Wordt nieuwe identificatieplicht voor MKB de 'rising star' van de ergernissen-topdrie?

  

Wordt nieuwe identificatieplicht voor MKB de 'rising star' van de ergernissen-topdrie?

Auteur(s): B.J.G.L. Jaeger

Bekijk PDF





in Het korte bestaan – althans voor
de administratieve beroepen – van de
de Wet melding ongebruikelijke trans-acties is er al een aantal keer aan de Wet zelf alsook aan de wijze van uitvoering
geschaafd. Afgelopen mei zijn de laat-
de wetten is, naast het bemoeilijken van witwassen, uitgebreid met het op-
werpen van een belemmering voor de
financiering van terrorisme. Afgezien
van tegenwerpingen ten aanzien van het
ners tot het melden van zaken die hen in vertrouwen zijn verteld, kan er wei-nig bezwaar bestaan tegen deze uitbrei-
ding. Zorgelijker is dat het bereik van
tuele verdere uitbreidingen van de doel-stelling het parlement niet meer hoeven
te passeren.
22www.accountancynieuws.nl27 oktober 2006 nr 20 accountancynieuws
compliance
WID / MOT: een update
Wordtnieuwe identificatieplichtvoor MKBde‘risingstar’van de ergernissen-topdrie?
Ludwijn Jaeger
Hoofdredacteur Frans Heitling plaatste in AN 19 een oproep om uw ergernissen-topdrie (met oplossingen) aan hem te melden. In zijn inleiding schetste hij een
aantal rituelen waarmee administratieve diensten zijn omgeven. Daarin ligt de
van ongebruikelijke transacties wel eens een hoop ergernis zou kunnen wekken. De naderende wetswijziging overziende, kan ik dit artikel wel verder inluiden met
de heugelijke mededeling: ‘you ain’t seen nothing yet!’
Scheve verhouding
Ter compensatie van dit zuur bracht de wetswijziging als zoet een vrijstelling van de identificatieverplichting voor het invullen van (eenvoudige) belastingaan-giften van particulieren. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het zoet niet tegen het zuur opweegt. Indien het Bft net zo kwistig boetes uit gaat delen als de Belastingdienst dat doet, dan zal al snel de primaire bezorgdheid over deze wetten niet de administratieve las-tendruk (meer) zijn, maar de punitieve
elementen erin.
Zoals gezegd ligt de komende wijziging van beide wetten al in het verschiet: vóór 15 december 2007 dient de nieuw-ste Europese richtlijn op dit gebied te zijn geïmplementeerd. Het vooralsnog als praatstuk bedoelde concept van de komende wetswijzigingen rouleert al. Het wetsvoorstel introduceert de ‘poli-tiek prominente persoon’, de ‘uiteinde-lijk belanghebbende’, een dynamische identificatieverplichting en de (uitdruk-kelijke) plicht om werknemers te scho-len in het kennen van de beide wet-ten en het herkennen van witwassen of terrorismefinanciering.
Corruptie nieuw speerpunt
Naast witwassen en terrorismefinancie-ring wordt – kennelijk – het tegengaan van corruptie de komende uitbreiding van de doelstellingen van het wetten-duo. Aangezien de ‘politiek prominente persoon’ een verhoogd risico loopt cor-
rupt te zijn, is een striktere cliëntiden-
suggestie besloten dat het identificeren van nieuwe cliënten en het moeten meldentificatie- en cliëntverificatieprocedure
gerechtvaardigd. Wat strikter identifi-ceren overigens toevoegt aan gewoon (goed) identificeren is mij onduidelijk.
Daarover laten tekst noch toelichting
bij de wetswijzigingen zich (voorals-
nog) uit. Wel is duidelijk dat met deze
Wet identificatie bij dienstverlening enopleggen van de plicht aan dienstverle-PEP’s (Politically Exposed Persons)
staatshoofden, regeringsleiders, minis-ters, staatssecretarissen, parlementsle-den, rechters die arresten wijzen in laat-
ste instantie, leden van rekenkamers en
ste redelijk ingrijpende wijzigingen de wet is verplaatst naar een algemene centrale banken, ambassadeurs, zaak-doorgevoerd. De doelstelling van bei- maatregel van bestuur, waardoor even- gelastigden, hoge legerofficieren en
hoge functionarissen bij overheidsbe-drijven bedoeld worden. En natuurlijk
vallen ook de naaste familieleden van

accountancynieuws 27 oktober 2006 nr 20www.accountancynieuws.nl2
compliance
deze PEP’s onder de verhoogde ‘Custo-mer Due Diligence’, alsmede nauwe za-kelijke relaties daarvan en rechtsperso-nen waarvan de PEP gebruikmaakt.
uitvoerbaarheid lastig
In risicovolle gevallen moet de iden-
naast het verzamelen van de juiste ge-gevens over de rechtspersoon en de
bestuurder(s) daarvan, tevens de ‘uit-
te beneficial owner) wordt achterhaald en dat de structuur van de groep waar-toe de cliënt behoort wordt blootge-legd. Hoewel ik het waarom van de ge-plande wetswijziging op dit onderdeel wel begrijp, heb ik zo mijn twijfels bij de uitvoerbaarheid daarvan. Op dit mo-ment is één van de belangrijkste knel-punten bij de uitvoering van de WID dat het uitermate lastig is buitenlanders en buitenlandse rechtspersonen goed, op
basis van betrouwbare documenten, te
identificeren. De, zo al mogelijk, admi-nistratieve last van het achterhalen van de hele structuur waarin een rechtsper-soon is verweven is in internationale verhoudingen, zonder een via het inter-net raadpleegbare KvK, immens.
Voortdurende toetsing
Om te voldoen aan de WID volstaat het straks niet meer om louter te identifi-ceren. Elke instelling wordt verplicht een adequaat, op de praktijkvoering afgestemd beleid te voeren ter bestrij-ding en voorkoming van witwassen en terrorismefinanciering (en corruptie). Het vaststellen van de identiteit wordt dus slechts stap 1 in het dynamisch proces dat identificeren heet. De nor-men in de wetgeving worden open en de acties moeten worden gebaseerd op risicoprofielen. Naast het – zo nodig – achterhalenvandeuiteindelijkbelang-hebbende en het inwinnen van infor-matie over het doel en de beoogde aard van de zakelijke relatie (hetgeen voor een dienstverlener een betrekkelijke open deur is), moet voortdurend wor-den getoetst of het risicoprofiel van de cliënt niet wijzigt, inzicht worden ver-kregen in de herkomst van gelden en moeten gegevens worden geactuali-seerd. Ga er maar aan staan!
opleiding verplicht
Ook een novum is de komende (uitdruk-kelijke) verplichting om werknemers bekend te maken met de bepalingen van deze wetgeving en de werknemers
(allemaal?) op te leiden in het herken-
ciering. Daarnaast zullen ze moeten le-ren hoe te handelen bij vermoedens.
Het lijkt erop dat het opstellen van een
eindelijkbelanghebbende’(ultima-identificatieprotocol en het aanstellen
van een ‘compliance officer’ binnenkort niet meer volstaat.
de positieve kant
En dan, in de goede traditie van dit kabi-net, ook nog wat zoet. Hoewel het lastig is op te maken uit de tekst van de wijzi-gingen, vermeldt de toelichting vrij pro-minent dat daar waar nu ook geïdentifi-ceerd (en gemeld) moet worden bij het invullen van belastingaangiften, het op-
stellen van jaarrekeningen en het voe-
ren van administraties, na de wetswijzi-ging alleen fiscale advisering nog onder de vigeur van de wetgeving valt. Kijkend naar de letterlijke tekst lijkt het er een beetje op dat identificatie in dergelij-ke gevallen niet hoeft plaats te vinden, maar een (zonder identificatie wat zin-loze) melding wel dient te geschieden. De nadere uitwerking (en de tijd) zul-len het wel leren, maar deze aanpassing zou toch zowaar een aanzienlijke ver-lichting kunnen opleveren.
Vak blijft boeiend
Het in de inleiding bedoelde commen-taar van de hoofdredacteur sluit af met de vraag of er dan niets meer leuk is, alsmede met een voorschot op het ant-woord, namelijk dat het – zijns inziens – wel meevalt. Als ik de vraag voor me-zelf mag beantwoorden (en op mij is niet half zoveel ‘toezicht’ van toepas-sing, als op de accountant), dan meen ik dat het vak van dienstverlener onver-kort boeiend en uitdagend blijft, maar dat de hoeveelheid regelgeving die op ons neerdaalt (en voortdurend wijzigt) daar wel bar weinig aan bijdraagt. Over het algemeen blijft het echter zo dat we ons voornamelijk op ons vak kunnen
blijven concentreren en beroepsorga-
tificatieprocedure erin voorzien datnen van witwassen of terrorismefinan-nisaties en allerhande ‘officers’ en wat
dies meer zij, invulling geven aan veel
van deze ballast. an
Mr. B.J.G.L. (Ludwijn) Jaeger, als fiscaal advocaat verbonden aan Jaeger advocaten-belastingkundigen te
amsterdam.
‘Het is uitermate lastig buitenlandse rechtsper-sonen goed, op basis van betrouwbare documenten, te identificeren.’
Schandpaalbepaling en boetes ook zijn in mei de wetten voorzien van administratieve machtsmiddelen voor de toezichthouder, het Bureau financieel toezicht (Bft). naast de mogelijkheid een dwangsom op te leggen om hiermee compliance af
te dwingen, kunnen zij namen van overtreders publiceren (de schand-paalbepaling) en kunnen de lichtere overtredingen worden beboet (voor de zwaardere overtredingen blijft het primaat liggen bij het strafrecht).
De boetes lopen, afhankelijk van de omzet van de instelling, op van
€ 2 722 tot € 21 780 per overtreding. aan dienstverleners die zijn onder-worpen aan een wettelijk erkend tuchtrecht (onder andere ra’s) kun-nen deze maatregelen niet worden opgelegd, alsdan dient het Bft een klacht in te dienen bij het desbetref-fende college.
‘Om te voldoen aan de WID volstaat het straks niet meer om louter te identificeren.’



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op