Ambtelijk verzuim door geen nader onderzoek te verrichten

  

Ambtelijk verzuim door geen nader onderzoek te verrichten

Datum: 17-07-2012
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2012/2195 Ambtelijk verzuimdoor geen nader onderzoek te verrichten
Conclusie A-GIJzerman17juli2012,nr.11/04270
1997
Brondocument Aanverwanteliteratuur
AWR-art. 16
mr. I.R.J. Thijssen
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen Auteur
LJN
ECLI
BX6666
ECLI:NL:PHR:2013:BX6666 ECLI:NL:HR:2013:BX6666
Samenvatting
Ingeschilis ofde inspecteur konovergaantotnavordering vaninkomstenbelasting wegens winstuitaanmerkelijk belang.Metname is in
geschilofde inspecteur eenambtelijk verzuim heeftbegaandoor voorafgaand aande aanslagoplegging onvoldoende onderzoek inte stellennaar de juistheid vande door belanghebbende gedane aangifte 1997/1998.
Belanghebbende bezattot31 december 1996 alle aandeleninB holding bv.Belanghebbende heeftzijnbelang inB holding bv,na diverse tussenstappen,ultimo 1997 incoöperatie F U.A.ingebracht.
Op 31 december 1996 zijnde statutenvanB holding bvgewijzigd.De gewone aandelenwerdendaarbijgeconverteerd inééngewoon aandeelvanf1 en40.454 niet-cumulatiefpreferente aandelenvanf1 nominaal.Daarnaastwerdenaanbelanghebbende 40.454 winstbewijzenop naam uitgegeven.Belanghebbende hield zowelvoormelde aandelenals de winstbewijzen.Eveneens op 31 december 1996 is de stichting C opgericht.Op die datum heeftbelanghebbende hetdoor hem gehoudengewone aandeelenalle niet-cumulatief preferente aandeleninB holding bvverkochtaande stichting voor eenbedrag vanf40.463.Ditbedrag betreftf40.454 voor de niet-cumulatiefpreferente aandelenenf9 voor hetgewone aandeel.Belanghebbende behield vooralsnog zijnwinstbewijzen.
Eenjaar later,op 30 december 1997,is de coöperatie opgerichtdoor belanghebbende,de echtgenote vanbelanghebbende enhun drie kinderen.Belanghebbende heeft,eveneens op 30 december 1997,zijnwinstbewijzeninB holding bvingebrachtinde coöperatie. Op die datum heeftde stichting ook hetdoor haar gehoudengewone aandeelenalle niet-cumulatiefpreferente aandeleninB holding bv ingebrachtinde coöperatie.De coöperatie verkreeg op 30 december 1997 aldus alle aandelenenwinstbewijzeninB holding bv. Belanghebbende heeftinzijnaangifte 1997/1998 ter zake vande inbreng vande winstbewijzeninde coöperatie geenwinstuit aanmerkelijk belang aangegeven.De inspecteur heeftin2001 conform de aangifte een(gewone) aanslag opgelegd.De inspecteur heeftop 12 december 2003 eennavorderingsaanslag opgelegd ziende op de hierbovengenoemde inbreng (vervreemding) van winstbewijzen,aangemerktals winstuitaanmerkelijk belang.HofDenHaag (16 augustus 2011,nr.09/00136,NTFR2011/2530) heeft de navorderingsaanslag vernietigd wegens ontbrekenvaneenvoor navordering vereistnieuwfeitc.q.ambtelijk verzuim gelegenin onvoldoende onderzoek door de inspecteur naar aanleiding vande aangifte 1997/1998.
De advocaat-generaalmerktop datter beoordeling vande vraag ofde inspecteur hier eenambtelijk verzuim heeftbegaandataan navordering inde weg staat,vastgesteld dientte wordenwatde inspecteur geachtmoetwordente hebbengeweteningevalhijmet normale zorgvuldigheid kennis had genomenvande inhoud vande aangifte enoverige te raadplegengegevens.Eeninspecteur is in beginselgehoudende aangifte aaneenonderzoek te onderwerpenindie zindathijde aangifte vergelijktmetgegevens die inhet dossier vande belastingplichtige ter inspectie aanwezig zijn,totwelke gegevens onder meer behorenaangiftenvanvoorgaande jaren. Datgeldtvolgens de advocaat-generaaldus ook als de aangifte op zichzelfgenomengeentwijfeloproept.
Aande hand vande aangifte 1997 incombinatie meteerdere aangiftenenbijde Belastingdienstbeschikbare gegevens had de inspecteur,volgens de advocaat-generaal,kunnenconstateren:
– datde aandelenB holding bvin1995 toteenaanmerkelijk belang vanbelanghebbende behoorden;
– datin1996 door belanghebbende eenaandeelB holding bvis vervreemd aande stichting,welke vervreemding toteen aanmerkelijkbelangwinstheeftgeleid;
– datbelanghebbende eind 1996 geenaandelenB holding bvmeer had;
– datbelanghebbende per 1 januari 1997 40.454 winstbewijzeninB holding bvhad;
– datbelanghebbende in1997 40.454 winstbewijzenheeftvervreemd aande coöperatie endatbelanghebbende eind 1997 geen winstbewijzeninB holding bvmeer had,terwijlhijeenhoge vordering op de coöperatie had verkregen.
Eenenander brengtvolgens de advocaat-generaalmetzichdatde inspecteur voldoende twijfelaande aangifte 1997/1998 had moeten koesterenom nader onderzoek te verrichtenenom inlichtingente vragenbijbelanghebbende,alvorens totaanslagoplegging over te gaan.Door datna te latenheeftde inspecteur volgens de advocaat-generaaleenambtelijk verzuim begaandataannavordering inde weg staat,zodatheteerste middelfaalt.
Inde tweede plaats is incassatie aande orde de aanbelanghebbende door hethofdesverzochttoegekende vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding vande redelijke termijnvanberechting.Hethofheeftgeconcludeerd datde redelijke termijn vanberechting ineerste aanleg is overschredenmetintotaaldrie jaar enheeftbelanghebbende deswege eenschadevergoeding toegekend van€ 3.000.Uitde hofuitspraak blijktechter volgens de advocaat-generaal,inhetlichtvanhetgeende inspecteur dienaangaande heeftgesteld,onvoldoende vanafwegingenomtrentde vraag inhoeverre eentraag verloop vande procedure ineerste

aanleg moetwordentoegerekend aande processuele houding vanbelanghebbende.Hettweede middelslaagteveneens inzoverre dat hethoftenonrechte verzuimd heeftde Staatder Nederlanden,vertegenwoordigd door de minister vanVeiligheid enJustitie,inverband metde verlangde schadevergoeding inde zaak te betrekken,zodatditna verwijzing alsnog zalmoetengebeuren.
De conclusie strektertoe dathetberoep incassatie vande staatssecretaris gegrond dientte wordenverklaard.
Commentaar
Eenheldere conclusie vanA-GIJzermanwaaraanik weinig heb toe te voegenenwaarinonder meer hetuitgangspuntis geformuleerd
datnavordering nietmag plaatsvindenom eenambtelijk verzuim vande inspecteur te herstellen.Sinds 1 januari 2010 heeftde wetgever op dituitgangspunteenuitzondering gemaaktdoor navordering steeds mogelijk te achtenwanneer eenaanslag door een– voor de belastingplichtige redelijkerwijs kenbare – foutvande inspecteur te laag is vastgesteld,waarbijeen30% te lage aanslag geachtwordt kenbaar te laag te zijn(art.16,lid 2,onderdeelc,AWR).Op deze wetswijziging is veel(terechte) kritiek gekomenenwellichtnaar aanleiding daarvanheeftde staatssecretaris vanFinanciënop 6 september 2012 zijnwetsvoorstel‘Wetvereenvoudiging formeel verkeer Belastingdienst’ ter consultatie voorgelegd aanhetpubliek (zie:http://www.internetconsultatie.nl/herz).Inditwetsvoorstelwordt navordering inbeginselnog steeds mogelijk geachtinhetgevaleenaanslag door eenkenbare foutte laag is vastgesteld (waarbijzelfs een15% te lage aanslag geachtwordtkenbaar te laag te zijn),maar blijftnavordering achterwege om – evenals vóór de wetswijziging van1 januari 2010 – eenambtelijk verzuim te herstellen.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2012-2195 Datum:11-4-2016 16:37:31
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op