Pandora Papers; l’histoire se répète.

Het Financieele Dagblad publiceerde onlangs opnieuw een artikel over een groot aantal gelekte documenten over zogenaamde offshore structuren; de zogenaamde Pandora Papers. 

Net zoals eerder de Paradise Papers, de Panama Papers en LuxLeaks, kwamen dit weekend de Pandora Papers groot in het nieuws. Dit waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat in de Pandora Papers de namen van onder meer onze minister van financiën Wopke Hoekstra en andere prominente politici voorkwamen. In dit blog ga ik in op de vraag wat de Pandora Papers nu eigenlijk zijn en wat de Nederlandse fiscale relevantie is.

Wat zijn de Pandora Papers

De Pandora Papers bestaan uit de documenten en administratie van veertien trustkantoren, waaronder Trident Trust uit de Britse Maagdeneilanden, Alcogal uit Panama en Asiaciti Trust uit Singapore. In totaal zijn een kleine 12 miljoen documenten in handen gekomen van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ). In Nederland wordt deelgenomen in het ICIJ door Trouw en het Financieele Dagblad.

De gelekte informatie bevat onder andere informatie over de uiteindelijk gerechtigden – de zogenaamde ultimate beneficial owners (UBO) – met betrekking tot een groot aantal offshore-structuren. Hiermee kan dus achterhaald worden wie uiteindelijk de eigenaren zijn van bepaalde structuren.

Daarnaast zijn ook administraties en diverse e-mails gelekt. Hieruit kon onder meer worden afgeleid dat voormalig premier Blair van Groot-Brittannië een offshore company heeft gebruikt om geen stamp duty – een belastingsoort die we in Nederland niet kennen – te hoeven betalen bij de aankoop van een kantoorpand.

Het Nederlandse fiscale belang

Uit de berichten die door de Nederlandse kranten openbaar zijn gemaakt uit de Pandora Papers blijkt nog niet dat sprake is van belastingontwijking dan wel -ontduiking. Ik verwacht ook niet dat dit rechtstreeks zal volgen uit de gelekte documenten; immers de Nederlandse belastingaangifte van de UBO zal zich in het algemeen niet in het dossier van het trustkantoor bevinden.

Slechts uit deze aangifte is mogelijk af te leiden of sprake is van ontduiking/ontwijking. In dit verband is de ophef die in de media wordt gemaakt over de Pandora Papers in Nederland dan ook voorbarig. Hoekstra heeft immers gezegd dat de participatie gewoon was aangegeven in zijn Nederlandse aangifte.

Wel zal de belastingdienst ongetwijfeld kennis gaan nemen van De Pandora Papers. Evenals bij eerdere lekken is de verwachting dat hierbij gekeken zal worden of de belangen welke zijn gehouden door Nederlandse belastingplichtigen in de betrokken offshore vennootschappen zijn verantwoord in de Nederlandse aangifte.

Mocht dit niet het geval zijn dan is het waarschijnlijk dat de inspecteur een vragenbrief zal sturen waarin wordt verzocht om openheid te geven over het belang in de offshore vennootschap. Mocht er sprake zijn van een vermoeden van grootschalige ontduiking of indien geen informatie wordt verstrekt dan kan mogelijk een strafrechtelijk onderzoek worden gestart waarbij de FIOD betrokken wordt.

Indien de belangen wel verwerkt zijn in de Nederlandse aangifte dan kan de inspecteur overigens alsnog vragen stellen; onze ervaring is dat de belastingdienst momenteel erg geïnteresseerd is in belangen in buitenlandse vennootschappen.

Wat te doen?

Mocht u betrokken zijn bij een vennootschap die voorkomt in de Pandora Papers dan is het in ieder geval van belang om na te gaan of deze correct is verwerkt in de Nederlandse aangifte. Mocht dit niet het geval zijn dan is het aan te raden om zelf een stap naar voren te zetten; hoewel de inkeerregeling is afgeschaft leidt meewerken in de regel tot een lagere boete.

Als u een vragenbrief ontvangt van de belastingdienst met betrekking tot een buitenlandse structuur dan is het verstandig om contact op te nemen met een fiscaal advocaat. De advocaat kan u bijstaan bij het beantwoorden van de vragenbrief en inschatten wat u kunt verwachten van het verdere verloop van zo’n onderzoek.  

Dit bericht werd geplaatst in: Blogs

Stuur een reactie naar de auteur