KYC-onderzoek door uw bank: hoe verloopt dit en mag een bank alles vragen?
Alle pagina's gelinkt aan
Voor veel ondernemers en particulieren is een KYC-onderzoek inmiddels een schrikbeeld geworden. De uitkomst van een dergelijk onderzoek, of het onvoldoende meewerken daaraan, kan leiden tot opzegging van de bancaire relatie en daardoor desastreuze gevolgen hebben voor de persoon of de onderneming in kwestie. Zeker op het moment dat sprake is van een vermoeden van fraude, waardoor in de regel plaatsing in het Extern Verwijzingsregister (EVR) als bijkomend gevolg intreedt, ontstaat een golf van problemen.
In dit blog wordt ingegaan op de manier waarop een KYC-onderzoek door uw bank verloopt en hoe dit wordt vormgegeven, alsmede welke uitkomsten mogelijk zijn. Ook zal worden ingegaan op de risicofactoren die bij uw bank aanleiding geven tot het doen van een informatieverzoek. Verder wordt ingegaan op de vraag hoe ver een bank tijdens een KYC-onderzoek – qua vraagstelling aan de betrokkene – precies mag gaan.

KYC-onderzoek
Een KYC-onderzoek begint altijd met een informatieverzoek van uw bank. Dit informatieverzoek wordt in de meeste gevallen schriftelijk gedaan, maar kan ook beginnen met een telefoontje. Dit laatste heeft enkele voordelen ten opzichte van een ‘schriftelijke ronde’. Op het moment dat iemand namelijk wordt gebeld door de bank en door een bankmedewerker vervolgens vrij direct wordt gevraagd naar (bijvoorbeeld) de achtergrond van een bepaalde transactie of zakelijke activiteiten, bestaat niet lang de mogelijkheid om na te denken of een ‘gefabriceerd antwoord’ te formuleren. De onderwerpen die tijdens dit telefoongesprek worden besproken worden altijd schriftelijk vastgelegd, dus hier kan niet zomaar op worden teruggekomen. Voor zover een aan de bankmedewerker (mondeling) afgelegde verklaring op een later moment wordt ingetrokken, of anderszins ‘herzien’, leidt dit vrijwel automatisch tot wantrouwen bij de bank waardoor de kans bestaat dat u – uiteraard in samenhang met andere feiten en omstandigheden die daartoe aanleiding geven – een witwasrisico vormt.
Waarom zijn banken zo streng op naleving van de Wwft?
De reden waarom banken zo streng zijn op naleving van de Wwft heeft alles te maken met het verleden. Al diverse keren gingen Nederlandse banken de mist in en kregen zij om die reden een behoorlijke ‘strafrechtelijke tik’ op de vingers.
Een voorbeeld is de mega-transactie van 775 miljoen euro die de ING in het jaar 2018 aan het OM betaalde vanwege ‘ernstige nalatigheden’ in het kader van de naleving van de Wwft, waarbij is vastgesteld dat sprake was van jarenlange en structurele overtreding van de wet. Dat gebeurde zelfs op een dusdanige wijze dat de bank door het OM óók schuldwitwassen werd verweten. Ook de ABN AMRO heeft in het jaar 2021 een door het OM aangeboden transactie van 480 miljoen euro geaccepteerd. De ABN AMRO werd eveneens jarenlange en structurele overtreding van de Wwft verweten, alsmede – net als de ING – schuldwitwassen.
Ook De Volksbank kreeg in januari 2025 van De Nederlandsche Bank (DNB) een boete van € 5 miljoen opgelegd vanwege langdurige tekortkomingen in haar anti-witwasbeleid en transactiemonitoring tussen de jaren 2020 en 2023. Voorts is momenteel een strafrechtelijk onderzoek naar de Rabobank gaande. Het OM maakte in april 2025 bekend dat een schikking van de baan is en dat de Rabobank zal worden gedagvaard om voor de rechter te verschijnen. De aanleiding van het strafrechtelijke onderzoek betrof een melding van DNB en richtte zich oorspronkelijk op de periode van eind 2016 tot eind 2021, maar volgens het laatste nieuws in NRC heeft het OM het onderzoek naar de vermeende witwasovertredingen bij de Rabobank flink uitgebreid.
Al deze ontwikkelingen hebben (uiteraard) invloed op de manier waarop banken hun KYC-afdelingen en -procedures inrichten. Het zal niet verbazen dat de cliëntonderzoeken en transactiemonitoring door banken onder invloed van (de dreiging van) bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden vanuit de overheid, steeds strenger wordt. Dit komt de ‘evenredigheid’ van de vraagstellingen in KYC-procedures niet altijd ten goede.
Waarom wordt u als particulier of bedrijf onderwerp van een KYC-onderzoek?
Uw bank stelt allereerst vast of er bepaalde risicofactoren zijn die aanleiding geven tot het stellen van vragen c.q. het doen van een zogeheten informatieverzoek. Denk hierbij als meest in het oog springende voorbeeld aan het verrichten van contante stortingen van € 10.000 of meer. De bank zal onder deze omstandigheden bij de Financial Intelligence Unit (FIU) altijd een melding maken van een ongebruikelijke transactie.
Ook berichtgeving in de media kan aanleiding geven tot het stellen van vragen. Zodra een journalist of tv-programma meldt dat er bijvoorbeeld sprake is van frauduleuze constructies of corruptie (omkoping) waar Nederlandse bedrijven of personen bij betrokken zijn, kan dit leiden tot een KYC-onderzoek. Ook kan informatie die afkomstig is van het OM of de politie in relatie tot een strafrechtelijk onderzoek aanleiding geven tot het stellen van vragen.
Verder wordt het automatische betalingsverkeer van klanten geanalyseerd en vergeleken met het van een particulier of bedrijf bestaande klantprofiel. Significante afwijkingen of verdachte patronen die niet passen bij de reguliere activiteiten van een klant vormen een belangrijke aanleiding voor het stellen van vragen door uw bank. Voorts gaat bij transacties die afkomstig zijn van zogeheten hoog-risicolanden automatisch een signaal af, waarna door uw bank vragen kunnen worden gesteld.
Welk type vragen stelt uw bank?
Er is geen eenduidig antwoord te geven op de vraag welk type vragen uw bank tijdens een KYC-onderzoek allemaal zal stellen. De vragen in het informatieverzoek van uw bank kunnen zeer uiteenlopend van aard zijn. Slechts in algemene zin is hier iets zinnigs over te zeggen. De vragen van uw bank kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de zakelijke activiteiten van u als ondernemer. Een bank kan bijvoorbeeld verzoeken om een toelichting op het in- en verkoopproces binnen uw onderneming, of vragen naar de activiteiten en achtergrond van uw zakelijke relaties respectievelijk uw zakelijke transacties. In dit kader kan worden verzocht om het verstrekken van opdrachtbevestigingen of in- en verkoopfacturen van uw leveranciers en afnemers.
Ondernemingen die slechts kortgeleden zijn opgericht en waarmee geen langdurige zakelijke relatie bestaat, maar waar vervolgens wel voor aanzienlijke bedragen aan handel mee wordt gedreven (die aldus ‘uit het niets’ lijkt te komen), het zaken doen met personen zonder aantoonbare ervaring binnen een ‘specialistische’ branche of de inschrijving van bedrijven op woon- of postadressen, zijn uiteraard allemaal factoren die opgehelderd dienen te worden. Ook het verrichten van compleet andere werkzaamheden dan waar een bepaald bedrijf volgens het KvK Handelsregister op staat ingeschreven, roept voor een bank vragen op. Deze feiten en omstandigheden vormen enkele voorbeelden van onderwerpen waar in het kader van een KYC-onderzoek van uw bank (zonder meer) vragen over gesteld zullen worden.
Hoever mag een bank gaan in de vraagstelling?
Banken kunnen onder omstandigheden ook te ver gaan in hun vraagstelling. Waar die grens precies ligt, is echter niet geheel duidelijk, omdat hierin geen harde lijn bestaat. Een bank redeneert immers ook wel vanuit de gedachte: ‘vragen staat vrij’. Wij zijn in de praktijk meerdere situaties tegengekomen waarin particulieren werden verzocht om bijvoorbeeld facturen of stukken te verstrekken – en aldus geacht werden deze te bewaren – alsof ze administratieplichtig zijn. Dit terwijl de administratieplicht alleen van toepassing is op ondernemers en van particulieren niet zonder meer mag worden verwacht dat ze overal een factuur van bewaren. Simpelweg omdat dit voor particulieren geen verplichting is en vrijwel niemand zin heeft in (onnodige) administratieve rompslomp in huis.
Ook is het voorgekomen dat mensen hun contante opnames hebben moeten verklaren en dat hen gevraagd is om aan te geven waar zij hun geld aan hebben uitgegeven. Een bank kan bij contante geldopnames van aanzienlijke omvang immers het vermoeden hebben dat (bijvoorbeeld) een verbouwing contant is betaald of dat werknemers cash worden uitbetaald. Als de herkomst van het (contant opgenomen) vermogen echter duidelijk is, kan de gangbaarheid, toelaatbaarheid of relevantie van dergelijke vragen echter worden betwist. Een advocaat kan u helpen bij het maken van een inschatting hiervan ofwel het strategisch beantwoorden van desbetreffende vragen.
Wat zijn de gevolgen als u een witwasrisico vormt voor uw bank?
Op het moment dat u de vragen van uw bank niet, onvoldoende of onjuist beantwoordt (i.e. aantoonbaar liegt of bepaalde dingen in het geheel niet kan onderbouwen), kan de bank u als een witwasrisico zien. Deze conclusie kan óók worden getrokken als u de (verificatie)vragen van uw bank – soms bij herhaling – inconsistent beantwoordt.
Zodra u door uw bank als witwasrisico wordt gezien kan ervoor worden gekozen om uw gegevens te registreren in het Intern Verwijzingsregister (IVR). Dit betekent dat de bankrelatie wordt beëindigd. Het IVR kunt u zien als het waarschuwingssysteem voor één organisatie. Bij een IVR-registratie kunt u derhalve niet meer bij de desbetreffende bank bankieren, maar heeft u nog wél de mogelijkheid om bij een andere Nederlandse bank aan te kloppen. Tegen de beslissing om uw gegevens in het IVR te registreren en de bankrelatie te beëindigen staat overigens wel bezwaar en (eventueel) beroep open. Ook kan een kort geding worden gestart bij de voorzieningenrechter. Ons kantoor kan u in al deze fases van de procedure bijstaan.
Bij een registratie in het Extern Verwijzingsregister (EVR), die meestal alleen plaatsvindt naar aanleiding van een (financieel-economisch) misdrijf waar uw bankrekening bij betrokken c.q. voor gebruikt is of bij een ernstige verdenking van fraude (bijvoorbeeld valsheid in geschrift in relatie tot een hypotheekaanvraag), is het vrijwel onmogelijk om bij een andere Nederlandse bank nog een bankrekening te openen. Opname in het EVR betekent immers dat de bij dit register aangesloten banken (i.e. dit betreft vrijwel iedere bank in Nederland), alsook verzekeraars en andere financiële dienstverleners dit register kunnen raadplegen. Dat maakt het lastig en in de meeste gevallen zelfs onmogelijk om nog ergens een financieel product zoals een lening, hypotheek of verzekering af te sluiten. Ook tegen de beslissing om uw gegevens in het EVR te registreren staat de mogelijkheid van bezwaar en beroep open. Voorts kan ook hiertegen een kort geding worden gestart bij de voorzieningenrechter. Ons kantoor kan u hierin bijstaan.
Conclusie
In dit blog is ingegaan op de manier waarop een KYC-onderzoek door uw bank verloopt en hoe dit wordt vormgegeven, alsmede welke uitkomsten mogelijk zijn. Ook is ingegaan op de risicofactoren die aanleiding geven tot het stellen van vragen door uw bank. Verder is ingegaan op de vraag hoe ver een bank tijdens een dergelijk KYC-onderzoek mag gaan.
De (verkorte) conclusie is dat een KYC-onderzoek de nodige knelpunten en struikelblokken oplevert. De risicofactoren die hierbij een rol spelen, de vraagstelling van de bank an sich en vooral de beantwoording van desbetreffende vragen betreft geen exacte wetenschap maar vereist maatwerk, nauwkeurigheid en consistentie. Heeft u een brief van uw bank ontvangen die verband houdt met een dergelijk KYC-onderzoek en wenst u hier gespecialiseerde rechtsbijstand bij? Neem dan contact op met een van onze specialisten. Het maakt daarbij niet uit in welke fase van de procedure u zich op dit moment bevindt.

mr. V.C. Langenburg
langenburg@jaeger.nl
06 – 49 49 16 93
Stuur een reactie naar de auteur