag omzetbelasting.
Bij particulieren zien wij dat de fiscus informatie krijgt van het OM. Als uit het strafdossier volgt dat u vermoedelijk geld heeft verdiend met het plegen van strafbare feiten, dan corrigeert de fiscus uw aangifte inkomstenbelasting.
Q3: Hoe berekent de fiscus de geschatte aanslag?
A: De Hoge Raad heeft bepaald dat de schatting van de fiscus “redelijk” moet zijn en “niet willekeurig” mag zijn. De fiscus moet kunnen beargumenteren waarom hij vindt dat de schatting redelijk is. Er zijn voor de fiscus verschillende manieren waarop hij de schatting kan onderbouwen, te denken valt aan inkomende cryptotransacties of een vermogensvergelijking van uw inkomen en uw uitgaven.
Wij zien in onze praktijk vaak dat de fiscus een steekproef gebruikt om zijn schatting te onderbouwen. De fiscus geeft dan bijvoorbeeld tien voorbeelden van inkomende cryptotransacties en de reden waarom hij vindt dat dit inkomsten zijn. Vervolgens is hij van mening dat hij daarmee heeft laten zien dat alle inkomende cryptotransacties inkomsten zijn.
In het voorbeeld waarin de fiscus informatie ontvangt van het OM, onderbouwt de fiscus de schatting vaak door naar het ontnemingsrapport te verwijzen. Lees voor meer informatie over de ontnemingsrapportage en enkele knelpunten een blog van mijn kantoorgenoot Vincent Leenders. In het voorbeeld van het boekenonderzoek bij een ondernemer gebruikt de fiscus meestal de branchegegevens als onderbouwing. Het gebruik van branchegegevens of steekproeven is niet altijd terecht en het is zaak om daar kritisch naar te kijken in een procedure.
Q4: Wat is het nadeel van een geschatte aanslag?
A: De fiscus zet de schatting vaak hoog in en dat kan hij doen, zolang hij kan onderbouwen dat de schatting redelijk en niet willekeurig is. Vervolgens bent u aan zet. U moet laten zien dat de schatting niet klopt. De fiscus heeft echter al geconstateerd dat u ten onrechte geen aangifte heeft gedaan of dat u een onjuiste aangifte heeft gedaan. U loopt dan aan tegen de omkering en verzwaring van de bewijslast. Meer informatie over de bewijslastverdeling in fiscale zaken leest u in dit blog.
Q5: Kan de fiscus een vergrijpboete opleggen bij een geschatte aanslag?
A: Ja. Als de fiscus kan bewijzen dat te weinig belasting is betaald en dat de u dat wist (opzet) of redelijkerwijs had moeten of kunnen begrijpen (grove schuld), dan kan de fiscus een vergrijpboete opleggen. Lees voor meer informatie over vergrijpboetes dit blog van mijn kantoorgenoot Nick van den Hoek.
De bewijsmaatstaf dat sprake is van opzet of grove schuld, ligt hoog, er mag geen twijfel over bestaan (Hoge Raad 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526). Volgens de Hoge Raad mag de fiscus voor het bewijs gebruikmaken van bewijsvermoedens: vaststaande feiten die het vermoeden rechtvaardigen dat een ander, moeilijker waarneembaar feit (in dit geval opzet of grove schuld) zich heeft voorgedaan. De fiscus kan zich dan op het standpunt stellen dat bepaalde gedragingen naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer zijn gericht op het doen van onjuiste aangifte dat het – behoudens contra-indicaties – niet anders kan zijn dat een belastingplichtige dat heeft gewild of dat redelijkerwijs had moeten of kunnen begrijpen. Als er wel contra-indicaties zijn, dan is het bewijsvermoeden ontzenuwd.
Q6: Wat kunt u tegen een geschatte belastingaanslag (en de vergrijpboete) doen?
A: Maak in ieder geval binnen zes weken na dagtekening van de aanslag formeel bezwaar. Lees voor meer informatie over het maken van bezwaar het blog van mijn collega Nick van den Hoek.
Q7: Waar moet u tijdens de bezwaarfase op letten?
A: U moet onderbouwen waarom u het:
1. niet eens bent met de hoogte van de schatting, en
2. niet eens bent met de hoogte van de vergrijpboete.
Ad 1. De schatting betwisten
U kunt de schatting op twee manieren betwisten:
- Door te beargumenteren dat de schatting willekeurig en niet redelijkheid is (Hoge Raad), of;
- door te laten zien dat de schatting te hoog is (Hoge Raad).
Een geschatte aanslag moet zijn gebaseerd op een redelijke, niet willekeurige schatting. Het is voor u het makkelijkst om de redelijkheid van de schatting te betwisten. Een voorbeeld: ontvangt de fiscus informatie uit een strafrechtelijk onderzoek, dan gebruikt de fiscus voor de onderbouwing van de schatting vaak een ontnemingsrapport. Mijn collega Vincent Leenders stipte in zijn blog al aan dat de fiscus niet blind op zo’n ontnemingsrapportage mag varen. Dat doet de fiscus meestal wel. Wij zien vaak dat de fiscus al het vermeende inkomen, ook al volgt uit het dossier dat er meerdere betrokkenen zijn, aan de belastingplichtige toerekent. Verschillende feitenrechters oordeelden dat de fiscus rekening moet houden met meerdere betrokkenen (zie bijvoorbeeld deze uitspraak van het hof). Doet de fiscus dat niet, dan is de schatting niet redelijk en wel willekeurig.
U kunt de hoogte van de schatting ook betwisten door te bewijzen dat deze te hoog is. Dat is doorgaans veel moeilijker, omdat u dat met objectieve bewijzen (denk aan een sluitende administratie en/of facturen) moet aantonen. Als het bijvoorbeeld om een schatting van omzet van criminele activiteiten gaat en u stelt dat u ook kosten heeft gemaakt, dan moet u die kosten met facturen onderbouwen. Die facturen zijn er vaak niet, waardoor u dan niet kunt bewijzen dat de geschatte winst te hoog is.
Ad 2. De hoogte van de vergrijpboete betwisten
Is een vergrijpboete opgelegd? De boete bestaat uit een percentage van de belasting die u volgens de fiscus moet betalen. Dat percentage is meestal 50% als sprake is van opzet en 25% bij grove schuld. De rechter moet wel beoordelen of een boete passend en geboden is. De boete moet namelijk in verhouding staan tot de ernst van het feit. En dat is lastiger te beoordelen als de fiscus een geschatte aanslag heeft opgelegd, waarbij de bewijslast was omgekeerd en verzwaard. De kans bestaat best dat de aanslag te hoog is, maar dat een belastingplichtige dat niet kan bewijzen. Lees meer over deze “korting” in dit blog.
Tot slot
Onder bepaalde omstandigheden kan de fiscus een belastingaanslag opleggen die is gebaseerd op een schatting. Zo’n schatting is zelden in het voordeel van de belastingplichtige. Het is als belastingplichtige dus belangrijk die schatting te betwisten. Heeft u zo’n geschatte aanslag ontvangen en heeft u hulp nodig bij het maken van bezwaar daartegen? Neem dan gerust contact op met één van onze specialisten.
mr. S.A.M. Verweij
verweij@jaeger.nl
020 – 676 04 81
Stuur een reactie naar de auteur