Geen strafrechtelijke veroordeling voor administrateur van escortbureau

NLF 2021/0487
Hof Den Bosch, 26 januari 2021, 20-000581-17, ECLI:NL:GHSHE:2021:213

Samenvatting

In deze strafzaak heeft administrateur X (verdachte) de administratie van een escortbureau (een eenmanszaak) verzorgd. Er was een ‘witte administratie’ en een ‘zwarte administratie’.
Het OM heeft hem ten laste gelegd dat hij niet heeft voldaan aan de administratieplicht ex artikel 52 AWR, zoals strafbaar gesteld bij artikel 68 van die wet, maar Hof Den Bosch spreekt hem hiervan vrij.
Nog daargelaten dat X niet als administratieplichtige in de zin van artikel 52, lid 2, AWR kan worden beschouwd, is het Hof met Rechtbank Oost-Brabant van oordeel dat door het voeren van een dubbele administratie, waarvan beide delen juist waren, doch één (de ‘witte’ administratie) onvolledig, niet kan worden gezegd dat daarmee geen administratie is gevoerd overeenkomstig de daaraan bij of krachtens de belastingwet gestelde eisen (vgl. HR 6 oktober 2015, 13/04771, ECLI:NL:HR:2015:2920). Mitsdien kan geen bewezenverklaring volgen van hetgeen aan X ten laste is gelegd.
Subsidiair is aan X ten laste gelegd dat hij de administratie van het escortbureau valselijk heeft opgemaakt, door telkens opzettelijk in de bedrijfsadministratie in een afzonderlijke digitale witte administratie een deel van de geleverde ritten en/of prestaties en/of omzet niet op te nemen en/of te verwerken en/of te bewaren. Ook op dit punt wordt X vrijgesproken.
Het afzonderlijk voeren van twee administraties maakt naar het oordeel van het Hof op zichzelf nog niet dat sprake is van het valselijk opmaken van de bedrijfsadministratie van de eenmanszaak in zijn geheel. De administratie van de eenmanszaak was bovendien overeenkomstig de werkelijkheid opgesteld, maar het strafrechtelijk verwijt dat X kan worden gemaakt is dat hij slechts de ‘witte’ administratie aan de externe boekhouder heeft gegeven, op basis waarvan deze de aangiften omzetbelasting en inkomstenbelasting voor het escortbureau opmaakte. Dat is echter een ander verwijt, aldus het Hof.

NOOT

Zoals te doen gebruikelijk in het (fiscaal) strafrecht worden delicten rijkelijk gestapeld en in primaire, subsidiaire en meer subsidiaire vormen ten laste gelegd. Deze in het escortbureau werkzame verdachte wordt allereerst verweten een ondeugdelijke administratie voor zijn werkgever te hebben gevoerd, te weten een witte en een zwarte, althans medepleger te zijn van valsheid in geschrifte vanwege deze dubbele administratie. Daarnaast zou hij medepleger zijn van het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, primair als fiscaal delict, subsidiair als commune valsheid. Tot slot wordt hem verweten te hebben witgewassen. Witwassen, het (zelf) ondeugdelijk administreren en een aantal al dan niet onjuiste aangiften van buiten de periode van de tenlastelegging, vallen in eerste instantie al af en komen, omdat alleen namens de verdachte hoger beroep is ingesteld, in dit arrest niet meer aan bod. Naast de constatering dat nauwgezet ten laste leggen geen overbodige luxe is en het selecteren van een enkele verdachte uit meer mogelijkheden niet snel een vervolgingsbeletsel vormt, valt het oordeel op over de dubbele boekhouding.

Het voeren van een administratie
Administreren is het vastleggen van de vermogenstoestand van een bedrijf, zodat daaruit de rechten en verplichtingen en de voor de heffing van belasting van belang zijnde gegevens blijken. Vanuit strafrechtelijke optiek is vaak het bewaren van de tot de administratie behorende stukken, zoals boeken, bescheiden en andere gegevensdragers, belangrijker dan het (op juiste wijze) verwerken van die gegevens. Dat wordt benadrukt door de verwijzing van Hof Den Bosch naar het arrest uit 2015 [1] waaruit blijkt dat ook valse/onjuiste stukken bewaard moeten worden en tot de administratie behoren. Dit oordeel was overigens een herhaling van het arrest van 22 februari 2005 [2] waarin al werd geoordeeld dat van de aan de fiscale administratieplicht als bedoeld in artikel 52 AWR gekoppelde bewaarplicht onjuiste of valse stukken niet zijn uitgezonderd. Het opnemen en/of verwerken en/of voorhanden hebben in de administratie van in strijd met de waarheid opgemaakte (kopie)stukken maakt dus niet dat die administratie niet overeenkomstig de bij of krachtens de Belastingwet gestelde eisen is gevoerd.

Het Hof kan het niet laten het OM een sneer te geven dat de verdachte zelf geen administratieplichtige is (maar het bedrijf). Het oordeel dat het voeren van een gebrekkige witte administratie, naast een (wel) volledige zwarte administratie, in het licht van de hiervoor genoemde arresten van de Hoge Raad, geen verwijtbaar vervalste fiscale administratie oplevert, verbaast juridisch niet. Het niet administreren van een stuk van de omzet zou op zichzelf dit verwijt wel rechtvaardigen, maar dat deel is in dit geval geadministreerd in de zwarte administratie.

Stapelen van delicten
Er is overigens een aantal andere wel vervolgbare verwijten denkbaar (zoals het Hof ook opmerkt) bij het voeren van een witte en zwarte administratie (en de eerste verstrekken). Maar of die verwijten als stapeling op het doen van onjuiste aangiften (en witwassen) nog wat toevoegen aan een op te leggen straf is twijfelachtig, omdat de straf grotendeels het nadeel volgt en dat volgt uit de aangiften.

Bij slordig ten laste leggen kan het wellicht zinvol zijn om delicten te stapelen, want dat maakt de kans groter dat er wat overblijft. Maar maak je het te bont, dan blijft er niets over.

Onjuiste of valse aangiften
De verdachte wordt medeplegen van het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting verweten. Voor medeplegen is een nauwe en bewuste samenwerking nodig. De bijdrage van de verdachte, zijnde de administrateur van het escortbureau, bestond er volgens het Hof uit dat de verdachte de door hem geadministreerde gegevens met betrekking tot de witte omzet aan de externe boekhouder heeft doorgegeven. De verdachte wist dat de gegevens uit de zwarte administratie (met een complete omzetverantwoording) niet aan de externe boekhouder werden doorgegeven (of de verdachte die zwarte administratie ook zelf voerde, wordt mij uit de uitspraak niet duidelijk). De bijdrage van de verdachte gaat vanzelfsprekend vooraf aan het feitelijk doen van de aangiften omzetbelasting. Naar het oordeel van het Hof levert dit onvoldoende nauwe en bewuste samenwerking op. Het Hof neemt daarbij in aanmerking dat de verdachte niet de aangifteplichtige, noch de belastingplichtige was.

Hetzelfde Bossche Hof [3] veroordeelde de adviseur wel voor medeplegen vanwege het zonder commentaar doorsturen van een advies van zijn hand, wat weliswaar belastingtechnisch deugdelijk was, maar waarvan hij wist dat het onvoldoende was opgevolgd, aan diegene die uiteindelijk de aangifte deed. Voor nauwe en bewuste samenwerking is soms niet veel nodig, wil ik maar zeggen. Het had volgens mij ook anders uit kunnen pakken. Ik snap overigens het in aanmerking nemen van het ontbreken van de kwaliteit van aangifte- of belastingplichtige niet bij de beoordeling of sprake is van bewuste en nauwe samenwerking. Die ontbreken immers altijd bij de medepleger van een kwaliteitsdelict. Bij de strafmaat had ik de afweging wel begrepen, want het ontbreken van de kwaliteit doet ook afbreuk aan het genieten van het voordeel, normaliter. Maakt het gebrek aan juridische verantwoordelijkheid, dat er minder snel sprake is van nauwe en bewuste samenwerking? Ik zou niet weten waarom.

Ludwijn Jaeger
Jaeger Advocaten-belastingkundigen

[1] HR 6 oktober 2015, 13/04771, ECLI:NL:HR:2015:2920.
[2] HR 22 februari 2005, 01417/04, ECLI:NL:HR:2005:AR8030.
[3] Hof Den Bosch 4 maart 2009, 21.001413-08, ECLI:NL:GHSHE:2009:BH5081 mede kenbaar uit HR 6 maart 2012, 09/04384, ECLI:NL:HR:2012:BQ8596, betreffende de belastingadviseur van een voetbalcoach.

Dit bericht werd geplaatst in: Commentaren

Stuur een reactie naar de auteur