Actueel

  

Informatie zwartspaarders BCEE Luxemburg via Duitse fiscus

UPDATE 04 Mei 2018
Eerder merkten wij op dat de Belastingdienst Nederlanders met een bankrekening bij de Banque et Caisse d’Epargne (“BCEE”) op het spoor is naar aanleiding van informatie die is verkregen van de Duitse fiscus. Enige tijd bestond onduidelijkheid over de juridische status van het bewijsmateriaal nu deze van een anonieme tipgever is verkregen. Bovendien is (weer) sprake van bij de bank gestolen informatie.
Hoewel dit onrechtmatig aanvoelt (‘heling’ van gestolen informatie?), lijkt het er sterk op dat deze informatie niet als ‘[door de Nederlandse fiscus] onrechtmatig verkregen bewijs’ zal worden uitgesloten. De Belastingdienst heeft in dit geval de gegevens ontvangen van een andere bevoegde autoriteit: de Duitse fiscus. Bovendien is naar het verluidt door Duitsland noch Nederland voor de informatie betaald. In dat geval kan niet worden gesteld dat de Nederlandse overheid “de hand zou hebben gehad in de onrechtmatige verkrijging van het bewijsmateriaal dan wel initiërend of faciliterend heeft opgetreden”. Tenzij alsnog blijkt dat de Duitse of Nederlandse fiscus voor de informatie betaald heeft of anderszins de diefstal heeft ‘uitgelokt’, zal het bewijs naar alle waarschijnlijkheid mogen worden gebruikt in zowel fiscale- als strafrechtelijke procedures. 

Zwartspaarders BCEE Luxemburg op het spoor door gestolen informatie

UPDATE 06 MAART 2018
De Belastingdienst is een grootschalige, nieuwe actie gestart om zwartspaarders op te sporen. Nederlanders die een rekening hadden of hebben bij de Banque et Caisse d’Epargne de l’Etat (“BCEE”) kunnen deze maand een brief van de Belastingdienst verwachten. De Belastingdienst gebruikt hierbij wel – net als in de RaboLux-zaak – gestolen gegevens. In de RaboLux-zaak mocht het bewijsmateriaal niet worden gebruikt en werden de opgelegde belastingaanslagen vernietigd. Een verschil met de RaboLux-zaak is dat de onderhavige gegevens niet rechtstreeks afkomstig zijn van een particulier, maar van de Duitse overheid.

FIOD onderzoekt ‘offshore’-spaarders Euro Pacific Bank in Caraïben

UPDATE 24 april 2018
De FIOD is een onderzoek gestart naar zwartspaarders bij deze bank in het Caraïbisch gebied, de eilanden Saint Vincent en Puerto Rico. Naar eigen zeggen beschikt de FIOD over ‘honderden namen van Nederlanders en Nederlandse rechtspersonen’ met aldaar verborgen vermogen. Wat de bron is van de lijst met rekeninghouders die de FIOD in handen heeft gekregen, is nog onduidelijk. De FIOD heeft diverse personen een bezoek gebracht, waarbij spaarders in voorkomende gevallen aanvankelijk als getuige worden aangemerkt. Maar die status als getuige kan zomaar wijzigen in een verdachte, als de gegeven informatie daartoe aanleiding geeft. Met dit onderzoek probeert de FIOD zoveel mogelijk betrokkenen in kaart te brengen en informatie te vergaren over de desbetreffende zwartspaarders. Daarbij wordt ook uitdrukkelijk geïnformeerd naar eventuele debet- en creditcards die aan de rekeningen gekoppeld zijn. Onduidelijk is waar deze informatie op gebaseerd is en wie er al in beeld is als verdachte. Zwartspaarders die nog geen bericht hebben gehad, kunnen zich nog vrijwillig melden. Voor aangiften gedaan tot 1 januari 2018 kan daarbij zelfs nog een beroep worden gedaan op de strafrechtelijke vrijwaring.

 

BITCOIN NIEUWS

Update nieuwsbericht: controleplicht voor bitcoin handelaren?  

UPDATE 24 JAN 2018
Recent schreven wij een blog over het witwassen van criminele inkomsten via cryptovaluta. Uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam kan worden afgeleid dat een bitcoin handelaar zelf de plicht heeft om een eigen controle uit te voeren naar de herkomst van de Bitcoins. In het kader van ‘buyers and traders be aware’ is het volgende van belang:  

  1. zorg ervoor dat onderzoek wordt gedaan naar de personen met wie gehandeld wordt en;
  2. pleeg onderzoek naar de herkomst van de bitcoins.  

De vervolgvraag is nu hoe verstrekkend een controleplicht zal zijn? Met andere woorden: hoe ver dien je terug te kijken via een hulpmiddel zoals blockexplorer en walletexplorer. Iedere bitcoin transactie wordt vastgesteld in een zogenoemd Bitcoin blok. Vervolgens bevat ieder blok de ‘hash’ van het vorige Bitcoin blok, waardoor een keten van blokken is ontstaan dat teruggaat tot de oorsprong van de Bitcoin, het zogenoemde genesis blok. De herkomst van een bitcoin is dus tot de genenis blok te herleiden. Kan nu verwacht worden dat teruggekeken wordt tot aan het genesis blok of is voldoende dat een aantal stappen terug wordt gekeken, en zo ja, tot hoeveel stappen terug moet dan gekeken worden? De jurisprudentie of toekomstige regelgeving zal uit moeten wijzen waar deze grens zal liggen.  

Een ander aspect dat meeweegt is de betrouwbaarheid van een privaat software programma zoals chainanalysis dat wordt ingezet door het Openbaar Ministerie als bewijsmiddel. Inzage in de werkwijze van het onderzoeksprogramma is noodzakelijk naar mijn mening om de uitkomsten te kunnen verifiëren en te toetsen op de betrouwbaarheid. Hierbij is met name van belang:  

  • hoe de resultaten tot stand zijn gekomen en;
  • is cruciaal dat de uitkomsten van het onderzoeksprogramma vergeleken kunnen worden met andere onderzoeksprogramma’s.  

In dit kader kan het voor de verdediging van belang zijn om de onderzoeksresultaten in twijfel te trekken. Verzoek tijdig tot het verrichten van contra-expertise.  

Door een aanscherping in de EU anti-witwasrichtlijn (AML IV) zal er een meldingsplicht gaan gelden voor platforms en bewaarportemonnees, waardoor meer ongebruikelijke transacties via cryptovaluta aan het licht zullen kommen. Wordt vervolgd.

INKEERREGELING:

Nieuw zwartspaardersbeleid openbaar gemaakt

UPDATE 13 december 2017 
Naar aanleiding van een ‘Wob’-verzoek is geactualiseerd beleid openbaar gemaakt. Hierin wordt beschreven hoe er fiscaal en – met name – voor de boete moet worden omgegaan met ‘ViB’ (vermogen in het buitenland). We lichten er relevante wijzigingen uit over onder meer het zwijgrecht, de boete voor UBS-spaarders en de keuze voor strafrechtelijke vervolging van zwaartspaarders:

  • Ook als (waarschijnlijk) een fiscale boete zal worden opgelegd geldt het zwijgrecht (p. 58).
  • Een onwetende partner kan geen boete opgelegd krijgen voor het deel (of geheel) dat aan hem/haar wordt toegerekend. De zwartsparende partner wel (p. 59)
  • De boete bij inkeer over oude aangiften (tijdens het maximum van 100%) bedraagt geen 60% maar 40% (p. 71)
  • Voor UBS-ers geldt bij vrijwillige melding een box 3 boete van 100% (aangifte vanaf 2 juli 2009) en 40% (overige aangiften). Dit is hoger dan de inkeerboetes, omdat een melding van een UBS-spaarder niet meer als tijdig wordt aangemerkt. In dit gewijzigde beleid wordt de boete van 100% verhoogd naar 135% (p. 74). NB Voor degene die op het oude gepubliceerde beleid is afgegaan, kan dat echter niet zomaar worden toegepast
  • De discussie of box 3-heffing ongeoorloofd afpakken inhoudt (inbreuk op het eigendomsrecht van ‘artikel 1 EP’) wil de Belastingdienst beperkt houden tot de jaren 2013 en verder: 
  • Voor de keuze fiscale boete of strafvervolging bij zwartspaarders gelden andere relevante aspecten (p. 97). Als verzwegen vermogen mogelijk afkomstig is uit een (ander) misdrijf, moet dit bij de FIOD worden gemeld (p. 35).

Voor de volledig uitgewerkte wijzigingen klik hier; ook de Memo met het beleid kunt u hier vinden.

Inkeerregeling enkel afgeschaft voor zwartspaarders

UPDATE 23 november 2017 
Op 23 november 2017 heeft de Tweede Kamer ingestemd met afschaffing van de inkeerregeling, voor zover de inkeer betrekking heeft op buitenlands vermogen. Dat de inkeerregeling slechts wordt afgeschaft voor zover de inkeer betrekking heeft op buitenlands vermogen komt door een amendement van Kamerlid Omtzigt dat door de Tweede Kamer is aangenomen. In de toelichting op het amendement schrijft het Kamerlid dat het amendement bewerkstelligt dat de inkeerregeling niet geheel wordt afgeschaft maar alleen voor zwartspaarders. Indien de Eerste Kamer hiermee instemt blijft het in de toekomst dus mogelijk in te keren over inkomen uit arbeid, winst uit onderneming en binnenlands vermogen. Naast dat bij inkeer minder boete wordt opgelegd heeft het als voordeel dat wettelijk is vastgelegd dat geen strafrechtelijke vervolging zal plaatsvinden naar aanleiding van de inkeer.     

Nog geen duidelijkheid over houdbaarheid inkeerboete over jaren vóór 2010

UPDATE 15 november 2017 
De vraag of het nu wel of niet mogelijk is om, na boeteverhoging bij inkeer, die hogere boetes over jaren van vóór die verhoging op te leggen blijft vooralsnog onbeantwoord. De hoofdregel is dat een verhoging van een sanctie alleen werkt op gepleegde feiten – in dit verband: nieuwe opzettelijk onjuiste aangiften – van ná invoering van die verhoging. Dit geldt volgens de rechtbanken Noord-Holland en Gelderland ook als die boeteverhoging is geregeld in een aangepaste inkeerbepaling. Voor 2010 was het mogelijk boetevrij in te keren, waardoor boetes over die jaren niet mogelijk zouden zijn. In die zin oordeelde de rechtbank in Haarlem al in 2013. Dit oordeel herhaalde die rechtbank eerder dit jaar ter zitting in een (niet gepubliceerde) zaak. Recent oordeelde ook rechtbank Gelderland dat boetes over jaren waarin de oude inkeerregeling van toepassing was, niet in stand kunnen blijven. Maar nu oordeelt rechtbank Zeeland-West Brabant in tegengestelde zin. Tegen het oordeel van rechtbank Gelderland is sprongcassatie ingesteld bij de Hoge Raad, waaruit hopelijk op korte termijn meer duidelijkheid volgt.

Strafrechtelijke onderzoeken naar zwartspaarders uit UBS-groepsverzoek

UPDATE 9 november 2017 
Een aantal veronderstelde rekeninghouders in Zwitserland heeft op vragen van de Nederlandse Belastingdienst geweigerd informatie te verstrekken. Tegen hen is een strafrechtelijk onderzoek gestart door de FIOD op verdenking van zowel onjuiste belastingaangiften als het opzettelijk niet verstrekken van gevraagde gegevens, zo meldt de Belastingdienst.
In 2015 heeft de Belastingdienst een groepsverzoek gedaan aan de Zwitserse overheid inzake de Zwitserse bank UBS. In dit verzoek zijn gegevens gevraagd van alle Nederlandse zwartspaarders die bank. Over dat groepsverzoek is veel te doen geweest aangezien het om een phishing-expedition ging. Zwitserland heeft de gevraagde informatie uiteindelijk toch gegeven. Dat kan ook gevolgen hebben voor de bruikbaarheid van het hierdoor (onrechtmatig) verkregen bewijs. Zie ook onze blogs over UBS en blogs over inkeer. 

Overgangsrecht voor INKEER

UPDATE 20 september 2017 S
taatssecretaris Wiebes heeft op Prinsjesdag zijn voorstel de inkeerregeling per 1 januari 2018 af te schaffen gepresenteerd. De mogelijkheid over de afgelopen 2 jaren volledig boetevrij in te keren komt in het voorstel te vervallen. Ook aan de vrijwaring van strafrechtelijke vervolging voor belastingfraude bij inkeer komt een einde als het wetsvoorstel wordt aangenomen. Mede omdat de afschaffing van de inkeerregeling is opgenomen in een verzamelwet (‘overige fiscale maatregelen 2018’), is het waarschijnlijk dat het parlement instemt met het plan van Wiebes. Positief aan het wetsvoorstel is dat is voorzien in overgangsrecht. De oude inkeerregeling blijft van toepassing op inkeren die zien op aangiften die vóór 1 januari 2018 zijn gedaan of hadden moeten zijn gedaan. Voorlopig kan men dus blijven profiteren van de lagere boetetarieven die gelden bij inkeer.

Voor meer informatie met betrekking tot de inkeerregeling en een chronologische uiteenzetting van de laatste gebeurtenissen kunt u doorklikken. 


Actueel

ERFBELASTING:

Hoge Raad zet definitief streep door terugwerkende kracht ‘Edelweiss-route’   

UPDATE 3 MAART 2017
Verjaarde erfbelasting niet alsnog navorderbaar. Vandaag heeft de Hoge Raad de Belastingdienst een tik op de vingers gegeven vanwege de pogingen om al (lang) verjaarde erfbelasting via de ‘Edelweiss’-route alsnog te belasten. Sinds 2012 is in de wet geregeld dat de bevoegdheid voor de fiscus, om erfbelasting over buitenlands vermogen te belasten, niet meer verjaart. Dat betekent dat erfbelasting die op dat moment nog navorderbaar was – destijds maximaal 12 jaar – nu oneindig kan worden nagevorderd. Maar dat betekent niet dat erfbelasting die al wél verjaard was – simpel gezegd: erfenissen van 1999 en ouder – nu ineens ook tot in de eeuwigheid terug alsnog kan worden belast. De fiscus meende van wel en legde in diverse zaken om erfenissen uit de jaren-’80 en -’90 te belasten door hiervoor navorderingsaanslagen erfbelasting op te leggen.   De Hoge Raad zet nu dus een streep door dit ‘rupsje nooitgenoeg’-gedrag van de fiscus.

Geen rechtvaardiging dus vijf jaar ipv oneindig? Overigens is het ook nog maar de vraag of de Edelweiss-wetgeving wel het effect gaat hebben wat is beoogd. Zie hierover ook het artikel ‘Edelweiss, binnenkort alweer overbodig; heeft de wetgever zijn hand overspeeld?’, van Ludwijn Jaeger en Vanessa Huygen. Vóór 2012 was het verschil in navorderingstermijnen tussen Nederlands vermogen en buitenlands vermogen vijf jaar versus twaalf jaar. Daarvan heeft het EU-Hof gezegd: voor dat verschil (zeven jaar) bestaat in principe wel een rechtvaardiging, aangezien het langer duurt om informatie uit het buitenland te verkrijgen. Die zeven jaar langer compenseert zowel de informatieachterstand, als de termijn die ervoor nodig is om die informatie ook te krijgen.   Het verschil tussen vijf jaar en onbeperkt is wel van een heel andere orde. Zodra bovendien tussen alle OECD-landen automatisch informatie wordt uitgewisseld, is het maar de vraag of er nog wel een rechtvaardiging bestaat. Zo niet, dan zou dat tot gevolg hebben dat we ‘terugvallen’ op de reguliere (binnenlandse) termijn: de bevoegdheid tot navordering van erfbelasting verjaart dan al na vijf jaar.   http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2017:356 

GEBRUIK CAMERABEELDEN:

FISCUS MAG BEELDEN POLITIE-CAMERA'S NIET GEBRUIKEN

UPDATE 24 FEBRUARI 2017
Op vrijdag 24 februari 2017 heeft de Hoge Raad in een drietal arresten geoordeeld dat het gebruik van camerabeelden van zogenoemde ANPR-camera’s van de politie, door de Belastingdienst onrechtmatig is. ANPR-camera’s staat met name opgesteld langs snelwegen en registreren kentekens van alle passerende auto’s. De voor politie of de Belastingdienst ‘relevante’ foto’s/kentekens worden opgeslagen en bewaard. Dit is met name interessant voor de Belastingdienst om te controleren of zogenoemde ‘zakelijke rijders’ inderdaad alleen zakelijk rijden (of stiekem ook privékilometers rijden met de auto van de zaak). De Hoge Raad oordeelt nu dat deze handelwijze de privacy van burgers schendt en dat dit alleen rechtmatig is, indien de wetgever uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven door een dergelijke inbreuk op de privacy. De belastingwet kent de fiscus geen bevoegdheid toe tot het verzamelen van foto’s langs de snelweg, aldus de Hoge Raad. Daarmee is het verzamelen en bewaren van de foto’s door de Belastingdienst onrechtmatig. De staatssecretaris van financiën (onder wiens verantwoordelijkheid de Belastingdienst valt) heeft de zaak nog proberen te redden door te stellen dat geen sprake is van verzameling van foto’s door de Belastingdienst, maar dat de Belastingdienst de foto’s enkel op verzoek heeft gekregen van de politie. Voor die uitwisseling van gegevens tussen overheidslichamen bestaat wel een wettelijke grond, volgens de staatssecretaris. Deze bevoegdheid tot het opvragen van informatie bij andere overheidslichamen biedt volgens de Hoge Raad niet een ‘voldoende precieze grondslag voor het verzamelen, vastleggen, bewaren, bewerken en gebruiken van de ANPR-gegevens, in het licht van de ‘systematische schending van de privacy van burgers’. Dit betekent dat de Belastingdienst de foto’s van kentekenplaten die op deze manier zijn verzameld, niet mag gebruiken voor het opleggen van aanslagen.

ONTNEMING:  

Hoge Raad schept duidelijkheid: ook in procedure tegen aanslag na informatiebeschikking kan omkering van de bewijslast nog ter discussie worden gesteld.

UPDATE 10 FEBRUARI 2017
De Hoge Raad hakt in een arrest van vandaag de knoop door over de vraag: kan omkering van de bewijslast alleen maar in de procedure over een informatiebeschikking worden aangevochten, of ook nog daarna als over de daadwerkelijke belastingaanslag wordt geprocedeerd. Weliswaar koppelt de wet de sanctie omkering van de bewijslast rechtstreeks aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Maar het alsnog verstrekken leidt niet tot verval van de informatiebeschikking en dus zou de omkering blijven staan. Bovendien kan een rechter veelal pas in de procedure over die belastingaanslag volledig overzien of het gebrek aan medewerking van zodanig gewicht is de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is. Daarom moet in alle gevallen worden aanvaard dat de vraag of omkering gerechtvaardigd is, ook nog ter discussie kan worden gesteld in de procedure over de aanslag zelf. Alleen de vraag of het informatieverzoek gerechtvaardigd was, kan dan niet meer ter discussie worden gesteld.

De Hoge Raad overwoog:
“3.3.4. In de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR wordt weliswaar de omkering van de bewijslast rechtstreeks gekoppeld aan het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking, maar de wetgever heeft bij het redigeren van deze voorschriften kennelijk uit het oog verloren dat in de informatiebeschikking - en in beginsel ook in een rechterlijke uitspraak daarover - aan de belanghebbende een termijn moet worden gegund om alsnog de gevraagde informatie te verstrekken. Het alsnog verstrekken van die informatie leidt er niet toe dat de informatiebeschikking vervalt en staat er niet aan in de weg dat de informatiebeschikking onherroepelijk wordt. Een redelijke wetsuitleg brengt echter mee dat omkering van de bewijslast achterwege blijft indien binnen de gestelde termijn alsnog aan het verzoek van de inspecteur wordt voldaan. Daarom moet de rechter in de procedure over de desbetreffende belastingaanslag of beschikking kunnen beoordelen of de informatie (alsnog) is verstrekt, in welk geval de in de artikelen 25, lid 3, en 27e, lid 1, AWR gegeven voorschriften buiten toepassing dienen te blijven.

3.3.5. Bovendien bestaat de mogelijkheid dat pas in de procedure over die belastingaanslag of beschikking ten volle overzien kan worden of het gebrek dan wel de gebreken aan medewerking van de kant van de belanghebbende van een zodanig gewicht zijn, dat daardoor, gelet op de omstandigheden van het geval, de omkering van de bewijslast gerechtvaardigd is.

3.3.6. Ter vermijding van afbakeningsproblemen moet niet alleen in de in 3.3.4 bedoelde situaties, maar in alle gevallen worden aanvaard dat een belanghebbende de vraag of een onherroepelijke informatiebeschikking tot omkering van de bewijslast dient te leiden, aan de orde kan stellen in de procedure over de desbetreffende aanslag of beschikking. Wel moet daarbij in aanmerking worden genomen dat in die procedure de rechtmatigheid van het desbetreffende verzoek om informatie niet meer ter discussie kan worden gesteld (vgl. Kamerstukken II 2007/08, 30 645, nr. 6, blz. 13).”

Zie ook onze blogs over het onderwerp ‘informatiebeschikking’.

 

 

 

 

 

Weteringschans 237
1017 XH Amsterdam

T 020 - 676 04 81
F 020 - 676 04 82
E info@jaeger.nl

neem contact op