Hoger beroep tegen nihilaanslag is nietontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Samenvatting


Aan belanghebbende is een nihilaanslag vennootschapsbelasting voor het jaar 2003 opgelegd. Daarbij is een verliesvaststellingsbeschikking gegeven, waarbij het verlies is vastgesteld op € 31.444. Rechtbank Arnhem heeft het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard. Hof Arnhem verklaart het door belanghebbende ingestelde hoger beroep eveneens nietontvankelijk. Bij het hoger beroep tegen een nihilaanslag heeft belanghebbende volgens het hof namelijk geen belang, omdat een uitspraak op het hoger beroep haar niet in een gunstiger positie kan brengen dan waarin zij al verkeerde. Met betrekking tot de verliesvaststellingsbeschikking heeft belanghebbende evenmin een procesbelang, aangezien zij akkoord gaat met het bedrag van een verlies van € 31.444.
(Hoger beroep niet-ontvankelijk.)


Commentaar


In het onderhavige geval heeft belanghebbende bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld tegen een – conform de door hem ingediende aangifte – nihilaanslag en verliesvaststellingsbeschikking van € 31.144. Belanghebbende heeft gesteld dat het verlies (terecht) op € 31.144 is vastgesteld en wenst kennelijk dat het hof zich expliciet uitlaat over (de hoogte van) dit verlies. De vraag is waarom belanghebbende dat wil. Uit de uitspraak van het hof blijkt dat belanghebbende na het instellen van hoger beroep met de inspecteur een compromis heeft gesloten waarbij het belastbare bedrag voor het jaar 2003 op nihil – in plaats van € 31.144 negatief – werd gesteld. Het is mij onduidelijk waarom belanghebbende na het sluiten van dit compromis zijn hoger beroepschrift niet heeft ingetrokken, maar wellicht meende hij met voortzetting van de hogerberoepsprocedure alsnog (en in strijd met het compromis) een verrekenbaar verlies in de wacht te slepen. Hof Arnhem verklaart het hoger beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk vanwege het ontbreken van een (proces)belang. Ik vraag me af dat oordeel geheel juist is.
Niet ontvankelijk is het bezwaar of beroep van iemand die geen procesbelang heeft. Maar afwezigheid van belang bij het instellen van een rechtsmiddel is niet hetzelfde als afwezigheid van belang bij een stelling. Een stelling die niet tot een gunstiger resultaat voor betrokkene kan leiden moet om die reden worden verworpen (en leidt dus niet tot niet-ontvankelijkheid). In het onderhavige geval was er voor belanghebbende een procesbelang bij zijn procedure omdat het mogelijk zou zijn dat het verlies hoger dan € 31.144 zou worden vastgesteld. Dat belanghebbende in deze procedure enkel heeft gesteld dat het verlies € 31.144 dient te bedragen (en ook geen nevenvorderingen heeft), leidt mijns inziens tot ongegrondheid van het hoger beroep omdat die stelling voor belanghebbende niet tot een gunstiger resultaat leidt.


[1] Mr. I.R.J. Thijssen is verbonden aan Jaeger Advocaten-belastingkundigen.


Bron: http://www.ndfr.nl/link/NTFR2011-2794
Datum: 11-4-2016 15:30:00

Stuur een reactie naar de auteur