Vergoeding renteschade vanaf datum onrechtmatig besluit

  

Vergoeding renteschade vanaf datum onrechtmatig besluit

Datum: 04-10-2013
Auteur(s): I.R.J. Thijssen

Bekijk PDF





NTFR2013/2227 Vergoeding renteschade vanafdatum onrechtmatig besluit
Conclusie A-GIJzerman04oktober2013,nr.12/03435
Belastingjaar/tijdvak Wetsartikelen
Auteur
2000Brondocument Awb-art. 8:75
Awb-art. 8:73 Awb-art. 4:18
mr. I.R.J. Thijssen
ECLI
ECLI:NL:PHR:2013:1114
Samenvatting
Ingeschilis nog slechts de hoogte vande te vergoedenrenteschade over de door belanghebbende gemaakte (proces)kosten.Dat
aspectwordthier beslistbinnende fiscale rechtsgang metprocedurele toepassing vanart.8:73 Awb.Materieelis hetuitgangspunt gelegenineenonrechtmatige overheidsdaad,kortgezegd daaringelegendatde inspecteur hetverzoek vanbelanghebbende tot toepassing vande bedrijfsfusieregeling had afgewezen.De schade heeftbetrekking op de door belanghebbende gemaakte interne kostenalsmede haar externe advieskostentengevolge vanhetschadeveroorzakende besluit.De hoogte vandeze kostenis tijdens de verwijzingsprocedure,naar oud rechtop basis vanonrechtmatige overheidsdaad,vastgesteld.Inditnaspelresteertnunog de vraag wat hetaanvangsmomentis voor de berekening vanrenteschade over deze kosten.Hierop ziethetcassatieberoep vande staatssecretaris. A-GIJzermanmerktop datzijns inziens deze laatste vraag ook kanspelenindienandersoortige schade,zoals bedrijfsschade ten gevolge vaneente hoog geblekenbelastingaanslag,binneneenlopende fiscale procedure wordtgevorderd mettoepassing vanart. 8:73 Awb.Maar voor de fiscale proceskostenveroordeling als voorzieninart.8:75 Awb geldt,naar de advocaat-generaalmeent,thans datdeze ontstaatvanafhettijdstip waarop de belastingrechter de proceskostenveroordeling bijuitspraak heefttoegewezen. HofAmsterdam (31 mei 2012,nr.11/00820,NTFR2012/1749) heeftter vaststelling vanhetmomentvanafwanneer wettelijke rente is verschuldigd,aansluiting gezochtbijhetcivielrechtelijke schadevergoedingsrechtenbijjurisprudentie vande algemene bestuursrechter. Hethofheeftoverwogen:‘Volgens vaste jurisprudentie vande algemene bestuursrechter is eenverzoek totschadevergoeding wegens rentederving ingevalvaneenonrechtmatig genomenbesluit(...) toewijsbaar vanafde datum waarop hetdesbetreffende besluit genomenis,althans vanafhetmomentdathetonrechtmatig genomenbesluitschade totgevolg heeft.’ Gelethierop enop hetverzoek op praktische grondenvanbelanghebbende om vergoeding vanrenteschade metingang vande datum vande uitsprakenop bezwaar, heefthethofinr.o.2.7.4 overwogendatbelanghebbende ‘recht(heeft) op vergoeding vanwettelijke rente (...) te berekenenmetingang van1 oktober 2002’.
De staatssecretaris heeftinde toelichting op zijncassatiemiddelomtrentde bepaling vanhetaanvangsmomentvoor de berekening van renteschade gesteld:‘Vergoeding vanwettelijke rente over de kostenvanberoepsmatig verleende rechtsbijstand kanechter eerstaan de orde komenvanafhetmomentdatbelanghebbende om vergoeding vandeze kostenheeftverzocht.’ De staatssecretaris steltdat‘nu voor hetopeisbaar zijnop grond vanartikel8:73 Awb de voorwaarde geldtdatom schadevergoeding moetwordenverzocht,(...) de schadevergoeding op zijnvroegstvanafhettijdstip waarop hetverzoek is gedaanopeisbaar (kan) zijn’.
De advocaat-generaalmerktop datuitde totstandkomingsgeschiedenis vanart.8:73 Awb blijktdatbijde beoordeling vaneenop dit artikelgebaseerd verzoek moetwordenaangeslotenbijhetalgemene civielrechtelijke schadevergoedingsrecht.De advocaat-generaal meentdatdaaraanslechts kanwordenafgedaanindientenaanzienvaneenbepaalde schadepostspecifieke wettelijke regels gelden. Incasuwas daarvanechter geensprake.Datbetekentvolgens de advocaat-generaaldathier vantoepassing is de algemene civielrechtelijke regeling omtrenthetverschuldigd wordenvande wettelijke rente.
Ingevolge art.6:119,lid 1,BW bestaatde schadevergoeding,verschuldigd wegens vertraging inde voldoening vaneengeldsom,inde wettelijke rente vandie som over de tijd datde schuldenaar metde voldoening daarvaninverzuim is geweest.Incasugaathetom een verbintenis uitonrechtmatige (overheids)daad.Dangeldtop grond vanart.6:83 BW dathetverzuim intreedtzonder ingebrekestelling.In datgevaltreedthetverzuim terstond inenbegintde termijnwaarover wettelijke rente vergoed moetworden,meteente lopenna het ontstaanvande schade.Derhalve,naar de advocaat-generaalmeent,nietpas nadatingebreke is gesteld,incasuinde vorm vaneen verzoek totvergoeding vande wettelijke vertragingsrente.
Hetkomtde advocaat-generaalvoor dathetvereiste datingevolge art.8:73 Awb eenverzoek totschadevergoeding binneneenfiscale (ofandere bestuursrechtelijke) procedure moetwordeningediend,te zienis inhetkader vande procedurele aspectenter verkrijging van schadevergoeding inrechte;namelijk nietineenafzonderlijke civiele procedure,maar albijde bestuursrechter.
Bovendienis hetaltijd alaaneenbetrokkene naar eigeninzichtaldannietover te gaantothetvorderenvanschadevergoeding in rechte.Ditprocedurele vereiste heeftnaar zijnmening geeninvloed op hetontstaanvande opeisbaarheid vande onderhavige vordering uitonrechtmatige overheidsdaad endaarmee evenminop hettijdstip waarop de wettelijke rente begintte lopen. Eenverzoek om schadevergoeding wegens rentederving is volgens de advocaat-generaaldus toewijsbaar vanafhetmomentdateen onrechtmatig geblekenbesluitschade totgevolg heeft.Daarbijdoethetnaar zijnmening nietter zake wanneer eenvordering tot
vergoeding vanrenteschade is ingesteld,ofdatnuis ineenciviele procedure danwelbinneneenfiscale procedure mettoepassing van art.8:73 Awb.
Datbetekentdathetmiddelfaalt.De conclusie strektertoe dathetberoep incassatie vande staatssecretaris ongegrond dientte wordenverklaard.
Commentaar Thijssen[1]

De bestuursrechter is ingevolge art.8:73 Awb bevoegd om ingevalvangegrondverklaring vanhetberoep op verzoek vaneenpartij schadevergoeding toe te kennen.De bestuursrechter beslistnietambtshalve over enig rechtop schadevergoeding;eenpartijdientdaar explicietom te verzoeken(HR24 oktober 2003,nr.37.565,NTFR2003/1821).Ditvloeit(mede) voortuitde omstandigheid datde regeling vanart.8:73 Awb nietexclusiefis;eenpartijkanervoor kiezenom zijnverzoek totschadevergoeding voor te leggenaande civiele rechter.Alsdanlaatde partijeenverzoek om schadevergoeding inde bestuursrechtelijke procedure achterwege.Inhet onderhavige gevalbestaatde schade vanbelanghebbende uitdiens kostenvanrechtsbijstand inde bezwaarfase endergelijke kosten– door hethofgeschatop € 56.625 – kondenvóór invoering vande regeling vanart.7:15 Awb nog als schade aaneenpartijworden vergoed.Deze kostenvoor rechtsbijstand zijndoor belanghebbende gemaaktinde bezwaarprocedure die liep van21 september 2000 totenmet1 oktober 2002,eningeschilis vanafwelk momentde inspecteur over datschadebedrag (wettelijke) rente moetvergoeden. Vanuithetoogpuntvaneenefficiënte rechtsbedeling enrechtsbescherming is hetwenselijk dateenbelanghebbende zijnverzoek om schadevergoeding aanhangig kanmakenbijdezelfde bestuursrechter die over hetonderliggende besluitmoetoordelen.Mede om te voorkomendateenciviele rechter eenhogere schadevergoeding zoutoekennendaneenbestuursrechter,wordeninart.8:73 Awb geen criteria genoemd voor de toekenning vaneenschadevergoeding.Uitde wetsgeschiedenis blijktdateenbestuursrechter zoveelmogelijk aansluiting moetzoekenbijhetalgemene civielrechtelijke schadevergoedingsrecht.Indatkader is vanbelang datuitart.6:83,aanhefen onderdeelb,BW volgtdateenvordering totschadevergoeding terstond – dus zonder ingebrekestelling – opeisbaar is.Uitart.6:119 BW volgtdat– kortgezegd – wettelijke rente verschuldigd is vanafhetmomentwaarop de vordering totschadevergoeding opeisbaar is geworden.Zoubelanghebbende inhetonderhavige gevalbijde civiele rechter zijnvordering uitonrechtmatige overheidsdaad aanhangig hebbengemaakt,danzoude civiele rechter de vertragingsschade hebbenberekend door wettelijke rente te berekenen vanafhetmomentwaarop de schade door belanghebbende is geleden.Ook volgens vaste jurisprudentie vande algemene bestuursrechter is eenverzoek totschadevergoeding exart.8:73 Awb wegens rentederving toewijsbaar vanafhetmomentdateen onrechtmatig besluitschade totgevolg heeft(ABRS 21 april1995,nr.AB1995/422).Gezienhet(zelfde) eindresultaatzouhetvoor een belanghebbende weinig uitmoetenmakenofhijzijnschadeverzoek laatbehandelendoor een(algemene) bestuursrechter ofdoor een civiele rechter,maar daar wilde staatssecretaris – om mijonbekende redenen– metde onderhavige cassatieprocedure kennelijk verandering inbrengen.
Incassatie heeftde staatssecretaris betoogd datrente nietverschuldigd is vanafhet(civielrechtelijk relevante) momentwaarop het onrechtmatige besluitschade totgevolg heeft,maar pas vanafhetmomentdat– overeenkomstig art.8:73 Awb – eenverzoek is gedaan om vergoeding vande geleden(rente)schade.Hetverzoek om schadevergoeding moetvolgens de staatssecretaris gezienwordenals eensoortingebrekestelling enpas vanafhetmomentvanhetverzoek is de schadevergoeding opeisbaar enpas vanafdatmomentis wettelijke rente verschuldigd.A-GIJzermanis (inr.o.5.10) snelklaar metdeze nogalvergezochte interpretatie vande staatssecretaris engeeft– kortgezegd – aandathetprocedurele vereiste om exart.8:73 Awb aande bestuursrechter eenverzoek te doenom schadevergoeding geeninvloed heeftop hetontstaanvande opeisbaarheid vaneenschadevergoeding enevenminop hettijdstip waarop de wettelijke rente begintte lopen.Ik kanmijnauwelijks voorstellen– geziende wetsgeschiedenis vanart.8:73 Awb;een efficiënte rechtsbedeling enhetstrevenvande Hoge Raad naar rechtseenheid – datde fiscale kamer vande Hoge Raad eenverzoek om schadevergoeding anders zalbehandelendande civiele kamer.Mochtde fiscale kamer desalniettemineenbeperktere uitleg geven aan(vertragings)schade dande civiele kamer,danzoudathetonwenselijke gevolg kunnenhebbendatschadeverzoekennietmeer gekoppeld wordenaaneenbestuursrechtelijke procedure,maar datpartijendanvoor de civielrechtelijke weg kiezen.Gezienhet onlangs – als gevolg vaneenWOB-procedure – openbaar gemaakte tariefvan€ 348 per uur datde landsadvocaatde Staatin dergelijke procedures inrekening brengt,is datnietalleenvoor belanghebbende – die daneveneens eenadvocaatinmoetschakelen– eenzeer kostbare aangelegenheid.
Metingang van1 juli 2013 is de ‘Wetnadeelcompensatie enschadevergoeding bijonrechtmatige besluiten’ ingevoerd,maar inde overgangsregeling is bepaald datde schade die is veroorzaaktdoor de Belastingdienstdaar de eerste drie jarennietonder valt(NTFR 2013/983).Eenuitzondering is gemaaktvoor besluitenter uitvoering vande WetVPB 1969.Deze nieuwe regeling is – integenstelling totde regeling vanart.8:73 Awb – exclusiefals gevolg waarvanhetvoor eenbelanghebbende inbelastingzakennietmeer mogelijk zal zijnom zijnvordering totschadevergoeding bijeenciviele rechter inte dienen(zie art.8:89,lid 1,Awb).Er gaatevenwelniets veranderenwatbetreftde criteria die de bestuursrechter zalhanterenbijde beoordeling vaneenverzoek om schadevergoeding.Ook onder de nieuwe regeling moeteenbestuursrechter nog steeds zoveelmogelijk aansluiting zoekenbijhetalgemene civielrechtelijke schadevergoedingsrecht.Voor eenuitgebreidere behandeling vandeze wetswijziging verwijs ik unaar A.J.H.vanSuilen,‘Gewijzigde regeling voor schadevergoeding’,NTFR-B 2013/27.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
[1]Mr.I.R.J.Thijssenis verbondenaanJaeger Advocaten-belastingkundigen.
Bron:http://www.ndfr.nl/link/NTFR2013-2227 Datum:11-4-2016 15:31:47
Alle rechten voorbehouden. Alle auteursrechten en databankrechten van deze tekst worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Sdu Uitgevers. Niets uit NDFRmag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand ofopenbaar gemaakt in enige vorm ofop enige wijze, hetzij elektronisch,mechanisch, door fotokopieën, opnamen ofenige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
All rights reserved. No part ofthis publication may be reproduced, stored in a retrieval system, or transmitted in any form or by any means, electronic, mechanical, photocopying, recording or otherwise, without the publisher’s prior consent.



Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op