Afspraak over verlenging enkelvoudige navorderingstermijn impliceert niet afspraak over vervaltermijn voor boete

  

Afspraak over verlenging enkelvoudige navorderingstermijn impliceert niet afspraak over vervaltermijn voor boete

Datum: 14-09-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/2365 Afspraak over verlenging enkelvoudige navorderingstermijn impliceertnietafspraak over vervaltermijn voor boete
Conclusie A-GWattel14september2010,nr.09/05157 Conclusie A-GWattel14september2010,nr.09/05158
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
1996, 1997Brondocument AWR-art. 16
BW Boek 7BW Boek 7-art. 900
Awb-art. 4:13 Awb-art. 4:14
mr. I.R.J. Thijssen
Auteur LJN
ECLI
BN9672
ECLI:NL:PHR:2011:BN9672 ECLI:NL:HR:2011:BN9672
Samenvatting
De inspecteur enX makenna boekenonderzoek 1 bijde bv,waarvanX directeur enenig aandeelhouder is,een‘afspraak’ datX ende
bv(hierna:belanghebbenden) hunadministratie enaangiftenop orde brengenenzichnietzullenberoepenop hetverlopenvan aanslagtermijnen,waartegenover de inspecteur vooralsnog afzietvangeschatte aanslagoplegging/beboeting totbehoud vanrechten. Hetgeschilgaatover betalingendie de bvkwalificeertals smeergeld voor derden,maar de inspecteur als verkapte uitdelingenaanX. Naar aanleiding vanboekenonderzoek 2 legtde inspecteur – buitende navorderingstermijn– navorderingsaanslagenmetverhoging op enmetomkering vande bewijslastwegens ontbrekenvande vereiste aangiften.HofAmsterdam (NTFR2010/200) heeftde verhogingenkwijtgescholden,nietaannemelijk oordelend datde partijennaastafstand vande (enkelvoudige) navorderingstermijnóók afstand vanvervalvande beboetingsbevoegdheid zoudenzijnovereengekomen.
Incassatie bestrijdtde staatssecretaris (incidenteel) hetoordeelvanhethofdatslechts verlenging vande enkelvoudige navorderingstermijnis overeengekomenenniettevens verlenging vande (identieke) vervaltermijnvoor verhoging.
Datde termijnenvoor navordering enbeboeting identiek zijn,doetvolgens de advocaat-generaalnietter zake:hetgaatom de vraag vanwelke bevoegdheid de belanghebbende explicietafstand heeftgedaan.Bijde ‘verhoging’ gaathetom eenseparaat kwijtscheldingsbesluitdatlosstaatvande navorderingsaanslag.Expliciete afstand vanberoep op de verjaringstermijnter zake vaneen aanslag impliceertgeenszins expliciete afstand vanberoep op vervalvanbevoegdheid ter zake vanhetkwijtscheldingsbesluit.Inhet oordeelvanhethofligtbeslotendathethofwatbetreftde verhogingen/boete geenuitdrukkelijke afstand vanberoep op bevoegdheidsvervalaannemelijk heeftgeoordeeld.Indatgevalis zijnoordeeldatde belanghebbende nietaande ‘afspraak’ is gebondengeenszins onbegrijpelijk.De advocaat-generaalconcludeerttotongegrondverklaring vanhetcassatieberoep.
Commentaar
De wettelijke aanslag-,navorderings- ennaheffingstermijnenzijnvolgens de Hoge Raad – anders dande wettelijke bezwaar- en
beroepstermijnen– nietvanopenbare orde (HR2 juli 1986,BNB 1986/291).Als eenniet-alerte belastingplichtige zichnietop overschrijding vandeze termijnenberoept,kande belastingrechter de overschrijding nietambtshalve aande rechtsstrijd toevoegen.Zo bezienis evenmininstrijd metde openbare orde datde wélalerte belastingplichtige explicietafstand doetvande bescherming die deze wettelijke termijnenhem biedt(HR22 april1998,BNB 1998/214).Inhetonderhavige gevalis metbelanghebbende afgesproken dathijzouafzienvaneenberoep op hetoverschrijdenvande navorderingstermijnende vraag is ofdeze afspraak enkelzietop de vervolgens buitende navorderingstermijnopgelegde navorderingsaanslag ofdatdeze afspraak tevens zietop de gelijktijdig metdie navorderingsaanslag opgelegde vergrijpboete.HofAmsterdam (19 november 2009,NTFR2010/200) oordeelde inhetonderhavige gevalonder meer datuitde metbelanghebbende gemaakte afspraak nietkanwordenafgeleid datdeze afspraak (impliciet) ook betrekking zouhebbenop de op te leggenvergrijpboete endathetop de weg vande inspecteur had gelegenom zulks uitdrukkelijk met belanghebbende overeente komen.Nudatnietis gebeurd,heeftHofAmsterdam de vergrijpboete vernietigd vanwege termijnoverschrijding.
Inde onderhavige – zeer lezenswaardige – conclusie gaatA-GWattelverder danhetoordeelvanHofAmsterdam.Nietalleenhetciviele recht,maar ook hetstrafrechtenhetalgemene bestuursrechtlerendathet‘verval’ vaneenbevoegdheid,metname de strafvervolgingsbevoegdheid,sterke werking heeft,vanopenbare orde is enambtshalve moetwordentoegepast,aldus A-GWattel.Hij concludeertverder dat‘hetmoeilijkvaltintezienwaarom"verval"vaneeneenzijdigestrafopleggingsbevoegdheid(art.16AWR)niet vanopenbareordezouzijnals"verval"vaneenstrafvorderingsbevoegdheid(art.70WvSr)wél vanopenbareordeis.Hetis evenzeermoeilijkinteziendatalsverval vandevervolgingsbevoegdheidwél vanopenbareordeisvooreenverdachtedie–als gevolgvaninditopzichtbetrekkelijktoevalligambtelijkbeleid(deATV-richtlijninzakefiscaleendouanedelicten)–geselecteerd wordtvoorstrafrechtelijkevervolgingvaneenfiscaal vergrijp(exart.69AWR),datdandevervaltermijnvande beboetingsbevoegdheidnietvanopenbareordeisalsdezelfdebelanghebbendevoorexacthetzelfdevergrijpgeselecteerdwordt
voorbestuurlijkebeboetinginplaatsvan(echte)strafvervolging(art.67eof67fAWR)’.Daar voegtA-GWattelnog tenovervloede aan toe dateeneventueelonderscheid invervaltermijnenalhelemaalnietmeer te rechtvaardigenis na de invoering vande strafbeschikking
vanhetOpenbaar Ministerie op basis vande WetOM-afdoening die binnenkortook voor hetfiscale strafrechtinwerking treedt.Aldus

concludeertA-GWatteldathetvervalvande bevoegdheid totboeteoplegging vanopenbare orde is endatdaarvannietbijafspraak
afgewekenkanworden.Dus ook inhetgevaleenafspraak metbelanghebbende is gemaakt,die zouinhoudendathijafstand doetvan beroep op hetvervalvande vervolgingstermijn,is die afspraak nietig,althans kande belanghebbende nietweerhoudenwordenin
weerwildaarvaneenberoep te doenop datverval.Datlijktmijeenterechte conclusie.Ik verondersteloverigens datde Hoge Raad – afgezienvaneeneventuele overweging tenovervloede – helaas nietaandeze verdergaande conclusie vanA-GWattelhoeftte komen om hetincidentele cassatieberoep vande staatssecretaris ongegrond te verklaren.Zoals door HofAmsterdam reeds is vastgesteld, heeftde door belanghebbende gemaakte afspraak immers geenbetrekking op eeneventuele boetebeschikking.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-2365 Datum:11-4-2016 15:02:05
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op