Ten onrechte geen vergoeding griffierecht en proceskosten toegekend

Samenvatting


Hof Amsterdam (23 juni 2011, nr. 08/00350, NTFR 2011/1505) heeft de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep gegrond verklaard. Het hof heeft verzuimd om de inspecteur te gelasten aan belanghebbende het griffierecht te vergoeden. Ook heeft het hof verzuimd aan belanghebbende een proceskostenvergoeding toe te kennen voor het geven van schriftelijke inlichtingen en voor het reageren op de schriftelijke inlichtingen van de inspecteur. De Hoge Raad vernietigt de hofuitspraak in zoverre en doet de zaak zelf af.
Feiten
3.1. Het Hof heeft de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en het beroep gegrond verklaard. (…) Geschil
3.1. (…) Op grond van artikel 27o van de Algemene wet inzake rijksbelastingen in samenhang met artikel 8:74, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) had het Hof daarom moeten gelasten dat de Inspecteur aan belanghebbende het door hem bij de Rechtbank betaalde griffierecht vergoedt. Belanghebbende klaagt er terecht over dat het Hof dit achterwege heeft gelaten.
Rechtsoverwegingen
3.2. Voorts klaagt belanghebbende er terecht over dat het Hof bij de berekening van de veroordeling in de kosten op de voet van artikel 8:75 van de Awb, voorbij is gegaan aan de kosten van belanghebbende ter zake van het geven van schriftelijke inlichtingen door de gemachtigde van belanghebbende als bedoeld in artikel 8:45, lid 1, van de Awb (0,5 punt), alsmede ter zake van diens reactie op de schriftelijke inlichtingen van de Inspecteur (0,5 punt).
3.3. De overige middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu die middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.4. Gelet op hetgeen hiervoor onder 3.1 en 3.2 is overwogen, kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. De Hoge Raad kan de zaak afdoen.
(Volgt vernietiging van de hofuitspraak voor zover deze betrekking heeft op de vergoeding griffierecht en proceskosten, en veroordeling van de inspecteur daarin.)


Commentaar


Art. 8:75 Awb verklaart de bestuursrechter bij uitsluiting bevoegd om een proceskostenvergoeding uit te spreken. Niet alleen wijst dit artikel de bevoegde rechter aan, maar het stelt ook regels vast met betrekking tot de kosten waarop de veroordeling betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag wordt vastgesteld. Deze regels zijn neergelegd in het Besluit proceskosten bestuursrecht.Voor het toekennen van een proceskostenvergoeding heeft de Hoge Raad in HR 5 januari 2007, nr. 42.548, NTFR 2007/119 het volgende algemene uitgangspunt geformuleerd:
‘Vooropgesteld moet worden dat wanneer een belanghebbende geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, als regel de door hem in beroep gemaakte kosten voor vergoeding op de voet van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht in aanmerking komen.
Naar de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 12 mei 2006, nr. 42.449, BNB 2006/270 (red.: NTFR 2006/717), mag van deze regel worden afgeweken indien de noodzaak tot het instellen van beroep uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van de belanghebbende.’
In deze zaak heeft het hof twee proceshandelingen van de gemachtigde van de belanghebbende ‘over het hoofd gezien’. Op verzoek van het hof heeft deze gemachtigde twee keer schriftelijk inlichtingen verstrekt. Op grond van het hiervoor aangehaalde besluit moet voor deze proceshandelingen een half punt worden toegekend. Dit heeft het hof ten onrechte achterwege gelaten.
De forfaitaire proceskostenvergoeding is in de meeste gevallen ontoereikend om de volledige kosten van de procedure te kunnen dekken. Een integrale proceskostenvergoeding wordt namelijk alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden toegekend. Dit betekent dat een belanghebbende die volledig in het gelijk wordt gesteld in de praktijk vaak blijft zitten met een forse kostenpost die voor zijn rekening komt.
[1] Mr. M.H.W.N. Lammers is advocaat bij Hertoghs advocaten – belastingkundigen.
Bron: http://www.ndfr.nl/link/NTFR2012-1087
Datum: 28-4-2016 13:10:37

Dit bericht werd geplaatst in: Commentaren

Stuur een reactie naar de auteur