Dat gemachtigde anders dan advocaat een volmacht moet overleggen is niet discriminatoir

  

Dat gemachtigde anders dan advocaat een volmacht moet overleggen is niet discriminatoir

Datum: 30-01-2015
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2015/716 Datgemachtigde anders dan advocaateen volmachtmoetoverleggen is nietdiscriminatoir
Hoge Raad30januari2015,nr.14/03520
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
2014Brondocument Awb-art. 6:6
Awb-art. 8:24 GW-art. 1 Awb-art. 6:5
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:HR:2015:157
Samenvatting
Gemachtigde X heeftnamens A beroep incassatie ingesteld.De griffier vande Hoge Raad heeftbijaangetekende briefaanX verzocht
om eenvolmachtte verstrekken.X heeftnietaanditverzoek voldaan.X steltdathijde aangetekend briefnietheeftontvangen.Volgens de Hoge Raad komtditvoor risico vanX,nuis geblekendatde briefop hetdoor X opgegevenadres inontvangstis genomendoor een persoonmetwie X sameneenkantoorruimte huurtenmetwie X heeftafgesprokendatzijover enweer zorg dragenvoor hetaannemen vande voor henbestemde post.Verder heeftX nog aangevoerd dathijals rechtsbijstandverlener tenonrechte anders wordtbehandeld daneenadvocaatvanwie op grond vanart.8:24 Awb geenvolmachtwordtgevraagd.Ook ditbetoog kannietslagen.Eenadvocaatis gebondenaanspecifiek voor zijnberoep geldende voorschriftenenverkeertdaarom ineenandere positie daneen rechtsbijstandverlener die nietde hoedanigheid vanadvocaatheeft.De Hoge Raad verklaarthetcassatieberoep niet-ontvankelijk.
Feiten
1.1.Hetberoep incassatie is volgens hetberoepschrift,metdagtekening 12 juli 2014,ingesteld namens A te Q.
1.2.Naar de ontvankelijkheid vanhetberoepschriftincassatie heefteenonderzoek plaatsgevondenter zitting vande Hoge Raad van6 oktober 2014,waarbijis verschenenX (hierna:X).Ditonderzoek heeftplaatsgevondennaar aanleiding vaneenbriefvanX inreactie op eenbriefvande griffier vande Hoge Raad datinde zaak op 26 september 2014 uitspraak zouwordengedaan.
1.3.Bijaangetekende briefvan16 juli 2014,die volgens de gegevens vanTrack&Trace vanPostNL is aangebodenop hetdoor X opgegevenadres enaldaar ook inontvangstis genomen,heeftde griffier vande Hoge Raad X verzochtbinnenzes wekenna de dagtekening vandeze briefeenbewijsstuk vaneenaanhem verstrekte volmachttothetindienenvanhetberoepschriftincassatie over te leggen,danweleenverklaring vandegene namens wie hijberoep incassatie heeftingesteld,datdeze daarmee instemt.X is in gebreke gebleventijdig aandatverzoek te voldoen.
Geschil
Aande orde is de ontvankelijkheid vanhetberoep incassatie.
Rechtsoverwegingen
1.4.Indienbijeenberoepschriftdatis ondertekend door eenandere persoondande indiener nieteenschriftelijke volmachtis
overgelegd,is sprake vaneenverzuim als bedoeld inartikel6:6 Awb.Ditis slechts anders ingevalde gemachtigde eenadvocaatis.Zie over diteenenander HR10 januari 2014,nr.13/02112,ECLI:NL:HR:2014:2,BNB 2014/44 (red.:NTFR2014/541).Laatstbedoelde,op artikel8:24,lid 2,Awb berustende uitzondering maakt,anders danX onder meer heeftbetoogd,geeninbreuk op enig algemeenen/of verdragsrechtelijk beschermd rechtsbeginsel,inhetbijzonder nietop hetgelijkheidsbeginsel,aangezieneenadvocaatdoordatdeze op grond vande wetis gebondenaanspecifiek voor zijnberoep geldende voorschriften,ineenandere positie verkeertdaneen rechtsbijstandverlener die nietde hoedanigheid vanadvocaatheeft.
1.5.Tijdens hetonderzoek ter zitting heeftX erkend – na kennisneming vande kopie vande inontvangstneming afkomstig vanPostNL – datde hiervoor in1.3 vermelde briefvan16 juli 2014 op hetdoor hem opgegevenadres inontvangstis genomen.Voor de inontvangstneming heeftgetekend,aldus X,de persoonmetwie hijsamenop hethiervoor in1.3 bedoelde adres eenkantoorruimte huurtenwaarinbeideneenadviespraktijk uitoefenen.X endie persoonplegenover enweer zorg te dragenvoor hetaannemenvande voor henbestemde post.Vande ontvangstvande hiervoor vermelde briefwas X – naar hijstelt– nietop de hoogte.
1.6.HetfeitdatX – zoals hijstelt– nietop de hoogte was vande hiervoor in1.3 vermelde briefvan16 juli 2014 moet,geletop de hiervoor in1.5 vermelde omstandigheden,voor zijnrekening komen.Inaanmerking genomendatX nietbinnende hiervoor in1.3 gestelde termijnvanzes wekeneenschriftelijke machtiging heeftovergelegd,zalde Hoge Raad hetberoep incassatie niet-ontvankelijk verklaren.
(Volgtniet-ontvankelijkverklaring.)
Commentaar
Ingevolge art.8:24,lid 2,Awb heeftde rechtbank de bevoegdheid vaneengemachtigde te verlangendathijeenschriftelijke machtiging
overlegtteneinde vastte stellenofdegene die zichals gemachtigde vaneenbepaalde persoonpresenteertdaartoe ook werkelijk bevoegd is.Advocatenhoevendaarentegengeenvolmachtte overleggen(art.8:24,lid 3,Awb).De advocaatdie stelt vertegenwoordigingsbevoegd te zijn,wordtdoor de rechter op zijnwoord geloofd.Datgeldtnietalleeninbestuursrechtelijke procedures;ook inciviele enstrafrechtelijke procedures hoefteenadvocaatgeenvolmachtte overleggen.Ditprivilege hangtonder meer samenmethetfeitdathetberoep advocaatwettelijk is geregeld enheteveneens wettelijk geregelde tuchtrechteengoede waarborg is voor eenjuistoptredenvande advocaat.

Anders danvoor hetberoep advocaatis hetberoep vande belastingadviseur nietwettelijk geregeld.Eenieder kanzichvrijelijk belastingadviseur noemenenook als zodanig vestigen.Hoeweler privaatrechtelijke beroepsverenigingenzijndie eigenberoepsregels hebbenopgesteld (zoals de RB enNOB),is hetlidmaatschap vaneendergelijke vereniging nietverplichtom als belastingadviseur werkzaam te zijn.
In2008 zette Röbeninzijnopinie ‘Over communicatie,digitaalprocederenende machtiging’ (NTFR2008/1736) vraagtekens bijde “voorkeursbehandeling” die eenadvocaatinhet(fiscale) bestuursrechtgeniettenopzichte vanandere professionele rechtsbijstandverleners.Hijstelde de vraag waarom eenrechter eenadvocaatwelop zijnwoord moetengeloveneneenandere professionele rechtsbijstandsverlener niet.Mede vanwege hetfeitdatde meeste rechtsbijstandsverleners (accountants en belastingadviseurs) zijnaangeslotenbijeensolide beroepsverenigingendie eveneens eengedegentuchtrechtkennen,is er volgens Röbengeengoede redenmeer voor hetonderscheid tussende ‘geprivilegieerde advocatuur’ enandere professionele rechtsbijstandverleners.Om deze schrijnende ongelijkheid te beëindigenwordtde suggestie gedaanom art.8:24,lid 3,Awb te schrappenals gevolg waarvanadvocateninbestuursrechtelijke procedures ook eenvolmachtmoetenoverleggen.
Inde onderhavige procedure heefteen(belasting)adviseur verzuimd om desgevraagd eenvolmachtvanzijncliëntte overleggenaande Hoge Raad.Om aanniet-ontvankelijkheid vanhetcassatieberoep te ontkomendoetde gemachtigde eenberoep op het gelijkheidsbeginselenstelthijdathij– evenals eenadvocaat– nietverplichtkanwordenom eenvolmachtte overleggen.De Hoge Raad oordeeltechter datgeensprake is vangelijke gevallen‘aangezieneenadvocaatdoordatdeze op grond vande wetis gebonden aanspecifiek voor zijnberoep geldende voorschriften,ineenandere positie verkeertdaneenrechtsbijstandverlener die nietde hoedanigheid vanadvocaatheeft’ enverklaarthetcassatieberoep niet-ontvankelijk.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanKanPiek Fiscale Advocatuur te Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2015-716 Datum:14-4-2016 14:36:47
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op