Geen incidenteel hoger beroep tegen ander onderdeel van beslissing dan waartegen hoger beroep is gericht

  

Geen incidenteel hoger beroep tegen ander onderdeel van beslissing dan waartegen hoger beroep is gericht

Datum: 02-02-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/790 Geen incidenteelhoger beroep tegen ander onderdeelvan beslissing dan waartegen hoger beroep is gericht
HofDenHaag20februari2009,nr.08/00010
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
Wetsartikelen
Auteur LJN
ECLI
2001-2002Brondocument anoniementarief,
controlerapport, identiteit, manurenstaten, verzuim, werkbriefjes, Westland Interventie Team
AWR-art. 27m
Wet LB 1964-art. 31 Wet LB 1964-art. 31
mr. I.R.J. Thijssen BH7440
ECLI:NL:GHSGR:2009:BH7440
Samenvatting
Belanghebbende exploiteertinde vorm vaneenvennootschap onder firma eenuitzendbureauinde agrarische sector.Naar aanleiding
vande uitkomstenvanwaarnemingenter plaatse is bijbelanghebbende eenboekenonderzoek ingesteld,gerichtop de naleving vande verplichtingenvande Wetop de identificatieplicht,de juistheid vande loonbelastingverklaringenende juistheid vanhettoegepaste tariefmetbetrekking totde loonheffing.Naar aanleiding hiervanis aanbelanghebbende eennaheffingsaanslag metboete opgelegd.De boete zietspecifiek op eenafdrachtverschil.
Rechtbank DenHaag heeftde naheffingsaanslag (na bezwaar) gehandhaafd ende boetebeschikking vernietigd omdatde stelling dat de grove schuld bijbelanghebbende ligt,inhetlichtvanHR1 december 2006,nr.40.369,NTFR2006/1710,nietop voldoende feitenis gebaseerd.
Belanghebbende heefthoger beroep ingesteld betreffende de naheffingsaanslag metuitzondering vande naheffing ter zake vanhet afdrachtverschilwaarop de boete ziet.Hetincidentele hoger beroep vande inspecteur zietuitsluitend op de beslissing vande rechtbank betreffende de boete.
Hethofoordeeltdatde rechtbank metjuistheid heeftbeslistdatde naheffingsaanslag terechtis opgelegd.Hetoordeeltvoorts dathet incidentele hoger beroep ongegrond is,omdathetbetrekking heeftop eenrechtens ander onderdeelvande beslissing vande rechtbank danwaartegenbelanghebbende inhoger beroep is opgekomen.De inspecteur had principaalhoger beroep tegendie beslissing moeteninstellen,aldus hethof.
(Principaalhoger beroep enincidenteelhoger beroep ongegrond.)
Commentaar
Eenuitspraak vaneenrechtbank kanbetrekking hebbenop meerdere beschikkingen.Inhetonderhavige gevalhad de uitspraak vande
rechtbank betrekking op eennaheffingsaanslag (die werd gehandhaafd) eneenboetebeschikking (die werd vernietigd). Belanghebbende heeftvervolgens hoger beroep ingesteld,enkelom hetrechtbankoordeelinzake de naheffingsaanslag te bestrijden. Naar aanleiding vandit(principale) hoger beroep vanbelanghebbende steltde inspecteur incidenteelhoger beroep integenhet rechtbankoordeelinzake de boetebeschikking.De vraag is ofde inspecteur datnog bijincidenteelhoger beroep kondoenofdathad moetendoendoor zelftijdig tegenditonderdeelvande rechtbankuitspraak inhoger beroep te komen.Anders geformuleerd:is hoger beroep gerichtop de rechtbankuitspraak inzijngeheel(endus op alle afzonderlijke primaire beschikkingenwaarop de rechtbankuitspraak betrekking heeft) ofwordtde omvang vanhethoger beroep beperkttotenkeldie primaire beschikking(en) die in (principaal) hoger beroep wordenbestreden? Over deze vraag is alveelgeschreven(zie recentelijk:VanSuilenenDenOuden, ‘Knelpunteninhoger beroep (deel2):de omvang vanhetincidentele hoger beroep’ NTFR-B 2010/2),maar daarover is – gezienhetfeit dathetfiscale hoger beroep pas enkele jarenbestaat– nog maar zeer weinig geoordeeld.
Inart.24a,lid 2,AWRis eenfictie opgenomendie bepaaltdateenbezwaarschriftgerichttegeneenaanslag mede geachtwordtte zijn gerichttegende naastdeze aanslag vastgestelde boetebeschikking,`tenzijuithetbezwaarschrifthettegendeelblijkt'.Ditvoorschrift bedoeltte voorkomendateenbelastingplichtige onnodig niet-ontvankelijk wordtverklaard als hijnietbepaaldelijk heeftdoenblijkenvan zijnbezwaar tegende naastde aanslag opgelegde boetebeschikking.Inart.27h,lid 4,AWRwordtditvoorschriftvanovereenkomstige toepassing verklaard bijeenhoger beroepsprocedure.Datzoubetekenendateenhoger beroepschriftdatis gerichttegenhet rechtbankoordeelinzake eenaanslag tevens wordtgeachtte zijngerichttegenhetrechtbankoordeelinzake de boetebeschikking,tenzij uithethoger beroepschrifthettegendeelblijkt.Onduidelijk is ofdeze wettelijke fictie ook geldtvoor eenappellerende inspecteur (zie commentaar SitsenbijNTFR2010/619) enofde fictie ook geldtindiende boetebeschikking door de rechtbank is vernietigd (inplaats vanverminderd).
Inhetonderhavige gevalheeftbelanghebbende enkelhoger beroep ingesteld tegenhetrechtbankoordeelbetreffende de gehandhaafde naheffingsaanslag envanzelfsprekend niettegenhetrechtbankoordeelbetreffende de vernietigde boetebeschikking.Als gevolg vande vernietiging vande boete door de rechter resteerter inhetgeheelgeenboete meer waartegenbijwettelijke fictie hetingediende hoger beroepschriftvanbelanghebbende mede geachtmoetwordente zijngericht.Was belanghebbende welmede inhoger beroep tegen

hetrechtbankoordeelinzake de vernietigde boetebeschikking,danzoudatvoor belanghebbende nimmer toteengunstiger beslissing kunnenleiden(enbijgevolg niet-ontvankelijk verklaard worden).Omdatbelanghebbende geenenkelprocessueelbelang heeftbijeen hoger beroepsprocedure blijktdaaruit– inhetgevalde wettelijke fictie welvantoepassing zouzijnop vernietigde boetebeschikkingen– `hettegendeel' waarover art.27h,lid 4,jo.art.24a,lid 2,AWRrept.
Juisthetfeitdatart.27,lid 4,AWRde fictie vanart.24a,lid 2,AWRvanovereenkomstige toepassing verklaartbijhoger beroep,duidt er mijns inziens op datde wetgever ervanuitgaatdatde omvang vanhethoger beroep wordtbeperkttotenkelde primaire beschikking(en) die in(principaal) hoger beroep wordenbestreden.Zoude omvang vanhoger beroep wordenbepaald aande hand van de rechtbankuitspraak inzijngeheel(endus op alle afzonderlijke primaire beschikkingenwaarop de rechtbankuitspraak betrekking heeft),danzoueenfictiebepaling ook nietnodig zijn.Op grond hiervanachtik eenbeperkte opvatting vande omvang vanhoger beroep verdedigbaar.HofDenHaag huldigtinde onderhavige uitspraak eveneens eenbeperkte opvatting over de omvang vanhethoger beroep enoordeeltdathetprincipale hoger beroep vanbelanghebbende `betrekking heeftop eenrechtens ander onderdeelvande beslissing vande rechtbank' danwaarop hetdoor de inspecteur ingestelde incidentele hoger beroep ziet.`Daarvanuitgaande had de inspecteur,evenals belanghebbende heeftgedaan,(…) tijdig hoger beroep tegendie beslissing moeteninstellen.'
Deze beperkte opvatting over de omvang vanhethoger beroep wordtechter nietgedeeld door A-GIJzermandie zeer recentelijk (22 februari 2010,nr.09/01362,NTFR2010/783) conclusie heeftgenomeninde cassatieprocedure gerichttegende onderhavige hofuitspraak.Enook HofAmsterdam (9 juli 2009,nr.08/00772,NTFR2009/1796) toontzichgeenvoorstander vaneenbeperkte benadering ter zake vande omvang vanhethoger beroep.HofAmsterdam oordeelde datineenincidenteelhoger beroep ook andere beschikkingenaande orde kunnenkomendanwaarop hetprincipale hoger beroep betrekking heeft.HofAmsterdam komttotdeze (zeer) ruime opvatting omdat– kortgezegd – op die wijze voorkomenwordtdateenpartijdie zichineerste instantie wenstneer te leggenbijeenvoor hem ongunstig oordeelvande rechtbank over eenbepaald onderwerp,onnodig tegendatongunstige onderdeel gaatappellerenom zodoende maar nietverrastte wordendoor eenhoger beroep vande wederpartijbetreffende eenrechtbankoordeel over eenander onderwerp.Inhetcommentaar vandeze uitspraak schrijftVander Merwe datdeze ruime opvatting over de omvang van hethoger beroep verdedigbaar is nudatinovereenstemming lijktte zijnmetde wetsgeschiedenis vanart.27m AWR,waarnaar Hof Amsterdam inzijnuitspraak verwijst(KamerstukkenII,2003-2004,29 251,nr 3).De vraag welke opvatting – beperktofruim – uiteindelijk voor hetfiscale hoger beroep heeftte gelden,zalbinnenkortdoor de Hoge Raad wordenbeantwoord.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-790 Datum:14-4-2016 15:04:10
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op