Gebruik van een trading bot bij de handel in cryptovaluta kan fiscaal zeer nadelige gevolgen hebben

1. Inleiding

De populariteit van cryptocurrency heeft in de laatste jaren een vlucht genomen en in 2021 heeft de Bitcoin een all-time high bereikt van meer dan $ 60.000. Door de volatiliteit van de crypto-markt is het voor velen aantrekkelijk om door middel van daytrading te proberen om te profiteren van eventuele koersstijgingen of -dalingen. Steeds vaker zien wij dat daarvoor gebruik wordt gemaakt van een trading bot, want wat is nou handiger dan een bot die je al het werk uit handen neemt en je slapend rijk kunt worden?

Het gebruik van een trading bot kan echter zeer nadelige gevolgen hebben voor de wijze waarop de behaalde rendementen worden belast. In dit blog zal ik uitleg geven over de elementen die een rol spelen bij de beoordeling of de activiteiten in box 1 dan wel in
box 3 worden belast, daarbij komen de volgende onderwerpen aan bod:

  • Het onderscheid tussen box 1 en box 3 (algemeen)
  • Speculatieve transacties
  • Handelen met behulp van een trading bot
  • Risicoanalyse

2. Box 1 versus box 3 (algemeen)

In mijn vorige blog heb ik uitleg gegeven over de wijze waarop cryptovaluta worden belast. De waarschuwing daarbij was dat de Belastingdienst bij het gebruik van een trading bot het standpunt kan innemen dat sprake is van belastbare inkomsten in box 1, omdat daarmee (kortgezegd) het niveau van de ‘normale belegger’ wordt overstegen. Ter verduidelijking van het onderscheid in belastingdruk tussen beide boxen allereerst een kort voorbeeld:

De waarde van je cryptobezit is € 200.000 en het rendement € 80.000.

Jaar 2021Waarde € 200.00Rendement €80.000HeffingBelastingdruk
Box 1OnbelastBelast€ 29.52036,9%
Box 3BelastOnbelast€ 1.6890,84%

In box 1 worden de (actieve) inkomsten progressief belast, dat betekent hoe hoger het inkomen des te zwaarder de belastingdruk. In box 3 worden niet de actieve inkomsten belast maar wordt over de waarde van het vermogen (de belegging) belasting geheven. Sinds 1 januari 2017 geldt ook voor box 3 een schrijvenstelsel waardoor het vermogen zwaarder wordt belast naar mate de hoogte daarvan, echter is de totale belastingdruk in vergelijking met box 1 aanzienlijk lager. Bij een vermogen tot € 2 miljoen ligt de belastingdruk op het totale vermogen onder 1,6%. Het is dus veel voordeliger om in box 3 te vallen dan in box 1, maar op basis waarvan vindt het onderscheid plaats?

Box 1: ‘een bron van inkomen’

Als aan de voorwaarden voor het hebben van een ‘bron van inkomen’ wordt voldaan dan worden de gerealiseerde voordelen belast in box 1.[1] Binnen box 1 bestaan vervolgens twee smaken: winst uit onderneming (‘WUO’) of resultaat uit overige werkzaamheden (‘ROW’). Wordt aan de bronvoorwaarden voldaan dan moet worden vastgesteld of sprake is van WUO of ROW. De bronvoorwaarden zijn als volgt:

Deelname aan het economisch verkeer

Als de belastingplichtige met zijn activiteiten naar buiten treedt, bijvoorbeeld door deze aan te bieden of door te handelen met derden, is sprake van deelname aan het economisch verkeer. Het dient derhalve te gaan om activiteiten die buiten de privésfeer of hobbymatig plaatsvinden.

Het beogen van voordeel (winstoogmerk)

Als de activiteiten worden ontplooid met het doel om voordeel te behalen is al snel sprake van een winstoogmerk. Overigens staat het ontbreken van het winstoogmerk er niet aan in de weg dat een bron van inkomen aanwezig is. Bepalend is dan of aan de derde voorwaarde wordt voldaan.

Het voordeel kan redelijkerwijs worden verwacht

Het vereiste van de objectieve voordeelverwachting houdt in dat redelijkerwijs moet kunnen worden verwacht dat het voordeel met de activiteiten zal worden behaald. Het is nu juist dit vereiste dat een belangrijke rol speelt bij de vraag of het gebruik van een trading bot ertoe leidt dat sprake is van een bron van inkomsten (zie verder, § 3).

Onderscheid WUO en ROW

Het verschil tussen WUO ten opzichte van ROW is dat wordt beoogd het voordeel te realiseren met behulp van een ‘duurzame organisatie van kapitaal en arbeid’ (het fiscale ondernemingscriterium).[2] Gelet op het duurzaamheidscriterium kan een incidentele bate niet leiden tot WUO, wel tot ROW. Verder dient kapitaal aanwezig te zijn om de ondernemingsactiviteiten te kunnen ontplooien en dient arbeid te worden verricht om producten of diensten in het economisch verkeer te brengen.

Box 3: ‘normaal actief vermogensbeheer’

Belastingheffing vindt plaats in box 3 als de activiteiten kwalificeren als ‘normaal actief vermogensbeheer’. Het woordje ‘actief’ klinkt vreemd omdat men er vaak van uitgaat dat beleggen passief is maar het ziet op werkzaamheden die inherent zijn aan het vermogensbeheer. Denk aan de vastgoedbelegger die contact heeft met huurders, huren int en huurovereenkomsten (laat) opstellen. Als de activiteiten zijn onlosmakelijk verbonden aan de aard van de exploitatie van het vermogen leidt dat niet tot belastbaarheid in box 1.

In het geval waarin een belegger streeft naar een zo hoog mogelijk rendement en arbeid verricht, specifieke (voor)kennis en/of deskundigheid aanwendt om dat doel te bereiken, kan het niveau van de normale belegger worden overstegen. Te denken valt aan de vastgoedbelegger die zelf onderhoud en verbouwingen verricht, of regelmatig aan- en verkoopt met snelle winst (uitponden van panden) of de effectenhandelaar die beschikt over koersgevoelige informatie (voorkennis). In deze gevallen wordt arbeid verricht dan wel kennis of deskundigheid aangewend met het doel om een hoger rendement te behalen dan bij normaal actief vermogensbeheer kan worden verwacht, waardoor sprake is van “meer” dan normaal actief vermogensbeheer. Het niveau van de normale actieve belegger wordt dan overstegen met als gevolg dat de rendementen worden belast in box 1.

Het criterium ‘meer dan normaal actief vermogensbeheer’ sluit aan bij de bovengenoemde bronvoorwaarden. Immers, als de aard en omvang van de werkzaamheden meer omvatten dan bij normaal actief vermogensbeheer (‘arbeid-plust-toets’) en als doel hebben het behalen van voordelen die het bij normaal actief vermogensbeheer opkomende rendement te boven gaan (‘rendement-plus-toets’) én het rendement daardoor redelijkerwijs kan worden verwacht, zal een bron van inkomen aanwezig worden geacht. In die gevallen is de uitkomst (het voordeel) het gevolg van de inspanningen van de belastingplichtige. Met andere woorden: het resultaat is beïnvloedbaar door de inzet van de belastingplichtige.

3. Het element van speculatie

De beoordeling of de activiteiten in box 1 dan wel box 3 worden belast vindt in algemene zin plaats op basis van de bovenstaande kaders. Eerder merkte ik op dat bij de handel in cryptovaluta de derde bronvoorwaarde een grote rol speelt, namelijk of het voordeel objectief redelijkerwijs te verwachten is. Ten aanzien van de handel in cryptovaluta, die naar zijn aard vergelijkbaar is met beurs- en effectenhandel, geldt dat de transacties een speculatief karakter hebben. Van speculatie is sprake als het resultaat niet kan worden beïnvloed door de inspanningen van de belastingplichtige. In die gevallen is de uitkomst van de transactie (het voordeel) niet redelijkerwijs voorzienbaar en wordt niet voldaan aan de derde bronvoorwaarde.

Het oogmerk om cryptovaluta aan te kopen en door tijdsverloop te laten renderen of door middel van daytraden in te zetten op koersstijgingen of -dalingen, leidt – voor de normale actieve belegger – vanwege de speculatieve aard van de transacties niet tot belastingheffing in box 1. Dat is uiteraard anders als wordt gehandeld met voorkennis of als de belastingplichtige op een andere manier een voorsprong heeft ten opzichte van de normaal actieve beleggen en daardoor een hoger rendement kan behalen. Is die voorsprong positie niet aanwezig, dan blijft de (speculatieve) aard van de transacties domineren.

4. Handelen met behulp van een trading bot

Bij het handelen met behulp van een trading bot komt het dus neer op de vraag of het resultaat voorzienbaar is (objectief redelijkerwijs te verwachten). Dat is het geval als de trading bot kan worden aangemerkt middel waarmee de gebruiker zich een voorsprong positie verschaft ten opzichte van de normale actieve belegger en die positie gebruikt om extra rendement te behalen.

Voor de beantwoording van de vraag of een voorsprong positie aanwezig is zal moeten worden gekeken naar de werking van de trading bot en in het bijzonder het algoritme. De kwaliteit van een trade wordt immers bepaald door hoe ‘slim’ het algoritme is. Naast het algoritme zullen ook de volgende aspecten in overweging worden genomen:

  • Wat is de strategie van de trading bot?
  • Is de trading bot zelf gebouwd/ontwikkeld?
  • Welke overige activiteiten worden door de gebruiker verricht?
  • Wat is de omvang en frequentie van de transacties?
  • Wat is de gemiddelde succesratio van de trades?
  • Is de succesratio afhankelijk van een bear- of bullmarket?
  • Wordt de trading bot verkocht of anderszins aangeboden/beschikbaar gesteld aan derden?
  • Wordt reclame gemaakt voor de trading bot?

5. Risicoanalyse

Helaas valt niet in algemene zin te zeggen wanneer het gebruik van een trading bot ertoe leidt dat sprake is van belastbare inkomsten in box 1. De Belastingdienst gaat uit van een beoordeling van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval. Om vast te stellen of er een risico aanwezig is dat het gebruik van een trading bot leidt tot belastbaarheid in box 1, is het raadzaam om de werking van de trading bot en de overige aspecten aan een risicoanalyse te (laten) onderwerpen.


[1] Let wel: ook in box 3 is formeel gezien sprake van een ‘bron van inkomen’, zij het forfaitair (er wordt geheven over een verondersteld, dus fictief, rendement op het vermogen).

[2] Het volledige ondernemingscriterium: ‘een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid gericht op deelname aan het economisch verkeer met het oogmerk om winst te behalen’.

Dit bericht werd geplaatst in: Blogs

Stuur een reactie naar de auteur