Latere verliesherzieningsbeschikking kan niet ten grondslag liggen aan eerdere navorderingsaanslagen

  

Latere verliesherzieningsbeschikking kan niet ten grondslag liggen aan eerdere navorderingsaanslagen

Datum: 29-04-2010
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2010/1914 Latere verliesherzieningsbeschikking kan nietten grondslag liggen aan eerdere navorderingsaanslagen
HofDenHaag29april2010,nr.07/00449 HofDenHaag29april2010,nr.07/00451 HofDenHaag29april2010,nr.07/00450 HofDenHaag29april2010,nr.07/00452 HofDenHaag29april2010,nr.09/00686
Belastingjaar/tijdvak Trefwoorden Wetsartikelen
1999-2003Brondocument discrepantie
Wet IB 2001-art. 3.151 Wet VPB 1969-art. 20b
Auteur LJN
ECLI
mr. I.R.J. Thijssen BM6420
ECLI:NL:GHSGR:2010:BM6420
Samenvatting
Bijde aanslagregeling voor hetjaar 2002 is door eenfouthetverlies toteente hoog bedrag vastgesteld.Ditverlies is verrekend metde
inkomstenuitde jaren1999,2000,2001 en2003.Ter herstelvande foutheeftde inspecteur in2005 ter zake vanhetverrekende verlies navorderingsaanslagenopgelegd.Metinstemming vande rechtbank enbelanghebbende is lopende de procedure in2007 alsnog een verliesherzieningsbeschikking vastgesteld.
HethofbeslistdatRechtbank DenHaag metjuistheid heeftoverwogendathetwettelijk systeem impliceertdatverrekening vaneen eenmaalbijbeschikking vastgesteld verlies zonder herzieningsbeschikking nietdoor middelvannavordering ongedaankanworden gemaakt.De inspecteur heeftgeenherzieningsbeschikking genomenalvorens de navorderingsaanslagenop te leggen.De wetbiedt geenruimte voor de mogelijkheid de later,metinstemming vanbelanghebbende ende rechtbank,alsnog genomen verliesherzieningsbeschikking bijwijze vanfictie aande basis te leggenvande navorderingsaanslagen.Hetnietvolgenvandeze weg dientvoor risico vande inspecteur te blijven.De navorderingsaanslagenkunnennietinstand blijven.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
Indienineenbepaald jaar eenverlies uitwerk enwoning is geleden,wordtde grootte vanditverlies op grond vanart.3.151,lid 1,Wet
IB 2001,door de inspecteur vastgesteld bijeenvoor bezwaar vatbare beschikking (verliesvaststellingsbeschikking).Metdeze beschikking ligtvastwelk bedrag vervolgens achterwaarts en/ofvoorwaarts kanwordenverrekend.Meentde inspecteur dathijhet verlies te hoog heeftvastgesteld,dankanhij– onder voorwaarden– heteerder vastgestelde verlies herzienop grond vanart.3.151,lid 4,WetIB 2001 (verliesherzieningsbeschikking).Herziening vaneenverliesbeschikking is pas mogelijk indien– kortgezegd – voldaan wordtaandezelfde eisendie geldenvoor hetopleggenvaneennavorderingsaanslag.
Zolang eenverliesbeschikking nietis herzien,blijfthetdaarinvastgestelde verlies voor verrekening vatbaar.Wanneer eenvastgesteld verlies reeds (voorwaarts en/ofachterwaarts) is verrekend ende inspecteur meentdathetverlies te hoog is vastgesteld,zalhijeersteen herzieningsbeschikking moetenafgevenwaarbijhetverlies lager wordtvastgesteld om pas daarna de achterwaartse ofvoorwaartse verliesverrekening ongedaante makendoor hetopleggenvannavorderingsaanslagen(zie HR1 april2005,nr.40.321,NTFR 2005/464).Inde onderhavige casus had de inspecteur deze volgorde omgekeerd.Eersthad de inspecteur de verliesverrekening ongedaangemaaktdoor middelvanhetopleggenvannavorderingsaanslageninkomstenbelasting over de jaren1999,2000,2001 en 2003 enpas daarna – nadatde rechtbank de inspecteur daartoe inde gelegenheid had gesteld – had de inspecteur hette hoog vastgestelde verlies over 2002 verminderd door alsnog op 23 mei 2007 eenherzieningsbeschikking afte geven.
Deze herzieningsbeschikking was weliswaar tijdig afgegeven(wantbinnende herzieningstermijnvanart.3.151,lid 6,WetIB 2001 jo. art.16,lid 3,AWR),maar hethofoordeeltinde onderhavige uitspraak datde wetgeenruimte biedtom eenalsnog genomen herzieningsbeschikking bijwijze vanfictie aande basis te leggenvande eerder opgelegde navorderingsaanslagen.De navorderingsaanslagenzijndanook door hethofvernietigd.De inspecteur had – nadatde verliesherzieningsbeschikking in2007 was afgegeven– de opgelegde navorderingsaanslagenover de jaren1999,2000,2001 en2003 moetenvernietigenengelijktijdig nieuwe navorderingsaanslagenmoetenopleggentotgelijke bedragen.Datheeftde inspecteur echter verzuimd.De onderhavige uitspraak is pas gedaanin2010 enhetopleggenvannieuwe navorderingsaanslagenis dannietmeer mogelijk (art.16,lid 5,AWR).Hetfeitdatde rechtbank – metinstemming vanpartijen– om proceseconomische overwegingende inspecteur de gelegenheid heeftgebodenom alsnog eenverliesherzieningsbeschikking afte geven,maar daarbijgeenmelding heeftgemaaktvanhetfeitdatde inspecteur vervolgens de navorderingsaanslagenhad moetenvernietigenenalsnog (vóór 31 december 2007) nieuwe navorderingsaanslagenhad moetenopleggen,blijftvolgens hethof– geziende vakbekwaamheid die redelijkerwijs vaneeninspecteur mag wordenverwacht– voor rekening vande inspecteur.Datlijktmijterecht.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis advocaatbijJaeger advocaten-belastingkundigente Amsterdam.

Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2010-1914 Datum:15-4-2016 10:45:03
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op