Actueel

  

 

INKEERREGELING:

Nog geen duidelijkheid over houdbaarheid inkeerboete over jaren vóór 2010

UPDATE 15 november 2017 
De vraag of het nu wel of niet mogelijk is om, na boeteverhoging bij inkeer, die hogere boetes over jaren van vóór die verhoging op te leggen blijft vooralsnog onbeantwoord. De hoofdregel is dat een verhoging van een sanctie alleen werkt op gepleegde feiten – in dit verband: nieuwe opzettelijk onjuiste aangiften – van ná invoering van die verhoging. Dit geldt volgens de rechtbanken Noord-Holland en Gelderland ook als die boeteverhoging is geregeld in een aangepaste inkeerbepaling. Voor 2010 was het mogelijk boetevrij in te keren, waardoor boetes over die jaren niet mogelijk zouden zijn. In die zin oordeelde de rechtbank in Haarlem al in 2013. Dit oordeel herhaalde die rechtbank eerder dit jaar ter zitting in een (niet gepubliceerde) zaak. Recent oordeelde ook rechtbank Gelderland dat boetes over jaren waarin de oude inkeerregeling van toepassing was, niet in stand kunnen blijven. Maar nu oordeelt rechtbank Zeeland-West Brabant in tegengestelde zin. Tegen het oordeel van rechtbank Gelderland is sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad, waaruit hopelijk op korte termijn meer duidelijkheid volgt.

Strafrechtelijke onderzoeken naar zwartspaarders uit UBS-groepsverzoek

UPDATE 9 november 2017 
Een aantal veronderstelde rekeninghouders in Zwitserland heeft op vragen van de Nederlandse Belastingdienst geweigerd informatie te verstrekken. Tegen hen is een strafrechtelijk onderzoek gestart door de FIOD op verdenking van zowel onjuiste belastingaangiften als het opzettelijk niet verstrekken van gevraagde gegevens, zo meldt de Belastingdienst.
In 2015 heeft de Belastingdienst een groepsverzoek gedaan aan de Zwitserse overheid inzake de Zwitserse bank UBS. In dit verzoek zijn gegevens gevraagd van alle Nederlandse zwartspaarders die bank. Over dat groepsverzoek is veel te doen geweest aangezien het om een phishing-expedition ging. Zwitserland heeft de gevraagde informatie uiteindelijk toch gegeven. Dat kan ook gevolgen hebben voor de bruikbaarheid van het hierdoor (onrechtmatig) verkregen bewijs. Zie ook onze blogs over UBS en blogs over inkeer. 

Overgangsrecht voor INKEER

UPDATE 20 september 2017 Staatssecretaris Wiebes heeft op Prinsjesdag zijn voorstel de inkeerregeling per 1 januari 2018 af te schaffen gepresenteerd. De mogelijkheid over de afgelopen 2 jaren volledig boetevrij in te keren komt in het voorstel te vervallen. Ook aan de vrijwaring van strafrechtelijke vervolging voor belastingfraude bij inkeer komt een einde als het wetsvoorstel wordt aangenomen. Mede omdat de afschaffing van de inkeerregeling is opgenomen in een verzamelwet (‘overige fiscale maatregelen 2018’), is het waarschijnlijk dat het parlement instemt met het plan van Wiebes. Positief aan het wetsvoorstel is dat is voorzien in overgangsrecht. De oude inkeerregeling blijft van toepassing op inkeren die zien op aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan. Voorlopig kan men dus blijven profiteren van de lagere boetetarieven die gelden bij inkeer.

Inkeerregeling per 1 januari 2018 afgeschaft

UPDATE 12 juli 2017
De inkeerregeling wordt - als het aan staatssecretaris Wiebes ligt - per 1 januari 2018 afgeschaft. Dit betreft de mogelijkheid om over de afgelopen 2 jaren volledig boetevrij eerdere (opzettelijk) onjuiste belastingaangiften vrijwillig te verbeteren. De vraag is of de voorgenomen wetswijziging het gewenste effect heeft. In 2013 en ook dit jaar weer oordeelden rechtbanken dat verzwaring van de inkeerregeling géén effect heeft voor aangiften ingediend vóór die wijziging. Dit volgt uit het principe dat geen hogere straf mag worden opgelegd dan dat gold ten tijde van het delict. Daarvan uitgaande geldt de oude inkeerregeling met (0% boete) nog steeds (voor de ‘oude jaren’ voor 2010) ook bij inkeermeldingen in 2018 en daarna. Lees hierover in het blog van Vanessa Huygen van Dyck-JagersmaAfschaffing inkeerregeling – de gevolgen? 8 vragen’ en het blog van Nick van den HoekInkeer met 0% boete ook in 2018 nog mogelijk.

Druk op zwartspaarders verhoogd: klopjacht FIOD bij Credit Suisse dankzij tipgever 

UPDATE 5 APRIL 2017
Dankzij een geheime tipgever beschikt de Belastingdienst/FIOD over gegevens van 3800 Nederlanders bij Credit Suisse. Grote kans dat die tipgever een (ex-)werknemer is van de Zwitserse bank die middels diefstal of tenminste door het plegen van een strafbaar feit (schending bankgeheim) informatie heeft ontvreemd. Op basis van die informatie hebben doorzoekingen plaatsgevonden in kantoren van Credit Suisse in Nederland, Parijs en Londen. Onderzoeken zouden lopen in vijf landen.  De Zwitserse autoriteiten hebben om opheldering gevraagd aangezien zij, in strijd met de normale gang van zaken bij internationale samenwerking en rechtshulpverzoeken, "opzettelijk" buiten de organisatie zijn gehouden. 

Met dat buitensluiten van Zwitserland is wellicht de Zwitserse soevereiniteit geschonden. Ook de  illegale herkomst van startinformatie van de tipgever kan grote gevolgen hebben voor de bruikbaarheid van verkregen bewijsmateriaal. Als de Nederlandse autoriteiten de tipgever in meer of mindere mate hebben aangezet tot ontvreemding van de broninformatie, is het bewijs onrechtmatig verkregen.  Meer informatie zie: https://www.nrc.nl/nieuws/2017/04/03/credit-suisse-probeert-imago-te-redden-in-zwartspaardersrel-7872147-a1553059 EN http://m.telegraaf.nl/dft/article/27913046/diplomatieke-rel-dreigt-over-fiod-actie-in-zwitserland

Nieuw project met debet/creditcard zwartspaarders-zaken

UPDATE 4 APRIL 2017
American Express (AmEx)  is gevraagd door de Nederlandse fiscus om gegevens over (al) haar Nederlandse klanten te leveren.  Er kan echter sterk worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van die onderzoeken door de Nederlandse Belastingdienst. De fiscus maakt hierbij van het 'derdenonderzoek', maar ook een dergelijk controlebevoegdheid heeft zijn grenzen. Zie daarover ook onze blogs "Valt het doek voor de zwartspaarder" door Marloes Lammers over dit meest recente informatieverzoek van de fiscus en "De jacht op “zwarte” debet- en creditcards".

Voor meer informatie met betrekking tot de inkeerregeling en een chronologische uiteenzetting van de laatste gebeurtenissen kunt u doorklikken. 

GEBRUIK CAMERABEELDEN:

FISCUS MAG BEELDEN POLITIE-CAMERA'S NIET GEBRUIKEN

UPDATE 24 FEBRUARI 2017
Op vrijdag 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad in een drietal arresten geoordeeld dat het gebruik van camerabeelden van zogenoemde ANPR-camera’s van de politie, door de Belastingdienst onrechtmatig is. ANPR-camera’s staat met name opgesteld langs snelwegen en registreren kentekens van alle passerende auto’s. De voor politie of de Belastingdienst ‘relevante’ foto’s/kentekens worden opgeslagen en bewaard. Dit is met name interessant voor de Belastingdienst om te controleren of zogenoemde ‘zakelijke rijders’ inderdaad alleen zakelijk rijden (of stiekem ook privékilometers rijden met de auto van de zaak). De Hoge Raad oordeelt nu dat deze handelwijze de privacy van burgers schendt en dat dit alleen rechtmatig is, indien de wetgever uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven door een dergelijke inbreuk op de privacy. De belastingwet kent de fiscus geen bevoegdheid toe tot het verzamelen van foto’s langs de snelweg, aldus de Hoge Raad. Daarmee is het verzamelen en bewaren van de foto’s door de Belastingdienst onrechtmatig. De staatssecretaris van financiën (onder wiens verantwoordelijkheid de Belastingdienst valt) heeft de zaak nog proberen te redden door te stellen dat geen sprake is van verzameling van foto’s door de Belastingdienst, maar dat de Belastingdienst de foto’s enkel op verzoek heeft gekregen van de politie. Voor die uitwisseling van gegevens tussen overheidslichamen bestaat wel een wettelijke grond, volgens de staatssecretaris. Deze bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij andere overheidslichamen biedt volgens de Hoge Raad niet een ‘voldoende precieze grondslag voor het verzamelen, vastleggen, bewaren, bewerken en gebruiken van de ANPR-gegevens, in het licht van de ‘systematische schending van de privacy van burgers’. Dit betekent dat de Belastingdienst de foto’s van kentekenplaten die op deze manier zijn verzameld, niet mag gebruiken voor het opleggen van aanslagen.

 


Actueel

ERFBELASTING:

Hoge Raad zet definitief streep door terugwerkende kracht ‘Edelweiss-route’   

UPDATE 3 MAART 2017
Verjaarde erfbelasting niet alsnog navorderbaar. Vandaag heeft de Hoge Raad de Belastingdienst een tik op de vingers gegeven vanwege de pogingen om al (lang) verjaarde erfbelasting via de ‘Edelweiss’-route alsnog te belasten. Sinds 2012 is in de wet geregeld dat de bevoegdheid voor de fiscus, om erfbelasting over buitenlands vermogen te belasten, niet meer verjaart. Dat betekent dat erfbelasting die op dat moment nog navorderbaar was – destijds maximaal 12 jaar – nu oneindig kan worden nagevorderd. Maar dat betekent niet dat erfbelasting die al wél verjaard was – simpel gezegd: erfenissen van 1999 en ouder – nu ineens ook tot in de eeuwigheid terug alsnog kan worden belast. De fiscus meende van wel en legde in diverse zaken om erfenissen uit de jaren-’80 en -’90 te belasten door hiervoor navorderingsaanslagen erfbelasting op te leggen.   De Hoge Raad zet nu dus een streep door dit ‘rupsje nooitgenoeg’-gedrag van de fiscus.

Geen rechtvaardiging dus vijf jaar ipv oneindig? Overigens is het ook nog maar de vraag of de Edelweiss-wetgeving wel het effect gaat hebben wat is beoogd. Zie hierover ook het artikel ‘Edelweiss, binnenkort alweer overbodig; heeft de wetgever zijn hand overspeeld?’, van Ludwijn Jaeger en Vanessa Huygen. Vóór 2012 was het verschil in navorderingstermijnen tussen Nederlands vermogen en buitenlands vermogen vijf jaar versus twaalf jaar. Daarvan heeft het EU-Hof gezegd: voor dat verschil (zeven jaar) bestaat in principe wel een rechtvaardiging, aangezien het langer duurt om informatie uit het buitenland te verkrijgen. Die zeven jaar langer compenseert zowel de informatieachterstand, als de termijn die ervoor nodig is om die informatie ook te krijgen.   Het verschil tussen vijf jaar en onbeperkt is wel van een heel andere orde. Zodra bovendien tussen alle OECD-landen automatisch informatie wordt uitgewisseld, is het maar de vraag of er nog wel een rechtvaardiging bestaat. Zo niet, dan zou dat tot gevolg hebben dat we ‘terugvallen’ op de reguliere (binnenlandse) termijn: de bevoegdheid tot navordering van erfbelasting verjaart dan al na vijf jaar.   http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:356 

ONTNEMING:  

Hoge Raad schept duidelijkheid: ook in procedure tegen aanslag na informatiebeschikking kan omkering van de bewijslast nog ter discussie worden gesteld.

UPDATE 10 FEBRUARI 2017
De Hoge Raad hakt in een arrest van vandaag de knoop door over de vraag: kan omkering van de bewijslast alleen maar in de procedure over een informatiebeschikking worden aangevochten, of ook nog daarna als over de daadwerkelijke belastingaanslag wordt geprocedeerd. Weliswaar koppelt de wet de sanctie omkering van de bewijslast rechtstreeks aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Maar het alsnog verstrekken leidt niet tot verval van de informatiebeschikking en dus zou de omkering blijven staan. Bovendien kan een rechter veelal pas in de procedure over die belastingaanslag volledig overzien of het gebrek aan medewerking van zodanig gewicht is de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is. Daarom moet in alle gevallen worden aanvaard dat de vraag of omkering gerechtvaardigd is, ook nog ter discussie kan worden gesteld in de procedure over de aanslag zelf. Alleen de vraag of het informatieverzoek gerechtvaardigd was, kan dan niet meer ter discussie worden gesteld.

De Hoge Raad overwoog:
“3.3.4. In de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR wordt weliswaar de omkering van de bewijslast rechtstreeks gekoppeld aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Het alsnog verstrekken van die informatie leidt er niet toe dat de informatiebeschikking vervalt en staat er niet aan in de weg dat de informatiebeschikking onherroepelijk wordt. Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat omkering van de bewijslast achterwege blijft indien binnen de gestelde termijn alsnog aan het verzoek van de inspecteur wordt voldaan. Daarom moet de rechter in de procedure over de desbetreffende belastingaanslag of beschikking kunnen beoordelen of de informatie (alsnog) is verstrekt, in welk geval de in de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR gegeven voorschriften buiten toepassing dienen te blijven.

3.3.5. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat pas in de procedure over die belastingaanslag of beschikking ten volle overzien kan worden of het gebrek dan wel de gebreken aan medewerking van de kant van de belanghebbende van een zodanig gewicht zijn, dat daardoor, gelet op de omstandigheden van het geval, de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is.

3.3.6. Ter vermijding van afbakeningsproblemen moet niet alleen in de in 3.3.4 bedoelde situaties, maar in alle gevallen worden aanvaard dat een belanghebbende de vraag of een onherroepelijke informatiebeschikking tot omkering van de bewijslast dient te leiden, aan de orde kan stellen in de procedure over de desbetreffende aanslag of beschikking. Wel moet daarbij in aanmerking worden genomen dat in die procedure de rechtmatigheid van het desbetreffende verzoek om informatie niet meer ter discussie kan worden gesteld (vgl. Kamerstukken II 2007/08, 30 645, nr. 6, blz. 13).”

Zie ook onze blogs over het onderwerp ‘informatiebeschikking’.

 

 

 

 

 

Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op