Pleitbaar standpunt vereist nog meer zorgvuldigheid

  

Pleitbaar standpunt vereist nog meer zorgvuldigheid

Auteur(s): W. de Vries

Bekijk PDF



Accountancynieuws 9 november 2012 nr 20www.accountancynieuws.nl 31
Pleitbaar standpunt vereist nog meer zorgvuldigheid
Op 6 maart 2012 heeft de strafkamer van de Hoge Raad om meerdere redenen een be-langrijk arrest gewezen. Eén van deze redenen is dat de Hoge Raad het gebruik van het fiscaal pleitbare standpunt in strafzaken heeft ingeperkt. Het moment dat een pleit-baar standpunt is ingenomen wordt meer van belang. Hoe kan een fiscaal pleitbaar
standpunt toch met succes in het strafrecht worden gebruikt?
Wiebe de Vries
belastingen An
gedaan, ook van dit standpunt werd uit-gegaan. Ingeval een verdachte het pleit-bare standpunt niet huldigde ten tijde van het doen van de aangifte (en er des-
tijds dus van uitging dat de aangiften on-
juist waren), stelt de Hoge Raad dat de verdachte niet heeft gehandeld in de ver-onderstelling dat de wijze waarop de aan-giften werden gedaan toelaatbaar was.
In fiscale procedures kunnen pleitbare standpunten wel ‘achteraf’ nog bedacht worden. In het strafrecht slagen alleen pleitbare standpuntverweren als dit standpunt vanaf het begin, op het mo-ment dat de aangifte werd gedaan, werd ingenomen. De subjectieve leer in het strafrecht van het pleitbare standpunt is hiermee een feit.
Wat nu?
Als u in een onderzoek stelt dat sprake is van een pleitbaar standpunt, is het ver-standig u niet uit te laten over het mo-ment dat dit standpunt is ingenomen. Wees er op bedacht dat u, zeker als advi-seur, niet altijd kunt inschatten of een onderzoek uiteindelijk leidt tot een straf-rechtelijke vervolging. Mocht het onder-zoek tot een strafrechtelijke procedure leiden, dan zal eerdere openheid over het moment van het innemen van dit stand-punt er in elk geval toe leiden dat een ver-weer op dit pleitbare standpunt niet lan-ger kans van slagen heeft.
Voordat het doen van een onjuiste aangifte leidt tot een strafrechtelijk verwijt, moeten meer bestanddelen dan alleen het opzet wettig en overtuigend bewezen worden. Er moet niet worden vergeten om, naast het voeren van een bewijsverweer op het ontbreken van opzet, ook verweer te voe-ren dat het standpunt niet alleen pleit-
baar is, maar dat de ingediende aangifte
E
en fout in een aangifte betekent niet dat de inspecteur zonder meer een
vergrijpboete kan of zal opleggen. Als een fout is gebaseerd op een standpunt dat pleitbaar is, bestaat geen reden om een boete op te leggen.
Een besluit van de staatssecretaris van Financiën definieert het fiscaal pleitbare standpunt als ‘een opvatting over de kwa-lificatie van de feiten of de toepassing van het recht op de feiten die in redelijkheid verdedigbaar is.’ Als een standpunt naar objectieve maatstaven pleitbaar is, dan is er geen sprake van opzet of grove schuld in het administratieve boeterecht en is de oplegging van een bestuurlijke (vergrijp) boete niet aan de orde.
Of een belanghebbende van dit stand-punt uitging, doet hierbij niet ter zake. Ook kennis en wetenschap van de be-langhebbende zijn daarbij niet van be-lang. Het doet er verder ook niet toe of het standpunt juist is. In het administra-tieve boeterecht wordt geen opzet of gro-ve schuld aangenomen als een standpunt verdedigbaar was.
Strafrechtelijke procedures
Vanaf pakweg 2005 duikt het begrip ‘pleit-baar standpunt’ in de fiscaal strafrechtelij-ke jurisprudentie steeds vaker op. Een strafrechtelijk verweer over het van toepas-sing zijn van een pleitbaar standpunt zag altijd op de reikwijdte van het (voorwaar-delijk) opzet. Kan in geval van een pleit-baar standpunt wel worden gesproken van
het aanvaarden van de aanmerkelijke kans
dat een gevolg in zal treden? De kans van slagen van een opzet-verweer gebaseerd op het aanwezig zijn van een pleitbaar standpunt is in het strafrecht overigens niet erg groot. In de jurisprudentie van vóór 6 maart 2012 valt al op dat strafrech-ters bij de bewijsvragen over het opzet minder snel het ontbreken van het opzet aannemen dan fiscale rechters dat doen.
Arrest van 6 maart 2012
Ook in het arrest van 6 maart wordt door de verdediging aangevoerd dat geen spra-ke is van opzet omdat sprake is van een pleitbaar standpunt. De Hoge Raad stelt dat bij een dergelijk verweer de rechter eerst moet beoordelen of de verdachte redelijkerwijs kon en mocht menen dat de wijze waarop de aangifte is gedaan,
toelaatbaar is. In zoverre lijkt deze beoor-deling niet zo veel te verschillen van de beoordeling in fiscale procedures, waar ook een objectieve maatstaf wordt aange-legd of een standpunt wel ‘pleitbaar’ is. In tegenstelling tot in fiscale procedures stelt de strafkamer van de Hoge Raad echter dat ook van belang is of er op het
moment de aangifte daadwerkelijk werd
Inperking fiscaal pleitbare standpunt in het strafrecht
‘Als u in een onderzoek stelt dat er sprake is van een pleitbaar standpunt, laat u dan niet uit over het moment dat dit standpunt is ingenomen.’

32 www.accountancynieuws.nl9 november 2012 nr 20 Accountancynieuws


An belastingen/RJ-nieuws
ook domweg juist is. Een ander bestand-deel dat bewezen moet worden voordat iemand een strafrechtelijk verwijt kan worden gemaakt, is dat de onjuiste aan-gifte er ook toe diende te strekken dat te
weinig belasting zou worden afgedragen.
De vraag of een fiscaal pleitbaar stand-punt tot benadeling van de schatkist strekt moet uitdrukkelijk naar voren wor-den gebracht. Slechts als kan worden be-wezen dat het werkelijk in aanmerking te
nemen bedrag hoger is dan het bedrag
dat in de aangifte is opgegeven, is im-mers sprake van een strafbaar feit.
Ten slotte
Hoewel de strafkamer van de Hoge Raad een andere, meer beperkte invulling geeft aan het pleitbare standpunt dan de fisca-le rechter, kan een pleitbaar standpunt nog wel leiden tot een vrijspraak bij de strafrechter. Zeker als duidelijk is dat het pleitbare standpunt naar boven is geko-men nadat de aangifte is ingediend, moet meer dan in het verleden worden ingezet op de juistheid van de aangifte en de om-standigheid dat deze niet tot benadeling van de schatkist leidt. An
Wiebe de Vries, partner Jaeger Advocaten-
belastingkundigen.
RJ publiceert RJ-Uiting 2012-5
De Raad voor de Jaarverslaggeving heeft op 29 oktober 2012 RJ-Uiting 2012-5: ‘Ont-werp - Toepassing Richtlijn 252 / Richtlijn B10 Voorzieningen met betrekking tot de crisisheffing en wijziging Richtlijn 271.6 Personeelsbeloningen – Bezoldigingen van bestuurders en commissarissen’ gepubliceerd. Deze RJ-Uiting is opgenomen op de website van de Raad voor de Jaarverslaggeving, www.rjnet.nl. In dit artikel wordt deze
RJ-uiting kort toegelicht.
R
J-Uiting 2012-5 is een gevolg van de op 18 juli 2012 in werking getreden
‘Wet uitwerking fiscale maatregelen Be-grotingsakkoord 2013’. In deze wet is bepaald dat een aantal belastingwetten met ingang van 1 januari 2013 wordt ge-wijzigd. Eén van de wijzigingen houdt in dat werkgevers in 2013 een eenmalige crisisheffing moeten betalen van 16% over het loon uit tegenwoordige dienst-betrekking dat zij in 2012 aan een mede-werker hebben betaald, voor zover dat loon hoger was dan € 150.000. Deze cri-sisheffing wordt geregeld in een nieuw artikel 32bd van de ‘Wet op de loonbe-lasting 1964’.
Inhoud
In het onderdeel ‘Toepassing Richtlijn 252 / Richtlijn B10 Voorzieningen met betrekking tot de crisisheffing’ wordt uiteengezet dat de crisisheffing in 2012 in de balans moet worden opgenomen als verplichting en tijdsevenredig aan het kalenderjaar 2012 moet worden toegerekend.
Dit onderdeel leidt niet tot wijziging van bestaande richtlijnen en is zowel van toepassing op grote en middelgrote rechtspersonen (RJ 252) als op kleine rechtspersonen (RJk B10).
De voorgestelde wijziging van RJ 271.6 houdt in dat het bedrag van de crisishef-fing dat in het boekjaar ten laste van de rechtspersoon is gekomen en betrek-king heeft op huidige en voormalige be-stuurders en commissarissen, afzon-derlijk vermeld dient te worden voor de gezamenlijke bestuurders en voor de gezamenlijke commissarissen. Althans, indien vermelding krachtens artikel 2:383 lid 1 of 383c BW dient plaats te
vinden.
Ingangsdatum
Bij het definitief worden van dit ontwerp zal dit van toepassing zijn op boekjaren waarin de periode van 18 juli 2012 tot en met 31 december 2012 valt, alsmede op boekjaren waarin een deel van die perio-de valt. De wijziging van RJ 271.6 zal ver-vallen voor boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2013.
Reacties en commentaren
De RJ nodigt u uit tot het inzenden van reacties en commentaren op deze RJ-Ui-ting. Deze ziet de RJ graag uiterlijk op 23 november 2012tegemoet. Reacties en commentaren kunnen - bij voorkeur per e-mail (rj@rjnet.nl) - worden ingediend bij het RJ-secretariaat. Ze zullen door de RJ als openbare informatie worden be-handeld en op de RJ-website worden ge-publiceerd, tenzij door respondenten is aangegeven dat het commentaar geheel of gedeeltelijk moet worden aangemerkt als vertrouwelijk. Het ontwerp zal zo spoedig mogelijk na de commentaar-periode definitief worden gemaakt. An
Deze pagina is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van de Raad voor de
Jaarverslaggeving.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op