Uw witwasonderzoek begon waarschijnlijk bij de bank: van FIU naar FIOD

U denkt misschien dat een witwasonderzoek begint wanneer de politie vragen stelt, de FIOD op de stoep staat of een bankrekening wordt geblokkeerd. In werkelijkheid begint een dergelijk onderzoek vaak veel eerder.

Een bank, notaris, accountant of belastingadviseur kan namelijk verplicht zijn een transactie te melden bij de Financial Intelligence Unit Nederland (FIU). Dat kan gaan om een vastgoedtransactie, een contante storting, een grote ontvangst uit het buitenland of de omzetting van cryptovaluta in euro’s. Zo’n melding gebeurt zonder dat u daarvan op de hoogte wordt gesteld. Sterker nog: de wet verbiedt de meldende instelling om u te vertellen dat een melding is gedaan.

Een melding betekent niet dat sprake is van witwassen. Toch vormt zij regelmatig het startpunt van een traject dat uiteindelijk kan uitmonden in een strafrechtelijk onderzoek.

Wat is de FIU?


Op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (WWFT) moeten banken, notarissen, accountants, belastingadviseurs en diverse andere instellingen, zoals betaaldienstverleners, casino’s en kunsthandelaren, ongebruikelijke transacties melden bij de FIU.

De FIU onderzoekt niet zelf of iemand schuldig is aan een strafbaar feit. De organisatie verzamelt, analyseert en verrijkt meldingen. Vervolgens beoordeelt de FIU of een ongebruikelijke transactie als verdacht moet worden aangemerkt. Als een transactie als verdacht wordt aangemerkt, deelt de FIU deze informatie met opsporings-, inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zowel nationaal als internationaal.

Daarmee vormt de FIU een belangrijke schakel tussen het financiële systeem en de strafrechtelijke handhaving.

Wanneer wordt een transactie gemeld?


De drempel voor een melding ligt lager dan veel mensen denken. Een bank, accountant of belastingadviseur hoeft niet vast te stellen dat sprake is van witwassen. Een vermoeden of een onverklaarbare situatie kan al voldoende zijn. Dat leidt ertoe dat ook legale transacties kunnen worden gemeld.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • een ondernemer die € 40.000 contant stort uit eerdere kasontvangsten;
  • een particulier die na de verkoop van cryptovaluta een groot bedrag op zijn bankrekening ontvangt;
  • een hoge lening tussen familieleden waarbij nauwelijks documentatie aanwezig is;
  • een vastgoedtransactie waarbij geld zonder duidelijke noodzaak via meerdere buitenlandse rekeningen loopt;
  • een directeur-grootaandeelhouder die grote bedragen vanuit zijn vennootschap ontvangt zonder duidelijke omschrijving.

Voor de betrokkenen is vaak duidelijk waar het geld vandaan komt of waarom de transactie op deze manier wordt afgewikkeld. Voor de bank of de belastingadviseur is dat niet altijd het geval. In dat geval moet al snel een melding bij de FIU worden gedaan.

Van melding naar strafzaak


Een melding bij de FIU betekent niet automatisch dat een opsporingsonderzoek volgt. Jaarlijks worden enorme aantallen meldingen gedaan. In 2024 waren dat bijvoorbeeld bijna 3,5 miljoen meldingen. Slechts een deel daarvan wordt uiteindelijk als verdacht aangemerkt: ruim 118.000 transacties. Toch moet het belang daarvan niet worden onderschat.

Een melding staat namelijk zelden op zichzelf. De FIU kan informatie combineren met andere meldingen, buitenlandse gegevens, politie-informatie of fiscale gegevens. Daardoor kan een transactie die op zichzelf weinig bijzonder lijkt ineens onderdeel worden van een groter geheel.

FIU-informatie speelt regelmatig een belangrijke rol bij de beslissing om een strafrechtelijk onderzoek te starten of verder uit te bouwen.

De praktijk: FIU-meldingen als startpunt van een strafrechtelijk onderzoek


Dat FIU-meldingen daadwerkelijk kunnen uitgroeien tot een strafzaak blijkt uit de rechtspraak.

In 2024 stelde de Rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2024:9673) vast dat een verdachte de Sanctiewet had overtreden door luchtvaartonderdelen te leveren aan Russische afnemers. In het jaarverslag van de FIOD over dat jaar werd toegelicht hoe de zaak aan het rollen was gekomen. De bank van de onderneming had geconstateerd dat de omzet van het bedrijf volledig wegviel nadat nieuwe sancties tegen Rusland in werking waren getreden. Kort daarna ontstond opnieuw een hoge omzet, maar nu vanuit Tadzjikistan.

De bank meldde een ongebruikelijke transactie aan de FIU. De FIU merkte de transactie als verdacht aan, waarna de FIOD een onderzoek startte. Uiteindelijk bleek dat de partijen in Tadzjikistan doorleverden aan Rusland.

Deze zaak laat zien hoe een strafrechtelijk onderzoek kan ontstaan zonder aangifte, zonder heterdaad en zonder klassiek opsporingsonderzoek. Het startpunt lag bij transacties die door een bank als ongebruikelijk werden beschouwd.

Ook in zaken waarin de startinformatie elders vandaan komt, speelt de FIU vaak een rol. Zo schrijft advocaat-generaal Harteveld in een conclusie in 2022 (ECLI:NL:PHR:2022:934) over een zaak waarin een verdachte was veroordeeld wegens gewoontewitwassen en valsheid in geschrift, dat het onderzoek drie pijlers kende: een FIU-melding over grote contante stortingen, informatie van de Belastingdienst en een melding via Meld Misdaad Anoniem.

Van FIU-melding naar witwasverdenking


Als transacties eenmaal als verdacht zijn bestempeld, dient de vraag zich aan of sprake is van witwassen. Een vermoeden van witwassen kan bestaan zonder dat duidelijk is welk concreet misdrijf aan het vermogen ten grondslag ligt. Met andere woorden: het is niet noodzakelijk dat de opsporingsinstantie zicht heeft op een specifiek gronddelict. Zodra een transactie kenmerken vertoont die niet passen binnen normaal zakelijk verkeer, kan een vermoeden van witwassen ontstaan.

Voorbeelden zijn transacties die (gedeeltelijk) contant worden afgerekend, waarbij de tegenprestatie onduidelijk is, waarbij hoogrisicolanden of brievenbusvennootschappen zijn betrokken, of waarbij de uiteindelijk belanghebbende (UBO) niet te achterhalen is. Ook betalingen via een omweg – via meerdere rekeningen, valuta of entiteiten – kunnen een signaal vormen.

Wie grote bedragen ontvangt, uitgeeft of verplaatst zonder een sluitende administratie, loopt het risico dat achteraf vragen ontstaan waarop geen overtuigend antwoord meer kan worden gegeven.

Wanneer over de herkomst van die bedragen geen concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring kan worden gegeven, komt een veroordeling wegens witwassen zonder vastgesteld gronddelict dichtbij. Zie voor meer uitleg over witwassen zonder gronddelict deze blog van collega De Vries en het fiscaal journaal van mijn collega’s Verweij en Langenburg.

Dat risico neemt toe nu banken transacties steeds intensiever monitoren, meer gegevens analyseren en signalen sneller delen met opsporingsinstanties.

Een onderzoek begint vaak voordat u het merkt


Veel betrokkenen denken dat een strafrechtelijk onderzoek begint wanneer de FIOD vragen stelt, beslag legt of voor de deur staat. In werkelijkheid is een onderzoek dan vaak al geruime tijd onderweg. Een verhoor of een zoeking is vaak het sluitstuk van het onderzoek.

Een FIU-melding, aanvullende informatie van de Belastingdienst, buitenlandse gegevens of signalen van een bank kunnen al veel eerder aanleiding zijn geweest om geldstromen nader te onderzoeken. De betrokken persoon weet daar doorgaans niets van.

Wie merkt dat een bank kritische vragen stelt over geldstromen, transacties of de herkomst van vermogen, doet er verstandig aan die vragen serieus te nemen. Niet iedere vraag van een bank leidt tot een FIU-melding. Maar een FIU-melding begint vaak met vragen die onbeantwoord zijn gebleven of met verklaringen die onvoldoende konden worden onderbouwd.

Wordt u geconfronteerd met vragen over de herkomst van vermogen, een witwasverdenking of een strafrechtelijk financieel onderzoek? De advocaten van Jaeger Advocaten-belastingkundigen staan ondernemers, particulieren en adviseurs bij in alle fasen van het onderzoek.

mr. drs. E.G. Engwirda
engwirda@jaeger.nl
020 – 676 04 81


Stuur een reactie naar de auteur