Wwft-compliance niet op orde levert flinke boetes op

Sinds 25 juli 2018 zijn bedrijven die onder de Wwft vallen, zoals banken, accountants, belastingadviseurs en makelaars, aan een flink aantal extra verplichtingen gehouden. Voor die tijd waren een cliëntcontrole en het melden van ongebruikelijke transacties al verplicht. Maar sinds 25 juli 2018, toen de vierde EU-antiwitwasrichtlijn in de Nederlandse wet werd opgenomen, gelden er ook allerlei complianceverplichtingen. Zoals: er moet een risicobeleid zijn en de Wwft-procedures moeten intern zijn vastgelegd. Verder moet er een compliance functie zijn en er moet een bestuurlijk eindverantwoordelijke voor de Wwft zijn aangewezen.

Een beheerder van beleggingsfondsen kwam hierover hard in aanvaring met de AFM, haar Wwft-toezichthouder. Zij kreeg boetes opgelegd van in totaal € 156.000 voor het niet-nakomen van de compliance-eisen, zoals het niet hebben van zo’n verplicht risicobeleid. Verder liet zij steken vallen in het cliëntenonderzoek en de transactiemonitoring. Ook de controle op de Sanctiewet, waarvoor minder wettelijk vastgelegde compliance-eisen gelden, was volgens de AFM niet in orde. Opmerkelijk: met de cliënten, de beleggers in de fondsen, was niet zoveel mis, zo bleek uit controle achteraf. Er was geen vermoeden van ‘fout geld’. De rechter liet de boetes op 29 januari 2026 toch grotendeels in stand.

De zaak laat zien dat een goede voorbereiding van een Wwft-toezichtsbezoek loont en dat een harde opstelling grote gevolgen kan hebben. Kijk bijvoorbeeld nog even na of alle ‘papierwerk’ op orde is en bekijk hoe allerlei voor de hand liggende vragen goed kunnen worden beantwoord. De zaak is ook van belang voor Wwft-instellingen die met andere toezichthouders te maken hebben. Denk aan het Bureau Financieel Toezicht dat toeziet op naleving van de Wwft bij belastingadviseurs. Of aan de Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI, de opvolger van het Bureau Toezicht Wwft) die toeziet op naleving van de Wwft bij bijvoorbeeld makelaars of handelaren.

Is de boete niet veel te hoog als er niets aan de hand is?

De fondsbeheerder erkende dat zij gedurende enige tijd geen risicobeleid had en geen vastgelegde procedures. Ook had zij de cliëntcontrole – zowel bij het aangaan van de relatie als de voortdurende cliëntcontrole – onvoldoende uitgevoerd. Zo werd bijvoorbeeld alleen gevraagd of iemand een PEP was, en dit werd niet gecontroleerd. Het verweer? Alle cliënten waren bekenden van de beleidsbepaler van de fondsbeheerder waardoor sprake zou zijn van geen of minder grote risico’s op witwassen.

Die vlieger gaat niet op volgens de AFM en de rechter. De rechter beschouwt de niet-nagekomen Wwft-verplichtingen als ‘kernverplichtingen’. Zij is het ermee eens dat de AFM het de fondsbeheerder zwaar aanrekent dat zij de zaken gedurende meer dan vier jaar op zijn beloop liet. Dat er geen sprake is van ‘fout geld’ maakt dit volgens de rechter niet anders.

Boetebesluit gepubliceerd

De zaak laat goed zien hoe het mis kan gaan in de verhouding tussen een niet al te grote Wwft-instelling en de Wwft-toezichthouder. Toezichthouders controleren met vragenbrieven al vanaf 2019 of er een risicobeleid en procedurebeschrijvingen aanwezig zijn en of deze worden geactualiseerd naar aanleiding van nieuwe inzichten over risico’s op witwassen. Het lijkt erop dat dat hier ook is gebeurd en dat daar geen afdoende antwoord op kwam.

Nadat de AFM op 4 augustus 2021 een onderzoek tot naleving van de Wwft aankondigde, gooide de beheerder in zekere zin de kont tegen de krib. Het toezichtsonderzoek beschouwde zij als intimiderend: er kwamen vier medewerkers van de AFM langs en de ‘cautie’ werd meteen gegeven. Volgens de beheerder zette de AFM hiermee direct de toon en zou zij uitstralen dat zij de beleidsbepaler, een bekende Nederlander, wel even een lesje zou leren. Vooringenomenheid dus, volgens de beheerder. De rechter zag dat niet.

Na het onderzoek legde de AFM in maart 2022 een aanwijzing op, waarna de fondsbeheerder nog steeds zijn processen niet op orde bracht. Pas enkele maanden daarna, nadat de AFM dreigde met een last onder dwangsom, gebeurde dat. Ondanks dat de zaken toen dus op orde waren, vond de AFM het blijkbaar toch nodig om nog een boete op te leggen. En zo’n boetebesluit wordt gepubliceerd, met naam en toenaam. Ook het BFT en de DFEI doen dat. Dat is wettelijk voorgeschreven. Maar dat leverde volgens de fondsbeheerder wel reputatieschade op die tot verlaging van de boete moest leiden. Ook daar gaat de rechter niet in mee.

Boeterichtlijnen bepalen de boetehoogte

Net als het Bureau Financieel Toezicht hanteert de AFM een boetetoemetingsbeleid. De factoren die de boete bepalen zijn de ernst van de overtreding, de duur ervan, de vraag of er recidive is, maar ook wat de omvang en draagkracht van de instelling is. Overtredingen van de Wwft kunnen ook tot strafrechtelijke aangifte bij het OM leiden, maar dat zijn gelukkig uitzonderingsgevallen.

Het BFT gaat voor de hoogte van de boete uit van de omzet van de instelling en stelt de boete, afhankelijk van welke regel is overtreden, op zo’n 1% tot 5% van de omzet van die instelling. Dus niet de omzet op de cliënt, maar van de instelling als geheel.

Bij de AFM gaat het iets anders. De AFM gaat uit van de basisbedragen van boetes die op grond van de Wwft mogen worden opgelegd. In dit geval bedroeg dat basisbedrag maar liefst € 2.000.000 per overtreding. Dit bedrag wordt op basis van de omzet en het eigen vermogen van de instelling (of de persoon) teruggebracht tot een percentage van dit basisbedrag. Deze fondsbeheerder viel in de laagste categorie van 5%. Wegens de samenloop van meerdere overtredingen, die elk afzonderlijk beboetbaar zijn, werd nog een verdere matiging doorgevoerd zodat de totale boetes op € 156.000 uitkwamen. Het pleidooi van de fondsbeheerder om verder te matigen, omdat zij weinig draagkracht had, werd niet gevolgd door de rechtbank. Draagkracht kan een reden zijn voor verdere verlaging maar in dit geval werd door de AFM en de rechtbank betwijfeld of de draagkracht van de beheerder niet kunstmatig omlaag was gebracht doordat zij beheervergoedingen liet toekomen aan een gelieerde rechtspersoon in plaats van aan haarzelf.

Al met al komen de overtredingen de fondsbeheerder duur te staan.

Wat dan wel?

Veel Wwft-instellingen worstelen met de compliance-eisen die sinds 25 juli 2018 voor hen gelden. Hoe maak je een risicobeleid en stel je procedures vast? Voor grotere instellingen is dit beter te behappen dan voor kleinere instellingen. Maar toezichthouders en beroepsorganisaties leveren vaak panklare – en meer dan uitgebreide – stukken aan die voldoen aan de eisen. Het is goed om deze op te zoeken en, zo nodig na aanpassing voor de bedrijfsspecifieke situatie, te hanteren. Dat kan hoge boetes zoals in deze zaak voorkomen. Als voorbeelden:

Ook de cliëntcontrole is niet iets om al te gemakkelijk over te denken. De fondsbeheerder in deze zaak voerde terecht aan dat zij haar cliënten goed kende omdat het relaties van haar beleidsbepaler waren. Het probleem ontstaat als die kennis over de cliënt onvoldoende wordt vastgelegd. Dat is vaak een kleine moeite als de cliënt al bekend is, maar het moet wel gebeuren.

En als de toezichthouder dan op bezoek komt: bereid dit bezoek goed voor. Zorg dat de benodigde stukken klaarliggen. Loop van een aantal dossiers nog even de cliëntcontrole na en kijk of transacties goed zijn gemonitord. Denk van tevoren na over vragen die gesteld kunnen worden. Schakel een van onze specialisten in om goed beslagen ten ijs te komen. En als de toezichthouder tijdens het bezoek de ‘cautie’ geeft, omdat hij denkt dat er een Wwft-overtreding kan zijn, overleg dan zeker met een specialist om te bepalen wat de verdere strategie wordt.

mr. V.S.T. Leenders
leenders@jaeger.nl
020 – 676 04 81

Stuur een reactie naar de auteur