Actueel

  

INKEERREGELING:

Druk op zwartspaarders verhoogd: klopjacht FIOD bij Credit Suisse dankzij tipgever 

UPDATE 5 APRIL 2017
Dankzij een geheime tipgever beschikt de Belastingdienst/FIOD over gegevens van 3800 Nederlanders bij Credit Suisse. Grote kans dat die tipgever een (ex-)werknemer is van de Zwitserse bank die middels diefstal of tenminste door het plegen van een strafbaar feit (schending bankgeheim) informatie heeft ontvreemd. Op basis van die informatie hebben doorzoekingen plaatsgevonden in kantoren van Credit Suisse in Nederland, Parijs en Londen. Onderzoeken zouden lopen in vijf landen.  De Zwitserse autoriteiten hebben om opheldering gevraagd aangezien zij, in strijd met de normale gang van zaken bij internationale samenwerking en rechtshulpverzoeken, "opzettelijk" buiten de organisatie zijn gehouden. 

Met dat buitensluiten van Zwitserland is wellicht de Zwitserse soevereiniteit geschonden. Ook de  illegale herkomst van startinformatie van de tipgever kan grote gevolgen hebben voor de bruikbaarheid van verkregen bewijsmateriaal. Als de Nederlandse autoriteiten de tipgever in meer of mindere mate hebben aangezet tot ontvreemding van de broninformatie, is het bewijs onrechtmatig verkregen.  Meer informatie zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/03/credit-suisse-probeert-imago-te-redden-in-zwartspaardersrel-7872147-a1553059 EN http://m.telegraaf.nl/dft/article/27913046/diplomatieke-rel-dreigt-over-fiod-actie-in-zwitserland

Nieuw project met debet/creditcard zwartspaarders-zaken

UPDATE 4 APRIL 2017
American Express (AmEx)  is gevraagd door de Nederlandse fiscus om gegevens over (al) haar Nederlandse klanten te leveren.  Er kan echter sterk worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van die onderzoeken door de Nederlandse Belastingdienst. De fiscus maakt hierbij van het 'derdenonderzoek', maar ook een dergelijk controlebevoegdheid heeft zijn grenzen. Zie daarover ook onze blogs "Valt het doek voor de zwartspaarder" door Marloes Lammers over dit meest recente informatieverzoek van de fiscus en "De jacht op “zwarte” debet- en creditcards".

Afschaffing inkeerregeling per 2018?  

UPDATE 18 JANUARI 2017
In een brief van 17 januari 2017 kondigt Staatssecretaris van Financiën Eric Wiebes aan dat hij een wetsvoorstel zal indienen tot afschaffing van de inkeerregeling. De gedachte daarachter: belastingplichtigen lopen toch wel tegen de lamp, dus dit ‘douceurtje’ is niet langer nodig.  

Ter toelichting schrijft Wiebes: “De inkeerregeling is een belangrijke impuls voor zwartspaarders geweest om hun in eerdere jaren verzwegen vermogen alsnog bij de Belastingdienst aan te geven. Door toenemende transparantie, onder meer als gevolg van internationale gegevensuitwisseling, hebben belastingdiensten meer informatie tot hun beschikking en zijn zij beter in staat tot handhaving. De kans dat belastingplichtigen met verzwegen vermogen tegen de lamp lopen wordt daardoor almaar groter. Bij deze ontwikkeling past een strengere aanpak. Recentelijk is, als gezegd, al een stap gezet door de boeten voor inkeerders die pas na twee jaar na het doen van een onjuiste of onvolledige aangifte alsnog een juiste aangifte doen of informatie verschaffen, te verhogen naar 120% van de verschuldigde belasting (40% van het wettelijke maximum van 300%). Het kabinet stelt nu een nog strengere aanpak voor, namelijk afschaffing van de inkeerregeling.  Het alsnog verstrekken van juiste en volledige inlichtingen door een belastingplichtige blijft wel gelden als een strafverminderende omstandigheid. Bij een redelijk boetebeleid hoort boetematiging voor belastingplichtigen die zich melden ten opzichte van degenen die dat niet doen. Ik ben voornemens een voorstel dat strekt tot het vervallen van de inkeerregeling nog dit jaar ter consultatie aan te bieden. De voorgenomen datum van inwerkingtreding van het vervallen van de inkeerregeling zal vervolgens tijdig worden gecommuniceerd.”

Voor meer commentaar op (de rest van) het voorgestelde beleid van Wiebes, lees ook het interview met Mr. B.J.G.L. Jaeger op de Worldwide Tax Daily website en in Tax Notes International.

Risico vanaf 1 januari 2017: uitwisseling Zwitserland

UPDATE 1 NOVEMBER 2016
Zwitserland gaat vanaf 2018 automatisch gegevens uitwisselen met Nederland. Het risico van ontdekking wordt daardoor (vrijwel) een zekerheid vanaf 1 januari 2017. Zwitserland gaat namelijk gegevens uitwisselen over de jaren 2017 en verder. Als de rekening er in 2017 nog steeds is, dan ligt die informatie in ieder geval alsnog bij de Nederlandse Belastingdienst ‘op straat’.

Credit Suisse; Julius Baer; UPB en SarasiN: inkeer nog mogelijk (?)

UPDATE 1 NOVEMBER 2016 
De Zwitserse uitspraak dat groepsverzoeken van Nederland zijn toegestaan heeft niet alleen gevolgen voor UBS-ers maar ook voor ‘zwartspaarders’ bij andere banken. Het verzoek over Credit Suisse, dat even in de ijskast was gezet, zal nu weer worden voortgezet. Maar ook andere banken zoals Julius Bär, UBP en Sarasin kunnen soortgelijke verzoeken verwachten. Zolang er nog een ‘serieuze mogelijkheid’ bestaat dat de Belastingdienst de rekening niet zal achterhalen, is tijdige inkeer volgens de Hoge Raad nog mogelijk. Dat de fiscus het hier mogelijk niet (direct) mee eens is, is een mogelijke horde die moet worden genomen.

Voor meer informatie met betrekking tot de inkeerregeling en een chronologische uiteenzetting van de laatste gebeurtenissen kunt u doorklikken. 

GEBRUIK CAMERABEELDEN:

FISCUS MAG BEELDEN POLITIE-CAMERA'S NIET GEBRUIKEN

UPDATE 24 FEBRUARI 2017
Op vrijdag 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad in een drietal arresten geoordeeld dat het gebruik van camerabeelden van zogenoemde ANPR-camera’s van de politie, door de Belastingdienst onrechtmatig is. ANPR-camera’s staat met name opgesteld langs snelwegen en registreren kentekens van alle passerende auto’s. De voor politie of de Belastingdienst ‘relevante’ foto’s/kentekens worden opgeslagen en bewaard. Dit is met name interessant voor de Belastingdienst om te controleren of zogenoemde ‘zakelijke rijders’ inderdaad alleen zakelijk rijden (of stiekem ook privékilometers rijden met de auto van de zaak). De Hoge Raad oordeelt nu dat deze handelwijze de privacy van burgers schendt en dat dit alleen rechtmatig is, indien de wetgever uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven door een dergelijke inbreuk op de privacy. De belastingwet kent de fiscus geen bevoegdheid toe tot het verzamelen van foto’s langs de snelweg, aldus de Hoge Raad. Daarmee is het verzamelen en bewaren van de foto’s door de Belastingdienst onrechtmatig. De staatssecretaris van financiën (onder wiens verantwoordelijkheid de Belastingdienst valt) heeft de zaak nog proberen te redden door te stellen dat geen sprake is van verzameling van foto’s door de Belastingdienst, maar dat de Belastingdienst de foto’s enkel op verzoek heeft gekregen van de politie. Voor die uitwisseling van gegevens tussen overheidslichamen bestaat wel een wettelijke grond, volgens de staatssecretaris. Deze bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij andere overheidslichamen biedt volgens de Hoge Raad niet een ‘voldoende precieze grondslag voor het verzamelen, vastleggen, bewaren, bewerken en gebruiken van de ANPR-gegevens, in het licht van de ‘systematische schending van de privacy van burgers’. Dit betekent dat de Belastingdienst de foto’s van kentekenplaten die op deze manier zijn verzameld, niet mag gebruiken voor het opleggen van aanslagen.

 


Actueel

ERFBELASTING:

Hoge Raad zet definitief streep door terugwerkende kracht ‘Edelweiss-route’   

UPDATE 3 MAART 2017
Verjaarde erfbelasting niet alsnog navorderbaar. Vandaag heeft de Hoge Raad de Belastingdienst een tik op de vingers gegeven vanwege de pogingen om al (lang) verjaarde erfbelasting via de ‘Edelweiss’-route alsnog te belasten. Sinds 2012 is in de wet geregeld dat de bevoegdheid voor de fiscus, om erfbelasting over buitenlands vermogen te belasten, niet meer verjaart. Dat betekent dat erfbelasting die op dat moment nog navorderbaar was – destijds maximaal 12 jaar – nu oneindig kan worden nagevorderd. Maar dat betekent niet dat erfbelasting die al wél verjaard was – simpel gezegd: erfenissen van 1999 en ouder – nu ineens ook tot in de eeuwigheid terug alsnog kan worden belast. De fiscus meende van wel en legde in diverse zaken om erfenissen uit de jaren-’80 en -’90 te belasten door hiervoor navorderingsaanslagen erfbelasting op te leggen.   De Hoge Raad zet nu dus een streep door dit ‘rupsje nooitgenoeg’-gedrag van de fiscus.

Geen rechtvaardiging dus vijf jaar ipv oneindig? Overigens is het ook nog maar de vraag of de Edelweiss-wetgeving wel het effect gaat hebben wat is beoogd. Zie hierover ook het artikel ‘Edelweiss, binnenkort alweer overbodig; heeft de wetgever zijn hand overspeeld?’, van Ludwijn Jaeger en Vanessa Huygen. Vóór 2012 was het verschil in navorderingstermijnen tussen Nederlands vermogen en buitenlands vermogen vijf jaar versus twaalf jaar. Daarvan heeft het EU-Hof gezegd: voor dat verschil (zeven jaar) bestaat in principe wel een rechtvaardiging, aangezien het langer duurt om informatie uit het buitenland te verkrijgen. Die zeven jaar langer compenseert zowel de informatieachterstand, als de termijn die ervoor nodig is om die informatie ook te krijgen.   Het verschil tussen vijf jaar en onbeperkt is wel van een heel andere orde. Zodra bovendien tussen alle OECD-landen automatisch informatie wordt uitgewisseld, is het maar de vraag of er nog wel een rechtvaardiging bestaat. Zo niet, dan zou dat tot gevolg hebben dat we ‘terugvallen’ op de reguliere (binnenlandse) termijn: de bevoegdheid tot navordering van erfbelasting verjaart dan al na vijf jaar.   http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:356 

ONTNEMING:  

Hoge Raad schept duidelijkheid: ook in procedure tegen aanslag na informatiebeschikking kan omkering van de bewijslast nog ter discussie worden gesteld.

UPDATE 10 FEBRUARI 2017
De Hoge Raad hakt in een arrest van vandaag de knoop door over de vraag: kan omkering van de bewijslast alleen maar in de procedure over een informatiebeschikking worden aangevochten, of ook nog daarna als over de daadwerkelijke belastingaanslag wordt geprocedeerd. Weliswaar koppelt de wet de sanctie omkering van de bewijslast rechtstreeks aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Maar het alsnog verstrekken leidt niet tot verval van de informatiebeschikking en dus zou de omkering blijven staan. Bovendien kan een rechter veelal pas in de procedure over die belastingaanslag volledig overzien of het gebrek aan medewerking van zodanig gewicht is de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is. Daarom moet in alle gevallen worden aanvaard dat de vraag of omkering gerechtvaardigd is, ook nog ter discussie kan worden gesteld in de procedure over de aanslag zelf. Alleen de vraag of het informatieverzoek gerechtvaardigd was, kan dan niet meer ter discussie worden gesteld.

De Hoge Raad overwoog:

“3.3.4. In de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR wordt weliswaar de omkering van de bewijslast rechtstreeks gekoppeld aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Het alsnog verstrekken van die informatie leidt er niet toe dat de informatiebeschikking vervalt en staat er niet aan in de weg dat de informatiebeschikking onherroepelijk wordt. Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat omkering van de bewijslast achterwege blijft indien binnen de gestelde termijn alsnog aan het verzoek van de inspecteur wordt voldaan. Daarom moet de rechter in de procedure over de desbetreffende belastingaanslag of beschikking kunnen beoordelen of de informatie (alsnog) is verstrekt, in welk geval de in de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR gegeven voorschriften buiten toepassing dienen te blijven.

3.3.5. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat pas in de procedure over die belastingaanslag of beschikking ten volle overzien kan worden of het gebrek dan wel de gebreken aan medewerking van de kant van de belanghebbende van een zodanig gewicht zijn, dat daardoor, gelet op de omstandigheden van het geval, de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is.

3.3.6. Ter vermijding van afbakeningsproblemen moet niet alleen in de in 3.3.4 bedoelde situaties, maar in alle gevallen worden aanvaard dat een belanghebbende de vraag of een onherroepelijke informatiebeschikking tot omkering van de bewijslast dient te leiden, aan de orde kan stellen in de procedure over de desbetreffende aanslag of beschikking. Wel moet daarbij in aanmerking worden genomen dat in die procedure de rechtmatigheid van het desbetreffende verzoek om informatie niet meer ter discussie kan worden gesteld (vgl. Kamerstukken II 2007/08, 30 645, nr. 6, blz. 13).”

Het arrest kunt u ook hier lezen: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:130

 Zie ook onze blogs over het onderwerp ‘informatiebeschikking’.

 

 

 

 

 

Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op