Geen nadere voorlopige aanslag binnen drie maanden: heffingsrente verminderd

  

Geen nadere voorlopige aanslag binnen drie maanden: heffingsrente verminderd

Datum: 29-07-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/2672 Geen nadere voorlopige aanslag binnen drie maanden: heffingsrente verminderd
HofDenBosch29juli2010,nr.09/00367
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden
2008Brondocument compensatie,
zorgvuldigheidsbeginsel
AWR-art. 30f
Wetsartikelen Auteur
LJN
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen BO1883
ECLI:NL:GHSHE:2010:BO1883
Samenvatting
Belanghebbende is inwoner vanNederland enis indienstbetrekking inBelgië.Belanghebbende heeftrechtop toepassing vande
algemene compensatieregeling voor Nederlandse grensarbeiders.De Nederlandse inspecteur heeftbelanghebbende eenvoorlopige teruggaafverleend.De Belgische belastingdienstlegtop 13 april2007 aanbelanghebbende eenaanslag op,deze stuurt belanghebbende door aande Nederlandse inspecteur die deze registreertop 18 september 2007.Op 2 oktober 2008 legtde inspecteur eendefinitieve aanslag op meteenbedrag aanheffingsrente van€ 710.
De klachtvanbelanghebbende tegende heffingsrente wordtdoor hethof,metverwijzing naar HR25 september 2009,nr.07/13362, NTFR2009/2155,gedeeltelijk gegrond verklaard.De inspecteur heeftterechtbetoogd dathijpas eendefinitieve aanslag konopleggen na ontvangstvande Belgische aanslag,dus na 18 september 2007.Door te wachtentot2 oktober 2008 heeftde inspecteur het zorgvuldigheidsbeginselgeschonden.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
De Hoge Raad heeftop 25 september 2009 (NTFR2009/2155) geoordeeld datuitde wetsgeschiedenis vanart.30fAWRblijktdat
sprake is vaneenbeleid vande Belastingdienstdaterop is gerichtom bijbelastingendie bijwege vanaanslag gehevenworden,binnen drie maandenna indiening vande aangifte eendefinitieve aanslag op te leggen.Als hetnietmogelijk is binnendrie maandeneen definitieve aanslag op te leggen,bijvoorbeeld omdatnader onderzoek naar de aangifte nodig is,houdthetbeleid volgens de beschrijving ervanindiezelfde wetsgeschiedenis indatinelk gevalbinnendrie maandeneenvoorlopige aanslag wordtopgelegd waarbijde aangifte als uitgangspuntwordtgenomen.Ditbeleid strektertoe te voorkomendatheffingsrente wordtberekend als gevolg vande enkele omstandigheid datde inspecteur nietbinneneenredelijke termijnna hetindienenvande aangifte eenbelastingaanslag vaststelt.Indieneeninspecteur niethandeltovereenkomstig ditbeleid,verzethet(materiële) zorgvuldigheidsbeginselzichertegendat die inspecteur meer heffingsrente inrekening brengtdaninhetgevalhijweleen(voorlopige) aanslag binnendrie maandenna indiening vande aangifte zouhebbenopgelegd,aldus de Hoge Raad.
Inhetonderhavige gevalheeftbelanghebbende op 18 juni 2006 zijnaangifte inkomstenbelasting over hetjaar 2005 ingediend.Indeze aangifte verzochthijom toepassing vande compensatieregeling vanwege hetfeitdathijinBelgië over hetjaar 2005 eenbedrag van € 46.545 aanbelasting verschuldigd zouzijn.Nadatruim eenhalfjaar was verstrekenzonder dater een(voorlopige) aanslag aan
belanghebbende was opgelegd,heeftbelanghebbende in2007 contactopgenomenmetde inspecteur teneinde de aanslagregeling te bespoedigen.De inspecteur achtte kennelijk nader onderzoek naar de ingediende aangifte vanbelanghebbende noodzakelijk en verzochthem om toezending vande Belgische belastingaanslag.Belanghebbende zond vervolgens deze Belgische belastingaanslag op 18 september 2007 aande inspecteur.Ruim éénjaar later,metdagtekening 2 oktober 2008,legde de inspecteur aan belanghebbende eendefinitieve aanslag inkomstenbelasting over hetjaar 2005 op enbrachtdaarbijeenbedrag van€ 710 aan heffingsrente inrekening.Belanghebbende meentdathem tenonrechte eenbedrag van€ 710 aanheffingsrente inrekening is gebracht. HofDenBoschoordeeltdatde inspecteur binnendrie maandennadathijde Belgische belastingaanslag totzijnbeschikking had een nadere voorlopige aanslag had moetenopleggen.Hethofbeperktbijgevolg de door de inspecteur inrekening gebrachte heffingrente tot de periode vanaf1 januari 2006 tot18 december 2007 (18 september 2007 + drie maanden).Ik vraag mij– gezienhetfeitdathijzijn aangifte inkomstenbelasting reeds op 18 juni 2006 had gedaan– ofditoordeeljuistis.Op grond vanHR25 september 2009 had de inspecteur immers reeds binnendrie maandennadatbelanghebbende zijnaangifte had gedaaneennadere voorlopige aanslag over 2005 moetenopleggenwaarbijde aangifte als uitgangspunthad moetenwordengenomen.Hetfeitdatde inspecteur de juiste berekening vande door belanghebbende geclaimde compensatieregeling pas kanmakenop hetmomentde Belgische belastingaanslag totzijnbeschikking staat,is wellichtrelevantvoor eenjuiste vaststelling vande definitieveaanslag,maar staat
geenszins inde weg aanhetopleggenvaneennadere voorlopigeaanslag conform de op 18 juni 2006 ingediende aangifte.Mijns inziens had hethofde door de inspecteur inrekening gebrachte heffingrente danook verder dienente beperkentotde periode vanaf1
januari 2006 tot18 september 2006 (18 juni 2006 + drie maanden).
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-2672

Datum:14-4-2016 14:27:48
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op