Vragenbrief (informatieverzoek) ontvangen van uw bank omtrent contante opnames / contante stortingen? Volg deze adviezen van een advocaat
Alle pagina's gelinkt aan
Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft) is een bank wettelijk verplicht om de herkomst van uw geld te controleren en ongebruikelijke transacties te monitoren. Een vragenbrief (informatieverzoek) van uw bank is een cruciaal instrument om aan deze wettelijke verplichting te voldoen.
Leuk is echter anders. Dergelijke onderzoeken nemen vaak veel tijd in beslag en iedere beantwoording van de door uw bank gestelde vragen, lijken weer allerlei vervolgvragen te ontlokken. Het ‘strategisch beantwoorden’ van de vragenbrief van uw bank kan in sommige gevallen een uitweg bieden, maar dit is afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden die in uw geval een rol spelen. Vanuit ons kantoor kunnen wij u hierbij helpen.
In dit blog zullen enkele algemene tips en adviezen worden gegeven ter beantwoording van de vragenbrieven c.q. informatieverzoeken van uw bank. Vervolgens zal meer specifiek worden ingegaan op vragen van de bank die betrekking hebben op contante opnames dan wel contante stortingen.

Wat moet ik doen bij het ontvangen van een vragenbrief van mijn bank (en wat vooral niet)?
Het eerste en meest belangrijke advies bij het ontvangen van een informatieverzoek van uw bank is om hier altijd gehoor aan te geven. Het beantwoorden van de door uw bank gestelde vragen is namelijk verplicht. Het niet-meewerken leidt vrijwel automatisch tot beëindiging van de bankrelatie. De bank staat hiermee in zijn recht en veelgehoorde argumenten waarom men niet heeft willen meewerken aan een dergelijk onderzoek, zoals ‘privacyschending’, gaan niet op. Voor zover u niet kan voldoen aan de termijn die staat vermeld in de vragenbrief die u heeft ontvangen, kunt u altijd om uitstel vragen. De ervaring leert dat banken in de regel voldoende tijd en ruimte bieden om de gestelde vragen te beantwoorden, tenzij op een gegeven moment het idee ontstaat dat de klant de boel bewust frustreert. Onder die omstandigheden kan op een gegeven moment een deadline worden gesteld.
Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen is het juist niet handig om de vragenbrief van uw bank te beantwoorden. Dit is vrijwel alleen het geval wanneer u betrokken bent bij fraude, witwassen of andere strafbare gedragingen waarvan u op dat moment nog géén verdachte bent in een lopende strafzaak. Zodra u meent uzelf te zullen belasten bij het beantwoorden van de vragenbrief van uw bank, is het vanzelfsprekend niet handig om dit doen. Op het moment dat u een bank namelijk voedt met bepaalde informatie die uiteindelijk kan leiden tot een melding of aangifte bij opsporingsinstanties, dan is het beantwoorden van de vragenbrief van uw bank vanuit dit oogpunt niet bepaald tactisch.
Sommige mensen kiezen er ook weleens voor om hun bankrekening zelfstandig op te zeggen op het moment dat zij vragenbrieven c.q. informatieverzoeken vanuit hun bank ontvangen. Dit vanwege de hiervoor genoemde reden, namelijk dat men iets te verbergen heeft, of omdat men het onderzoek zodanig veel tijd en moeite vindt kosten dat het soms handiger en praktischer lijkt om ergens anders verder te gaan bankieren. Zelfs al zegt de klant uit eigen beweging een bankrekening op, dan bestaat alsnog de verplichting om de door de bank gestelde vragen te beantwoorden. Bij het niet-reageren op verdere verzoeken kan een bank onder die omstandigheden (alsnog) overgaan tot plaatsing van desbetreffende klant in het Intern Verwijzingsregister (IVR) en bij vermoedens van fraude en/of witwassen in het Extern Verwijzingsregister (EVR). Ook valt niet uit te sluiten dat in dit laatste geval een melding bij de politie wordt gedaan.
Hoe kan ik vragen van de bank het best beantwoorden?
Bij de beantwoording van het informatieverzoek van uw bank is het van groot belang dat u de vragen op een consistente manier beantwoordt. Zodra sprake is van inconsistenties in de beantwoording van de vragen tast dit vrijwel direct de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring aan. Ook meegestuurde facturen, aankoopbewijzen en stukken uit een (eventueel) bijgehouden administratie moeten niet in strijd zijn met de afgelegde verklaring. Verder is aantoonbaar liegen vanzelfsprekend uit den boze. Zodra uit het nieuws, het rekeninggebruik zelf, openbare bronnen of het contact van de bank met uw zakenrelaties blijkt dat er onjuiste verklaringen zijn afgelegd in het onderzoek, zal dit veelal leiden tot beëindiging van de bankrelatie. Lees voor meer informatie hierover het blog “KYC-onderzoek door uw bank? Hier moet u op letten”.
Hoe moet ik reageren op vragen die betrekking hebben op contante opnames?
Het komt weleens voor dat mensen een informatieverzoek van hun bank ontvangen waarin zij worden gevraagd om hun contante opnames te verklaren. Dit doet zich meestal voor op het moment dat een bank constateert dat over een bepaalde periode een vrij hoog bedrag aan contant geld wordt opgenomen, dat niet in overeenstemming is met het reguliere rekeninggebruik van desbetreffende klant.
In beginsel is een bank in het kader van de naleving van de Wwft vooral geïnteresseerd in de herkomst van bepaald vermogen en niet zozeer in de uitgave van (legaal verdiend) vermogen. Toch kan het opnemen van grote contante geldbedragen duiden op het feit dat iemand, vanwege de anonimiteit ervan, ‘iets wil verbergen’. Een girale overschrijving is immers gemakkelijker, sneller en biedt minder veiligheidsrisico’s dan het in meerdere delen opnemen van grote bedragen aan cash. Een bank wil uiteraard voorkomen dat er wordt geïnvesteerd in strafbaar gestelde middelen, zoals een partij drugs of illegale medicatie. Dat een bank daarom vragen stelt over de bestemming van opgenomen contante gelden, is om die reden niet geheel onlogisch. Een voorbeeld van minder heftige orde is een vrij algemeen bekend gegeven dat bijvoorbeeld in de bouw veel zwart wordt gewerkt (en aldus veel zwart wordt betaald). Een verbouwing wordt door sommige particulieren of bedrijven cash betaald, omdat het veelal goedkoper is dan een girale betaling op factuurbasis. Hoewel in eerste instantie het voldoen aan de aangifte- en betalingsverplichtingen richting de Belastingdienst op de weg ligt van de aannemer die de desbetreffende verbouwing uitvoert, kan een bedrijf dat de aannemer contant betaalt hier ook de gevolgen van ondervinden.
Hieronder zal een dergelijk voorbeeld worden beschreven.
In het geval een aannemer werkzaamheden uitvoert voor bedrijf X, dan geldt voor bedrijf X de administratie- en bewaarplicht van door hen ontvangen facturen. Ook is een ondernemer (in dit geval de aannemer) gehouden om aan andere ondernemers (i.e. bedrijf X) een factuur uit te reiken. Op het moment dat deze facturen niet bestaan omdat de verbouwing van een kantoorpand cash is betaald en verder nooit een factuur is opgemaakt en uitgereikt, dan kan bedrijf X in de problemen komen. De bank kan zich namelijk op het standpunt stellen dat bedrijf X door de aannemer cash te betalen, terwijl er nooit een factuur aan hen is uitgereikt, medeplichtig is geweest aan belastingfraude door de aannemer in kwestie. Vervolgens kan de bank zich op het standpunt stellen dat bedrijf X een integriteitsrisico vormt voor de bank waardoor de bankrelatie wordt opgezegd. In de praktijk heeft ons kantoor een dergelijke situatie helaas weleens meegemaakt.
Voor een particulier ziet de situatie er weer net even anders uit. Hoewel een particulier in beginsel uiteraard ook betrokken kan zijn bij medeplichtigheid aan belastingfraude door de aannemer, geldt voor particulieren – in tegenstelling tot ondernemers – geen administratie- en bewaarplicht. Op het moment dat particulieren bepaalde facturen niet (meer) kunnen overleggen, dan kan dit hen niet zomaar worden tegengeworpen. Ook zijn ondernemers niet verplicht om aan particulieren een factuur uit te reiken. In die zin is het voor banken dus lastig te ‘bewijzen’ dat een particulier betrokken is geweest bij medeplichtigheid aan belastingfraude door de aannemer in kwestie.
Aan de hand van dit voorbeeld is geprobeerd een beeld te schetsen voor welke obstakels particulieren of bedrijven (kunnen) komen te staan wanneer zij zich geconfronteerd zien met vragen omtrent hun contante opnames. In de praktijk is er geen eenduidig antwoord te geven op hoe dergelijke vragen beantwoord moeten worden. Er zal altijd gekeken moeten worden naar de specifieke feiten en omstandigheden van het geval en de achtergrond van de contante opnames. In dat opzicht kan ook worden gekozen voor een ‘strategische beantwoording’ van het informatieverzoek van uw bank. Ons kantoor kan u in dit kader van rechtsbijstand voorzien.
Hoe moet ik reageren op vragen die betrekking hebben op contante stortingen?
In relatie tot vragen die betrekking hebben op contante stortingen zit de vork weer net even anders in de steel. Een ‘strategische beantwoording’ van dergelijke vragen is vaak lastig omdat men eenvoudigweg te maken heeft met bepaalde vaststaande en objectieve gegevens. Een bank kan immers precies zien hoeveel geld is gestort, welke coupures zijn gebruikt en wat het gebruikelijke salaris en/of de omzet c.q. winst dan wel hoe groot het vermogen van de particulier of het bedrijf in kwestie is. Op het moment dat bepaalde stortingen niet passen binnen het bestaande klantbeeld en/of niet verklaard kunnen worden uit de inkomsten of het vermogen van desbetreffende klant, dan ontstaat al snel een probleem.
Op het moment dat sprake is van stortingen van aanzienlijke omvang met coupures van € 200 of € 500, welke in het reguliere betalingsverkeer ongebruikelijk zijn en bovendien niet bij een pinautomaat kunnen worden opgenomen, zal voorts al snel een witwasvermoeden ontstaan. Zodra een bank hierover vragen stelt zal men met een duidelijke, geloofwaardige en goed onderbouwde verklaring moeten komen over de herkomst van dit vermogen. Meer specifiek zal eveneens moeten worden aangegeven hoe, waar en waarom men kennelijk werkzaam was en/of zaken deed in een omgeving waarin met dergelijke coupures werd gewerkt (en hoe dit tot de beschikking van de persoon in kwestie is gekomen).
Er kunnen verder allerlei feiten en omstandigheden ten grondslag liggen aan het feit dat iemand ‘ineens’ de beschikking heeft over een groot contant geldbedrag. Denk bijvoorbeeld aan een erfenis, waarbij de overledene contante geldbedragen aanhield. Ook kan worden gedacht aan een bruidsschat, hetgeen in bepaalde culturen gangbaar is, of de verkoop van in het verleden aangekochte vermogensbestanddelen – zoals een duur sieraad of een duur horloge – welke vervolgens in waarde zijn toegenomen en tegen contante betaling zijn verkocht. Uiteraard is het enkel vermelden van één van de hiervoor genoemde situaties niet zonder meer voldoende en zal een bank altijd om nadere (bewijs)stukken, documentatie en/of onderbouwing vragen.
Wat daar verder ook van zij, het beantwoorden van informatieverzoeken van de bank die betrekking hebben op contante stortingen vereist zorgvuldigheid en maatwerk. Een eenmaal afgelegde verklaring kan niet zomaar worden ingetrokken. En inconsistentie leidt vrijwel automatisch tot afbreuk van de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid. Ook ten aanzien van dit soort vragen dient ter beantwoording van het informatieverzoek van de bank wederom gekeken te worden naar de specifieke feiten en omstandigheden van het geval.
Conclusie
Allerlei situaties kunnen een KYC-onderzoek, waarin de bank vragen stelt over zakelijke activiteiten, transacties en contante geldstortingen of -opnamen, uitlokken. Het beantwoorden van dergelijke vragenbrieven (informatieverzoeken) van de bank is geen exacte wetenschap. Rechtsbijstand van een professional kan in veel gevallen geboden zijn. Heeft u vragen? Neem dan contact op met een van onze specialisten.

mr. V.C. Langenburg
langenburg@jaeger.nl
06 – 49 49 16 93
Stuur een reactie naar de auteur