Navorderingsaanslagen bekenner Amerikaanse effectenrekening zijn niet voortvarend opgelegd

  

Navorderingsaanslagen bekenner Amerikaanse effectenrekening zijn niet voortvarend opgelegd

Datum: 17-07-2013
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2014/1098 Navorderingsaanslagen bekenner Amerikaanse effectenrekening zijn nietvoortvarend opgelegd
Hof Den Haag17juli2013,nr.12/00702 Tegendezeuitspraak is cassatieaangetekend(13/04188)
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
1998-2004Brondocument AWR-art. 16
VWEU-art. 57 VWEU-art. 56
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:GHDHA:2013:5078
Samenvatting
Belanghebbende heeftin1993 en1998 eenAmerikaanse effectenrekening geopend enzijheeftdie rekeningennietinhaar aangiften
aangegeven.Eind 2009 is belanghebbende ingekeerd,waarna metdagtekening 29 juli 2010 aanbelanghebbende een navorderingsaanslag over 2005 is opgelegd.Hierinis onder meer de nagevorderde inkomstenbelasting over 1998 t/m 2004 ende nagevorderde vermogensbelasting over 1999 en2000 begrepen.Ingeschilwas onder meer ofde inspecteur vande verlengde navorderingstermijngebruik mochtmaken.Hethofbeslist,anders dande rechtbank,datde standstillbepaling vanart.57 EG-Verdrag hier nietvantoepassing is.Hethofoordeeltvoorts datde inspecteur voor de jaren2003 en2004 nietvoortvarend heeftgehandeld.Uit de totde gedingstukkenbehorende schermprints vanhetRenseignementenInformatie Systeem (RIS) leidthethofafdatde renseignementenvoor de jaren2003 en2004,op 5 november 2008 inhetRIS beschikbaar warenendoor de inspecteur konden wordengeraadpleegd.De inspecteur heeftditter zitting bevestigd.Hijheeftvoorts ter zitting verklaard datbijhetopleggenvaneen aanslag voor eenbepaald jaar enkelde renseignementenmetbetrekking totdatjaar wordengeraadpleegd enbeoordeeld.Aangezien de renseignementenduidelijk betrekking haddenop belanghebbende endaarbijde vermelde bedragenenhunspecificatie aanleiding gaventotnader onderzoek,is hettijdsverloop tussen5 november 2008 ende eerste briefvande inspecteur op 13 januari 2010 te lang om nog te kunnensprekenvanvoortvarend handelenvande inspecteur.
(Hoger beroep gegrond.)
Commentaar
InhetVerdrag vanRome uit1957 is de vrijheid vankapitaalverkeer opgenomenom (op termijn) alle beperkingeninhetkapitaalverkeer
op te heffen.Uiteindelijk werd pas 36 jaar later de vrijheid vankapitaalverkeer verankerd in(art.73B van) hetVerdrag vanMaastrichtuit 1993.Vervolgens is deze bepaling via art.56 EU-Verdrag (Verdrag vanAmsterdam uit1999) uiteindelijk terechtgekomeninhethuidige art.63 VWEU(Verdrag vanLissabonuit2009).De vrijheid vankapitaalverkeer is (als enige vrijheid) op grond vanart.63 VWEUook vantoepassing op hetkapitaalverkeer metderde landen.Uitzondering op de vrijheid vankapitaalverkeer tussenlidstatenenderde landenvormtart.64 VWEU(voorheenart.57 EU-Verdrag enart.73C Verdrag vanMaastricht),de zogenoemde standstillbepaling, waarinis bepaald datbelemmeringendie reeds op 1 januari 1993 bestondenop hetgebied van‘directe investeringen,metinbegrip van investeringeninonroerende goederen,vestiging,hetverrichtenvanfinanciële dienstenofde toelating vanwaardepapierentot kapitaalmarkten’ inhetkapitaalverkeer metderde landen,gehandhaafd mogenblijven.
De verlengde navorderingstermijnvanart.16,lid 4,AWRwas reeds ingevoerd vóór 1 januari 1993.Voor hetaanhoudenvaneenbank-en/ofeffectenrekening inderde landen(i.c.de Verenigde Staten) is hetdus de vraag ofditvaltonder de inde standstillbepaling genoemde uitzondering voor ‘directe investeringen,metinbegrip van(…) hetverrichtenvanfinanciële diensten’ als gevolg waarvan belanghebbende zichnietkanberoepenop de uitart.63 VWEUvoortvloeiende vrijheid vankapitaalverkeer.Rechtbank DenHaag oordeelde inhetonderhavige gevaldathetaanhoudenvaneeneffectenrekening ineenderde land moetwordenaangemerktals ‘financiële dienstverlening’ endatde standstillbepaling vantoepassing is.Aande beoordeling ofde inspecteur voortvarend te werk is gegaan,wordtdannietmeer toegekomen(Rechtbank DenHaag 24 juli 2012,nr.11/00949,NTFR2012/2240).Inde onderhavige (pas laatgepubliceerde) uitspraak oordeeltHofDenHaag evenwelonder verwijzing naar hetarrestSanzde Lera (HvJ 14 december 1995, zaak C-163/94 e.a.) integenovergestelde zin.Uittoepassing vandatarrestvolgtvolgens hethofdatde verlengde navorderingstermijn vanart.16,lid 4,AWReente algemene (ofruime) werking heeftendaardoor nietonder de standstillbepaling vanart.64 VWEUzou vallen.
Hetprobleem datzichvoordoetbijtoepassing vande standstillbepaling is dateendefinitie van‘directe investeringen,metinbegrip van (…) hetverrichtenvanfinanciële diensten’ ontbreekt.Watbetreftde invulling vanart.63 VWEU(vrijheid vankapitaalverkeer) hanteerthet HvJ indicatiefde nomenclatuur vanhetkapitaalverkeer opgenomeninbijlage IbijRichtlijn88/361/EEG(zie o.a.HvJ 12 december 2006, zaak C-446/04 (TestClaimants II),punt179,NTFR2007/125),maar hetis de vraag ofdiezelfde nomenclatuur (metdaarinopgenomen dertiencategorieënvankapitaalverkeer) ook indicatiefkanwordengebruiktvoor de invulling vanart.64 VWEU(standstillbepaling).Uit hetdoor hethofaangehaalde arrestSanzde Lera zoukunnenwordenafgeleid datde inde standstillbepaling opgenomen uitzonderingenop de vrijheid vankapitaaldermate nauwkeurig zijngeformuleerd datdeze zichnietlenenvoor eenextensieve interpretatie aande hand vande inde nomenclatuur genoemde categorieënvankapitaalverkeer.Daar valtveelvoor te zeggenomdat de hoofdregeltochis dathetkapitaalverkeer (ook metderde landen) zo minmogelijk moetwordenbeperktendaar pastbijdat eventuele uitzonderingenop deze hoofdregelzo beperktmogelijk wordenuitgelegd.Maar uiteindelijk zalde Hoge Raad hierover een knoop moetendoorhakkenendaartoe heeftde Hoge Raad zichtotop hedennog nietbereid getoond.Weliswaar had de Hoge Raad in

2010 de kans om duidelijkheid over deze kwestie te geveninzijnarrestvan9 april2010 (nr.07/10306,NTFR2010/1011),maar hij heeftdaar toengeengebruik vangemaakt.Sindsdienlaatde lagere rechtspraak de meestuiteenlopende opvattingenzienover de toepassing vande standstillbepaling (vgl.Rechtbank Noord-Holland 26 maart2013,nr.11/01029,NTFR2013/1057 enmeteen andersluidende opvatting HofArnhem-Leeuwarden16 april2013,nr.12/00650,NTFR2013/1283).Allemaalzeer lezenswaardige uitspraken,waarindoor de desbetreffende hovenenrechtbankenwordtaangegevendatde daarinvervatte oordelennietboven redelijke twijfelverhevenzijn.De rechtseenheid is echter niethiermee gediend,nog afgezienvande procedures die deze rechtsonzekerheid teweegbrengt.
Voor hetoverige valtop hetgebrek aanvoortvarendheid waarmee de navorderingsaanslag is opgelegd aaneenzogenoemde inkeerder.Aangezienhetaantalinkerende zwartspaarders de laatste maandenexplosiefis toegenomenals gevolg vande tijdelijke verruiming vande inkeerregeling (besluitvan2 september 2013,nr.BLKB2013/509M,NTFR2014/243),zouik mijkunnenvoorstellen datde staatssecretaris extra capaciteitheeftvrijgemaaktom eenmeer voortvarende aanpak mogelijk te maken.
[1]Igor Thijssenis verbondenaanKanPiek Fiscale Advocatuur te Amsterdam
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2014-1098 Datum:15-4-2016 10:36:21
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op