OM intensiveert (witwas)aanpak bedrijven, accountants en administratiekantoren: de strafbaarstelling van schuldwitwassen
Alle pagina's gelinkt aan
Het Wetboek van Strafrecht kent verschillende vormen van witwassen. Zo wordt in de wet een onderscheid gemaakt tussen (eenvoudig) schuldwitwassen, (eenvoudig) opzetwitwassen en – als zwaarste vorm – gewoontewitwassen.
De laatste twee varianten komen in de strafrechtelijke literatuur als ‘populair onderwerp’ vrij veel aan bod. Dat is ook niet zo gek, omdat het zwaarste kaliber strafzaken op het gebied van de financieel-economische criminaliteit nu eenmaal (mede) hierop betrekking heeft.
Schuldwitwassen, dat in de meeste gevallen enkel op een tenlastelegging staat opgenomen als alternatief voor het geval opzetwitwassen niet bewezen kan worden verklaard, wordt toch een beetje gezien als ondervang. Of als ‘bijvangst’, wanneer binnen een groter strafrechtelijk onderzoek óók enkele katvangers en geldezels worden aangehouden en voor de rechter moeten verschijnen. Volgens de maatschappelijke perceptie aldus – om het maar even kort en bondig te beschrijven – het laaghangend fruit binnen het witwasdomein.
Maar is dit beeld wel terecht?
Ook banken, accountants, notarissen, financieel adviseurs en belastingadviseurs kunnen zich namelijk relatief eenvoudig schuldig maken aan het delict schuldwitwassen, indien bij het verrichten van bepaalde transacties of bij het uitvoeren van bepaalde handelingen door klanten van voornoemde partijen louter door hen wordt toegekeken en geen actie wordt ondernomen, terwijl bepaalde signalen daartoe wél aanleiding hadden moeten geven.
Hoog tijd dus om eens een blog te wijden aan het fenomeen schuldwitwassen. Zeker nu de landelijk coördinerend officier van justitie op het gebied van het afpakken van crimineel vermogen en witwasbestrijding van het OM recentelijk heeft aangekondigd de aanpak van witwassen te intensiveren. Het idee van deze nieuwe aanpak is erin gelegen om de focus te verleggen naar bedrijven die zich voor het witwassen van criminele geldstromen laten gebruiken, alsmede zich te richten op accountants en administratiekantoren die zien dat er verdachte transacties plaatsvinden, maar vervolgens ervoor kiezen om in te grijpen noch melding hiervan te maken.

Schuldwitwassen – algemeen
Schuldwitwassen is strafbaar gesteld in artikel 420quater van het Wetboek van Strafrecht. De kern van de strafbaarstelling komt erop neer dat een verdachte witwashandelingen verricht terwijl hij ‘redelijkerwijs moet vermoeden’ dat een voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Dit vereist geen directe kennis, maar wel een vermoeden op basis van feiten en omstandigheden die wijzen op een criminele herkomst van een bepaald voorwerp. Dit in tegenstelling tot het delict opzetwitwassen, waarbij voor een bewezenverklaring noodzakelijk is dat een verdachte ‘wist’ dat een voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is.
Onder voorwerpen wordt verstaan alle zaken en alle vermogensrechten. Doordat deze begrippen nogal breed uitlegbaar zijn, kan vrijwel elk product dat een fysiek bestaan heeft hieronder worden geschaard. Strafbare gedragingen in relatie tot het delict schuldwitwassen omvatten de volgende handelingen:
- verwerven: het verkrijgen van goederen of geld;
- voorhanden hebben: het in bezit hebben van de goederen of geld;
- overdragen: het overdragen van de goederen of geld aan anderen;
- omzetten: het omzetten van de goederen of geld naar andere vormen;
- gebruik maken: het gebruiken van de goederen of geld voor persoonlijke of zakelijke doeleinden.
Bij schuldwitwassen gaat het erom, zoals hiervoor reeds benoemd, dat een verdachte ‘redelijkerwijs moet vermoeden’ dat een voorwerp uit enig misdrijf afkomstig is. Wanneer dieper wordt ingegaan op het begrip schuld, dan leert de strafrechtelijke dogmatiek ons het volgende. Onder het begrip schuld wordt verstaan: een verwijtbare aanmerkelijke onvoorzichtigheid. Om vast te stellen of in een concrete casus sprake is van schuld wordt gekeken naar het geheel van de gedragingen, de aard en ernst ervan en de overige omstandigheden van het geval.
Het voorgaande betekent derhalve óók dat niet elke onnozelheid of onzorgvuldigheid direct leidt tot een verwijtbare (of: aanmerkelijke) onzorgvuldigheid die van voldoende gewicht of omvang is om tot een bewezenverklaring van schuldwitwassen te komen. In zoverre valt er onder die omstandigheden vaak effectief verweer te voeren in zaken die betrekking hebben op een verdenking van schuldwitwassen.
OM gaat zich specifiek richten op bedrijven, accountants en administratiekantoren
Zoals beschreven in de inleiding kunnen banken, accountants, notarissen, financieel adviseurs en belastingadviseurs zich relatief eenvoudig schuldig maken aan het delict schuldwitwassen, indien bij het verrichten van bepaalde transacties of bij het uitvoeren van bepaalde handelingen door klanten van voornoemde partijen louter door hen wordt toegekeken en geen actie wordt ondernomen, terwijl bepaalde signalen daartoe wél aanleiding hadden moeten geven. Nu voornoemde partijen in het kader van de Wwft als zogeheten poortwachters optreden, is dat immers niet de bedoeling en kan er gekozen worden voor strafrechtelijke handhaving.
In een interview met De Telegraaf heeft de landelijk coördinerend officier van justitie op het gebied van het afpakken van crimineel vermogen en witwasbestrijding benoemd dat zij het “ronduit schokkend vindt hoe gemakkelijk mensen zich voor het karretje van criminelen laten spannen”. In het interview werd aangegeven dat het OM de komende tijd fors gaat inzetten op bedrijven die zich door criminelen laten gebruiken om geld wit te wassen. Ook de accountants en administratiekantoren die hun ogen sluiten voor verdachte transacties, heeft het OM volgens de landelijk coördinerend officier van justitie in het vizier. Men wil zich in de nabije toekomst meer richten op strafbare handelingen c.q. activiteiten waarbij de onder- en bovenwereld sterk met elkaar verweven zijn, omdat de maatschappelijke impact en het ondermijnende effect hiervan het grootst zijn. Deze (nieuwe) aanpak – en verlegging van ‘opsporingsfocus’ – zal uiteraard de nodige gevolgen hebben voor de hiervoor genoemde sectoren.
Gaat de intensivering van de opsporing zich vooral richten op opzetwitwassen of schuldwitwassen?
Het is nog even de vraag of de intensivering van de opsporing zich vooral zal gaan richten op bedrijven, accountants en administratiekantoren die zich schuldig maken aan opzetwitwassen of schuldwitwassen. De woorden van de landelijk coördinerend officier van justitie zijn in dat kader multi-interpretabel. Wanneer voornoemde doelgroep slechts ‘de ogen sluit voor verdachte transacties’, kan eerder worden gedacht aan de inzet van (extra) opsporingscapaciteit om feiten die verband houden met schuldwitwassen te voorkomen. Op het moment dat bedrijven, accountants en administratiekantoren zich daadwerkelijk ‘voor het karretje van criminelen laten spannen’ kan er – uiteraard afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het geval – eerder worden gedacht aan feiten die verband houden met het delict opzetwitwassen.
In de praktijk zijn we in relatie tot laatstgenoemd delict al meerdere gevallen tegengekomen. Zo werd op 24 februari 2026 door de rechtbank Overijssel een boekhouder veroordeeld voor het jarenlang faciliteren van witwassen via een stelsel van valse facturatie. Hiermee heeft de verdachte volgens de rechtbank een grote hoeveelheid van misdrijf afkomstig geld de (legale) economie ingepompt.
Op 24 juli 2025 werd een frauderende boekhouder veroordeeld tot een gevangenisstraf van maar liefst 24 maanden. De verdachte heeft volgens het Gerechtshof Amsterdam jarenlang deelgenomen aan een criminele organisatie die zich binnen een boekhoudkantoor schuldig heeft gemaakt aan valsheid in geschrift, belastingfraude en witwassen. Geld met een criminele herkomst werd overgeboekt naar vennootschappen, waarbij gebruik is gemaakt van katvangers, die daarvoor geen tegenprestatie leverden, waarna een groot deel van het geld door pinopnames werd omgezet in contanten.
Het zal niet verbazen dat het ondermijnende effect van dergelijk handelen groot is. Van boekhouders maar vooral van (register)accountants, die zich per definitie in ‘de bovenwereld’ bevinden, wordt integriteit verwacht. Op het moment dat vanuit die positie, waar bovendien ook een bepaald maatschappelijk vertrouwen aan wordt ontleend, een dergelijke vorm van fraude wordt gepleegd, dan wordt dit de verdachte in kwestie in de meeste gevallen zwaarder aangerekend. Het is in die zin ook logisch dat er juist (extra) opsporingscapaciteit wordt vrijgemaakt om dit soort gevallen van fraude te bestrijden.
Conclusie
In dit blog is ingegaan op recente berichtgeving vanuit het OM dat de (witwas)aanpak gericht op bedrijven, accountants en administratiekantoren geïntensiveerd zal gaan worden. In dit kader is eveneens ingegaan op de strafbaarstelling van het delict schuldwitwassen. Het is vooralsnog de vraag of de (extra) inzet van opsporingscapaciteit zich gaat richten op feiten die verband houden met opzetwitwassen of schuldwitwassen. Dit zal de praktijk in de komende maanden (en wellicht jaren) gaan uitwijzen.
Wordt u als verdachte aangemerkt in relatie tot één van deze strafbare feiten? Dan kunt u contact met ons opnemen. Ons team is gespecialiseerd in strafzaken die verband houden met financieel-economische criminaliteit.

mr. V.C. Langenburg
langenburg@jaeger.nl
06 – 49 49 16 93
Stuur een reactie naar de auteur